Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

De start van de moderne stad

Op zaterdagnamiddag 28 september 1957 huldigt minister van Openbare Werken Omer Vanaudenhove een eerste deel van de kleine Brusselse ring in, vergezeld door een hele reeks hoogwaardigheidsbekleders. Het is een eerste stap naar een moderner Brussel in de aanloop naar Expo 58.

Sébastien Baudart
30 maart 2021

De vernieuwing van het Brusselse wegennet

Wanneer Diestenaar Omer Vanaudenhove in januari 1955 zijn Oostendse partijgenoot Adolphe Van Glabbeke opvolgt als minister van Openbare Werken en Wederopbouw, erft hij meteen een gewichtig dossier: de Brusselse wegeninfrastructuur. Het explosief toegenomen autoverkeer van de laatste jaren en het vooruitzicht van Expo 58, de Wereldtentoonstelling van 1958, maken een vernieuwing van het Brusselse wegennet noodzakelijk. Vanaudenhove en zijn kabinetschef Gustave Willems zetten zich aan het werk. In 1956 gaan ze zelfs op studiereis naar New York, en niet veel later wordt Brussel één grote bouwwerf.

Minister van Openbare Werken Omer Vanaudenhove aan zijn bureau, ca. 1955-1961.

De officiële inhuldiging van het eerste vernieuwde traject

Op 28 september 1957 wordt het deel van de kleine ring tussen de Leopold II-laan en de Hallepoort ingehuldigd: er is gewerkt aan onder andere een verbreding van de weg, vier tunnels, een viaduct en trams in eigen bedding. Een bont gezelschap van hoogwaardigheidsbekleders vergezelt minister Vanaudenhove voor de inhuldiging. Onder de hoge heren zien we onder anderen eerste minister Achille Van Acker, de ministers van Verkeerswezen, Edouard Anseele, en Economische Zaken, Jean Rey, de burgemeester van Brussel Lucien Cooremans, enkele kabinetschefs, burgemeesters, schepenen en politiecommissarissen van omliggende gemeenten, parlementsleden en hoge functionarissen. De eer om het tricolore lint door te knippen, is echter voor mevrouw Vanaudenhove.

De inhuldiging door het grote publiek

Aan de kant van de weg staat een massa kijklustige voetgangers. Langs het viaduct zitten ‘de inwoners en hun uitgenodigde familieleden in hun balcons, alsof zij de Ommegang [gaan] zien voorbijkomen’1. In de buurt van het park van Koekelberg staan duizenden auto’s te wachten. Net na de inhuldiging komt een ‘onvoorstelbare stormloop’ van automobilisten op gang die de nieuwe infrastructuur willen bewonderen en uittesten. ‘Men wilde zo vlug mogelijk vaststellen op hoeveel minuten men van het Simonisplein naar de Hallepoort kon rijden langs de weg voor snelverkeer. Men kwam tot de vaststelling dat duizenden waarschijnlijk sedert maanden met hetzelfde denkbeeld in het hoofd rondliepen’ en ‘Er waren zoveel voertuigen dat er op de wegen voor snelverkeer noodgedwongen tamelijk traag moest gereden worden’, schrijft Het Laatste Nieuws de dag nadien.2 Het resultaat is een indrukwekkende file die tot laat op de avond aanhoudt. Rond negentien uur valt op het viaduct ook een auto in panne, wat de hele situatie uiteraard geen goed doet.

Op 4 oktober 1957 wijdt het Brusselse satirische weekblad Pourquoi Pas? (nr. 2027) onder de titel ‘Prenez garde à la Ceinture!’ zijn cover en hoofdartikel aan Vanaudenhove en zijn aanpak van ‘la petite ceinture’, de kleine Brusselse ring. Op de cover zien we  Vanaudenhove in een limousine het viaduct oversteken, schaar in de hand om lintjes door te knippen. Achter hem, op de achtergrond, een dichte meute ongeduldige automobilisten, die samen met hun voertuigen in de file staan. In het bijhorende artikel schiet de redactie met scherp op de aanpak van het ministerie van Openbare Werken. Ze trekt de oprechtheid van Vanaudenhove niet in twijfel, maar heeft ernstige bedenkingen bij de plannen en de uitvoering van de werken: te weinig doordacht, te lage capaciteit om spitsverkeer op te vangen, slechte aansluitingen tussen de verschillende onderdelen van het traject, vreemde beslissingen als gevolg van gelobby van gemeentebesturen enzovoort.

‘Een grote moderne stad’

Bij de inhuldiging nemen verschillende betrokkenen het woord. Jean Paul Hirsch is de vertegenwoordiger van de contactcommissie tussen de plaatselijke handelaars en het ministerie. Hij dankt Vanaudenhove om rekening te houden met de belangen van de handelaars. Om het lamleggen van de winkels te vermijden, is ter hoogte van de Louizalaan voor de ondertunneling bijvoorbeeld volledig ondergronds geboord. Lucien Cooremans, liberale burgemeester van Brussel, spreekt zijn bewondering uit voor de methodes en de snelheid waarmee de werken zijn uitgevoerd en huldigt het ‘klaar inzicht, evenwicht en gezond verstand’ van minister Vanaudenhove. ‘Brussel wordt plotseling een grote moderne stad’, stelt hij vast. Hij moet wel toegeven dat zowel bij lokale politici als bij de brede bevolking zeer verschillende meningen bestaan over de werken. Ze hebben namelijk voor heel wat hinder gezorgd.

De strakke timing en de ‘kunstwerken’

Wanneer Vanaudenhove het woord neemt, dankt hij vooral alle betrokkenen - van de eerste minister tot de ingenieurs, van zijn kabinetschef tot de arbeiders - voor het realiseren van de werken binnen een zeer strakke timing. Op bepaalde deelwerven is zelfs veel sneller gewerkt dan voorzien. Daardoor kan de inhuldiging van dit eerste traject vervroegd doorgaan, amper vijftien maanden na de start van de werken. Wat Vanaudenhove er op dat moment niet bij vertelt, is dat de aannemers bij vertragingen torenhoge boetes boven het hoofd hingen. Vanaudenhove geeft nog mee dat het departement Openbare Werken gemiddeld vijftigduizend voertuigen per dag op het viaduct en in de tunnels verwacht. Door ‘tijdsbesparing, geringer brandstofverbruik en minder sleet aan de voertuigen, alsook door vermindering van de ongevallen’ verwacht hij miljoenen besparingen. En daar blijft het niet bij: ‘Ook de Brusselse handel zal voordeel halen uit de verbetering van de toegangswegen tot de verschillende centra. Ten slotte zal men ook vaststellen dat voor de voetgangers het verkeer heel wat veiliger zal geworden zijn. Velen zullen zich zelfs afvragen hoe het verkeer in de hoofdstad mogelijk was vóór deze kunstwerken bestonden.’3 Zowel de sprekers op de inhuldiging als de pers gebruiken veelvuldig ‘kunstwerken’ en ‘ouvrages d’art’, termen uit de burgerlijke bouwkunde, om bouwwerken als tunnels en bruggen aan te duiden. 

Vooruitgangsgeloof

Terwijl de redactie van Pourquoi Pas? sceptisch reageert op het resultaat van de werken, is Het Laatste Nieuws zeer enthousiast: uit het verslag van de inhuldiging, vol lof over het resultaat van de werken, blijkt een groot vooruitgangsgeloof. De krant brengt onder de titels ‘Brussel, Wereldstad met Snelverkeer’ en ‘Wat onze bouwmeesters, aannemers en werklieden vermogen’ ook een bewonderende blik achter de schermen van de werken. Ook de andere kranten brengen, begeleid door foto’s, uitgebreid verslag in overwegend positieve bewoordingen.

In hetzelfde nummer 2027 van Pourquoi Pas? staat ook deze cartoon van Kari. Omer Vanaudenhove plant de eerste boom aan de Brusselse grote lanen en graaft daarbij een beetje te diep: ‘l’habitude des tunnels’, is zijn verantwoording.  Bij de werken aan de kleine ring moesten heel wat bestaande bomen verdwijnen, met protest als gevolg. Ter compensatie laat het departement Openbare Werken een ambitieus plan uitwerken om vóór april 1958 langs de vernieuwde lanen meer dan tweeduizend bomen aan te planten. Een deel daarvan zijn vijfentwintigjarige bomen, die moesten wijken voor de verbreding van de autosnelweg Brussel-Boom-Antwerpen. Op de dag van de inhuldiging laat een kraan ter hoogte van de Hallepoort een zesentwintigjarige lindeboom neer in een grote kuil. Van Acker en het echtpaar Vanaudenhove werpen enkele schoppen aarde in de kuil en planten zo symbolisch de eerste nieuwe boom van de kleine ring.

Imago als bouwer

Vanaudenhove neemt tijdens zijn zesjarig ministerschap op Openbare Werken en Wederopbouw, van 1955 tot 1961, talrijke initiatieven voor de meest uiteenlopende infrastructuurwerken: wegen, bruggen, havens, schoolgebouwen enzovoort. Hij richt ook het Wegenfonds op voor de financiering van wegenwerken en lanceert zijn ‘Groenplan’ om al het extra beton te compenseren met groenzones. Hij bezoekt ontelbare werven en woont heel wat inhuldigingen van nieuwe infrastructuur bij. Hijzelf en de Liberale Partij cultiveren zijn imago als bouwmeester en spelen het uit in campagneperiodes. ‘Opdat de grote werken van Vanaudenhove zouden voortgezet worden’, luidt dan ook de slogan op zijn zeer modern ogende affiches voor de parlementsverkiezingen van 1958.

 

Bronnen, noten en/of referenties

1. Het Laatste Nieuws, 29 september 1957.

2. Het Laatste Nieuws, 29 september 1957.

3. Het Laatste Nieuws, 29 september 1957.

 

Pourquoi Pas?, nr. 2027 van 4 oktober 1957, 1-7.

Le Soir, 29 september 1957, 1, 3, 5.

Het Laatste Nieuws, 29 september 1957, 1, 3, 7; 1 oktober 1957, 1.

Archief Omer Vanaudenhove

IV / 1.1.5. Typoscript van een biografie, ca. 1988.

IV / 1.2.3. Script van het BRT-programma ‘Ten huize van Omer Vanaudenhove’, 1977.

IV / 2.5.3.1.3. Knipselalbums als minister van Openbare Werken en Wederopbouw, 1957.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "De start van de moderne stad", Liberas Stories, laatst gewijzigd 10/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op