Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

De andere stem van Vlaanderen

Op 7 april 1950 lanceert de tweeëntwintigjarige Willy De Clercq zijn politieke carrière met een toespraak op het congres van de Landsraad van de Liberale Partij. In volle Koningskwestie houdt hij er als afgevaardigde van de Gentse afdeling van het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV) – en tot verrassing van velen – een anti-leopoldistische toespraak.

Sébastien Baudart
5 april 2022

De plannen van Paul van Zeeland

Het inderhaast bijeengeroepen congres van de Landsraad, goed voor 764 aanwezigen, moet een oordeel vellen over de voorstellen van CVP/PSC-formateur Paul van Zeeland. Hij probeert een nieuwe regering te vormen om de terugkeer van koning Leopold III te regelen, aangezien een deel van de liberale ministers in de huidige rooms-blauwe regering-Eyskens zich hiertegen verzet. Om Leopold III terug te halen, moet de regering de Verenigde Kamers (bijeenkomst van Kamer én Senaat samen) samenroepen om het einde van de onmogelijkheid tot regeren van de koning vast te stellen. Door de liberale weigering ‘valt’ de regering, waarna ze in lopende zaken gaat. 

Op 12 maart hadden de burgers zich tijdens een volksraadpleging nog mogen uitspreken voor of tegen deze terugkeer. Nationaal gezien was het antwoord met bijna 58 % ja-stemmen positief, maar in het arrondissement Brussel en in de arrondissementen op de as Doornik-Luik was het antwoord overwegend neen. De uitslag zorgt voor hevige politieke en maatschappelijke spanningen, met als hoofdrolspelers een leopoldistische katholieke zuil en een anti-leopoldistische socialistische zuil. Zo lijkt het toch voor het grote publiek, maar achter de schermen zijn in beide kampen, ook bij de leiders, dissidente stemmen aanwezig. Strategie primeert evenwel: de CVP presenteert zich als dé partij die de koning zal terugbrengen. Aan de hand van de hoge ja-scores in de Vlaamse provincies – tot 83 % in Limburg – creëert de partij het beeld van een Vlaanderen dat unaniem achter zijn koning staat.

De inzet van het congres van 7 april

Bij de liberalen ligt de interne verdeeldheid gewoon op straat: ze slagen er niet in voor het publiek een eensgezind beeld van de partij te creëren. De liberale rangen tellen zowel hevige voorstanders als hevige tegenstanders en verdedigers van alle mogelijke standpunten daartussenin. Ook de achtergrond van die standpunten verschilt en gaat van innige overtuiging, over strategische overwegingen en angst voor de kiezer, tot het doel bovenal de Liberale Partij samen te houden. De Brusselse en Waalse partijtop, met vicepremier Albert Devèze op kop, is overwegend anti-Leopold. Pro-leopoldistische partijkopstukken zijn vooral te vinden in Vlaanderen, met onder anderen Hilaire Lahaye, Adolphe Van Glabbeke en Albert Lilar.

Bij gebrek aan een eensgezind standpunt had de Liberale Partij aan de burgers geen stemadvies gegeven voor de volksraadpleging. Over hoe het na die volksraadpleging verder moet, zijn de liberalen nog altijd even verdeeld. Met het congres van 7 april staat zelfs de eenheid van de partij op het spel, aangezien er vanuit de CVP/PSC ook gehengeld wordt naar de deelname van individuele liberalen, los van de partij, om de nieuwe regering rond te krijgen. De CVP/PSC komt immers maar enkele zetels te kort voor een absolute meerderheid.

Willy De Clercq

LVSV Gent

LVSV Gent heeft recht op drie vertegenwoordigers op de Landsraad en stuurt als delegatie uittredend voorzitter Leon De Meyer, secretaris en nieuw verkozen voorzitter Willy De Clercq, en hoofdredacteur van het LVSV-tijdschrift Neohumanisme Adriaan Verhulst. Net zoals de Liberale Partij is het LVSV Gent verdeeld over de Koningskwestie, hoewel de meeste bestuursleden volgens Verhulst tot het anti-leopoldistische kamp behoren. Ook De Clercq is tegen de terugkeer van Leopold III en houdt het niet bij woorden: samen met Verhulst deelt hij kort voor de volksraadpleging van 12 maart 1950 in de straten van Gent anti-leopoldistische pamfletten uit. 

Hoste, Sabbe en Liebaert

Op 7 april komen De Meyer, De Clercq en Verhulst aan bij het Brusselse Hotel Métropole, waar de vergadering plaatsvindt. Ze worden er opgewacht door Victor Sabbe, LVV-voorzitter en volksvertegenwoordiger, en door Julius Hoste jr., senator, directeur van Het Laatste Nieuws én LVSV-erevoorzitter. Hoste staat bekend als een gematigde en pragmatische leopoldist en ook Sabbe is geen tegenstander van de koning. Beiden kennen de anti-leopoldistische ingesteldheid van de drie LVSV’ers. Onder andere verwijzend naar de Vlaamse uitslag van de volksraadpleging, de ‘moeilijke positie waarin de Vlaamse liberale politieke verantwoordelijken zich hierdoor [bevinden]’, ‘het feit dat de Liberale partij gedomineerd [wordt] door Franstaligen die veel sterker antikoningsgezind [zijn] dan de Vlaamse liberalen’ en naar ‘de mogelijke nefaste electorale gevolgen voor de Vlaamse liberalen indien zij hun Franstalige partijgenoten […] zouden volgen’, vragen ze het drietal zich ‘te onthouden van iedere tussenkomst en stilzwijgend de vergadering bij te wonen’, zo getuigt Verhulst later.1

Zowel Hoste en Sabbe als De Meyer en Verhulst weten niet dat het dan eigenlijk al te laat is: De Clercq heeft afspraken gemaakt met de top van de Landsraad en heeft een toespraak op zak. Begin jaren 2000 getuigt Willy De Clercq dat hij vóór het congres telefoon kreeg van de privésecretaresse van Henri Liebaert, liberale minister van Financiën, behorend tot de Gentse bourgeoisie, en een kennis van de familie De Clercq. Liebaert, een overtuigd tegenstander van de koning, laat aan De Clercq vragen tijdens het congres in anti-leopoldistische zin tussen te komen.

Het Laatste Nieuws, 8 april 1950, p. 3.

De stem van de Vlaamse studenten … of van liberaal Vlaanderen?

‘De atmosfeer in de zaal [is] er één van grote opwinding’, aldus Verhulst. ‘De doorgaans Franstaligen die zich tegen steun aan Van Zeeland verzetten, [oogsten] telkens groot applaus.’2 De vergadering is bijna ten einde wanneer congresvoorzitter Auguste Buisseret het woord verleent aan Willy De Clercq als vertegenwoordiger van de Vlaamse studenten. Verhulst en De Meyer reageren verrast en proberen De Clercq tevergeefs nog tegen te houden. Een verbijsterde Hoste komt hen om uitleg vragen, maar ondertussen spreekt De Clercq de zaal reeds toe.

De Clercq dankt de aanwezigen om ook de jongeren een stem te geven en maakt snel duidelijk dat voor ‘de meesten onder ons’ ‘de onvoorwaardelijke terugkeer van Zijne Majesteit Koning Leopold onmogelijk is geworden’. Hij rechtvaardigt deze houding vanuit de vaststelling dat Leopold III ‘er niet in slaagt de meerderheid van de Belgen vreedzaam en ordelijk rond zich te verzamelen’ en het feit dat de koning te zeer verbonden geraakt is met de CVP, de enige partij die voluit voor hem campagne gevoerd heeft. De Clercq beschuldigt de CVP ervan de hele situatie te misbruiken ‘om een klerikale meerderheid aan het land op te leggen’, een plan dat voor de Vlaamse liberale studenten - in een door de CVP gedomineerd Vlaanderen - nog duidelijker is dan voor hun ‘Waalse en Brusselse vrienden’. Hij doet dan ook een oproep ‘tot alle echte Vlaamse liberalen’ om niet in dit CVP-manoeuvre mee te stappen. Verwijzend naar de leopoldistische slogan ‘De stem van Vlaanderen roept de vorst’, zegt De Clercq te ‘durven beweren dat er in Vlaanderen ook een andere stem is en die zegt: “Sire, we geloven niet dat uw terugkeer goed is voor Vlaanderen en voor ons land.” En in deze stem klinkt ook onze stem, de stem van de Vlaamse studenten die morgen de leiders van het land zijn en die doordrongen zijn van de verantwoordelijkheid die ze zullen moeten dragen om hun land goed en eerlijk te dienen.’ De voortzetting van het echte regeringswerk is nodig, en de Liberale Partij kan best een voorbeeldrol opnemen om ‘de samenwerking in eendracht en harmonie van alle Belgen’ opnieuw mogelijk te maken. Daarbij is eenheid binnen de partij nodig, én ‘dat al haar leiders die verantwoordelijkheid dragen, een eensgezinde en weloverwogen houding aannemen’. Besluiten doet hij met ‘de jonge liberale studenten kijken […] vol hoop en vertrouwen naar u; beschaam dit vertrouwen niet!’3

Pion van de partijtop?

De Clercq kan tijdens en na zijn toespraak rekenen op langdurig applaus en een rechtverende zaal. Hij krijgt felicitaties en toejuichingen van de liberale kopstukken Léon Mundeleer, Albert Devèze, Jean Rey, Auguste Buisseret, René Lefèbvre en Robert Gillon. Eigenlijk kan men stellen dat De Clercq zich tijdens het congres door de partijtop laat gebruiken om duidelijk te maken dat er in Vlaanderen niet enkel leopoldisten zijn. In het onafhankelijke liberale tijdschrift Le Flambeau van mei-juni 1950 verschijnt zijn toespraak zelfs onder de titel La voix de la Flandre libérale, te midden van artikels van partijkopstukken als Devèze, Rey en Buisseret in wat eigenlijk een themanummer is tegen Leopold III en de CVP/PSC-dominantie. Maar De Clercq slaagt er ook in om zich met zijn toespraak op het politieke voorplan te plaatsen en op die manier zijn carrière bij de liberalen te lanceren.

‘Vanaf dat ogenblik was hij voor [de partijkopstukken] de “coming man” in Vlaanderen zodat mag worden gezegd dat hiermee de politieke carrière van Willy De Clercq is begonnen’.4

ooggetuige Adriaan Verhulst

Het Laatste Nieuws, 2 augustus 1950. 

Epiloog

Het komt uiteindelijk tot nieuwe verkiezingen op 4 juni 1950, die de CVP/PSC een absolute meerderheid in Kamer en Senaat opleveren. Jean Duvieusart vormt een homogene CVP/PSC-regering, die de Verenigde Kamers het einde van de onmogelijkheid tot regeren laat stemmen. De liberaal Hilaire Lahaye stemt daarbij mee voor de terugkeer van de koning. Leopold III komt op 22 juli terug, maar als reactie ontketent de socialistische beweging op grote schaal opgezette oproer- en stakingsacties, waarbij enkele doden vallen. Uiteindelijk aanvaardt Leopold op 1 augustus, onder druk van de omstandigheden en van de regering, om een stap terug te zetten ten voordele van zijn zoon Boudewijn. Op 11 augustus 1950 legt Boudewijn de eed af als koninklijke prins, op 17 juli 1951 wordt hij de vijfde koning der Belgen.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Adriaan Verhulst, ‘Willy De Clercq en het LVSV’, in: Vijftig jaar liberale praxis. Willy De Clercq vijfenzeventig jaar, eds. Walter Prevenier, Clair Ysebaert en Luc Pareyn (Gent: Liberaal Archief, 2002) 163-164; Adriaan Verhulst, Zoon van een “foute” Vlaming (Kapellen: Pelckmans, 2000) 109; Adriaan Verhulst, ‘Het LVSV en de koningskwestie’, in: Feestpublicatie LVSV-Gent 1930-1995. Oud-Ledenbond LVSV-Gent 1945-1995, eds. Wim Duran, Yoeri Note en Luc Pareyn (Gent: LVSV, 1996) 60.

2. Verhulst, ‘Willy De Clercq en het LVSV’, 164.

3. Thierry Goorden, Willy de Clercq, een biografie. De kunst van het haalbare (Tielt: Lannoo, 2004) 38-41.

4. Verhulst, ‘Willy De Clercq en het LVSV’, 164.

Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), 6.3. Verslag van de algemene vergadering van 7 april 1950.

De Gentenaar, 8 april 1950, 4.

Het Laatste Nieuws, 8 april 1950, 3.

Le Flambeau, 33, nr. 3, mei-juni (1950).

Le Soir, 8 april 1950, 3.

Vooruit, 8 april 1950, 3.

Vincent Dujardin, Gaston Eyskens tussen koning en regent. België 1949-1950, een sleuteljaar (Antwerpen: Kritak, 1996).

Vincent Dujardin  en Mark Van den Wijngaert, ‘Land zonder koning 1939-1950’, in: Nieuwe Geschiedenis van België II: 1905-1950, eds. Michel Dumoulin e.a. (Tielt: Lannoo, 2006) 1268-1273.

Gaston Eyskens en Jozef Smits, Gaston Eyskens: de memoires (Tielt: Lannoo, 1993) 308-312.

Thierry Goorden, Willy de Clercq, een biografie. De kunst van het haalbare (Tielt: Lannoo, 2004) 37-41.

Walter Prevenier, ‘Willy De Clercq: Een Belgisch politicus van Europees formaat’, in: Vijftig jaar liberale praxis. Willy De Clercq vijfenzeventig jaar, eds. Walter Prevenier, Clair Ysebaert en Luc Pareyn (Gent: Liberaal Archief, 2002), online versie.

Jacques Van Offelen, La ronde du pouvoir. Mémoires politiques (Brussel: Didier Hatier, 1987) 76-99.

Jacques Van Offelen, Les libéraux contre Léopold III. Les débats secrets des partisans de l'abdication (Brussel: Didier Hatier, 1988) 35-40, 171.

Harry Van Velthoven, Zwerver in niemandsland. Julius Hoste en zijn Londens oorlogsdagboek (Gent: Academia Press/Liberaal Archief, 2005) 145.

Adriaan Verhulst, ‘Willy De Clercq en het LVSV’, in: Vijftig jaar liberale praxis. Willy De Clercq vijfenzeventig jaar, eds. Walter Prevenier, Clair Ysebaert en Luc Pareyn (Gent: Liberaal Archief, 2002) 162-164.

Adriaan Verhulst, ‘Het LVSV en de koningskwestie’, in: Feestpublicatie LVSV-Gent 1930-1995. Oud-Ledenbond LVSV-Gent 1945-1995, eds. Wim Duran, Yoeri Note en Luc Pareyn (Gent: LVSV, 1996) 57-62.

Adriaan Verhulst, Zoon van een “foute” Vlaming (Kapellen: Pelckmans, 2000) 107-110.

‘Willy De Clercq’, in: 50 jaar LVSV, eds. Dirk Verhofstadt en Fientje Moerman (Gent: LVSV, 1980), 19.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "De andere stem van Vlaanderen", Liberas Stories, laatst gewijzigd 16/04/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op