Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Een Antwerpse reder aan het roer van de Liberale Partij

“Wij zijn zeker dat nu in den ministerraad een man van de daad zit, die de Antwerpsche en de Belgische belangen verdedigen zal. Spreker hoopte dat het nageslacht Léon Dens zal noemen neven Jan Van Ryswijck, Louis Franck, Ed Pecher nevens al de groote Antwerpsche Staatlieden”.1

Nathan Lauwers
12 april 2022

In dit rijtje van Antwerpse liberalen is de figuur van Léon Dens (1869-1940) ietwat in de vergetelheid geraakt. Onterecht, want Dens kent een boeiende levensloop. Na een opleiding handelswetenschappen sticht hij de rederij Dens-Océan, die voor de Eerste Wereldoorlog een hoge vlucht kent. Naast zijn activiteiten als maritiem ondernemer is hij politiek actief binnen de Liberale Partij: gemeenteraadslid van Antwerpen (1908-1922) en senator voor het arrondissement (1925-1940), minister van Landsverdediging (1931-1932) in de regering-Renkin I en partijvoorzitter van de Liberale Partij (1934-1936) in opvolging van Octave Dierckx. Hij is ook voorzitter van de raad van bestuur van de kranten L’Indépendance Belge en Neptune.2

In 1917 raakt Dens gewond bij een luchtbombardement op Londen, de luchtaanval op 16 november 1940 op het Savoyhotel in diezelfde stad wordt hem echter fataal.3

Het Antwerpse Stadsbeeld

Het leven en politieke pad van Léon Dens zijn innig vervlochten met de stad Antwerpen. Markant is dat de familie Dens ook in een belangrijke mate een architecturale stempel op deze stad heeft achtergelaten, die we nog steeds kunnen bewonderen. Zo is Pieter Dens - opgeleid door de illustere Pierre Bourla - stadsarchitect en bouwmeester van Antwerpen van 1863 tot 1880. Wandelen we vandaag door de stad, dan herkennen we enkele van zijn belangrijke projecten zoals de renovatie van het Antwerpse stadhuis (vooral het interieur), de transformatie van het Plantin-Moretushuis naar museum, het Koninklijk Atheneum en de Oranjerie in het Harmoniepark.4 De liberale burgemeester Léopold De Wael (1823-1892) bewondert zijn werk en onder diens mecenaat kan deze Vlaamse neorenaissancemeester zich ontplooien. Charles Dens - de neef van Pieter en vader van onze protagonist Léon - treedt in zijn voetsporen als architect en professor aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Hij ontwerpt verschillende herenhuizen alsook de Noorse Zeemanskerk aan de Italiëlei.

De reder Léon Dens: Dens-Océan

In 1903 sticht Léon Dens de rederij S.A Belge d’Armement et Navigation Océan - later hernoemd tot Cie Dens-Océan. De rederij is gevestigd in Antwerpen en vaart onder een blauwe vlag waarop een gele leeuw staat afgebeeld. De schepen, waarvan er vele zijn gebouwd door de firma Cockerill te Hoboken, dragen namen van leden van de Belgische koninklijke familie (zoals de Prince de Liège en de Princesse Maria-Pia). Deze link zien we ook terugkomen in de bestuursraad en de financiering van de maatschappij. In de bestuursraad zetelt bijvoorbeeld baron Auguste Goffinet, de secretaris van Leopold II. Daarnaast is er ook directe financiering door Leopold II en leden van de koninklijke familie.5 De rederij bedient regelmatige lijnen tussen Italië, Sicilië en Griekenland. Het gaat hier niet alleen over transport van materialen uit Griekse en Italiaanse steengroeves, maar ook over passagiersvervoer in luxeaccommodaties. Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt de rederij in zwaar weer terecht. Dens-Océan verliest acht van haar elf schepen, een verlies dat ze nooit volledig te boven zal komen. Dit is emblematisch voor de staat van de Belgische koopvaardijvloot op het einde van de oorlog. Andere rederijen zijn er immers niet veel beter aan toe.

Maritieme handel: ‘The trade follows the flag’

De ervaringen van de oorlog versterken een patriottistische reflex, die zich economisch vertaalt in het weerbaarder maken van de Belgische economie. Léon Dens werkt reeds tijdens de oorlog in Londen mee aan een plan van aanpak als voorzitter van de Union des Armateurs en van de Association Licenciés et Ingénieurs Commerciaux. De Belgische economie heeft het over de hele lijn zwaar te verduren gekregen, maar de focus van Léon Dens is voornamelijk  gericht op de maritieme handel. Hij beseft zeer goed dat de Belgische handelsvloot zwaar toegetakeld uit de oorlog is gekomen. Het grootste deel van de schepen was opgevorderd door de Belgische Staat of ingezet als transportvervoer om de voedselbevoorrading veilig te stellen.6 In die hoedanigheid waren ze een belangrijk doelwit voor de Duitse marine. Slecht bewapend en in het algemeen niet geschikt voor militaire doeleinden, ging een groot deel van de Belgische handelsvloot verloren.

In deze naoorlogse context formuleert Léon Dens twee belangrijke stellingen, die ook een rode draad vormen in zijn politieke carrière. Allereerst stelt hij dat de Belgische staat actief moet ingrijpen om de economische maritieme activiteiten weer aan te zwengelen, dit via subsidies of uitgebreide investeringsprogramma’s. De Belgische reders hebben te weinig financiële reserves om de nodige investeringen door te voeren. Hun gebrek aan financiële slagkracht resulteert in een verouderde koopvaardijvloot, die emblematisch is voor de Belgische maritieme politiek in het interbellum.7 Daarnaast verdedigt Dens de eis voor herstelbetalingen voor de geleden verliezen door de veranderde rol van de commerciële vloot tijdens de oorlog. Een tweede centraal element in het discours van Dens is het versterken van de nationale economie door bepaalde protectionistische maatregelen in te voeren. Léon Dens blijft zich tijdens zijn politieke carrière scharen achter het Belgische (Antwerpse) maritieme vaandel en het idee van België als een mercantiele wereldmacht.

Liberaal senator en minister van Landsverdediging

Vanaf 1925 zetelt Léon Dens in de Belgische Senaat voor het arrondissement Antwerpen. In de Senaatscommissie Spoorwegen, Zeewezen, Posterijen en Telegrafen behartigt hij de maritieme belangen op een ardente wijze. Een belangrijk en wederkerend element in zijn discours is de ambitie om de competitieve positie van de Antwerpse haven te verbeteren ten opzichte van andere Europese havens, met name Rotterdam en Hamburg. Hij bemerkt namelijk een economische achteruitgang van de haven, die door bepaalde mechanismen te veranderen, kan worden gekeerd. Goederen doorkruisen België per spoor vanuit de havens van Rotterdam en Hamburg naar diverse afzetgebieden, maar de Belgische havens komen in deze trafiek niet aan zet. Om deze problematiek van doorvoer zonder overlading aan te pakken, ijvert hij opnieuw voor overheidsinterventies om een cruciale sector van de nationale economie te beschermen. Een accijns op transittransport, zo beargumenteert Dens, zou het concurrentieel vermogen van de Belgische havens versterken. In de Senaatscommissie slaat hij steeds op dezelfde nagel: de noodzaak van een tarievenpolitiek die niet enkel gericht is op export en import, maar vooral op transit. Het overkoepelende objectief is de bescherming van de economische havenactiviteiten in Antwerpen en de nationale economie: “Door de aantrekkingskracht van onze havens kunnen onze industrieën blijven floreren, want om te floreren moeten ze kunnen exporteren”.8 In zekere zin is het een innovatief voorstel, aangezien het de kost berekent op basis van het aantal afgelegde kilometers via de Belgische spoorwegen.

Interessant is het gegeven dat Léon Dens de Antwerpse maritieme belangen gelijkstelt met nationale belangen: zijn geboortestad is nooit ver weg in zijn denken en discours. Met betrekking tot de haven van Antwerpen onderstreept hij dat er geen sprake kan zijn van ‘politiek’. Het gemeenschappelijke economische belang primeert om de haven de belangrijkste van Europa te houden: “Deze kwestie gaat inderdaad verder het politieke belang: het is een zaak van algemeen belang, dat het partij politieke overstijgt”.9  Natuurlijk miskent Léon Dens hier in zekere zin de reële tegenstrijdige belangen tussen onder meer reders, naties en bijvoorbeeld de Belgische spoorwegen. Dit maakte het moeilijk om een coherente maritieme politiek te voeren.

Naast het stimuleren van economische welvaart is Léon Dens ook een sterk pleitbezorger van sociale hervormingen. Hij omschrijft de marxistische klassenstrijd als een politiek van destructie. Het liberalisme daarentegen reikt constructieve oplossingen aan door een duale eis: sociale hervormingen die de sociale vrede bewaren en economische vooruitgang. Onder zijn latere voorzitterschap neemt de Liberale Partij een nieuw en zeer sociaal-liberaal programma aan. Hierin zien we innovatieve voorstellen verschijnen zoals het verlagen van de pensioenleeftijd, het wettelijk pensioen, het inkorten van de werktijd, het toekennen van betaald verlof en het stimuleren van consumptie door een verhoging van de lonen.

In 1931 is Léon Dens, tot zijn eigen verbazing en lichte ontgoocheling, benoemd tot minister van Landsverdediging in de regering-Renkin I. Die benoeming lijkt dan ook vooral het resultaat van een compromis tussen liberalen - die de tweetaligheid verdedigden - en ‘Vlaamsgezinde’ katholieken omtrent de taalkwestie.10 Terwijl er in Antwerpen een feeststemming heerst - met optochten over de Grote Markt van verschillende liberale associaties - maakt Dens er geen geheim van dat hij liever een andere portefeuille had verkregen. Hij denkt daarbij aan een functie in lijn met zijn opgebouwde expertise: handelsbeleid en maritieme aangelegenheden. Ondanks deze teleurstelling heeft hij zich laten overtuigen in de wetenschap dat hij in de Ministerraad ook deze zaken kan behartigen. Dit citaat van Dens is veelzeggend: ‘Mijn programma kan samengevat worden in enkele woorden: Antwerpenaar ben ik! Antwerpenaar blijf ik!’.11 En inderdaad, in de korte periode van zijn ministerschap interpreteert Dens ‘de nationale verdediging’ zeer ruim. De bescherming van de nationale economie - lees: het maritieme - tegen buitenlandse ondernemingen ziet hij als een belangrijke opdracht. Het gedachtegoed van Léon Dens in deze periode moet gekaderd worden binnen het Belgisch patriotisme dat hoogtij viert in het Interbellum. In deze context onderhoudt hij ook goede relaties met oud-strijdersbewegingen - zo treft hij een regeling rond pensioenen -, die goed van pas komen tijdens het amnestieconflict. Als minister valt zijn rationele en pragmatische aanpak op, die voortvloeit uit zijn achtergrond als ondernemer. Hij probeert politieke tegenstelling om te zetten in ‘objectieve’ economische belangen. Dit pragmatisme komt ook terug in de taalhervormingen die hij binnen het leger doorvoert. Frans en Nederlands zullen gelijkgesteld worden binnen de legereenheden, met name door cursussen Nederlands in te richten en het curriculum aan te bieden in het Nederlands. Dens percipieert de taalkwestie dan ook als een belangrijke problematiek, die in het nationaal belang opgelost moet worden.

De eenheid van België: de taalkwestie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog

In het interbellum worden de verschillende politiek-maatschappelijke tegenstellingen op scherp gesteld. Enerzijds viert het Belgisch patriotisme hoogtij en anderzijds zien we een sterke anti-Belgische opstelling, die gevoed wordt door het activisme binnen de Vlaamse Beweging. De amnestie- en taalkwestie worden hoog op de politieke agenda geplaatst. Vooral de amnestiekwestie blijkt een politiek-maatschappelijke splijtzwam te zijn.12 Het activisme, gedreven door een Vlaamse ontvoogdingseis, had diepe maatschappelijke wonden geslagen. Discussies rond amnestie beheersten in de periode na de Eerste Wereldoorlog het politieke debat. Vlaamse liberalen distantieerden zich van het activisme, maar probeerden tegelijkertijd een antwoord te bieden op legitieme eisen. Zo ook Léon Dens, die stelde dat hij een gulden middenweg probeerde te bewandelen tussen extremen.

Dens moet vooral gezien worden als een compromisfiguur binnen de Liberale Partij, die op een pragmatische manier de Vlaamse emancipatorische eisen verdedigt. Zo is hij voorzitter van de Antwerpse Liberale Volksbond, een kiesvereniging die streeft naar vernederlandsing en Vlaamse emancipatie, maar later ook voorzitter van de overkoepelende organisatie de Verenigde Liberalen. In het denkkader van Dens was de emancipatiestrijd een vorm van intellectuele ontplooiing en de ontwikkeling van het Vlaamse volk. Hij stelt dat men tegelijk een Grote Vlaming kan zijn en een Grote Belg. In deze context ijvert hij voor een gelijkstelling van het Frans en het Nederlands: elke burger moest kunnen aangesproken worden in de eigen moedertaal.

Met betrekking tot de amnestiekwestie stelt Dens dat activisten zoals August Borms (1878-1946) zich verstoppen onder een sluier van idealisme. Voor hem echter blijven ze verraders, die de Vlamingen tot slaaf van de Duitsers hebben gemaakt. Hij erkent wel dat er legitieme eisen zijn, zoals de taalkwestie, die aangepakt moeten worden. Enerzijds om de polarisering in de samenleving tegen te gaan en anderzijds om de voedingsbodem voor het activisme te kortwieken. Een Vlaamse beweging, zo stelt hij, die de morele ontwikkeling en materiële welvaart van de Vlamingen nastreeft in het kader van de Belgische eenheid, verdient de loyaliteit van de Vlaamse liberalen.13 De taalkwestie is voor hem dan ook in de eerste plaats een liberaal verhaal van gelijke rechten en individuele zelfontplooiing.

Met het overlijden van Léon Dens in 1940 verliezen de Vlaamsgezinden liberalen een van hun belangrijkste boegbeelden. Hij maakt de bevrijding van zijn geboortestad aan de Scheldestroom niet meer mee.

Bronnen, noten en/of referenties

1. De Nieuwe Gazet, 6 juli 1931, 1.

2. L’Indépendance Belge, 5 oktober 1930, 1.

3. Tinou Dutry-Soinne, Les méconnus de Londres: journal de guerre d’une Belge, 1940-1945 (Brussel: Racine, 2006) 159.

4. Inge Bertels, ‘Building the City, Antwerp 1919-1980’ (PhD diss., VUB, 2008).

5. Neptune, 8 februari 1908, 1.

6. Kristof Van de Velde, ‘De Staat en de organisatorische uitbouw van de Belgische buitenlandse handel, 1916-1926’, in: Revue Belge de Philologie et d’Histoire, 81, nr. 4 (2003): 1167-1229.

7. Greta Devos & Eric Van Hooydonk, Honderd jaar Koninklijke Belgische Redersvereniging (Edegem: Pandora Publishers, 2014).

8. Eigen vertaling auteur:“La force d’attraction de nos ports permet à nos industries de continuer à vivre, car, pour vivre, elles doivent pouvoir exporter”. L’Indépendance Belge, 9 mei 1929, 2.

9. Eigen vertaling auteur: “En effet, cette question dépasse l’intérêt politique: c’est une question d’intérêt général, abstraction faite de toute question de parti”. L’Indépendance Belge, 18 maart 1929, 2.

10. De Standaard, 5 juni 1931, 1.

11. De Nieuwe Gazet, 6 juli 1931, 3.

12. Gita Deneckere, ‘Oudstrijders op de vuist in Brussel. Het amnestieconflict tijdens het interbellum’, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 25, nr. 3 (1995): 273-327.

13. L’Indépendance Belge, 18 maart 1929, 2.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Nathan Lauwers, "Een Antwerpse reder aan het roer van de Liberale Partij", Liberas Stories, laatst gewijzigd 20/06/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op