Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Voor de verdediging van de Vrijheid

Met welke boodschap gaan we naar de kiezer? Hoe positioneren we ons ten opzichte van de andere partijen? En wat ondernemen we vanuit de nationale partijstructuren om de kiezer te bereiken? Met deze vragen worstelt de liberale partijtop bij het naderen van de verkiezingen van 17 februari 1946.

Sébastien Baudart
26 september 2022

De ontbinding van het parlement in De Nieuwe Gazet, 10 januari 1946

De verkiezingsdatum

Wanneer premier Achille Van Acker (BSP) op 9 januari 1946 plots de ontbinding van het parlement aankondigt, wordt er in politieke kringen en in de pers al even gespeculeerd over de datum van de eerste naoorlogse parlementsverkiezingen. Het wordt uiteindelijk 17 februari 1946, sneller dan verwacht. De partijen hebben dus iets meer dan een maand om hun campagnes uit te werken en de kiezers te overtuigen: krap, maar in principe haalbaar.

De liberalen schieten meteen in actie: op 10 januari komt het Uitgebreid Bureau1 samen om de campagne uit te werken. Toch zijn ze in vergelijking met hun tegenstanders aan de late kant. ‘We hebben enorm veel tijd verloren. Onze politieke tegenstanders zijn de campagne lang voor ons begonnen. Wij hebben bijna niets nuttigs gedaan’, geeft Bureaulid Norbert Hougardy op de vergadering aan.2 Tijdens de volgende vergadering, op 15 januari, wanneer de liberalen nog volop discussiëren over het programma en het propagandamateriaal, geeft minister van Staat Victor Maistriau mee dat katholieke affiches al drie dagen het straatbeeld sieren. De tijd dringt dus.

‘Il faut que chacun de nous […] retrouve sa mentalité de jeune garde et se jette dans la bataille, corps et âme, en vue du succès.’

Albert Devèze3

Achille Van Acker door Jacques Ochs op de cover van Pourquoi Pas?, 22 februari 1946.

Positionering

De liberalen maken op dat moment deel uit van de regering-Van Acker II. In een ‘linkse’ coalitie met de socialisten, de communisten en de UDB werken de liberale ministers mee aan de heropbouw van het land. De situatie leidt binnen de liberale partijtop tot een dubbele en delicate evenwichtsoefening. Aan de ene kant moeten de liberalen aan het kiespubliek duidelijk maken waar ze voor staan, aangezien deelname aan de vierpartijenregering voor de nodige ideologische compromissen heeft gezorgd. Daarnaast willen ze vermijden dat de zeer populaire Van Acker met alle pluimen gaat lopen voor het goede werk dat deze regering in moeilijke omstandigheden heeft geleverd. Vooral bij de liberale jeugd voelen ze een niet te onderschatten aantrekkingskracht van de socialisten. En de jeugd zou wel eens een grote impact kunnen hebben op de verkiezingsuitslag: aangezien de vorige verkiezingen dateren van 1939, brengen op 17 februari ongeveer een half miljoen4 nieuwe kiezers (op een totaal van 2,5 miljoen) voor het eerst hun stem uit.

Zich in de strijd werpen, maar wel vriendelijk blijven

Tijdens de twee bijeenkomsten van het Uitgebreid Bureau op 10 en 15 januari probeert de liberale partijtop de grote lijnen van het programma en de campagne uit te zetten. De partijtoppers beseffen dat de kiezers overtuigen een moeilijke operatie wordt. Zowel plaatsvervangend voorzitter Henri Heuse als Brussels kopstuk Albert Devèze roepen dan ook op om volop de strijd aan te gaan. Minister Buisseret vraagt om niet af te glijden naar pessimisme.

Maar hoe de kiezer overtuigen? Devèze trekt een groot deel van het debat naar zich toe en vertrekt van enkele basisprincipes: ongebonden naar de kiezer gaan, zich onderscheiden van de andere partijen, proberen niemand voor het hoofd te stoten en zowel de linker- als de rechterflank van de partij afdekken, voorzichtig communiceren (ook over de Koningskwestie), tonen dat de partij sociaal progressief is en duidelijk maken dat de liberalen staan voor volledige economische vrijheid zonder daar een dogma van te maken. Over de vorm is hij duidelijk: ‘Een programma moet kort zijn, duidelijk, niet een soort toespraak. Het moet een affiche zijn, met heel duidelijke, categorieke principes, die onze eigenheid en ons onderscheid ten opzichte van de andere partijen in de verf zetten.’5

Devèze is voorstander van een ‘lutte courtoise’, een hoffelijke strijd: geen gescheld of beledigingen, geen persoonlijke aanvallen. Van Acker verzekerde hem dat hij binnen de BSP instructies zou geven om de liberalen niet aan te vallen.6 De socialist verwacht dan wel van de liberalen hetzelfde. Gemeenschappelijke lijsten vindt Devèze een stap te ver. Toch vragen andere aanwezigen om dit vooral op lokaal vlak te bekijken.

‘M. Van Acker m’a dit: “je vais donner des instructions partout de ne pas attaquer les libéraux. Tâchez de faire la même chose.”’

Albert Devèze7

Henri Heuse door Jacques Ochs op de cover van Pourquoi Pas? (26 januari 1945).

Voor de volledigheid

De hele aanpak leidt doorheen de discussies tot een discours waarin de liberalen proberen duidelijk te maken waar ze voor staan, wat hen onderscheidt, waarmee ze het niet eens zijn, zonder daarbij de tegenstrevers rechtstreeks aan te vallen. En vooral ook zonder aspecten te vergeten, zoals oud-voorzitter Emile Coulonvaux benadrukt: de fiscaliteit, de positie van de frank, de Waalse kwestie, de vergoeding van oorlogsschade enzovoort. Of dat geldt toch voor aspecten waarmee gescoord kan worden. Zo stelt minister Robert Godding voor om zo weinig mogelijk te spreken over de schoolkwestie, aangezien deze niemand nog interesseert. Minister Adolphe van Glabbeke wijst op de nood aan ‘blitz-argumenten’, zoals de eenheid van het land of de liberalen die tijdens de oorlog door hun strijd voor de vrijheid hun leven of eigen vrijheid verloren. Men mag ook niet verwaarlozen om het aandeel van de liberale ministers in het succes waarvan Van Acker het symbool geworden is, te benadrukken. Tegelijk moet men duidelijk maken dat voor het eerst sinds lang de Liberale Partij een grote invloed heeft in de regering: dat de socialisten in de regering een gematigde politiek voeren, is te danken aan hun coalitie met de liberalen.

Het programma en de juiste woordkeuze

Op 10 januari 1946 krijgt plaatsvervangend voorzitter Henri Heuse na een uitgebreide discussie de vraag om tegen de volgende vergadering een ontwerp van programma samen te stellen. Op 15 januari komt hij met twee teksten: het eigenlijke programma en een ‘Appel du Parti Libéral Belge à la Nation’ (later vertaald als ‘Oproep van de Liberale Partij tot het Volk’). Beide teksten belanden mits wat aanpassingen in de liberale verkiezingsbrochures. De aanpassingen zijn zowel het gevolg van de discussies als geïnspireerd op het ontwerpprogramma van de Brusselse arrondissementsfederatie (waar ook weer Albert Devèze aan meeschreef).

De snelle en bijna nonchalante manier waarop de programmapunten tot stand komen, staat in schril contrast tot de aandacht die tijdens de vergaderingen gaat naar de juiste woordkeuze. Het is een heel wikken en wegen van de connotaties en gevolgen van termen en uitdrukkingen. Zwarte bedreiging? Te romantisch. Extreem-rechts dan maar? Een klerikale overwinning? Of eerder een overwinning van de gecamoufleerde katholieke partij? Misschien toch eerder spreken over de rechtse partijen? Ook alles wat rond nationalisaties en het al dan niet ‘veroordelen’ ervan draait, ligt vrij gevoelig. Het imago van de partij staat namelijk op het spel, Devèze wil laten zien dat de liberalen openstaan voor de ‘moderne ideeën ‘ en wil absoluut vermijden over te komen als ‘reactionnairen’.

Het nationale propagandapakket

Tegen 22 januari werkt de Propagandacommissie van de partij een en ander uit, rekening houdend met de verschillende verlangens binnen de partijtop. Een manifest in brochurevorm, sloganaffiches en een beeldaffiche worden uitgewerkt en landelijk verdeeld. Het manifest krijgt - naar de tekst van Heuse - de naam Oproep van de Liberale Partij tot het Volk / Appel du Parti Libéral à la Nation en haalt een uiteindelijke oplage van meer dan vijfhonderdduizend exemplaren. Daarnaast komt er een Handleiding voor den Liberalen Voordrachtgever / Guide Pratique du Conférencier Libéral, die dieper ingaat op het liberale partijprogramma en de realisaties van de liberale ministers. De kandidaten en arrondissementsfederaties zijn vrij om zelf propagandamateriaal aan te maken en te verdelen, en naast de ‘papieren propaganda’ zetten de liberalen ook in op radiotoespraken en verkiezingsmeetings.

Praktische gang van zaken: het arrondissement Ieper

Een brief aan Hilaire Lahaye geeft ons meer zicht over hoe en wanneer de partij het nationale propagandamateriaal over het land verdeelt. Op 1 februari 1946, amper zestien dagen voor de verkiezingen, krijgt Lahaye als voorzitter van de Ieperse arrondissementsfederatie een brief van het partijhoofdkwartier in de Napelsstraat met uitleg over het beschikbare propagandamateriaal. In bijlage krijgt hij een drukproef van de Oproep van de Liberale Partij tot het Volk. De arrondissementsfederatie Ieper krijgt er binnenkort 4500 geleverd (4000 in het Nederlands, 500 in het Frans). Een eventuele bijbestelling van de Oproep aan één frank per exemplaar moet hij zo snel mogelijk per telegram doorgeven. Ook op komst naar Ieper - en op dat moment bij de drukker - zijn tien exemplaren van de Handleiding voor den Liberalen Voordrachtgever (vijf in elke taal), tweehonderd sloganaffiches (honderd per taal) en vierhonderd beeldaffiches (driehonderd in het Nederlands, honderd in het Frans).

De Oproep van de Liberale Partij tot het Volk

De Oproep is een brochure voor het grote publiek, waarin de Liberale Partij op zeer diverse manieren de potentiële kiezers probeert te bewerken, zowel vormelijk als inhoudelijk. Het lijkt erop dat alle beschikbare ideeën zijn samengevoegd zonder al te veel aandacht voor de samenhang. Vormelijk wisselen slogans, opsommingen, langere teksten en het partijprogramma elkaar af. De foto’s zijn portretten van zowel huidige kopstukken als van vooraanstaande liberalen die de oorlog niet overleefden: onder anderen Arthur Vanderpoorten, Henri Story, François Bovesse en Paul-Emile Janson worden afgebeeld als martelaars van de liberale zaak. Op de cover trekt de partij de vrijheidskaart, met een grote opvallende blauwe V en daaronder de ondertitel ‘Voor de verdediging van de Vrijheid, zijn er liberalen noodig!’, een slogan van Heuse die partijvoorzitter Roger Motz tijdens de voorbereidingen enthousiast onthaalde met ‘c’est une trouvaille’8.

‘Twee ernstige bedreigingen hangen over het land’, luidt het nog: uiterst rechts en uiterst links, die zonder bij naam genoemd te worden bedreigingen vormen voor de democratie en de economie. De Liberale Partij wil tussen de extremen een centrumpartij, een evenwichtsfactor zijn: ‘de Liberale Partij is de vijand van alle avontuur’.

‘België heeft behoefte aan orde, kalmte en veiligheid. Het Belgische volk wil socialen vooruitgang, de verlichte demokratie en eerbied voor de openbare vrijheden. ’t Is voor dit ideaal dat wij gedurende vijf lange jaren gestreden en geleden hebben. ’t Is ook daarvóór dat zooveel Liberalen gestorven zijn.’

(Uit de Oproep van de Liberale Partij tot het Volk)

Op de middenpagina’s ontdekt de lezer een tekening van de fiscus – als zesarmige oudere man – die de burger volledig uitkleedt. De fiscale druk is dan ook een van de zeer aanwezige thema’s in de brochure, met een billijkere verdeling van de belastingdruk, belastingen in verhouding tot de inkomsten en het opleggen van buitengewone belastingen aan ‘incivieken’ en ‘collaborateurs’.

Verder staat de verdediging van het regeringsbeleid centraal (‘de bestraffing der verraders, het heropbouwen onzer puinen, de heropbeuring onzer economie’), samen met het benadrukken van de loyaliteit, de moed en de verwezenlijkingen van de liberale ministers. Net daarom pleiten de liberalen voor de terugkeer van de vrijheid: ‘Vrijheid in de economie, verlost van de vergunningen en contingenteeringen, van de bons en formulieren. Vrijheid van den particulier, verlost van de beperkingen, van de ravitailleeringszegels en van de textielpunten.’ Wat de Koningskwestie betreft, prediken de liberalen voor een oplossing vanuit ‘kalmte’ en ‘orde’, begeleid door uittreksels uit een toespraak van Devèze in de Kamer waarin hij betoogt dat de enige oplossing bestaat uit het vrijwillig terugtreden van Leopold III. Een lange tekst van Godding ‘aan den verstandigen kiezer’ maakt aan conservatieven duidelijk dat een verstandige behoudsgezinde geen onvermijdelijke evoluties tegenhoudt en dat de Liberale Partij als motor én als rem fungeert om noodzakelijke hervormingen op het juiste moment door te voeren.

Naast de gehechtheid aan de monarchie, het streven naar ‘nauwe eendracht tusschen Vlamingen, Walen en Brusselaars’ en de strijd voor ‘de verdediging van al de door de Grondwet gewaarborgde vrijheden’ besteedt het partijprogramma aandacht aan onder andere de oorlogsschade, de epuratie, financiële en fiscale kwesties, de vrijheid op economisch vlak, het landbouwbeleid, het leger, de buitenlandse politiek, de sociale zekerheid, het officieel onderwijs en de koloniale politiek. Naast het eigenlijke programma doen de samenstellers van de brochure ook hun best om programmapunten op te lijsten voor een hele reeks specifieke doelgroepen die de Liberale Partij graag wil bereiken.

‘De trouwe Belg stemt liberaal / Le Belge loyal vote libéral’

(Liberale propagandaslogan)

De kettingen los

Ook voor de affiche die de liberalen vanuit de Napelsstraat verdelen, kiezen ze voor een focus op de vrijheid. De tekening toont het zwarte silhouet van een man die zich van zijn ketens bevrijdt. Een geleidelijk lichter wordende blauwe achtergrond versterkt het bevrijdingsgevoel, terwijl de in het wit uitgevoerde ketens samen met de witte tekst de aandacht naar zich toetrekken. De boodschap kan met ‘De kettingen los!!! Stemt liberaal’9 niet eenvoudiger zijn. Trouw aan de afspraken met Van Acker, houden de liberalen het op deze bevrijdende, emancipatorische boodschap zonder rechtstreekse aanvallen op tegenstanders. Zonder vijandbeeld ook, tenzij de kettingen die de vrijheid nu wel lang genoeg aan banden hebben gelegd. Vanuit propagandaoogpunt is de focus op één eenvoudige boodschap voor de affiche - in tegenstelling tot de brochure - een slimme zet.

Financiering

Het gebruik van een enkele affiche heeft uiteraard ook praktische redenen. Een campagne uitdenken is één zaak, ze gefinancierd krijgen een andere. De financiën van de partij zijn niet rooskleurig, de prijzen voor drukwerk – door zowel gestegen loonkosten als hoge papierprijzen – zeer hoog. Aan één frank per brochure (de prijs van een krant) en tien à vijftien frank per affiche lopen de kosten snel op. ‘Wanneer zullen dan toch de 200.000 liberalen der laatste verkiezingen elk 10 fr. per jaar aan de Partij storten om ons finantieele macht te geven?’, vraagt partijsecretaris Victor Sabbe zich vier maanden na de verkiezingen af. ‘Niemand zal durven volhouden dat het niet mogelijk was van nog meer te doen’, voegt hij eraan toe, ‘maar dan zal iedereen ook moeten begrijpen dat een tot alle liberalen uitgebreide finantieele inspanning noodzakelijk was.’10

Een van de redenen voor het kasprobleem zijn de achterstallige bijdragen van zetelende politici, die oplopen tot 272.300 frank. Om even de verhouding te schetsen: de partij beschikt half januari 1946 over 380.323 frank. Motz schat de noodzakelijke campagnekosten op anderhalf miljoen frank, wat volgens Willy Koninckx, voorzitter van de propagandacommissie, nog niet zal volstaan. Om extra fondsen te werven, doet de partij begin februari in de liberale pers een oproep tot bijdragen voor de ‘Penning voor den Kiesstrijd’ of ‘Denier de la lutte éléctorale’. In 1939 leidde een dergelijke campagne toch tot het ophalen van een kleine 800.000 frank. Het is niet duidelijk wat de actie van 1946 oplevert, maar de gevoerde propaganda laat vermoeden dat er toch wat middelen worden verzameld.

Roger Motz, 1946.

En de verkiezingen?

In Le Soir van 15 februari 1946 verklaart partijvoorzitter Motz nog dat de liberalen de resultaten van de verkiezingen ‘avec calme et confiance’11 afwachten. Toch leveren de verkiezingen van 17 februari de Liberale Partij niet het verhoopte, maar wel het gevreesde resultaat. De liberalen kunnen onvoldoende kiezers overtuigen, duiken onder de tien procent en worden voor de eerste keer slechts de vierde partij in het parlement. De socialisten verstevigen hun positie en groeien van 64 naar 69 zetels, de communisten groeien sterk van 9 naar 23 zetels. Maar het is vooral de CVP-oppositie die als grote overwinnaar uit de kiesstrijd komt met een groei van 73 naar 92 zetels. De Liberale Partij haalt nog zeventien zetels, een verlies van zestien zetels ten opzichte van 1939. Het is voor de partij ‘de zwaarste nederlaag […] die zij sedert een halve eeuw heeft geboekt’, aldus Motz12.

Bronnen, noten en/of referenties

Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossiers van het Bureau Elargi van 10 en 15 januari en 12 februari 1946; dossier van de Buitengewone Algemene Vergadering van 30 juni 1946.

Liberas, Archief Hilaire Lahaye, dossiers verkiezingen 1946 (archief in verwerking).

Liberas, Archiefcollectie verkiezingspropaganda (archief nr. 2000), Oproep van de Liberale Partij tot het Volk (PAMFLET000041) en affiche 22-9-16-1-03-13

Handleiding voor den Liberalen Voordrachtgever (Brussel: Liberale Partij, 1946).

Het Laatste Nieuws, 8, 9 en 10 januari 1946; 3 februari 1946, 2; 19 februari 1946, 1.

La Dernière Heure, 9 en 10 januari 1946; 1 februari 1946, 3.

Hugo De Ridder, Vijftig jaar stemmenmakerij: 17 verkiezingscampagnes (1946-1995) (Gent: Scoop, 1999) 9-15.

Soetkin Kesteloot, ‘Evolutie van de campagnevoering in Vlaanderen tussen 1946 en 2007. Hoe gaan de Vlaamse traditionele partijen om met veranderende kiezers?’ (doctoraat UGent, 2009) 118-142.

‘Regering-Van Acker II’, in: Belelite, geraadpleegd 15.9.2021.

1. Plaatsvervangend voorzitter Henri Heuse beslist na overleg met Albert Devèze om het Partijbureau voor de gelegenheid uit te breiden met de liberale ministers, ministers van Staat, bureauleden van Kamer en Senaat, parlementsleden van het arrondissement Brussel en extra afgevaardigden van de provincies die niet vertegenwoordigd zijn door bijvoorbeeld een minister of een minister van Staat.

2. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 10 januari 1946, notulen, 10. (Vertaling van ‘On a perdu énormément de temps. Nos adversaires politiques ont entamé la campagne longtemps avant nous. Nous, nous n’avons rien fait, ou presque, d’utile.’)

3. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 10 januari 1946, notulen, 2.

4. Hugo De Ridder vermeldt 400.000 nieuwe kiezers op 2,5 miljoen (Hugo De Ridder, Vijftig jaar stemmenmakerij: 17 verkiezingscampagnes (1946-1995) (Gent: Scoop, 1999) 11), Auguste Buisseret heeft het over 600.000 nieuwe kiezers (Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 10 januari 1946, notulen, 18).

5. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 10 januari 1946, notulen, 4. (Vertaling van ‘Un programme doit être bref, clair, pas une espèce de discours. Il doit être une affiche, avec des principes très nets, catégoriques, marquant notre caractéristique différentielle vis-à-vis des autres partis.’)

6. Aan de hand van de socialistische propaganda kan men afleiden dat dit ook gebeurd is: de BSP richt haar pijlen op de CVP en op de communisten, naast positieve propaganda over welvaart, de realisaties van de regering en de figuur van Van Acker.

7. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 10 januari 1946, notulen, 15.

8. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Bureau Elargi 15 januari 1946, notulen, 7.

9. Voor de Nederlandstalige versie van de affiche, zie Jaak Brepoels, Pappen, nathouden & plakken (Leuven: Salsa, 2017) 46.

10. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), dossier Buitengewone Algemene Vergadering van 30 juni 1946, notulen, 14.

11. Le Soir, 15 februari 1946, 2

12. Voor de analyse van de verkiezingsuitslag door Roger Motz, zie Sébastien Baudart, ‘1946, evaluatie van een verkiezingsnederlaag’, in: Liberas Stories.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "Voor de verdediging van de Vrijheid ", Liberas Stories, laatst gewijzigd 07/10/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op