Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Reeks

HLN 1939-1945 | 3. Een krant op de vlucht

Acht maanden na het begin van de schemeroorlog is het dan op 10 mei 1940 zo ver. Duitse troepen gaan tot de aanval over en trekken in de vroege ochtend ook België binnen. Voor Het Laatste Nieuws begint de uitvoering van een - deels voorzien en deels geïmproviseerd - plan om de krant uit bezet gebied te houden.

Sébastien Baudart
12 december 2025

Voorpagina Het Laatste Nieuws (ochtendeditie van 10 mei 1940).

Het is oorlog

Vrijdag 10 mei 1940, rond vijf uur ’s ochtends, weerklinken in Brussel explosies en sirenes.1 Duitse vliegtuigen droppen hun eerste bommen boven verschillende wijken van de stad. Een uur later brieft premier Hubert Pierlot na een zeer ochtendlijke ministerraad de pers: België wordt effectief aangevallen. Maar terwijl de radio meedeelt dat de Duitse invasie begonnen is, vinden de krantenlezers deze vrijdagochtend geen spoor van de invasie in hun dagblad(en). Toen duidelijk werd dat de oorlog voor België begonnen was, waren de ochtendedities al gedrukt.

Op de voorpagina van de ochtendeditie van Het Laatste Nieuws kan men dan ook een kort bericht vinden met als titel ‘Onveranderd en Kalm - Geen nieuwe aanwijzingen - Eenige ontspanning maar waakzaamheid’. Verder veel droge persberichten van Belga, Havas (Frankrijk), Reuter (Groot-Brittannië), ANP (Nederland) en DNB (Duitsland) over het verloop van de internationale ontwikkelingen, zoals de strijd van de geallieerden tegen de Duitsers in Noorwegen, de politieke toestand in Engeland, de Zweedse neutraliteit en de spanningen tussen Nederland en Duitsland. In het met ‘Vl.’ ondertekend editoriaal dat een vergelijking maakt tussen de appeasementpolitiek van de in het nauw gedreven Britse premier Chamberlain en de potentiële ‘roekeloze oorlogspolitiek’2 van een mogelijke nieuwe regering, kiest de krant duidelijk voor de eerste optie.

‘De internationale toestand was Donderdagmiddag onveranderd, maar een groote kalmte viel waar te nemen. Nabij onze grenzen deden zich geen wijzigingen voor.’

(Het Laatste Nieuws, 10 mei 1940)3

Voorpagina Het Laatste Nieuws (ochtenduitgave van 11 mei 1940).

‘Duitschland valt België, Nederland en Luxemburg aan - Frankrijk en Engeland komen ons land te hulp’, kopt de ochtendeditie van Het Laatste Nieuws op zaterdag 11 mei. In een vlammend editoriaal veroordeelt de krant net als de rest van de Belgische pers deze ‘snoode aanslag op een vredelievend land’, hopend dat hetzelfde zal gebeuren ‘door gansch de beschaafde wereld’. Met deze aanval - ondanks de Belgische neutraliteit én de gegeven waarborgen - bewijst Duitsland ‘dat het niets of niemand ontzien wil.’ Afsluiten doet de tekst met een aanmaning tot kalmte en vertrouwen ‘in de lotsbestemming van een natie, die onafhankelijk wil en zal blijven’ en de uitroep ‘Leve de Koning, leve het leger en leve de onverbreekbare eendracht tusschen Walen en Vlamingen.’4 Ook in de rest van de krant is de oorlog dominant aanwezig met onder andere de algemene mobilisatie, een boodschap van koning Leopold III, de reactie van het eveneens aangevallen Nederland en een uitgebreid verslag van de buitengewone Kamerzitting van vrijdagnamiddag 10 mei.

‘België en Nederland bieden hardnekkig Weerstand aan den Duitschen Inval’, ‘Het Leger verdedigt heldhaftig ons Grondgebied’, ‘Tijdens nachtelijke Gevechten weten onze Troepen overal hun Stellingen te handhaven.’5 De daaropvolgende dagen blijken de ronkende titels over de weerstand van het Belgische leger, gebaseerd op de bij publicatie dikwijls achterhaalde officiële legerberichten, al snel net iets te optimistisch. Want ondanks de versterking van de te hulp geschoten Franse en Britse troepen, rukt het Duitse leger steeds verder op. Verhalen van vluchtelingen en diverse geruchten worden alternatieve nieuwskanalen. De omvang van Het Laatste Nieuws krimpt ondertussen zienderogen. Terwijl de krant van 10 mei nog - zoals de laatste tijd gebruikelijk is - twaalf pagina’s telt, daalt dit op 11 en 12 mei naar acht, de 13e naar vier, om de 14e te eindigen met een ultieme editie van slechts twee pagina’s, volledig gewijd aan de oorlogssituatie. Ten gevolge van het Koninklijk Besluit van 11 mei6, dat onder andere voor drukwerk een voorafgaande controle door het ministerie van Binnenlandse Zaken invoert, verschijnt deze laatste editie van 14 mei met de vermelding ‘Toegelaten door het Beheer der Censuur onder nummer 31.’7

Nummer van Vrij België met een hoofdartikel door Frans Van Cauwelaert en Julius Hoste (1 september 1916). Collectie Liberas.

Goede voornemens

Voor Julius Hoste zijn de zaken duidelijk. Hij is niet van plan om zijn krant onder Duitse censuur te laten verschijnen. Hij verklaarde het al herhaaldelijk vóór 10 mei én hij heeft een plan om bij een Duitse bezetting van Brussel achter de frontlijn, vanuit Oostende, te verschijnen. Met zijn weigering sluit hij zich aan bij de anticensuurprincipes van de Algemeene Belgische Persbond en bij zijn eigen ervaringen uit de Eerste Wereldoorlog.

Op 20 augustus 1914, iets meer dan twee weken na de Duitse inval in 1914, bereikten de Duitse troepen Brussel en legde Het Laatste Nieuws - toen nog onder leiding van vader Julius Hoste sr. - in Brussel haar persen stil.8 Hoste jr. vluchtte naar Nederland, en werkte er in eerste instantie mee aan het dagblad De Vlaamsche Stem, dat zich op Vlaamse vluchtelingen richtte. Samen met de katholieke volksvertegenwoordiger Frans Van Cauwelaert verliet hij echter deze krant toen ze de anti-Belgische en activistische toer opging. Als reactie stichtten Hoste en Van Cauwelaert tijdens de zomer van 1915 in Den Haag het weekblad Vrij België, dat zich profileerde als Vlaamsgezind én loyaal aan de Belgische staat en bijgevolg ook als anti-Duits en anti-activistisch. Vrij België verscheen tot 20 november 1918, een dikke week na de Wapenstilstand. De gezamenlijke ervaring maakte van het liberaal-katholieke duo Hoste-Van Cauwelaert vrienden voor het leven.9

‘Onze zoo vertrouwensvolle samenwerking in Nederland is een van mijn schoone levensherinneringen […].’10

(Frans Van Cauwelaert aan Julius Hoste, 8 augustus 1940)

Het oorlogsdagboek van Julius Hoste, 1941-1944.

Intermezzo: de bronnen van dit verhaal

Geen geschiedschrijving zonder bronnen. Jammer genoeg zijn in de Belgische archieven, buiten de oorlogsedities van de krant dan, weinig eigentijdse bronnen bewaard over Het Laatste Nieuws tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele persoonsarchieven in onder andere Liberas, het Letterenhuis en CegeSoma bevatten wel wat bruikbare archiefstukken zoals brieven, nota’s, financiële stukken en dagboeken. Dergelijke stukken komen in beperkte mate ook voor in de door het Rijksarchief bewaarde repressiedossiers van het militair gerecht, waarin ze zijn opgenomen als bewijsstukken.

Dit eigentijdse archiefmateriaal is echter te gefragmenteerd om het verhaal van Het Laatste Nieuws als oorlogskrant te reconstrueren. Het is dus nodig om in combinatie met deze archiefstukken intensief gebruik te maken van verklaringen die betrokkenen achteraf (meestal na afloop van de oorlog) aflegden: tijdens verhoren, in ter verantwoording opgestelde nota’s, in brieven, in memoires en interviews, en tijdens na de oorlog gevoerde processen voor het militair gerecht. Vooral het groepsproces-Het Laatste Nieuws is hierbij van belang. Twee hoofdredacteurs, drie beheerders/verantwoordelijke uitgevers, twee redactiesecretarissen en een redacteur werden er berecht voor hun rol in Het Laatste Nieuws als oorlogskrant. Julius Hoste en meer dan twintig andere betrokkenen kwamen in de rechtszaal getuigen. De Belgische pers11 volgde met veel aandacht dit eerste Brusselse groepsproces voor perscollaboratie en bracht zeer uitgebreide verslagen van de zittingen.

Uit Het Laatste Nieuws, 21 november 1945, p. 1 en La Flandre Libérale, 22 november 1945, p. 2.

Als men de beschikbare naoorlogse verklaringen vergelijkt, combineert en toetst aan de beschikbare eigentijdse bronnen, dan blijkt dat er door de verschillende betrokkenen zeer weinig gelogen werd, al zijn er uiteraard wat variaties als gevolg van het spel van het geheugen, én probeert meer dan één betrokkene de verantwoordelijkheid voor bepaalde daden zo veel mogelijk in andermans schoenen te schuiven. Om die redenen worden gebeurtenissen waarover de getuigenissen overeenkomen, of die gestaafd worden door eigentijdse bronnen, zonder meer opgenomen in de tekst (met bronvermeldingen in eindnoot). Wanneer verklaringen van slechts één betrokkene of één betrokken partij komen, wordt dit in de tekst (net als bij citaten) duidelijk aangegeven.

Detail uit een nota van ingenieur Michaël Cloet over het materiaaltransport naar de kust, 4 november 1940.

Het plan-Oostende

Achter de schermen van Het Laatste Nieuws beweegt er ondertussen heel wat.12 Julius Hoste licht zijn redactie in over het plan - dat hij met enkele medewerkers in februari uitwerkte - om vanuit Oostende uit te geven. Nieuwe stappen worden daarvoor ook gezet: vanaf 10 mei coördineert werktuigkundig ingenieur Michaël Cloet het transport van divers drukmateriaal naar de kust, een operatie die tot de 14e duurt, wanneer hijzelf met een ultiem konvooi naar de kust rijdt. Onder andere vijfhonderd kilogram tin en ‘2 policen matrijzen’ vinden onderdak bij drukkerij Unitas. Ander materiaal, waaronder een kop van Het Laatste Nieuws, wordt ondergebracht in de kelder van een villa in Sint-Idesbald, waar Julius Hoste uiteindelijk met zijn gevolg naartoe trekt. De toegang tot de kelder wordt dichtgemetseld.13

De gevel van Het Laatste Nieuws in de Emile Jacqmainlaan. (Het Laatste Nieuws van 1 januari 1926: 1)

Maar zo ver zijn we nog niet. Op Pinksterzondag 12 mei, terwijl de sfeer in Brussel te snijden is, diverse geruchten over Duitse parachutisten de ronde doen, vluchtelingen uit het oosten van België de hoofdstad bereiken of doorkruisen, en ook Brusselaars veiliger oorden willen opzoeken, herhaalt Hoste tegenover zijn uitgedunde redactie - heel wat redacteurs zijn gemobiliseerd - en in aanwezigheid van administratief directeur Cyriel Baeyens zijn voornemen Het Laatste Nieuws niet te laten verschijnen onder een Duitse bezetting.

Om de continuïteit te verzekeren, krijgen de redacteurs en andere werknemers hun loon voor de volgende maand al vooruitbetaald. Hoste laat ook weten dat hoofdboekhouder Jan Hereng in Brussel blijft en over fondsen beschikt om de werkloze werknemers te ondersteunen. Zelf vertrekt Hoste op 12 mei ook richting Belgische kust, de volgende uren en dagen gevolgd door hoofdredacteur Marcel Stijns, Cyriel Baeyens, een aantal redacteurs van de oude garde en technische personeelsleden.

Enkele redacteurs en bedienden besluiten samen met Hereng in Brussel te blijven. Op zich is Brussel vrij veilig. De hoofdstad is open stad verklaard, zal niet verdedigd worden en hoeft dus in principe geen Duitse bombardementen of andere aanvallen meer te vrezen. Toch vluchten vele andere medewerkers, met of zonder hun gezin, op eigen houtje. Het gerucht14 doet immers de ronde dat de Duitsers alle journalisten zouden oppakken of zelfs neerschieten.

Marcel Stijns met zijn echtgenote Alice Dusesoi en dochter Livia in 1933.

Ook de gezinnen van Julius Hoste en Marcel Stijns reizen mee naar Oostende, net als Frans Vink - de verloofde van Hostes oudste dochter Elisabeth - samen met diens moeder en twee jongere broers.15 De omstandigheden nopen tot improvisatie: ‘De gedachte was: we gaan weg, en we zullen wel zien’16, vertelt Elisabeth Hoste in 2003 over hun vertrek.

Vader Jacques Vink blijft wel in Brussel om Philips België te blijven leiden en neemt zijn intrek in het huis van de Hostes op de Brusselse Natiënlaan17, een residentiële laan in het zuiden van Brussel, vlak naast het Ter Kamerenbos. Een aanbod van Hoste zelf, net voor zijn vertrek. Vinks villa in Erps-Kwerps dreigt door de Duitse opmars immers al snel in de frontlinie18 te zullen liggen. Tegelijk kan Vink ook over Hostes huis waken tijdens diens afwezigheid. Op 14 mei 1940 sluit Vink met Jan Hereng, Hostes boekhouder en volmachthouder, een huurcontract19 van een jaar af voor een huurbedrag van vierentwintigduizend frank per jaar.

Raoul Tack. (De Pers. Gedenkboek (1888-1948)).

De uittocht van de Brusselse pers

De perswereld heeft één groot voordeel ten opzichte van de gewone bevolking: ze is goed ingelicht.20 Op 12 mei maakt de regering aan de directeurs van de Brusselse kranten duidelijk dat de Duitse opmars Brussel op korte termijn kan bedreigen. Premier Hubert Pierlot ontvangt de directeurs op zijn kabinet samen met Raoul Tack, de voorzitter van de Brusselse afdeling van de Algemeene Belgische Persbond, en zet hen aan hun publicaties te staken en Brussel te verlaten.21 Maar de journalisten merken ook zelf dat diverse ministeries naar de kust aan het verhuizen zijn, en krijgen via verschillende kanalen inside-informatie over de militaire toestand, zoals Le Soir-journalist Désiré Denuit22 in zijn herinneringen opmerkt.

Dezelfde 12e mei kan premier Hubert Pierlot tijdens de ministerraad van 15.15 u. aan zijn regering meedelen23 dat de krantendirecteurs een akkoord bereikt hebben over de publicatie van een gezamenlijke ‘journal unique’, op voorwaarde dat de journalisten van deze krant de regering zouden mogen volgen op haar vlucht. Uiteindelijk komt van het hele plan niets in huis.

Pierre van Outryve d’Ydewalle in 1950.

‘A La Libre, démoralisation générale. […] Les journalistes songent tous à fuir’24, schrijft La-Libre-Belgique-medewerker Paul Struye op 12 mei over zijn collega’s in zijn dagboek. Pierlots kabinetschef Pierre Van Outryve d’Ydewalle schrijft op 13 mei dan weer dat ‘Les directeurs de journaux prennent peur et “mettent la clef sous la porte”.’25 Het lijkt wel of de Brusselse pers collectief - net als zoveel andere vluchtelingen - richting kust of Frankrijk trekt, daarmee gevolg gevend aan de richtlijnen van de Algemeene Belgische Persbond, die zijn leden had aangezet naar Frankrijk te vluchten bij een Duitse inval.26

Bij Le Soir leggen ze op 12 mei enkele bestelwagens richting kust in, met de vage hoop om misschien van elders in België of Frankrijk de krant te kunnen uitgeven.27 Bij De Standaard en Het Nieuwsblad vertrekt directeur Fernand Van den Eynde samen met enkele redacteurs en andere medewerkers (en familieleden) in enkele auto’s en een bestelwagen, met het plan om vanuit West-Vlaanderen of Frankrijk te opereren.28

Le Soir, editie van 17 mei 1940 in samenwerking met de persdienst van het Kabinet Landsverdediging, met in detail het bericht ‘A nos lecteurs’. (Collectie KBR J.B. 838 - DIGIT 838).

Het resultaat: ‘La plupart des journaux ont cessé de paraître’,29 zoals Paul Struye op 14 mei in zijn dagboek schrijft. De Duitse troepen strijden op dat moment al in Leuven. In Noord-Frankrijk breken de Duitse troepen ter hoogte van Sedan door de Franse verdedigingslinies, in de nacht van 14 op 15 mei capituleert Nederland. De regering probeert in de laatste kranten nog geruststellende berichten te publiceren, maar de beslissing van 14 mei om alle mannen van 17 tot 35 jaar die tot de rekruteringsreserve behoren, naar Frankrijk te evacueren, maakt duidelijk dat de toestand zeer ernstig is. Ook het vertrek van de regering - die op vraag van de koning zo lang mogelijk in Brussel gebleven is - in de namiddag van 16 mei naar de kust, wijst op de ernst van de gebeurtenissen.

De 15e verschijnt nog een laatste nummer van Le Vingtième Siècle30 net als een laatste reguliere editie van Le Soir, gedateerd op 16 mei. Een laatste gezamenlijke editie van De Standaard/Het Nieuwsblad/Sportwereld31 verschijnt nog op datum van 16 mei. Om de bevolking toch via een krant te kunnen informeren, legt de regering32 op de middag van 15 mei onmiddellijk beslag op Le Soir. Een noodeditie33 van deze krant verschijnt op datum van 17 mei in samenwerking met de persdienst van het kabinet Landsverdediging. Concrete plannen om op vraag van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de avond van 16 mei een editie van La Libre Belgique te publiceren, vallen in het water door stroomproblemen.34

Joseph Vandemeulebroek door Jacques Ochs. (Cover van Pourquoi Pas?, 1 december 1939). 

Met het vertrek van de regering naar Oostende, is Brussel volledig in handen van zijn liberale burgemeester Joseph Vandemeulebroek, die, zoals voorzien door de regering, ter plaatse blijft. Tijdens de eerste ministerraad in Oostende, ’s avonds laat op 16 mei, vertelt premier Pierlot aan zijn collega’s hoe hij op de avond van de 15de nog een onderhoud met de Brusselse burgemeester had en daaruit het gevoel kreeg ‘que la capitale est laissée aux mains d’un homme résolu et de grand courage.’35 Uiteindelijk bereiken de Duitsers Brussel op de avond van vrijdag 17 mei, waarop Vandemeulebroek een geweldloze overgave van de stad onderhandelt. Rond half elf wappert de hakenkruisvlag aan de gevel van het Brusselse stadhuis.

Detail uit ‘Leger en volk. Onverbreekbare eendracht’, het editoriaal van ‘Vl.’ (Het Laatste Nieuws van 13 mei 1940: 1).

Hostes bericht in de krant

In een met ‘Vl.’ ondertekend editoriaal36 in de krant van 13 mei, gewijd aan de weerstand tegen de Duitse aanval, laat Julius Hoste een korte passage publiceren over de rol van de pers, waar later veelvuldig naar verwezen zal worden. ‘Ook de pers van ons land zal aan haar plicht niet te kort komen. Evenmin als in 1914, zal zij onder een vreemd censuur willen verschijnen’, schrijft hij. Om er dan aan toe te voegen dat ‘indien de omstandigheden moesten meebrengen, dat de uitgave van de dagbladen niet ter plaatse zelf kan gebeuren’, ervoor gezorgd zal worden ‘dat ook op dat gebied vrije stemmen zich blijven verheffen, in dienst van land en volk.’ Een duidelijke intentieverklaring van Hoste in naam van Het Laatste Nieuws en de Belgische pers om niet te willen verschijnen onder Duitse censuur. Ook is het een duidelijk engagement om de persvrijheid in de praktijk te blijven brengen buiten bezet gebied. Maar het blijven vage intenties. Van een verbod om in zijn afwezigheid de krant uit te geven, is geen sprake. In de logica van Hoste is dat ook niet nodig, aangezien hij het herhaaldelijk mondeling aan zijn medewerkers duidelijk gemaakt heeft én een verschijning onder Duitse censuur volledig haaks zou staan op hoe hij in het leven staat. Zoals hij na de oorlog verklaart, zou ‘met den vijand collaboreeren’ ‘slechts het verloochenen van het verleden en mijn principes’37 betekenen.

Redacteurs op de vlucht

Na de oorlog vertelt Mark Belloy38, al sinds 1924 redacteur voor Het Laatste Nieuws, hoe hij op 13 mei samen met zijn vrouw en dochter met de taxi naar Oostende rijdt en daar zijn collega’s Marcel De Ceulener, Joris De Maegt en August Woulff - ook allemaal oudgedienden - terugvindt. Maar geen Julius Hoste. Deze blijkt samen met Cyriel Baeyens en Marcel Stijns in Sint-Idesbald te zitten. Wanneer de journalisten, met in Oostende opgepikte vrachtwagens van de krant, Sint-Idesbald bereiken, krijgen ze van Hoste, Baeyens en Stijns te horen dat het plan om vanuit Oostende uit te geven niet meer haalbaar is. De Duitse troepen rukken te snel op. ‘Na eenigszins bewogen besprekingen’, vertelt Belloy, ‘stelde de heer Hoste twee kleine vrachtwagens aan de beschikking van de hh. Woulff, De Maegt en van mijzelf. De heer De Ceulener reed met zijn eigen wagen. De heer Hoste gaf ons den raad ons naar Abbeville te begeven, waar wij elkander weer zouden ontmoeten.’ De redacteurs krijgen, voor het geval ze Abbeville niet kunnen bereiken, ook het adres van de kantoren van Philips in Parijs. Het is echt tijd om te vertrekken: op 15 mei, de dag dat de delegatie van Het Laatste Nieuws uit Sint-Idesbald vertrekt, vallen ’s avonds de eerste Duitse bommen39 op Oostende.

Herman Vos. (Uit Le Parlement Belge 1930).

In Abbeville (dat de Duitse troepen al op de avond van 20 mei bereiken40) geraken de journalisten niet, en in Parijs ook niet. Ontelbare burgers zijn op de vlucht en de manoeuvrerende legers bemoeilijken de verplaatsingen. Via Adinkerke en Veurne bereiken ze Frankrijk41, waar ze via Hondschote, Nabringhen, Criel-sur-mer en Dieppe in Rouen belanden. Daar krijgen Belloy en zijn gezelschap van Belgisch Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert en senator Herman Vos de raad naar Limoges te trekken aangezien ‘de Belgische regeering zich waarschijnlijk te Limoges zou vestigen’. Gezien de politieke contacten van Hoste, die actief is binnen de Liberale Partij en in 1936-1938 minister van Onderwijs was, lijkt Limoges hen ook voor Hoste een logische bestemming. De journalisten trekken verder via onder andere Bernay, Argentan, Vitré, Angers en Poitiers en bereiken op 22 mei Limoges, de hoofdstad van het departement Haute-Vienne. Daar vinden ze Hoste en zijn ‘karavaan’ terug, die daar na een tocht via onder andere Boulogne en Abbeville dezelfde dag aankomen.

Hoste vestigt zich in een groot huurhuis en bekijkt samen met zijn gevolg de mogelijkheden om Het Laatste Nieuws vanuit Frankrijk te laten herverschijnen. Dat het geen onmogelijk plan is, bewijst de Luikse krant La Meuse. Na een editie vanuit Brussel op 11 mei, verschijnt deze vanaf de 15e vanuit Parijs, gedrukt op de persen van de krant Paris-Soir, met toestemming van het Franse ministerie van Informatie, én met een verspreiding over heel onbezet Frankrijk ter attentie van de talloze Belgische vluchtelingen.42

Mark Belloy (Het Laatste Nieuws, 12 februari 1942, p. 8).

Mark Belloy

Redacteur Mark Belloy is nauw verbonden met Antwerpen. Hij wordt er geboren op 15 augustus 1902, loopt er school en werkt er na zijn middelbare studies drie jaar voor het Stedelijk Schoolmuseum. Op 1 november 1924 komt hij als redacteur in dienst bij Het Laatste Nieuws, met de steun van Victor Resseler, die de leiding heeft van het Antwerpse kantoor. Hoewel hij op de Brusselse redactie werkt, blijft Belloy in Antwerpen wonen. Voor Het Laatste Nieuws verzorgt hij onder andere culturele artikels, Antwerpse berichtgeving en reisreportages.

Ondertussen maakt hij in navolging van zijn vader Louis Belloy - Antwerps acteur en regisseur bij onder andere de KNS en de radio - ook zelf naam in de toneelwereld: hij speelt en regisseert als amateur bij de Antwerpse rederijkerskamer De Violieren en zijn vertalingen van buitenlandse stukken worden opgepikt door de Antwerpse KNS. De eigen stukken die hij vanaf 1925 publiceert (Het Onverwachte, Match Nul, Het Kontrakt, Elektrokutie en Da capo), kunnen rekenen op toenemende belangstelling en appreciatie van collega’s en pers.

Sinds april 1926 is Belloy gehuwd met actrice en zangeres Julia Van Troyen (te zien en te beluisteren in theaters en radioprogramma’s), met wie hij vaak samenwerkt. Zelf werkt Belloy ook voor de radio: tussen 1937 en het voorjaar van 1940 leidt hij voor Librado, de Liberale Radio Omroep die uitzendt op de NIR, de uitzendingen van het cabaretensemble De Blauwe Vogel, waarvoor hij ook de teksten levert. Van januari 1940 tot het uitbreken van de oorlog is hij bij Librado op vrijwillige basis ook programmaleider. Belloy is in 1940 lid van het Liberaal Vlaams Verbond, het Willemsfonds (Antwerpen) en de Algemeene Belgische Persbond.43

Jan Hereng op latere leeftijd. (Het Laatste Nieuws, 26 december 1983: 3).

Delegatie van bevoegdheden

Hoste is dan wel, net als veel personeelsleden, uit Brussel vertrokken, maar de installaties van Het Laatste Nieuws werden bij zijn vertrek naar de kust - hoewel dit technisch gezien mogelijk was - niet gesaboteerd44 en zijn dus eigenlijk gebruiksklaar.45 Ook een uitgebreide papierreserve van 2383,8 ton46 ligt er op gebruik te wachten. Het is de in Brussel gebleven Jan Hereng die als opdracht heeft om de gebouwen en installaties van het Het Laatste Nieuws te bewaken. Veel volk loopt daar verder niet meer rond: in een nota47 vertelt Victor Resseler, hoofd van het Antwerpse kantoor, hoe hij op 14 mei naar Brussel rijdt omdat hij geen kranten en geen nieuws meer uit Brussel krijgt. Hij komt in de kantoren van de krant enkel Hereng tegen, die hem twee maanden loon voor het Antwerpse personeel overhandigt.

Hereng heeft als hoofdboekhouder ook een grotere taak dan op de infrastructuur letten: op 12 mei 1940, de dag dat hij naar Oostende vertrok, bevestigde Hoste in een snel op briefpapier van Het Laatste Nieuws getypt document ‘al de volmachten […] waarover de h. Hereng Jan Baptist […] reeds beschikt’ en gaf hij hem ‘verder volledige volmacht voor de bereddering van al de zaken die [hem] aanbelangen, zoowel administratieve als financieele, en dit tot [zijn] terugkeer te Brussel.’48 Daarnaast overhandigde Hoste aan Hereng ongeveer 1,3 miljoen Belgische frank om de belastingen van 1939 te betalen en werkloos personeel dat in Brussel zou blijven, te steunen.

Robert Peeters in 1942.

De zaken lopen echter niet zoals Hoste had voorzien. Via redacteur Robert Peeters, sinds de mobilisatie van september 1939 verbonden aan de persdienst van het ministerie van Landsverdediging, krijgt Hereng bericht dat zijn naam op een Duitse zwarte lijst staat en dat hij gevaar loopt om aangehouden te worden. Daarop besluit ook hij te vluchten. Op 15 mei brengt hij een laatste bezoek aan de kantoren van Het Laatste Nieuws, waar hij enkele op post gebleven werknemers vindt: redacteur Frans Beckers, J. De Ruyter, bediende op de advertentiedienst, en Joris Van Acker, de chef van de advertentiedienst die zijn oorspronkelijke vluchtplannen heeft opgeborgen omdat de toestand van zijn zieke schoonmoeder steeds verslechtert. Hereng is niet op andere gedachten te brengen en delegeert aan het drietal49 - dat hij benoemt tot een comité onder leiding van Van Acker - zowel de opdracht over de gebouwen te waken als de zorg over het personeel. Hij overhandigt hen ook geld om achtergebleven personeel te ondersteunen. Van Acker krijgt oorspronkelijk 120.350 frank50 en een postmandaat van 65.000 frank, maar wil zo veel geld niet bewaren en vraagt Hereng om 100.000 frank aan Jacques Vink te bezorgen. De resterende 20.350 frank wordt verdeeld tussen Van Acker, Beckers en De Ruyter.

Hereng trekt daarop naar Vink, aan wie hij uiteindelijk naast de oorspronkelijk voorziene 100.000 frank ook nog 200.000 frank extra als reserve in bewaring geeft. Wat overblijft van het bedrag dat Hereng van Hoste kreeg, blijft op de bank. Na de oorlog geeft Hereng Vinks toekomstig schoonvaderschap van Elisabeth Hoste als reden om naar hem te trekken. En hij had nu eenmaal een vertrouwenspersoon nodig.

Na een vlucht door Frankrijk belandt ook Hereng uiteindelijk in Limoges, waar hij Hoste inlicht over wat er gebeurde sinds zijn vertrek. Naar Hoste eind 1944 verklaart, zei hij aan Hereng bij zijn aankomst in Limoges dat hij ‘zijn overkomst begreep maar betreurde en dat het van zijnentwege een onvoorzichtigheid was, de Hr. Van Acker voor deze opdracht aangesproken te hebben’ omdat hij ‘hem daarvoor van geen voldoend evenwichtig karakter beschouwde.’51 De andere uitgekozen personeelsleden vertrouwde Hoste evenmin, en ook Baeyens vond, volgens een naoorlogse verklaring, dat het ‘ongelukkig was dat hij deze taak toevertrouwd had aan de drie personen waarin we geen vertrouwen hadden.’52 Op het proces-Het Laatste Nieuws eind 1945 verklaart Hoste dat hij het ‘jammer’ vond dat Hereng vertrokken was, omdat hij ‘het voorgevoel had dat het gevaarlijk was’53 die opdracht aan Van Acker te geven. Of zoals een journalist van Le Soir het vanuit de rechtszaal optekent: ‘Quand il m’a dit qu’il avait confié l’argent à Van Acker j’ai eu le pressentiment que cela tournerait mal. Van Acker était un ambitieux.’54

Dit artikel past in een reeks gewijd aan Het Laatste Nieuws net voor, tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog. Bezit u archiefmateriaal van personen die in deze periode voor Het Laatste Nieuws werkten (bijvoorbeeld brieven, foto’s, dagboeken, memoires) of promotiemateriaal van de krant, en mag dat geraadpleegd worden voor historisch onderzoek? Neem graag contact op met sebastien.baudart@liberas.eu.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op: Het Laatste Nieuws, 10-11 mei 1940; ‘Ce que les autres disent… L’agression allemande’, in: L’Indépendance Belge, 12 mei 1940 : 2; Paul Delantsheere en Alphonse Ooms, La Belgique sous les nazis. Tome I - 1940-1941 (Bruxelles: L’Edition Universelle, [1945]) 10-11; Désiré Denuit, L'été ambigu de 1940. Carnets d'un journaliste (Bruxelles: Musin, 1978) 133-134; Chantal Kesteloot, 1940-1944. Bruxelles sous l’Occupation (Bruxelles: Editions Luc Pire/Cegesoma, 2009) 31; Paul Struye (ed. Thierry Grosbois), Journal de Guerre (Bruxelles: Editions Racine, 2004) 35 (10 mei 1940); Jean Vanwelkenhuyzen en Jacques Dumont, 1940. Le Grand Exode (Gembloux: Duculot, 1983); Misjoe Verleyen en Marc De Meyer, Mei 1940. België op de vlucht (Antwerpen: Manteau, 2010) 68.

2. Vl., ‘De politiek van het Britsche Rijk. Zal Chamberlain moeten aftreden?’, in: Het Laatste Nieuws, 10 mei 1940 (morgenblad): 1. 

3. ‘Onveranderd en Kalm. Geen nieuwe aanwijzingen’, in: Het Laatste Nieuws, 10 mei 1940 (morgenblad): 1. 

4. Het Laatste Nieuws, ‘België aangevallen. Een snoode aanslag op een vredelievend land’, in: Het Laatste Nieuws, 11 mei 1940 (morgenblad): 1.

5. Het Laatste Nieuws, 12, 13 en 14 mei 1940: 1.

6. ‘Invoering van de Censuur. Toezicht op alle uitgaven en voorstellingen’, in: Het Laatste Nieuws, 13 mei 1940: 3.

7. Het Laatste Nieuws, 14 mei 1940: 1. 

8. Lokale versies onder de naam Het Laatste Nieuws verschenen na deze datum nog wel in Gent en Antwerpen.

9. Het Laatste Nieuws, ‘Waarom?’, in: Het Laatste Nieuws, 18 november 1918: 1; Het Laatste Nieuws, 1 april 1940: 3; Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | 2. ‘Moge 1940 een werkelijken vrede brengen!’’, in: Liberas Stories magazine, geraadpleegd 15.9.2025; René Campé, Marthe Dumon en Jean-Jacques Jespers, Radioscopie de la presse belge (Verviers: André Gérard/Marabout, 1975) 191; Reginald De Schryver en Karla Vanraepenbusch, ‘Vrij België’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 22.8.2025; Pieter Van Hees en Bruno Yammine, ‘De Vlaamsche Stem (1915-1916)’, in: encyclopedievlaamsebeweging.be, geraadpleegd 22.8.2025; Harry Van Velthoven, Zwerver in niemandsland. Julius Hoste en zijn Londens oorlogsdagboek (Gent: Academia Press/Liberaal Archief, 2005) 3, 11; Lode WIls, Frans Van Cauwelaert. Politieke Biografie (Deurne: Doorbraak, 2017) 267-279.

10. Letterenhuis, Archief Frans Van Cauwelaert, Brief van Frans Van Cauwelaert aan Julius Hoste, 8 augustus 1940.

11. Voor dit onderzoek werd gebruikgemaakt van de verslaggeving in De Nieuwe Gazet, De Nieuwe Standaard, De Roode Vaan, Gazet van Antwerpen, Het Laatste Nieuws, Het VolkLa Cité Nouvelle, La Dernière Heure, La Flandre Libérale, La Lanterne, La Libre Belgique, La Nation Belge, La Wallonie, Le Drapeau Rouge, Le Peuple, Le Soir, Vers l’Avenir, Volksgazet en Vooruit. In volgende referenties wordt de persverslaggeving vanop het proces-Het Laatste Nieuws aangeduid met ‘Verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945’. Aangezien de pv’s van de zittingen in het procesdossier enkel verkorte weergaven van de verklaringen op de eerste twee procesdagen bevatten, is de uitgebreide persverslaggeving van groot belang; al is het nodig om grondig te combineren en te vergelijken om slordigheden, verkeerd begrepen passages e.d. uit de verslagen te filteren.

12. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op naoorlogse verklaringen van Cyriel Baeyens, Frans Beckers, Mark Belloy, Jan Hereng, Julius Hoste, Joris Van Acker en Jacques Vink in de aanloop naar en tijdens het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces Het Laatste Nieuws); Voor dit onderzoek werd gebruikgemaakt van de verslaggeving in Het Laatste Nieuws, Le Soir, De Nieuwe Standaard, Le Peuple, La Dernière Heure, La Libre Belgique, Het Volk en De Nieuwe Gazet. In volgende referenties wordt de persverslaggeving vanop het proces-Het Laatste Nieuws aangeduid met verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945; Letterenhuis, Brievenmap Frans Demers D 327 B: Brief van Johan-Marc Elsing (Frans Beckers/Demers) aan Marnix Gijsen, 20 juni 1953; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4 (Nota ‘Onafgebroken in dienst …’, [1944-1945) en doos 10 (transcriptie van verhoor van Cyriel Baeyens en Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945), aangevuld met: Deskundig verslag door Nestor Eemans ter voorbereiding van het proces-Het Laatste Nieuws, 10 juni 1945 (in o.a. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws  en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10); Kadoc, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 22: dagboeknotities, mei 1940; Liberas, Achief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.1.1. Het ‘relaas Matagne’ over de gebeurtenissen vanaf 10 mei 1940; Het Laatste Nieuws, 10-14 mei 1940; Paul Delantsheere en Alphonse Ooms, La Belgique sous les nazis. Tome I – 1940-1941 (Bruxelles: L’Edition Universelle, [1945]) 18-37; Désiré Denuit, L'été ambigu de 1940. Carnets d'un journaliste (Bruxelles: Musin, 1978); Paul Struye (ed. Thierry Grosbois), Journal de Guerre (Bruxelles: Editions Racine, 2004) 36-45 (10-17 mei 1940); Pierre Van Outryve d'Ydewalle, De memoires 1912-1940 (Tielt: Lannoo, 1994) 255 e.v.; Jean Vanwelkenhuyzen en Jacques Dumont, 1940. Le Grand Exode (Gembloux: Duculot, 1983); Misjoe Verleyen en Marc De Meyer, Mei 1940. België op de vlucht (Antwerpen: Manteau, 2010). 

13. Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 2: nota’s van Jan Hereng en Michaël Cloet over het overbrengen van drukmateriaal naar Oostende en Sint-Idesbald in mei 1940, 30 oktober & 4 november 1940.

14. Zie o.a. Verleyen & De Meyer, Mei 1940, 129; 30 september 1944 | ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker: brief van Cypriaan Verhavert aan Marcel Stijns, 30 september 1944.

15. ARA2, Archief Ministerie van Wederopbouw, Brabant Centrale Reeks, nr. 2.075.500: dossier oorlogsschade Jacques Vink en Hermania Droste; Liberas, Interview met de dochters Hoste door Harry Van Velthoven op 22 september 2003; Frieda Joris, ‘De oorlog was toch voor iets goed’ Liefdesverhalen uit ’40-’45 (Antwerpen/Leuven: Davidsfonds Uitgeverij, 2016) 160.

16. Liberas, Interview met de dochters Hoste door Harry Van Velthoven op 22 september 2003.

17. In 1945 omgedoopt tot Franklin Rooseveltlaan (‘Franklin Rooseveltlaan’, in: Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Inventaris van het bouwkundig erfgoed, geraadpleegd 22.8.2025).

18. Op 14/15 mei geven de legerautoriteiten de bevolking van Erps-Kwerps effectief opdracht om hun huizen te ontruimen. Wanneer Vink rond 20 mei naar Erps-Kwerps trekt, merkt hij dat de villa geplunderd is. (ARA2, Archief Ministerie van Wederopbouw, Brabant Centrale Reeks, nr. 2.075.500: dossier oorlogsschade Jacques Vink en Hermania Droste).

19. Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 13, huurcontract voor de villa aan de Natiënlaan 78, 1 mei 1940.

20. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op: Kadoc, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 22: dagboeknotities, mei 1940; Archief Arthur Vanderpoorten (archief nr. 5), nr. 3.1.1. Het ‘relaas Matagne’ over de gebeurtenissen vanaf 10 mei 1940; Chantal Kesteloot, 1940-1944. Bruxelles sous l’Occupation (Bruxelles: Editions Luc Pire/Cegesoma, 2009) 31-34; Vanwelkenhuyzen en Dumont, 1940. Le Grand Exode, o.a. 45, 58 & 146; Pierre Van Outryve d'Ydewalle, De memoires 1912-1940 (Tielt: Lannoo, 1994) 255 e.v.; Jan Velaers en Herman Van Goethem, Leopold III. De koning, het land, de oorlog (Tielt: Lannoo, 1994) 171-197; Verleyen en De Meyer, Mei 1940; Dave Warnier, ‘Mei 1940: De Achttiendaagse Veldtocht’, in: Oorlog, bezetting, bevrijding. België 1940-1945, eds. Wannes Devos en Kenny Gony (Tielt: Lannoo, 2019) 65-78.

21. 'Comme en 1914. L’attitude de la presse belge en 1940’, in: Le Journaliste/De Journalist, 27, nr. 4 (augustus 1945): 15; Leon Duwaerts, ‘L’Association générale de la Presse belge de 1885 à 1954’, in: Annuaire Officiel de la Presse Belge/Officieel Jaarboek van de Belgische Pers (Brussel: Association Générale de la Presse Belge/Algemeene Belgische Persbond, 1955) 71.

22. Denuit, L’été ambigu, 146.

23. ARA, Notulen van de ministerraad van 12 mei 1940, 15u15. 

24. Struye, Journal de guerre, 37 (12 mei 1940).

25. Kadoc, Archief Pierre van Outryve d'Ydewalle (BE/942855/1183), nr. 22: Dagboeknotities, 13 mei 1940.

26. Els De Bens, De Belgische dagbladpers onder Duitse censuur (1940-1944) (Antwerpen: Nederlandsche boekhandel, 1973) 139, op basis van een brief van de Duitse diplomaat Max Liebe aan het Auswärtiges Amt Berlijn, 10 juni 1940.

27. Denuit, L'été ambigu, 148.

28. Gaston Durnez, De Standaard. Het levensverhaal van een Vlaamse krant. 1914-1948 (Tielt: Lannoo, 1985) 458.

29. Struye, Journal de guerre, 38 (14 mei 1940).

30. Bernard Balteaux, William Ugeux. Un témoin du siècle. Entretien avec Bernard Balteau (Bruxelles: Racine, 1997) 44.

31. Durnez, De Standaard 1914-1918, 457.

32. ARA, Notulen van de ministerraad van 15 mei 1940, 11u30. In het archief van Pierre Van Outryve d’Ydewalle is de ‘Ostende’ in de titel handmatig vervangen door ‘Bruxelles’. 

33. Le Soir, 17 mei 1940.

34. Pierre Stéphany, La Libre Belgique. Histoire d’un journal libre 1884-1996 (Louvain-la-Neuve: Duculot, 1996) 210; Struye, Journal de guerre, 43-45 (16-17 mei 1940).

35. ARA, Notulen van de ministerraad van 16 mei 1940, 21u45 (Oostende).

36. Vl., ‘Leger en Volk. Onverbreekbare eendracht’, in: Het Laatste Nieuws, 13 mei 1940: 1.

37. Julius Hoste op het proces-Het Laatste Nieuws, zoals weergegeven door De Nieuwe Gazet, 27 november 1945: 2.

38. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op naoorlogse verklaringen van Mark Belloy (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Mark Belloy, pv verhoor Mark Belloy, 16 februari 1945; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4 (Nota ‘Onafgebroken in dienst …’, [kort voor 14 september 1944], aangevuld met verklaringen van Julius Hoste (verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945) en Cyriel Baeyens (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; subdossiers Joris Van Acker (pv verhoor Cyriel Baeyens als getuige op 14 november 1944) en Cyriel Baeyens (nota door Cyriel Baeyens, 14 november 1944) en herinneringen van Elisabeth Hoste (Frieda Joris, ‘De oorlog was toch voor iets goed’ Liefdesverhalen uit ’40-’45 (Antwerpen/Leuven: Davidsfonds Uitgeverij, 2016) 160). De citaten komen uit de nota van Belloy.

39. Verleyen & De Meyer, Mei 1940, 126 & 173; ‘De eerste oorlogsdagen in Oostende. Een opeenvolging van dramatische gebeurtenissen’, in: Onafhankelijk België, 10 april 1941: 3.

40. Dave Warnier, ‘Mei 1940: De Achttiendaagse Veldtocht’, in: Oorlog, bezetting, bevrijding. België 1940-1945, eds. Wannes Devos en Kenny Gony (Tielt: Lannoo, 2019) 75.

41. Voor de reisroute: Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4: handgeschreven briefje met de bereikte steden per dag, s.d.

42. Denise Lambrette, Le journal “La Meuse” 1855-1955 (Leuven/Paris: Nauwelaerts, 1969) 95-96; Vanwelkenhuyzen en Dumont, 1940. Le Grand Exode, 154-155. La Meuse is uiteindelijk de enige Belgische krant die erin slaagt om vanuit Frankrijk te verschijnen.

43. Zie Sébastien Baudart, ‘HLN 1939-1945 | Beeld van een oorlogsredactie’ [in voorbereiding].

44. Zie onder andere de verklaringen van ingenieur Edouard Van den Bogaert en directiesecretaris J. Snoeck op het proces-Het Laatste Nieuws (La Libre Belgique, 27 november 1945: 2; Le Soir, 28 november 1945: 2).

45. Tenzij anders aangegeven, is dit deel gebaseerd op verklaringen van Cyriel Baeyens, Frans Beckers, Jan Hereng, Julius Hoste, Joris Van Acker en Jacques Vink in de aanloop naar en tijdens het proces-Het Laatste Nieuws (ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws; verslaggeving van het proces-Het Laatste Nieuws in de Belgische dagbladpers, november-december 1945; Centre Jean Gol, Archief Epuratiecomité Liberale Partij, dossier Julius Hoste; Letterenhuis, Brievenmap Frans Demers D 327 B: Brief van Johan-Marc Elsing (Frans Beckers/Demers) aan Marnix Gijsen, 20 juni 1953; Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 4 (‘rapport’ door Joris Van Acker) en doos 10 (transcriptie van verhoor van Cyriel Baeyens en Joris Van Acker op het proces-Het Laatste Nieuws, 20 november 1945); Deskundig verslag door Nestor Eemans ter voorbereiding van het proces-Het Laatste Nieuws, 10 juni 1945 (in o.a. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws en Letterenhuis, Archief Mark Belloy, doos 10). 

46. ARA2, Archief Dienst van het Sekwester. Dossiers vijanden, nr. 361: Dossier “Enn. 577. Het Laatste Nieuws”: expertiserapport door accountant Edmond Guyot, mei 1949.

47. Letterenhuis, R 394 (Victor Resseler), map H: Handgeschreven nota’s over Het Laatste Nieuws in mei-juni 1940. Zie ook Cegesoma, Dossiers van de inlichtings-en actiediensten ('SRA') van de Staatsveiligheid (BE-A0547_2674_AA1333), doos 1.474, dossier 43.241: Victor Resseler: nota van V.N.E. 4 [Jean Houwelijckx] over de oorlogsgebeurtenissen bij Het Laatste Nieuws, 5 juli 1945.

48. ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier: volmacht van Julius Hoste aan Jan Baptist Hereng, 12.5.1940. De volmacht wordt ook vermeld in het huurcontract voor Hostes huis op de Natiënlaan, door Hereng in naam van Hoste afgesloten met Jacques Vink (Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 13, huurcontract voor de villa aan de Natiënlaan 78, 1 mei 1940).

49. Sommige verklaringen van Hereng en Hoste vermelden ook een vierde personeelslid, Buyse, die in de eigentijdse stukken over het overgedragen geld echter niet voorkomt. Er werken op dat moment drie Buyses op Het Laatste Nieuws: Jos Buyse (redacteur) en zijn twee zonen Jan (fotograaf) en Eugène (boekhouder). Voor deze verklaringen van Hereng en Hoste: ARA2, Archief Auditoraat-generaal, dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossier Joris Van Acker, pv’s van verhoren van Julius Hoste en Jan Hereng als getuigen, 19 december 1944 en 2 augustus 1945. 

50. Voor de bedragen, zie ook Liberas, Archief Jan Baptist Hereng (archief nr. 1847), nr. 3: ‘Balans per 28 Mei 1940’.

51. ARA2, Archief Auditoraat-Generaal, Dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossiers Joris Van Acker: pv van verhoor van Julius Hoste als getuige op 19 december 1944.

52. ARA2, Archief Auditoraat-Generaal, Dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, subdossiers Joris Van Acker: pv van verhoor van Cyriel Baeyens als getuige op 14 november 1944.

53. ARA2, Archief Auditoraat-Generaal, Dossier groepsproces-Het Laatste Nieuws, groepsdossier, pv van de openbare zitting van 26 november 1945.

54.  Le Soir, 27 november 1945: 1.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "HLN 1939-1945 | 3. Een krant op de vlucht", Liberas Stories, laatst gewijzigd 15/12/2025.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op