Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Roeiclubs: Sport en Society

Antwerpen en zijn Schelde. De Schelde en de Linkeroever (Sint-Anneke) zijn zowel voor de Antwerpenaars als voor de Antwerpse elite (het Kursaal en de jachtclubs) een trekpleister. De watersport geeft aanleiding tot de oprichting van roeiverenigingen, met een burgerlijk karakter. Heel wat (bestuurs)leden zijn liberalen, die elkaar ook ontmoeten in de politiek en het bedrijfsleven: het roeien is voor hen een combinatie van sport en society.

Em. prof. dr. Fred Stevens
19 januari 2021

Société de Régates de Schelde

Antwerpen eind april 1851. De stad is in de ban van een roeiweddenschap. De inzet is groot, men spreekt van drieduizend frank. Voor Constantin de Caters, zoon van de gewezen orangistische burgemeester van Berchem, zijn de Britse roeiers superieur. Hij heeft een roeiboot in Engeland laten bouwen en zet Britse roeiers in. Max Van den Bergh, broer van de liberale politicus Jean, doet een beroep op Belgische roeiers. De overwinning gaat naar de Britse roeiers.

Na de wedstrijd besluiten de overwonnen Antwerpenaars een regattavereniging op te richten. Op 15 mei stichten George Collings, handelsagent van een Rotterdams makelaarsbureau; Francis Werbrouck, rentenier-grondeigenaar, en  Auguste André, scheepsmakelaar, de Société de Régates de Schelde. Hun doel is niet het publiek vermakelijkheden te bezorgen, maar het trainen van zeelui en het bevorderen van de inlandse scheepsbouw. Het initiatief kent succes. Het voorlopig bestuur bestaat, naast de drie stichters, uit Gustave Piéron, Léonce de Knyff, verkozen als gemeenteraadslid te Merksem in 1854, en Jean Goubau. Piéron is Antwerps gemeenteraadslid (1837-1854) en schepen (1839-1854). Hij is een van de Antwerpse afgevaardigden op het liberaal congres van 1846. 

Op 30 juni 1851 richt de directie een schrijven aan burggraaf de Conway, intendant van de civiele lijst en vertrouweling van Leopold I. Zij verzoekt hem om de vereniging onder de bescherming van het vorstenhuis te mogen plaatsen. In voorkomend geval vraagt zij de naam Royal Yacht Club Belge (RYCB) te mogen voeren om het nationaal karakter van de maatschappij te benadrukken. Beide verzoeken worden ingewilligd.

Porseleinkaart van de Société des Regates, 1854.

Een liberaal bolwerk?

Meerdere leden van de RYCB zijn politiek actief. Onder hen de liberale ministers Charles Rogier en Constant d’Hoffschmidt. Jan Frans Loos, gemeenteraadslid (1836-1862) en burgemeester van Antwerpen (1848-1862), is lid van de Association Libérale. Gustave van Havre, burgemeester van Wijnegem (1848-1896) is liberaal senator (1859-1862 en 1878-1884). Constant Van den Nest, in 1856 verkozen tot voorzitter van de raad van bestuur van de RYCB, woont in 1846 het liberaal stichtingscongres te Brussel bij en zetelt als liberaal provincieraadslid (1846-1858). Zijdefabrikant Jos Van Bellingen, lid van de Association Libérale, is gemeenteraadslid (1843-1863) en schepen (1848-1863). Hij neemt deel aan het liberaal congres van 1846. Auguste Van Geertruyen-Schram zetelt als liberaal gemeenteraadslid (1854-1862). De familie Grisar vormt een beduidend liberale-politieke dynastie. Felix, gemeenteraadslid (1855-1862) en voorzitter van de Association Libérale, vormt hierop geen uitzondering. Handelaar Auguste Ceulemans, ondervoorzitter van de Association, is liberaal gemeenteraadslid (1846-1855). Reder Théodore De Cock, broer van de Gentse liberale politicus Auguste, zetelt in de gemeenteraad van 1844 tot 1862. 

Menu van de Liberale & Grondwettelijke Vereniging van Antwerpen uit 1932: links, stichtend voorzitter Felix Grisar.

Niet alleen de politici-leden zijn overwegend liberaal, ook de booteigenaars zijn het. De drie Belgische eigenaars die de clubvlag voeren, behoren tot de liberale familie: Philippe Cardon uit Gent (Aline), Edouard Prisse uit Sint-Niklaas (Duchesse de Brabant) en volksvertegenwoordiger Armand de Perceval uit Mechelen (Gerfaut).

Union Club

De RYCB is geen lang leven beschoren. Een crisis in 1855 leidt tot een reorganisatie naar het voorbeeld van de Engelse jachtclubs. Prins Filips, graaf van Vlaanderen, wordt commodore; rentenier Constant Van den Nest voorzitter van de raad van bestuur. Uiteindelijk verdwijnt de jachtclub in 1858. Een consequentie van een problematische relatie met het koningshuis als gevolg van de militaire politiek inzake het nationaal reduit (een militaire verdedigingsgordel rond Antwerpen, die zou bestaan uit twee fortengordels en van Antwerpen een vestingstad zou maken)? Misschien, maar vooral een reactie van de Antwerpse watersportbeoefenaars. Zij menen niet voldoende aan bod te komen door het overwicht van de Engelse roeiers bij de lucratieve roeiwedstrijden. 

In 1857 wordt, naast de roeiwedstrijd van de RYCB, door derden een roeiwedstrijd ingericht voor uitsluitend Belgische roeiers. Ook in 1858, wanneer RYCB van het toneel is verdwenen, zijn er dergelijke roeiregatta’s. Het volgende jaar verkrijgt de watersportvereniging Nationale Regatta subsidies van de stad voor de organisatie van wedstrijden. In mei 1861 ziet een nieuwe roeivereniging het licht: de Union Club. Zij is meer internationaal georiënteerd en nodigt op haar wedstrijden befaamde Engelse roeiploegen uit. De uit Gent afkomstige Charles-François d’Hane de Steenhuyse, voorzitter van de Union Club, sluit zich in 1859 aan bij de Association Libérale en profileert zich tot het radicale liberalisme, dat hij omschrijft als het ‘jong-liberalisme’. Hij zetelt achtereenvolgens als provincieraadslid (1860-1863), gemeenteraadslid (1862-1872), schepen (1863-1872) en volksvertegenwoordiger (1863-1873). Eind december 1862, bij de scheiding tussen de meer gematigde Liberale Associatie en de Antwerpse protestbeweging waaruit de Meetingpartij ontstaat, wordt hij uit de Liberale Associatie gezet. d’Hane de Steenhuyse evolueert daarna tot boegbeeld van de Meetingpartij.

Hogere doelen

In juli 1868 bediscussieert de gemeenteraad de toelage van drieduizend frank voor de organisatie van regatta’s op een totaal bedrag van dertienduizend frank subsidie voor de Gemeentefeesten. Clément Ommeganck, scheikundige en fotograaf, verkozen voor de Meeting, meent dat het aandeel voor de roeiwedstrijden te groot is. Hij wil het bedrag anders verdelen. Jean Schul merkt hierbij op dat deze opmerking ook in de commissie is gemaakt, doch dat het onrechtvaardig zou zijn deze subsidie, die de Union Club het vorige jaar heeft gekregen, nu aan de Nationale Regatta te ontnemen. Volgend jaar zou men haar radicaal kunnen afschaffen. Pleitbezorger François Carpentier stelt dat het rechtvaardig zou zijn deze subsidie af te schaffen. Toch meent hij dat men dit niet mag doen omdat de regatta’s ‘te veel nut verwekken, door de betrekkingen tusschen de verschillende landen’. Een voorstel van Van Lerius-Moyana om de subsidie te verminderen, wordt verworpen. 

In de krant De Koophandel van 23 augustus 1867 breekt redacteur Jan Baptist Van Rijswijck, liberaal Vlaamsgezind politicus, een lans voor de waterfeesten naar aanleiding van het in twijfel trekken van deze subsidies. Voor hem hebben de waterfeesten, de roei- en zeilkampen ‘een strekking die verder gaat dan eene tijdelijke uitspanning of een onnoozel kermisvermaak’. En hij vervolgt: ‘Zij zijn bestemd om bij de jonge lieden de scheepslust op te wekken; om hun liefde en geestdrift in te boezemen voor de zeevaart, die goudmijn voor Antwerpen, die bron onzer welvaart’. Hij verwijt ‘onze koude drooge couponknippers’ dat ‘onze rijken, onze kapitalisten … geen stuiver durven ten offer brengen op ’t altaar van Antwerpens welzijn, namelijk: scheepvaart en reederij’.

Nieuwe liberale roeimaatschappijen

Ook de Nationale Regatta is liberaalgezind. Wanneer in september 1875 Ferdinand Van der Taelen, de liberale havenschepen, in de ‘klerikale pers’ wordt aangevallen, reageren zijn aanhangers met een grote betoging. De stoet wordt geopend door een groot aantal verenigingen, waaronder de Grisars Kring en de jachtclubs Nationale Regatta en Neptunus. Deze laatste jachtclub zag het daglicht op 2 maart 1871.

In 1872 wordt de roeimaatschappij Vereenigde Bootslieden opgericht. Deze verenigt de bootjesroeiers die met hun sloepen het vervoer van en naar de voor anker liggende schepen op de Schelde verzorgen. Tijdens de Gemeentefeesten van 1884 richten zij waterspelen en prijskampen op de Schelde in en huldigen tezelfdertijd het schuildokje in aan de Van Meterenkaai. Ter ere van de initiatiefnemer, Louis Marguerie, scheepsbouwer en liberaal gemeenteraadslid (1876-1889), lid van de RYCB en nadien van de Nationale Regatta, noemen zij hun ‘schuilhuisje voor roeibootjes’: het Margueriedok.

Porseleinkaart van de Antwerpse scheepsbouwer Marguerie.

Onenigheid binnen de Union Club leidt in januari 1876 tot een splitsing. Verschillende leden  nemen ontslag en stichten de Sport Anversois. Voorzitter wordt de handelaar Jean Nauts, liberaal gemeenteraadslid (1872-1889) en schepen (1884-1889).

 

1878: Linkeroever

De snelle ontwikkeling van de haven vereist in de tweede helft van de negentiende eeuw schaalvergroting. Vanaf 1852 werkt men aan de uitbreiding van de dokkenhaven. Daarnaast dringt het rechttrekken van de Scheldekaaien zich op. Na lange onderhandelingen tussen de stad en de staat, starten de werken in 1877. De nieuwe kaaien worden in de zomer van 1885 ingehuldigd. Hierdoor verdwijnt de oude stadskern. Samen met vele huizen moeten de lokalen en hangars van de watersportverenigingen wijken voor de havenexpansie. Vermits de vlieten, waar voordien boten konden droogvallen, worden gedempt, besluiten de Nationale Regatta, de Union Club en de Sport Anversois in 1878 te fusioneren. Omdat er geen plaats meer is voor het bergen van materiaal en boten op rechteroever, moet de nieuwe maatschappij, de Société Nautique Anversoise, noodgedwongen uitwijken naar linkeroever. Een kreek doet dienst als jachthaventje voor platbodems. Naast de kreek is er een garage voor de roeiboten. De grote jachten moeten op de Schelde voor anker gaan. De nieuwe club omvat een roei-, een zeil-, een zwem- en een schaatsafdeling.

'Heel wat (bestuurs)leden zijn liberalen, die elkaar ook ontmoeten in de politiek en het bedrijfsleven: het roeien is voor hen een combinatie van sport en society.'

Em. prof. dr. Fred Stevens

Tijdens de eerste algemene vergadering, op 17 januari 1879, wordt de liberale burgemeester Leopold De Wael erevoorzitter. Dankzij diens tussenkomst verleent Leopold II reeds in maart de toestemming om de titel Royal te voeren: de Société Royale Nautique Anversoise (SRNA), de oudste nog actieve watersportvereniging van Antwerpen, is een feit. De liberale havenschepen Ferdinand Van der Taelen wordt de eerste voorzitter. 

Zicht op de haven van Antwerpen.

Ferdinand Van der Taelen

Op 1 april 1872 herdenken de Antwerpse en Gentse liberalen, samen met Nederland, de overwinning van de Watergeuzen op Alva. Voor het volksbanket bestelt Ferdinand Van der Taelen een ‘Geuzenlied’. Zijn hoogaars (een type van platbodem) draagt de naam van ‘11den Juni’, een verwijzing naar de wetgevende verkiezingen van 11 juni 1872. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1 juli 1872 heroveren de liberalen het stadhuis, na tien jaar stadsbestuur door de Meetingpartij. Van der Taelen wordt verkozen als gemeenteraadslid. De koning benoemt Leopold De Wael tot nieuwe burgemeester en Van der Taelen tot schepen van Koophandel, Scheephandel en Financiën. Van der Taelen staat voor een nieuw jong radicaal liberalisme. In 1872 sticht hij samen met Julius De Geyter de Geuzenbond, waarvan hij voorzitter wordt. Hij is eveneens voorzitter van de vrijmetselaarsloge Les Élèves de Thémis. 

Als schepen van de haven is Van der Taelen erg populair bij de dokwerkers. Zij noemen hem ‘Nand’ of ‘Nandje’. Bij de dokwerkers vormen de drie- à vierduizend graanmannen de belangrijkste groep. In 1883 komt een einde aan zijn populariteit bij de graanwerkers. In dat jaar dient een groep bankiers een aanvraag in voor een concessie voor de exploitatie van graanelevatoren. Een commissie binnen de gemeenteraad keurt het ontwerp goed. Tijdens de gemeenteraad van 20 april, die de uiteindelijke beslissing moet nemen, verenigt zich een massa dokwerkers voor het stadhuis. Zij vrezen hun werk te verliezen. De kwestie wordt voor onbepaalde tijd verdaagd. Van der Taelen is genoodzaakt onder politiebescherming naar huis te gaan. Bij de gemeenteverkiezingen in 1884 komt hij niet meer op. Tijdens zijn politieke loopbaan wordt hij ook driemaal als provincieraadslid verkozen. In 1889 pleegt hij zelfmoord na zakelijke problemen. Vertegenwoordigers van liberale verenigingen wonen zijn begrafenis massaal bij. Ook het bestuur van de SNRA nodigt haar leden uit om als korps aanwezig te zijn op de begrafenis. Van der Taelen wordt opgevolgd door scheepsmakelaar Felix Retsin, die voorzitter blijft tot 1889.

Wind in de zeilen

In juli 1889 ontstaan er spanningen binnen het bestuur van de SRNA door tegenstrijdige belangen en visies tussen de roei- en zeilafdeling. Op 21 december 1889 wordt de Yacht Club d’Anvers (YCA) gesticht, waar het zeilen prioritair is. Voorzitter wordt Gaston baron de Vinck, zoon van Jules de Vinck, liberaal gemeenteraadslid te Antwerpen (1840-1862) en schepen (1848-1862). Na zijn huwelijk vestigt Jules de Vinck zich in het kasteel Hooghe te Zillebeke. Gaston de Vinck wordt er gemeenteraadslid (1882-1884) en burgemeester (1884-1924). Van 1903 tot 1912 zetelt hij als katholiek senator. Hij huwt in een eerste huwelijk Elisa Osterrieth en in een tweede huwelijk haar zus Florence. Erevoorzitter van de YCA wordt Albert von/de Bary, vertegenwoordiger van de Norddeutscher Lloyd en een van de belangrijkste personen van de Duitse kolonie te Antwerpen. Tevergeefs poogt de YCA initieel erkend te worden als ‘koninklijk’. Pas in 1903, na haar naamverandering in Yacht Club de Belgique (RYCB), wordt deze titel verleend. Op dat ogenblik heeft Robert Osterrieth de Vinck opgevolgd als voorzitter. Bij de wetgevende verkiezing van 1896 is Osterrieth kandidaat voor de Liberale Associatie voor Antwerpen. Hij wordt evenwel niet verkozen.

Binnen de SRNA is er een grote wissel van voorzitters na het overlijden van Van der Taelen. Felix Retsin wordt na twee jaar voorzitterschap in 1891 opgevolgd door Alfred Lynen. Hetzelfde jaar wordt de liberaal Arthur Van den Nest de nieuwe erevoorzitter. Vanaf dan tot 1903 wordt er jaarlijks een nieuwe voorzitter verkozen. Heel wat van deze voorzitters bewegen zich in de kringen van het Antwerpse liberalisme: Alfred Lynen, zoon van vrijmetselaar en liberaal gemeenteraadslid Victor Lynen; wielerpionier George Tonnelier, die in 1890 als liberaal gemeenteraadslid is verkozen en Jules Meert, zoon van Pierre Meert, liberaal provincieraadslid (1860-1864).

Sport, politiek en rederij

Dit beeld van leden en voorzitters van de Antwerpse watersportverenigingen weerspiegelt niet alleen de politieke samenstelling van het stadsbestuur. Dit is, met uitzondering van Meeting (1864-1872), vanaf 1848 tot de Eerste Wereldoorlog liberaal. Hoewel de Meeting bij de oprichting in 1862 een verbond is van radicale liberalen, katholieken en flaminganten, komt de partij alsmaar meer in katholiek vaarwater terecht. In 1866 scheurt de liberale fractie zich af en sticht de Liberale Vlaamsche Bond. 

De watersportverenigingen, waarin Nederlandse en Duitse handelaars een grote rol spelen, zijn hoofdzakelijk een resultaat van de inspanningen en investeringen van de scheepsmakelaars, scheepsreders en scheepsbouwers om Antwerpen als haven op de kaart te zetten en voor de maritieme wereld de nodige bekwame arbeidskrachten op te leiden. Ook het stimuleren en promoten van de Antwerpse scheepsbouw ligt hen na aan het hart. Dat dit economisch denken en investeren vooral aanhang vindt bij liberale ondernemers is logisch. De analyse van Van Ryswyck van een risicodragend investeringsgedrag tegenover een ‘couponknippers’-mentaliteit blijft overeind. 

Prof. dr. em. Fred Stevens 

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Em. prof. dr. Fred Stevens, "Roeiclubs: Sport en Society", Liberas Stories, laatst gewijzigd 08/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op