Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

‘De inzet van den strijd’

De verkiezingen van 20 november 1921 betekenen het einde van de regeringen van nationale unie. Dat lijkt vóór de verkiezingen al vast te staan. Waarover deze verkiezingen volgens de Liberale Partij gaan, is te lezen in de campagnebrochure De inzet van den strijd.

Sébastien Baudart
18 mei 2021

Cover van De inzet van den strijd.

Verkiezingspropaganda

Dat de invoering van het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht in 1919 een impact zou hebben op hun verkiezingsresultaten, hadden de liberalen wel verwacht, aangezien hun doelpubliek hoofdzakelijk bestond uit ‘meervoudige stemmers’. Toch zijn ze teleurgesteld in de uitslag van de parlementsverkiezingen van 1919. Ze vallen terug van 45 Kamerzetels naar 34. Ook de katholieken zakken, van 99 naar 73 zetels. De socialisten groeien stevig van 40 naar 70 zetels. In oktober 1920 schrijft de Brusselse liberale voorman Albert Devèze het resultaat van 1919 onder andere toe aan de zwakke propaganda van de partij. Hij geeft toe dat ze nagelaten heeft om met een duidelijk programma te komen, én aan het publiek duidelijk te maken waarvoor ze op de liberalen konden rekenen. Voor de verkiezingen van 20 november 1921 probeert de partij hier iets aan te doen. Ze publiceert vanaf september een reeks propagandabrochures, grotendeels geschreven door secretaris-generaal Gustave Abel. Een van die brochures heeft als titel De inzet van den strijd, in het Frans L’enjeu de la bataille.1

Doelpubliek

De brochure wordt verdeeld door de arrondissementsfederaties en is verkrijgbaar voor 10 centiemen2, twee derde van de prijs van een krant. De goedkope uitvoering en de inhoud van het programma laten vermoeden dat de brochure er voornamelijk op gericht is om arbeiders, bedienden, ambtenaren en middenstanders te overtuigen om liberaal te stemmen, en niet voor de concurrentie. Op de achterkaft van de Franstalige versie wordt de lezer opgeroepen om de brochure door te geven aan vrienden en er bij te bestellen bij de arrondissementsfederatie.

Cover van L’enjeu de la bataille.

‘De vrijheid zal zegepralen’

‘Weg met de reactie! Weg met de oproermakers! De vrijheid zal zegepralen’3 staat er op de cover onder een tekening van Louis Raemaekers, de liberale huistekenaar4 van de campagne van 1921.

Eigenlijk blijkt de hele opzet van de brochure al uit deze omslagtekening. Links staat een reactionaire figuur uit vervlogen eeuwen symbool voor de conservatieve katholieken; rechts symboliseert een revolutionair met toorts en pistool de klassenstrijd. In het midden stijgt een vrouwenfiguur omhoog, verlicht door een stralende zon. Zij staat voor de vrijheid en dus het liberalisme, dat uiteindelijk zal overwinnen. Ook binnenin de brochure wordt de tekst versterkt en verlucht door vier prenten van Raemaekers.

Het einde van de nationale unie

Sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt België, in het verlengde van de ‘Union Sacrée’ vanaf 1916 en de akkoorden van Loppem in 1918, geregeerd door tripartites van katholieken, socialisten en liberalen. De vrees voor een sociale revolutie zorgt ook na de oorlog voor het behoud van de socialisten in de regering en een reeks sociale toegevingen, waaronder het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht. De regeringen volgen elkaar echter snel op en steunen in het parlement, naargelang de omstandigheden, op wisselende meerderheden. Een situatie die niet kan blijven duren.5

‘De inzet van den strijd’

Dat maken de liberalen in de brochure ook duidelijk: het einde van de gedwongen naoorlogse ‘politieke godsvrede’ is in zicht. Een toekomstige regering zal ‘moeten samengesteld worden op andere grondslagen’. De komende verkiezingen worden bepalend voor de ‘toekomstige orienteering van ’s lands voortbestaan’. De heropbouw van het land heeft uiteraard baat bij een loyale samenwerking van de drie grote partijen, ook nog in de toekomst. Maar de standpunten van de partijen groeien uit elkaar, en er moeten keuzes gemaakt worden. De verkiezingen zullen duidelijk maken welke partij ‘in de Regeering van morgen het leidend element zal zijn. Dat is de inzet van den strijd.’

In de volgende paragrafen wordt de overgang gemaakt van de ‘loyale samenwerking’ tussen de partijen en de recente democratische hervormingen, ‘die trouwens door al de partijen werden gewenscht’, naar het creëren van angst voor de plannen van de socialisten en katholieken: nationalisaties en collectivisme bij de enen, de terugkeer van het fanatieke confessionele om de eenheid binnen de partij te herstellen bij de anderen.

‘Wat het land verwacht’

Het eerste hoofdstuk, ‘Wat het land verwacht’, betoogt dat de komende regering veiligheid, vertrouwen en vrede moet brengen. De kiezers verwachten stabiliteit, oprechtheid en verdraagzaamheid. De komende regering moet met gematigdheid en loyale tolerantie, en zonder enig religieus, sociaal of politiek fanatisme werken aan de heropbouw van het land. De nieuwe regering moet vooral prioriteit geven aan landsverdediging en sociale, ‘democratische’, maatregelen.

Het strakke Marxistische denken maakt de economie kapot.

‘De socialistische demagogie’

Om met meer ‘kennis van zaken’ en ‘bezinning’ te kunnen stemmen dan in 1919, wil het tweede hoofdstuk de lezer meer kennis bijbrengen over ‘het socialisme en zijn gevolgen’. Rusland wordt aangehaald als voorbeeld. De gebeurtenissen zijn daar geen ‘verkrachting van de zuivere marxistische leerstelling’, zoals soms beweerd wordt, maar de exacte uitvoering van het marxisme: ‘Het is maar al te waar dat elke toepassing der marxistische leerstellingen […] leidt naar de dictatuur, het terrorisme, tot de ongehoorde wanordelijkheden en de verschrikkingen zonder naam, die het russisch volk naar den afgrond hebben gevoerd.’

Socialist Emile Vandervelde glijdt, met Karl Marx onder de arm, af naar het communisme. 

Lenin

België is natuurlijk Rusland niet, en de Belgische socialisten zijn geen ‘bolsjewieken’. Maar de Belgische communisten halen hun orders in Moskou en de band tussen socialisme en bolsjewisme is duidelijk. En Belgische socialistische leiders als Emile Vandervelde en Camille Huysmans, met hun ‘voorzichtige diplomatie’, zijn toch Lenin niet? Neen, maar bij uitvoering van het socialistisch programma zullen zij de eerste slachtoffers zijn en ‘zou Lenine [sic] eindelijk tevoorschijn treden’. Het onderschrift bij de begeleidende tekening van Raemaekers is vrij duidelijk: de rol van Lenin wordt in dit stuk vertolkt door de Belgische communistische leider Joseph Jacquemotte, die zich eerder dat jaar van de socialisten afscheidde.

Het gezond verstand

De liberalen rekenen op het gezond verstand en de realiteitszin van de Belgen om socialistische avonturen te vermijden. De socialisten zijn een ‘klassepartij’ (de partij van één klasse), voorstanders van de klassenstrijd en de dictatuur van het proletariaat, van de nationalisatie van de industrie en de ‘totale afschaffing van den handel’ en zijn dus een bedreiging voor de rechten van het individu. Bovendien is hun hoogste ideaal ‘het internationale klassenverbond’, waarbij de uitspraak ‘dat zij zich dichter bij de duitsche werklieden voelen staan, dan bij de belgische burgers’ wordt aangehaald. Landverraders dus. Enkele voorbeelden van wantoestanden door ‘de tirannie der roode syndicaten’, waaronder de druk om aan te sluiten, vervolledigen het plaatje.

Het mystieke huwelijk van ‘Meneer en Madam Huysmans’ of ‘de clerico-socialistische demagogie’.

‘Het demagogisch gevaar van rechts’

Van de katholieke of klerikale partij – beide termen worden door elkaar gebruikt – schetst de brochure het beeld van een partij die ‘bezweken [is] onder het gewicht van haar fouten’ en tevergeefs probeert de overheersende positie terug te vinden die ze ooit had. Nu schiet enkel nog verdeeldheid, ‘verbrokkeling’ en ‘ontbinding’ over, geïllustreerd door de Antwerpse katholieken Frans Van Cauwelaert en Paul Segers die met afzonderlijke ‘vijandige’ lijsten naar de kiezer gaan. De katholieken hebben ‘om er politiek munt uit te slaan’ ‘het taalfanatisme en de demagogie aangewakkerd’ en zitten nu met de gevolgen: een verscheurde partij. Een onbetrouwbare partij van oplichters en verraders bovendien, die vóór de verkiezingen beweren niet te zullen samenwerken met de socialisten. Na de verkiezingen sluiten katholieke ‘demagogen’ echter akkoorden met de socialisten, zoals het Antwerpse ‘democratisch’ verbond of ‘mystieke huwelijk’6 van Van Cauwelaert en de socialist Camille Huysmans in het Antwerpse stadsbestuur. De groep rond Van Cauwelaert wordt ook op één hoop gegooid met de ‘neo-verraders der frontpartij’.

Het sociaal katholicisme als vijand

Op het klerikale gaat dit hoofdstuk niet in, de focus ligt volledig op de verdeeldheid, de ‘sociale demagogie’ en de ‘fanatieke’ ‘taal-demagogie’ van de katholieken. De Liberale Partij ziet in de katholieken geen dam meer tegen demagogie en collectivisme. Het sociaal katholicisme is een vijand van de door de liberalen gekoesterde individuele vrijheid. Om dit te staven worden zelfs heiligen aangehaald die beweerden ‘dat rijkdom diefstal is’. Wantoestanden binnen de Belgische christelijke vakbonden worden uitgebreid beschreven. Kortom, ‘sociaal demokraten en socialisten wedijveren in onverdraagzaamheid. Met welk recht dan zouden de katholieken zich gaan ontwerpen als toonbeelden van deugdzaamheid, verdedigers van de vrijheid, partij van orde?’ Wie vrijheid en sociale orde wenst, kan enkel stemmen voor de Liberale Partij.

‘De partij van de goede burgers’

Het laatste hoofdstuk is de apotheose waarin de Liberale Partij geprezen wordt als de ‘partij van de goede burgers’, de partij die de gehechtheid aan het land en de grondprincipes ‘vrijheid, verdraagzaamheid en democratie’ op de eerste plaats zet. Bij de liberalen geen activisten en andere ‘verdachte elementen’, geen onderhandelingen met ‘demagogen van rechts of links’, maar een politiek die ‘rechtzinnig, loyaal en eerlijk’ is.

‘Vrede en vooruitgang voor de burgers van goeden wil’

De rol van de Liberale Partij is niet uitgespeeld, wat de tegenstanders ook mogen beweren. De liberale kiezers zullen niet overlopen naar het ‘roode leger’ of de reactionaire klerikale partij. Maar waar staat de Liberale Partij dan voor? Een ‘gematigde, nationale en democratische politiek’. Gematigd, dus geen extremisme: geen confessionele strijd maar verdraagzaamheid, geen ‘demagogische of collectivistische avonturen’. De rechten van het individu, zowel de gewetensvrijheid als het eigendomsrecht, staan centraal. De ‘nationale politiek’ moet het land via twee pijlers ‘sterker en gelukkiger’ maken: een openbaar onderwijs dat instaat voor de ‘ontwikkeling’ van de bevolking en een leger dat de veiligheid van het land kan garanderen, Maar ook niet meer dan dat, ‘geen buitensporig militarisme’. De ‘democratische politiek’ moet de vrijheid en het welzijn van iedereen verhogen, op een ‘realistische’, ‘gezonde’ en ‘eerlijke’ manier. In het verleden onder andere met de ‘gelijkheid van het stemrecht’ en de schoolplicht, nu door een hele reeks hangende kwesties zoals het ‘recht om zich (niet) te syndikeeren’, sociale vrede door samenwerking van alle sociale klassen, de deelname van arbeiders aan de bedrijfswinst en een ‘volledig systeem van sociale verzekeringen tegen ziekte, arbeidsonbekwaamheid en ouderdom’. De vrijheid van de handel moet, samen met andere liberale initiatieven, de middenstanders helpen de oorlogsschade te boven te komen. Samengevat: ‘vrede en vooruitgang voor de burgers van goeden wil’ door middel van emancipatie en solidariteit, met een verwijzing naar de ‘onsterfelijke leuze waaruit het liberalisme geboren is: vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’.

Sébastien Baudart, Liberas, 2021.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Albert Devèze, ‘Rapport sur la Tactique du Parti’, in: Congrès Libéral des 16, 17 et 18 octobre 1920. Rapports (Bruxelles: Conseil National du Parti Libéral/Imprimerie scientifique et littéraire, 1920) 13-14; Jean Stengers, ‘De confrontatie van de partij met het algemeen enkelvoudig stemrecht: 1919-1961’, in: Het Liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis, eds. Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin, (Brussel/Gent: Delta/Paul Hymanscentrum/Liberaal Archief, 1989) 119; Gazette de Charleroi, 27 september 1921, 2 en 28 september 1921, 1; Het Laatste Nieuws, 28 september 1921, 2; De inzet van den strijd ([Brussel: Liberale Partij, 1921]); L’enjeu de la Bataille ([Bruxelles: Parti Libéral, 1921]).

2. Gazette de Charleroi, 26 oktober 1921, 2.

3. In het Frans luidt het vollediger: ‘Arrière les puissances du passé! Arrière les fauteurs de révolutions! La liberté triomphera de la réaction et de la démagogie’.

4. Zie Sébastien Baudart, ‘Tekenen voor de partij. Louis Raemaekers’, Liberas Stories; Sébastien Baudart, ‘De getekende campagne van 1921’, Liberas Stories.

5. Gita Deneckere, Bruno De Wever en Tom De Paepe, Een geschiedenis van België (Gent: Academia Press, 2020) 266; Jean Stengers, ‘De confrontatie van de partij’, 119-122.

6. Zie Sébastien Baudart, ‘Het mystieke huwelijk’, Liberas Stories.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "‘De inzet van den strijd’ ", Liberas Stories, laatst gewijzigd 01/10/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op