Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

‘Ten Strijd! Voor ’t land! Hoezee!’

In 1910 openen de liberalen in Antwerpen het jaar met een feestzitting. De invoering van de beperkte persoonlijke dienstplicht is reden tot vieren. Deze was immers lange tijd onderwerp van debat tussen katholieken en liberalen. Bovendien zet het de deur open voor andere liberale eisen.

Kim Descheemaeker
1 oktober 2021

De persoonlijke dienstplicht

In de decennia voor de Eerste Wereldoorlog komt de nationale defensie steeds meer op het voorplan in de Belgische politiek. Liberalen ijveren voor een sterk leger ter verdediging van de natie en voor de invoering van de persoonlijke dienstplicht ter vervanging van de militieloting en plaatsvervanging. Vooral uit katholieke hoek is er echter sterke weerstand tegen de kazerne en het leger, en in 1902 voeren zij een vrijwilligerssysteem in. Daardoor wordt het noodzakelijk om een carrière in het leger aantrekkelijker te maken. Geleidelijk aan kent een deel van de katholieke opinie een koerswijziging.

De wet op de beperkte persoonlijke dienstplicht wordt door het parlement uiteindelijk in december 1909, na ruim een jaar discussies, als een compromis goedgekeurd. Voortaan wordt één zoon per gezin opgeroepen voor een ingekorte legerdienst van 15 maanden (bij de infanterie). Het is een bijzonder lastige bevalling en de homogeen katholieke regering-Schollaert dankt de goedkeuring van de wet uiteindelijk aan de stemmen van de liberale en socialistische oppositie, terwijl de katholieke conservatieve rechterzijde tegenstemt.2

Hoewel een katholieke regering de persoonlijke dienstplicht inschrijft in de wet, is het dus niet verwonderlijk dat de liberalen deze realisatie als een eigen overwinning beschouwen. Ze vieren deze overwinning in januari 1910 in Antwerpen met een groot feest. Ook Het Laatste Nieuws maakt naar aanleiding van deze goedkeuring gewag van een belangrijke overwinning en is ervan overtuigd dat ook het verplicht onderwijs en het algemeen stemrecht weldra binnen handbereik zullen zijn. De krant beschouwt de invoering van de persoonlijke dienstplicht als een verwezenlijking van de Liberale Partij, die door de hele partij gedragen wordt. Toch is er nog ruimte tot verbetering: de liberalen moesten een compromis sluiten en konden hun eis om de diensttijd te verkorten tot één jaar niet doordrukken. Ook de algemene dienstplicht willen de liberalen nog verwezenlijkt zien.2

‘Eindelijk is het doodvonnis uitgesproken over de hatelijke loting die een vlek wierp op onzen naam als verlichte natie. We voelen onszelf meer mensch en we zijn fierder op ons land, nu het niet meer alleen de arme en onterfde menschen zullen zijn die werden opgeroepen, maar nu iedereen, arm of rijk, in ’t uur van ’t gevaar, zal te wapen moeten tot het verdedigen van het Vaderland, ons gemeenschappelijk erfgoed.’ (toespraak van Jan De Vos, burgemeester van Antwerpen, op de feestzitting, geciteerd in De Nieuwe Gazet, 17 en 18 januari 1910)

Een feestelijk programma

Dat de feestelijkheden naar aanleiding van de wet in Antwerpen doorgaan, is niet toevallig. De katholieke Antwerpse Meetingpartij had zich sterk uitgesproken tegen de persoonlijke dienstplicht. Bovendien laaien de gemoederen in Antwerpen ook hoog op rond de versterking van de omwallingen rond de stad. Opnieuw is hiertegen voornamelijk uit katholieke hoek weerstand, terwijl de liberalen een versterking voorstaan.3 Dat de invoering van de wet in 1910 tot een grootschalige manifestatie leidt en breed wordt uitgesmeerd in de liberale pers, valt mee te verklaren door de parlementsverkiezingen die in mei zullen plaatsvinden. De liberalen hopen de katholieke meerderheid die sinds 1884 het land regeert eindelijk te doorbreken.4

Op zondag 16 januari komt daarom in Antwerpen een grote schare liberale organisaties samen. Ze trekken in stoet, met talrijke wapperende vlaggen en vaandels, van het station naar de Koninklijke Schouwburg. Op kop lopen de fanfares De Broederband en De Ware Vrienden, het inrichtend comité en de aanwezige liberale parlementsleden. De voltallige liberale familie van Antwerpen tekent present, net als talrijke afgevaardigden van buiten de stad. Deelnemende verenigingen komen uit Berchem, Borgerhout, Boom, Hoboken, Hemiksem, Lier, Merksem, Wilrijk, Brussel, Gent, Mons, Schaarbeek, Sint-Niklaas, Aarschot, Seraing, Angleur, Lokeren, La Louvière en Mechelen. Volgens de liberale pers zijn er zo’n 10.000 deelnemers. Ze dragen leuzen mee zoals ‘Triomf van den persoonlijken dienstplicht’, ‘Hulde aan de Liberale Linkerzijde’, ‘De loting is afgeschaft, dank aan de liberalen’, ‘De plaatsvervanging is verworven, dank aan de liberalen’, ‘de diensttijd is verkort, dank aan de liberalen’ en ‘ze willen wat was recht en wonnen wat zij wilden’.5

In de schouwburg opent het orkest de feestelijke bijeenkomst met het Belgische volkslied, gevolgd door een lyrisch stuk uit het drama De pacificatie van Gent van Peter Benoit. Vervolgens worden toespraken en redevoeringen afgewisseld met muzikale intermezzo’s. De zangstukken Het Nationaal Leger en Het Geuzenlied krijgen een bijzondere plaats in het programma en de teksten worden uitgedeeld onder de aanwezigen. Het Nationaal Leger is speciaal voor deze gelegenheid in het Nederlands gedicht door Constant De Kinder op muziek van Armand Timmermans. Het koor De Jonge Vlamingen krijgt de eer om het lied te brengen.

’t Leger zij een school van eer,
Moed en mannenwaarde!
In ’t gevaar dreune als weleer:
Ten strijd! Voor ’t land! Hoezee!’
(fragment uit het lied Het Nationaal leger)


De sprekers maken duidelijk dat de liberalen de invoering van de persoonlijke dienstplicht als een overwinning met verstrekkende gevolgen beschouwen. Jan De Vos, burgemeester van Antwerpen, bijt de spits af. Hij verwacht dat het ‘nieuwe leger’ zal leiden tot een toenadering tussen de klassen. Ook volksvertegenwoordiger Fulgence Masson sluit zich hierbij aan. Hij stelt dat de zonen uit de bourgeoisie de hand zullen moeten reiken aan de zonen van de arbeidersbevolking. Ze zullen hen als broeders moeten behandelen en hun morele en intellectuele niveau optillen tot dat van hen.6 Het leger wordt op die manier een middel tot sociale integratie en volksverheffing waar het voorheen vooral een reputatie had als oord van verderf.

Naar een liberaal-democratische overheid

Andere liberale politici kijken vooruit en zien in de overwinning mogelijkheden voor de toekomst. Volksvertegenwoordiger Paul Janson stelt dat het van bijzondere kracht getuigt dat een oppositiepartij zijn programma kan opleggen aan de regering. Het Belgische liberalisme heeft zich volgens hem krachtdadig getoond en een grote stap genomen. Maar het is slechts een eerste stap, die op militair vlak moet leiden tot de algemene legerdienst met een bijzondere opleiding. Enkel zo kan er een echt nationaal leger opstaan, dat elke buitenlandse zin tot invasie in de kiem smoort. Hij benadrukt dat de persoonlijke dienstplicht enkel werkelijkheid kon worden door de eensgezindheid binnen de Liberale Partij. Bovendien was deze realisatie niet mogelijk geweest zonder samenwerking met de socialisten. Volgens Janson kan een verdere samenwerking met hen erin slagen om ook de leerplicht en het algemeen stemrecht te bekomen en om de werknemerspensioenen te verhogen. Een liberaal-democratische overheid is dus mogelijk, wanneer de krachten gebundeld worden. Ook binnen de schoolstrijd ziet Janson heil in een nauwere samenwerking met de socialisten. Zijn toespraak wordt volgens het Antwerpse liberale dagblad Le Matin op een ovatie onthaald.7

‘We willen zoo min de blauwe vlag achter de roode, als de roode achter de blauwe plaatsen, maar de tijd nadert dat voor eene enkele partij de mogelijkheid meer en meer uitgesloten is nog alleen de meerderheid in handen te hebben. Daarmee rijst dan de vraag of het de partijen van links zullen zijn die te samen zullen regeeren ofwel dat zij beurtelings door onderlinge onenigheid en onredelijkheid de klerikalen alleen het bewind in de handen zullen spelen.’ (toespraak van volksvertegenwoordiger Louis Franck op de feestzitting, geciteerd in Het Laatste Nieuws, 17 januari 1910)

Volksvertegenwoordigers Louis Franck en Paul Hymans zetten met hun discours de puntjes op de i. Ook zij halen aan dat deze overwinning mee toegeschreven moet worden aan de socialisten, én aan enkele uitzonderlijke leden van de katholieke partij. Toch mogen de liberalen in het bijzonder trots zijn. Met de invoering van de persoonlijke dienstplicht is één van de drie grote liberale programmapunten gerealiseerd. Net als Janson geven ze aan dat er met het realiseren van dit programmapunt ruimte is om enkele sociale eisen aan het programma toe te voegen.8 Vooral Franck neemt de gelegenheid te baat om het programma van de liberalen uitgebreid uit te doeken te doen. Hij pleit onder meer voor een verbetering van het juridische statuut van klerken en beambten, het landbouwkrediet, de relatie tussen pachter en eigenaar en de ouderdomspensioenen. Hij sluit af met enkele Vlaamse eisen.9

Epiloog

Bij de parlementsverkiezingen in mei kan de katholieke partij haar meerderheid behouden. Bij deze van juni 1912 trekken de liberalen en socialisten voor het eerst in kartel naar de kiezer. Ook nu lost dit de verwachtingen niet in en blijven de katholieken aan de macht. Toch worden in het daaropvolgende decennium achtereenvolgens de algemene dienstplicht, de leerplicht en het algemeen stemrecht gerealiseerd. Ondanks haar plaats in de oppositie kan de Liberale Partij toch haar belangrijkste programmapunten van dat moment verwezenlijken.

Bronnen, noten en/of referenties

1. ‘Voor den persoonlijken dienstplicht’, in: Het Volksbelang, 3 februari 1900, 2; Nel de Mûelenaere, Belgen, zijt gij ten strijde gereed? Militarisering in een neutrale natie, 1890-1914 (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2019) 118-119, 166, 169; Marc Haegeman, ‘Le Panthéon belge de poche’, in: liberas.eu, 30.1.2020.

2. ‘Om den persoonlijken dienstplicht te vieren’, in: Het Laatste Nieuws, 8 januari 1910, 3 en 9 januari 1910, 4; ‘De persoonlijke dienstplicht gevierd te Antwerpen’, in: De Nieuwe Gazet, 17 en 18 januari 1910, 1.

3. De Mûelenaere, Belgen, zijt gij ten strijde gereed? 162, 168.

4. ‘Le discours d’Anvers’, in: L’Indépendance Belge, 18 januari 1910, 1; ‘De persoonlijke dienstplicht gevierd te Antwerpen’, in: De Nieuwe Gazet, 17 en 18 januari 1910, 1.

5. ‘Een Groote Liberale Dag’, in: Het Laatste Nieuws, 17 januari 1910, 1.

6. ‘Pour fêter le triomphe du service personnel’, in: Le Matin, 17 januari 1910, 1.

7.  ‘Pour fêter le triomphe du service personnel’, in: Le Matin, 17 januari 1910, 1.

8. ‘Pour fêter le triomphe du service personnel’, in: Le Matin, 17 januari 1910, 1; ‘Le discours d’Anvers’, in: L’Indépendance Belge, 18 januari 1910, 1-2.

9. ‘Een Groote Liberale Dag’, in: Het Laatste Nieuws, 17 januari 1910, 4.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Kim Descheemaeker, "‘Ten Strijd! Voor ’t land! Hoezee!’", Liberas Stories, laatst gewijzigd 01/10/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op