Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

Adolf Buyl, dwarse schepen en spion

Op 10 augustus 1919 viert de gemeente Elsene haar schepen Adolf Buyl. De liberale Buyl wordt over de partij-, taal- en sociale grenzen heen gevierd om zijn rol als leider van een inlichtingennetwerk tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Sébastien Baudart
14 november 2022

Het Laatste Nieuws, 11 augustus 1919, p. 1

Een grote huldebetoging  

De uit Serskamp afkomstige Adolf Buyl, in 1919 naast schepen in Elsene ook volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide, heeft zich voor de oorlog als progressief liberaal en gematigd flamingant opgewerkt van onderwijzer tot politicus. Op 10 augustus 1919 wordt hij in het gezelschap van zijn vrouw en dochter in een overvolle zaal van de Union Coloniale in Elsene gevierd als verzetsheld. Onder de aanwezigen vinden we onder anderen Fernand Cocq, burgemeester van Elsene, Paul Hymans, liberaal minister, Alphonse Harmignie en Albert Ruzette, beiden katholiek minister, parlementsleden, militaire hoogwaardigheidsbekleders, delegaties van patriottische verenigingen en heel wat leden van Buyls inlichtingennetwerk. Toespraken zijn er van Droogmans, voorzitter van het inrichtend comité, Léon Delacroix, eerste minister, Maurice Lemonnier, liberaal Kamerlid, Edouard Moreaux, Oostends burgemeester, en van verschillende medewerkers in het verzet. Van premier Delacroix krijgt Buyl het burgerlijk oorlogskruis en het kruis van Officier in de Leopoldsorde uitgereikt. De gemeente Elsene grijpt de viering aan om de Solboschlaan om te dopen tot Adolf Buyllaan. Ook afwezige prominenten geven een teken van leven: Charles De Broqueville, oorlogspremier, laat zich vertegenwoordigen, en onder anderen de voorzitters van de Kamer en de Senaat alsook kardinaal Mercier sturen huldetelegrammen.

Buyl is ontroerd door de vele eerbetuigingen. In zijn dankwoord zegt hij de viering enkel aanvaard te hebben om hulde te betuigen aan zijn medewerkers, zowel de aanwezigen als zij die het niet overleefden. Om de wezen van deze laatste te ondersteunen, hebben Buyl en de organisatoren een Buylfonds opgericht. Hij grijpt de gelegenheid ook aan om te pleiten voor een ondersteuning van de getroffen families door de staat. In de namiddag trekken vijfenzeventig politieke, sociale, culturele en andere verenigingen uit Elsene, van alle politieke kleuren, door de straten van de gemeente. Tot slot bieden de verenigingen Buyl nog een hulde aan in de gemeenteschool van de Guldensporenlei.

Spion

Na de Duitse verovering van Brussel op 20 september 1914 trekt de Belgische regering naar Antwerpen, dat als vestingstad nog niet door de Duitsers veroverd is. Al snel ontstaan er inlichtingennetwerken om via koeriers de communicatie tussen de regering in Antwerpen en overheidsdiensten in Brussel te verzorgen én inlichtingen te verzamelen en door te spelen over de Duitse activiteiten. Onder anderen Ferdinand Lenoir, divisiechef bij de spoorwegen, Adolphe Max, de Brusselse liberale burgemeester, en Adolf Buyl, schepen van Elsene, zijn hierbij betrokken. Max wordt op 26 september 1914 gearresteerd, maar Buyl gaat samen met Eugène Jacobs door. Hun organisatie krijgt de naam VDB, naar Van den Bosch, de schuilnaam van Arthur Dubois, één van de centrale figuren in het netwerk. Na de val van Antwerpen op 10 oktober gaan de inlichtingen via Nederland naar het Belgisch Algemeen Hoofdkwartier of naar Franse en Britse instanties. Als leider van het netwerk, met vertakkingen in Charleroi en Oostende, centraliseert Buyl de inlichtingen die diverse medewerkers, onder wie heel wat spoorweg-, post- en telegrafiebeambten, verzamelen over de bewegingen van de Duitse troepen en treinen. Hij schakelt hiervoor ook gemeentepersoneel van Elsene in. Daarnaast heeft hij als volksvertegenwoordiger ‘van de IJzer’ (volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide) een geschikte dekmantel om regelmatig naar de kust te reizen, wat hem toelaat er de Duitse kustdefensie te observeren. Ondanks arrestaties en executies van verschillende medewerkers (onder wie Lenoir) blijft het netwerk overeind en Buyl buiten schot. Om veiligheidsredenen kennen veel medewerkers van het netwerk (tot meer dan zevenhonderd) Buyls identiteit niet. Na een conflict met activisten, die hij openlijk bestrijdt, wordt hij gearresteerd. Maar hij komt na enkele dagen al vrij en zet zijn spionagewerk voort tot het einde van de oorlog.

Dwarse schepen

Buyl pleegt ook zichtbaar verzet: als schepen in het bezette België vindt Buyl er niets beters op dan elke Belgische, Franse of Britse soldaat die in een ziekenhuis van Elsene aan zijn verwondingen bezwijkt, een plechtige begrafenis te geven. Pourquoi Pas? beschrijft in augustus 1919 de aanpak van Buyl: eerst leidt hij de kist, bedekt met de nationale vlag van de overledene en gevolgd door kinderen met bloemen, door de straten van de gemeente naar de begraafplaats. Daar aangekomen haalt hij zijn talenten als redenaar boven. Duitse soldaten zijn aanwezig, kijken toe, maar durven - uit trouw aan hun eerbied voor gesneuvelde tegenstanders - niet ingrijpen. Buyl heeft het in zijn toespraken over glorie, het vaderland en de menselijkheid van de beschaving, maar blijft voorzichtig: hij houdt het bij algemeenheden en suggereert vooral zonder de zaken zelf te benoemen. Toch besluit de Duitse militaire overheid op een dag dat Buyl moet stoppen, waarop hij als reactie nog een laatste lijkrede houdt over alles wat hij wilde zeggen, maar niet mag uitspreken van de Duitsers. Op de huldeviering in 1919 verklaart hij dat ostentatief in de kijker lopen, zoals met deze rouwhuldes of door het bijwonen van liefdadigheidsconcerten en vergaderingen van allerhande comités, zijn ‘truc’ was om niet verdacht te worden van spionageactiviteiten.

‘Was een der hoofden van het Brusselsch verzet […] Van af het begin der bezetting heeft hij de inrichting van eenen bespiedingsdienst op zich genomen en heeft dien, heel den oorlog door, te midden van duizend gevaren, blijven leiden. Ondanks de aanhouding van talrijke agenten, weigerde hij altijd het land te verlaten en bleef op den vrijelijk door hem verkozen post.’1

(Uit de dagorde bij de decoratie van Buyl)

Symbool van het burgerverzet

In november 1919 doet de stad Oostende de hulde nog eens over, inclusief Oostendse straatnaam. Na de bevrijding krijgt Buyl, die tijdens de oorlog eveneens meewerkte aan het sluikblaadje De Vlaamsche Leeuw, niet enkel de status van verzetsheld, maar ook van symbool van het burgerverzet. In die hoedanigheid schrijft hij in 1920 het voorwoord bij het vierde deel van het huldeboek Nos héros morts pour la patrie. L'épopée belge de 1914 à 1918, gewijd aan de gestorven burgerhelden van de Eerste Wereldoorlog. Hij eert er op aangrijpende wijze de door de Duitsers geëxecuteerde leden van zijn netwerk. Hij slaagt er als liberaal ook schijnbaar in om het hele publieke land rond zijn verzetswerk te verenigen. Zijn huldeviering in 1919 krijgt aandacht in het hele spectrum van de Belgische pers, die niet enkel rapporteert maar ook hulde brengt aan Buyls verzetswerk. Of zoals het Vlaams-nationalistische De Schelde het verwoordt: ‘Tijdens den oorlog waren er weinige mannen, die zich zoo kranig ten dienste stelden om het vaderland te helpen in zijn groote nooden. […] zijn politieke tegenstrevers erkennen graag met woord en pen den moedigen rol door Adolf Buyl vervuld’.2

Bronnen, noten en/of referenties

1. Het Handelsblad, 11 augustus 1919, 3.

2. De Schelde, 12 augustus 1919, 3.

Adolphe Buyl, ‘Héros civils’, in: René Lyr, Nos héros morts pour la patrie. L'épopée belge de 1914 à 1918 (Bruxelles: E. Van der Elst, 1920) deel 4, 3-4.

Marc Cools, ed., 1915-2015: Het verhaal van de Belgische militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst (Antwerpen: Maklu, 2015) 75, 139.

Sophie De Schaepdrijver, De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog (Amsterdam: Olympus, 2005).

Jan Van der Fraenen, ‘Voor het Duitse vuurpeloton. Executies in bezet België tijdens de Eerste Wereldoorlog: tussen realiteit en mythe’ (Licentiaatsverhandeling, UGent, 2005), 9-20.

Het Laatste Nieuws, 11 augustus 1919, 1; 12 augustus 1919, 2.

Le Vingtième Siècle, 11 augustus 1919, 3.

L’Indépendance Belge, 11 augustus 1919, 1.

L’Etoile Belge, 11 augustus 1919, 2.

La Nation Belge, 11 augustus 1919, 1.

La Dernière Heure, 11 augustus 1919, 1.

Le petit bleu du matin, 11 augustus 1919, 1.

Het Handelsblad, 11 augustus 1919, 3.

Vooruit, 11 augustus 1919, 2.

Het Nieuws van den Dag, 12 augustus 1919, 1.

Gazette de Charleroi, 12 augustus 1919, 2; 25 november 1919, 2.

De Schelde, 12 augustus 1919, 3.

Pourquoi Pas?, 15 augustus 1919, 565-568.

La Libre Belgique, 24 november 1919, 2.

De Standaard, 25 november 1919, 3.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "Adolf Buyl, dwarse schepen en spion", Liberas Stories, laatst gewijzigd 14/11/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op