Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Collectie

Tussen muziek en politiek. De Jonge Denderlingen

De geschiedenis van de Fanfare De Jonge Denderlingen toont een grote verwevenheid tussen het (culturele) verenigingsleven en het politieke leven.

Veerle Vandeputte
9 februari 2022

Fanfare De Jonge Denderlingen ziet het levenslicht

14 september 1868 is een historische dag in Denderbelle, een dorp ten zuiden van Dendermonde: de - hoofdzakelijk katholieke - gemeenteraad keurt de oprichting van een gemeentelijke fanfare goed. “… iedereen weet welk een grooten invloed het muziek op de zeden en het karakter der menschen moet teweeg brengen; iedereen weet dat daar waar muzieksociëteiten bestaan de menschen in het algemeen vriendelijk en aangenaam in aller omgang zijn”1, zo luidt de argumentatie.

Afschrift van het verslag van de vergadering van 11.11.1868, waarin onder meer de naam De Jonge Denderlingen werd vastgelegd.

Tijdens de eerste vergaderingen van het nieuwe muziekgezelschap, in november 1868, krijgt de fanfare haar naam, wordt het bestuur samengesteld en het reglement goedgekeurd.

In de loop van 1869 ontvangt de fanfare “een prachtig vaandel, geschonken door den edelen heer August De Clercq-Wissoq, burggraaf van Wieze”2. Het is een echte gemeentefanfare met een afgevaardigde van het gemeentebestuur op elke bestuursvergadering en een jaarlijkse subsidie3. Aangezien De Jonge Denderlingen geen eigen locatie hebben, wordt ‘de repetitie’ vanaf 1872 driejaarlijks verpacht: er wordt gerepeteerd in het lokaal van de meestbiedende herbergier4.

Ideologische strijd

Na het eerste, vrij rimpelloze decennium, barst de Schoolstrijd (1879-1884) los. De gevolgen daarvan treffen ook het Belse muziekleven. De werking van De Jonge Denderlingen wordt de volgende decennia overheerst door tal van wrijvingen, zowel binnen als buiten de fanfare. Zo heeft de pastoor van Denderbelle inmiddels de zangmaatschappij Sint-Jozef opgericht, die in 1907 uitgroeit tot de fanfare Sint-Jozef. De tegenstelling liberaal - katholiek  wordt steeds groter, maar ook persoonlijke vetes spelen een belangrijke rol en verschillende bestuursleden en muzikanten stappen op. Rond de eeuwwisseling wordt de fanfare zelfs tegengewerkt door de eigen voorzitter.
De fanfare evolueert meer en meer in liberale richting, en bij de bestuursverkiezing in de zomer van 1900 komt ze definitief in liberale handen. Bij gemeenteraadsverkiezingen staan doorgaans bestuursleden van de beide fanfares op de kieslijsten, wat telkens garant staat voor een bitse politieke strijd.

Weigering van het gemeentebestuur om een subsidie toe te kennen aan De Jonge Denderlingen (24.7.1919).

Dit heeft ook z’n weerslag op De Jonge Denderlingen. Afhankelijk van de verkiezingsresultaten is het ene gemeentebestuur de fanfare gunstig gezind, het volgende dan weer niet, wat zich onder meer vertaalt in schommelingen of schrapping van de jaarlijkse subsidies.

Bij het begin van de twintigste eeuw kennen De Jonge Denderlingen, ondanks de voortdurende strubbelingen, een toename van de activiteiten: huldigingen, verbroederingsfeesten, serenades, festivals/muziekfeesten, concerten, en jaarlijkse feesten zoals Sint-Cecilia. Hun repertoire breidt uit, alsook de kwaliteit van de opvoeringen. Omdat het verpachten van ‘de repetities’ te omslachtig blijkt, wordt beslist om een eigen, nieuw lokaal te bouwen. Onder impuls van erevoorzitter Robert Ramlot wordt in 1911 een groots festival ingericht, waarvoor zich achttien muziekkorpsen inschrijven. Hij schenkt de fanfare een nieuwe vlag, die tijdens dit festival in hun nieuwe lokaal, De Ster, wordt ingehuldigd.

Vraag van de Socialistische Propagandaclub Denderbelle aan De Jonge Denderlingen of hun leden die ook muzikant zijn bij de fanfare, hun instrument mogen gebruiken tijdens hun eigen Ceciliafeest, 12.12.1922.

Ook na de Eerste Wereldoorlog blijft de ideologische strijd voortduren. Na een spontaan gezamenlijk optreden van muzikanten van De Jonge Denderlingen en Sint-Jozef in augustus 1920, worden voorzichtige stappen tot toenadering gezet. Die leiden zelfs even tot concrete voorstellen over een mogelijke fusie, maar in het najaar 1920 springen de onderhandelingen definitief af. In 1922-23 ontstaat er bij De Jonge Denderlingen ook een tweespalt met de socialistische muzikanten, die zich in november 1923 afsplitsen en een eigen fanfare oprichten5. Op dat moment zijn er in Denderbelle dus drie fanfares actief.

De Blauwen

Binnen de kringen van enkele fanfareleden worden in de loop van 1933 andere liberale verenigingen opgericht, zoals een afdeling van de Liberale Mutualiteit (voordien waren de Belse liberalen aangesloten bij de mutualiteit van de Koninklijke Fanfare Orpheus van Lebbeke), een afdeling van het Liberaal Syndicaat en, vooral onder impuls van de latere dirigent Herman Uyttersprot, een openbare bibliotheek i.s.m. het Willemsfonds.6

Programmaboekje van de vaandelinhuldiging op 20 april 1958.

De Jonge Denderlingen beperkt zich niet louter tot muziek maken, ze is ook de kern van het Belse liberale politieke en culturele leven: daar worden de lijnen uitgezet. Zo stelt het bestuur de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen samen. Wanneer in de jaren 1960, na de oprichting van de PVV door Omer Vanaudenhove in 1961, een lokale PVV-afdeling in Denderbelle wordt opgericht, neemt deze afdeling geleidelijk het politieke beleid in handen.7

Tijdens een groots opgezet feest in april 1958 wordt een nieuwe vlag voor De Jonge Denderlingen ingehuldigd. Ook dit is een uiting van de sterke verbondenheid van de fanfare met de liberale gemeenschap in Denderbelle, want tijdens datzelfde feest krijgen ook de Liberale Jonge Wacht en de Blauwe Vrouwenbond een nieuwe vlag overhandigd.

De jaren 30 staan geboekstaafd als een bloeiperiode voor De Jonge Denderlingen, die tal van geapprecieerde concerten speelden. Dit heeft alles te maken met de aanstelling van Gaston Uyttersprot als nieuwe dirigent in 1929.

De familie Uyttersprot

Het is onbegonnen werk om alle figuren die hun stempel op De Jonge Denderlingen gedrukt hebben hier te belichten, maar de onderwijzersfamilie Uyttersprot kan toch niet onvermeld blijven.

Sinds Joannes Frans Uyttersprot in de Franse Tijd de kinderen uit de landbouwgemeenschap van Denderbelle leerde lezen en schrijven, gaat de functie van (gemeente)onderwijzer over van vader op zoon. Enkele telgen zijn ook politiek actief.

Ten tijde van de Schoolstrijd (1879-1884), die ook Denderbelle sterk beroert, is Cesar Uyttersprot de gemeenteonderwijzer. Het schoolmeestersgezin krijgt het  zwaar te verduren, inclusief lastercampagnes vanop de preekstoel. Maar ondanks verwoede pogingen, slaagt de katholieke zijde er niet in om de gemeenteschool te sluiten of om de gemeenteonderwijzer ontslag te laten nemen.

In diezelfde periode vormen de Uyttersprots en hun vrienden de strijdbare kern van de nieuwe  “blauwe partij” in Denderbelle, ook al staat een deel van de familie in het katholieke kamp. Zo is een neef, Victor Uyttersprot, een van de oprichters van De Jonge Denderlingen.

In 1902 wordt Cesar Uyttersprot secretaris van de fanfare, die inmiddels volledig liberaal geworden is. Na zijn overlijden in 1907, volgt zijn jongere broer, Constant Uyttersprot hem op, niet alleen als gemeenteonderwijzer, maar ook als secretaris van De Jonge Denderlingen.

Gaston en Herman, de zonen van Constant, spelen van kleins af aan mee in de fanfare. Gaston is muzikaal begaafd. Hij speelt in bands tijdens zijn legerdienst aan het front en tijdens zijn studententijd, en componeert muziekstukken die ook op het repertoire van De Jonge Denderlingen komen. Als de fanfare eind 1929 op zoek moet naar een nieuwe dirigent, wordt Gaston met unanimiteit door het bestuur aangenomen. Op korte tijd tilt hij de muzikanten naar een hoger niveau, en leert hen een nieuw repertoire aan, waardoor de fanfare een ongekende bloei beleeft. Gaston Uyttersprot heeft echter een zwakke gezondheid en hij overlijdt op 11 augustus 1936.

Zijn jongere broer, Herman, volgt hem op als dirigent en zet het muzikale leven met hetzelfde elan voort. Herman woont op dat ogenblik in Aalst, waar hij leraar Nederlands is aan het atheneum, maar komt elke week naar Denderbelle voor de repetities. In 1937 wordt hij voorzitter van het Willemsfonds Aalst, maar hij zet ook zijn schouders onder de werking van het Willemsfonds in Denderbelle. Zo houdt hij er op zondag de Willemsfondsbibliotheek open, die gevestigd is in een ruimte van zaal De Ster, het lokaal van De Jonge Denderlingen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 voert Constant Uyttersprot, die nog steeds secretaris is van De Jonge Denderlingen, de lijst van liberalen, socialistische en onafhankelijke kandidaten aan. Het is andermaal een heftige politieke strijd, die gewonnen wordt door deze gezamenlijke lijst, en Constant wordt benoemd tot burgemeester. In juli 1939 wordt hij ingehuldigd met een grootse viering, onder meer door De Jonge Denderlingen.

Na de Tweede Wereldoorlog hernemen de Belse liberale verenigingen - toneelmaatschappij Willen is Kunnen, de Blauwe Vrouwenbond, het Willemsfonds en De Jonge Denderlingen - hun werking, dit vooral door de inspanningen van de familie Uyttersprot. Voor dirigent Herman Uyttersprot, die inmiddels hoogleraar Duits is geworden aan de Gentse universiteit, blijkt het te moeilijk om beide te combineren en hij laat de muzikale leiding van De Jonge Denderlingen over aan Maurits Van den Abbeel.

Hoe verliep het verder?

De Jonge Denderlingen nemen na de oorlog met succes de draad weer op. De daaropvolgende decennia kennen ze afwisselend succesvolle en minder succesvolle jaren, maar door alle maatschappelijke veranderingen en het verminderde aantal actieve muzikanten, valt in 2019 het doek over de Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Willy Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, Denderbelle. 1868-2018. Een stukje muzikale - culturele - politieke geschiedenis van Denderbelle (Denderbelle: eigen beheer, 2018) 3.

2. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 6.

3. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 7.

4. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 8.

5. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 62.

6. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 85.

7. Van den Broeck, 150 jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, 105. 

Liberas, Archief Fanfare De Jonge Denderlingen (Denderbelle) (archief nr. 1865).

Joris Dedeurwaerder, Herman Uyttersprot. Een biografie (Gent: Liberaal Archief/Liberas, 2018).

Willy Van den Broeck, 150 Jaar Koninklijke Fanfare De Jonge Denderlingen, Denderbelle. 1868-2018. Een stukje muzikale - culturele - politieke geschiedenis van Denderbelle (Denderbelle: eigen beheer, 2018).

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Veerle Vandeputte, "Tussen muziek en politiek. De Jonge Denderlingen", Liberas Stories, laatst gewijzigd 30/09/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op