Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Voorgesteld

‘Een kaakslag voor de liberale gedachte’: De rol van liberale politici in Protea

In de jaren 1970-1980 zijn er opvallend veel liberale politici actief in de pro-apartheidsorganisatie Protea. Verschillende motieven zoals anticommunisme, culturele verwantschap en economische belangen spelen mee in de keuze voor het lidmaatschap, ondanks hun officiële verwerping van rassendiscriminatie. Het liberale engagement in Protea leidt ook tot morele spanningen en controverse, zowel binnen als buiten de partij.

Mare Dermaux
16 december 2025

In een persmotie uit 1978 spreekt het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVSV), aangaande het gegeven dat de organisatie Protea verschillende liberale mandatarissen als leden telt, van een ‘kaakslag voor de liberale gedachte’.1 In de jaren 1970 en 1980 speelt een opvallend aantal liberale politici een actieve rol binnen de pro-apartheidsorganisatie Protea. Deze vereniging wordt opgericht om de contacten tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika te bevorderen. Protea presenteert zich als een tegengewicht voor de volgens haar ‘gemanipuleerde’ berichtgeving over Zuid-Afrika in de westerse media. Hoewel de vereniging weinig invloed uitoefent op het beleid, slaagt ze erin de band tussen bepaalde milieus in Vlaanderen en Zuid-Afrika in stand te houden, als een pleitbezorger van het Zuid-Afrikaanse regime tijdens de piek van de internationale kritiek op het land.

Protea: een breed netwerk met uiteenlopende motieven

In 1977 wordt de Protea-Vlaams-Zuidafrikaanse Kontaktklub - kortweg Protea - in het leven geroepen, genoemd naar de gelijknamige Zuid-Afrikaanse bloem. De ideologische identiteit van de organisatie is moeilijk te duiden, gezien de heterogene achtergrond van de 142 stichtende leden. Onder hen bevinden zich 46 parlementsleden, 44 ondernemers (vaak met economische belangen in Zuid-Afrika, zoals in de diamanthandel), figuren uit de Vlaamse Beweging, leden van de Groot-Nederlandse Orde van den Prince, academici, journalisten en zelfs hoge ambtenaren van justitie en het leger.2 De diversiteit aan deelnemers leidt tot uiteenlopende vormen van economische en ideologische betrokkenheid. Daarbovenop speelt de gespannen internationale context van de Koude Oorlog een bijkomende ideologische rol. De Vlaamse politici die aanhaken bij Protea, situeren zich binnen het brede rechtse spectrum van het politieke landschap, met vertegenwoordigers van de CVP, de Volksunie, de PVV en het Vlaams Blok.3

De vereniging wordt geleid door André Vlerick, ondervoorzitter van de Kredietbank en invloedrijk ondernemer van CVP-signatuur. Het bestuur bestaat uit onder anderen Wim Jorissen, medestichter van de Volkunie, Renaat Verheyen, procureur-generaal van het Antwerps Hof van Beroep, en Clem de Ridder, voorzitter van het Davidsfonds. Het zijn allemaal figuren met invloed in politieke of andere middens. In de stichtingsakte van Protea keert de vereniging zich expliciet tegen de “gelijkheidsmythe” van het Westen en verzet ze zich tegen de druk tot democratisering in Zuid-Afrika. Binnen de apartheid zijn er twee stromingen: de voorstanders van de kleine en van de grote apartheid. In die eerste wordt er gepleit voor gescheiden parken, scholen en stranden voor mensen met een zwarte en een witte huidskleur binnen de samenleving. De grote apartheid pleit net voor het behoud van de culturele eigenheid van volkeren, en daarmee ook de aparte ontwikkeling van beide groepen. Bij grote apartheid zijn er gescheiden gemeenschappen, waarbij mensen van kleur zich terugtrekken in zogenoemde ‘thuislanden’, die de anti-apartheidsbeweging vergelijkt met reservaten.4 Hoewel Protea het idee van de kleine apartheid verwerpt, staat ze wel achter de grote apartheid. Senator Wim Jorissen (VU) noemt het liever de parallelle ontwikkeling of het politiek pluralisme van Zuid-Afrika, ‘wat vroeger apartheid werd genoemd’.5 Protea wil geen ‘smeltkroes’ in Zuid-Afrika, want zo worden volkeren het recht ontzegd om zichzelf te blijven, met een eigen taal en cultuur.6 Naarmate de tijd vordert, zijn er steeds meer leden die ook hiervan afstand nemen en het land willen helpen evolueren naar een samenleving zonder rassendiscriminatie.

Het idee van verbondenheid tussen Vlamingen en de witte Afrikaners op het vlak van taal en cultuur, speelt eveneens een rol. Verschillende leden van Protea hebben banden met de Vlaamse Beweging. In haar oprichtingstekst benadrukt Protea ook het belang van het behoud van vriendschapsbanden met verwante volkeren, zeker in deze onzekere tijden.7 PVV-senator Simon Février getuigt: ‘ik ben een overtuigde vriend van Zuid-Afrika, omdat we van dezelfde stam zijn.’8 Deze argumentatie grijpt terug naar de periode van de Boerenoorlogen (1880-1902), toen er gelijkaardige gevoelens van solidariteit bestonden tussen de ‘onderdrukte’ witte bevolking in Zuid-Afrika en de sociaal achtergestelde Vlamingen.9 Volgens een artikel uit 1977 van Eenheid en Vrijheid leeft België zelf in een feitelijke apartheid sinds de staatshervorming van 1970, met Vlamingen en Walen die in gescheiden culturen opgroeien. ‘Hoe kan het dan dat onze regering, onze mass-media, onze culturele groepen de Apartheid veroordelen in Zuid-Afrika maar ze duchtig toepassen in eigen land en op eigen volk?’10 Otto Terblanche, voormalig professor Hedendaagse Geschiedenis aan de Nelson Mandela Metropolitaanse Universiteit (Port Elizabeth), volgt deze retoriek en vindt dat Protea een bewijs is van de verdeeldheid van Vlaanderen: ‘Die oprigting en aktiwiteite van Protea wys ook heen op die diepgaande verdeeldheid wat daar in die Vlaamse samelewing ten opsigte van Suid-Afrika was.’11

Liberale betrokkenheid

Ook binnen de PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang) scharen prominente parlementsleden zich achter Protea: onder de stichtende leden bevinden zich acht PVV-senatoren. Onder hen: Hilaire Lahaye, Lucienne Herman-Michielsens, Simon Février, Jan Bascour, Jos Daems, Paul De Clercq, Ferdinand Boey en Eloi Vandersmissen.12 Hun engagement binnen Protea wortelt in een combinatie van anticommunisme, geloof in westerse solidariteit en scepsis ten aanzien van internationale sancties: ‘Wij kunnen de apartheid als liberalen, en als ondertekenaars van het Verslag van Rome niet goedkeuren, maar men mag niet met twee maten en gewichten werken.’13 Veel leden zijn daarnaast actief binnen de Belgisch-Zuidafrikaanse Interparlementaire Vereniging (1976), opgericht door André Saint-Remy. Deze vereniging wil institutioneel contact houden met Zuid-Afrikaanse parlementsleden en leunt inhoudelijk sterk aan bij Protea. Ook in het bestuur zien we overlappende figuren zoals Hilaire Lahaye en Jef Valkeniers.14

De betrokken liberalen verdedigden niet per se de apartheid als zodanig, maar keren zich tegen wat zij zien als een eenzijdige demonisering van Zuid-Afrika. In het algemeen benadrukken zij hervormingen in het land, zoals het schrappen van bepaalde discriminerende wetten, de oprichting van een multiculturele ontwikkelingsbank, en het toekennen van beperkte politieke inspraak aan niet-witte bevolkingsgroepen. In hun retoriek staat Zuid-Afrika niet voor onderdrukking, maar voor een complex land dat de tijd moet krijgen om zelf te evolueren.15

Protea-lid Piet Van Brabant is een sterkhouder in het Liberaal Vlaams Verbond en redacteur bij Het Laatste Nieuws. In februari 1978 schrijft hij een serie artikelen voor zijn krant, in navolging van zijn reis naar Zuid-Afrika. In zijn relaas keurt hij de kleine apartheid af, maar getuigt dat de regering van eerste minister Vorster zijn best doet voor de kleurlingen: ‘zij worden in talrijke opzichten zelfs vertroeteld, ook al hebben zij vooralsnog geen politieke rechten.’16 Hij bewondert ook de standvastigheid van de witte Zuid-Afrikanen en de volharding van Vorster.17 Daarnaast is Van Brabant ook niet bang om kritiek te uiten. Hij gelooft dat de verticale apartheid - het systeem van aparte ontwikkeling - geen houdbare oplossing is voor Zuid-Afrika. Volgens hem leidt dit onvermijdelijk tot meer opstanden. Tegelijk sluit hij zich wel aan bij Protea’s standpunt over de democratische meerderheidsregel van ‘één man, één stem’. Het Protea Kontaktblad noemt die formule: ‘one man - one vote = one disaster.’18 Van Brabant stelt dat deze regel doorgaans een onervaren en onverdraagzame massa de macht geeft, die slechts één doel heeft: ‘de gehate blanken mishandelen of doden en met geweld uit het land verdrijven.’19

Binnen de partij blijft het op congressen en in programma’s opvallend stil over het thema apartheid. Hoewel Neohumanisme, het studentenblad van het LVSV, verklaart dat de PVV zich uitspreekt tegen rassendiscriminatie en schending van de mensenrechten, deelt de partij de mening van Protea dat landen gelijk behandeld moeten worden en maatregelen, zoals een economische boycot, onnodig zijn.20 In 1977 besluit de Belgische regering het cultureel akkoord uit 1954 met Zuid-Afrika op te schorten. Protea-leden zoals Jan Bascour en Wim Jorissen reageren fel. Ze vinden dat Zuid-Afrika niet met gelijke maatstaven wordt behandeld en pleiten voor het behoud van culturele banden, net zoals België dat doet met andere dubieuze regimes. De PVV-fractie dient tijdens dit debat een resolutie in waarmee ze wijst op het voortbestaan van culturele akkoorden met andere landen die de mensenrechten schenden. Bascour, ondervoorzitter van de PVV en lid van Protea, benadrukt: ‘De PVV veroordeelt elk beleid dat indruist tegen de rechten van de mens, in Zuid-Afrika en waar ook ter wereld. Culturele akkoorden blijven echter bestaan met andere landen dan Zuid-Afrika, ook al zondigen ze tegen de mensenrechten.’ De opschorting van het cultureel akkoord blijft uiteindelijk gehandhaafd.21

Argumentatie en beeldvorming

De meeste activiteiten van Protea betreffen de organisatie van lezingen van verschillende pro-Pretoriagezinde sprekers over Zuid-Afrika, de uitgifte van hun Kontaktblad en Nieuwsbrief en culinaire bijeenkomsten volgens het stramien van een typische Zuid-Afrikaanse ‘braai’. Er worden ook reizen naar Zuid-Afrika aangeboden, die vaak met behulp van de Zuid-Afrikaanse ambassade worden georganiseerd. In het tijdschrift van de Zuid-Afrikaanse ambassade wordt er ontkend dat er organisatorische of financiële banden zijn tussen Protea en de ambassade, ‘enkel sympathie’.22 Er is nochtans wel degelijk contact met leden van Protea, zoals blijkt uit een brief van Hilaire Lahaye aan de Zuid-Afrikaanse ambassadeur W.C. Dempsey om hem te bedanken voor de recente informatie die hij heeft gekregen over de Zuid-Afrikaanse prestaties en dat hij dit met genoegen wil toelichten in het parlement.23

De vereniging beperkt zich dus niet tot het verschaffen van ‘objectieve’ informatie. In hun Kontaktblad roepen ze op om bepaalde leden te steunen bij de Europese verkiezingen zoals PVV-kandidaat Elois Vandersmissen. Ze pakken ook uit met een rubriek ‘Uit het parlement’ waarbij ze speeches en interpellaties van Protea-leden publiceren, zoals senatoren Jef Valkeniers en Hilaire Lahaye.24 Zij ageren tegen de culturele boycotmaatregelen van de Belgische regering en bekritiseren de Verenigde Naties voor hun selectieve verontwaardiging. Valkeniers schrijft aan de minister van Buitenlandse Zaken dat Zuid-Afrika een derde van de wereld van olie voorziet en dat deze grondstoffen niet in handen mogen vallen van ‘buitenlandse’ (lees communistische) machten.25 Ook andere liberale leden benadrukken de economische belangen. Lahaye focust op de economische betekenis van Zuid-Afrika voor Europa: ‘Er schijnt in het Westen een soort collectieve vrees te bestaan om de verdediging op te nemen van een minderheid - een blanke minderheid - die, wat men er ook van wil zeggen, van Zuid-Afrika een land heeft gemaakt dat op wereldvlak van heel wat grotere betekenis is dan de meeste lidstaten van de EEG, zeker meer dan België.’26

Deze visie sluit naadloos aan bij de stichtingsideologie van Protea, die stelt dat het Westen een collectief schuldgevoel van de kolonisatie laat uitbuiten door Sovjetpropaganda, en daardoor Zuid-Afrika als zondebok behandelt. De vereniging spreekt over “hersenspoeling” van jongeren, verheerlijkt de levensstandaard van mensen met een donkere huidskleur in Zuid-Afrika en stelt dat men in andere Afrikaanse landen minder persvrijheid en welzijn kent dan onder het huidige regime. In een interview laat Lahaye weten dat bepaalde acties niet goed te keuren zijn, maar het land niet gestraft moet worden voor zaken waar andere landen vrijuit voor gaan. Hij noemt de grote apartheid dan ook niets meer dan een onafhankelijkheidsverlening aan acht volkeren van mensen met een donkere huidskleur in hun thuislanden in Zuid-Afrika, die volgens Lahaye het hoogste inkomen van zwart-Afrika hebben en beschikken over een behoorlijke industriële ontwikkeling.27

Controverse en moreel debat

Het liberale engagement binnen Protea stuit op kritiek. Voorzitter André Vlerick laat aan de stichtende leden weten dat de Kontaktklub een doorn in het oog is van diegenen die negatieve berichtgeving over Zuid-Afrika verspreiden en de club in diskrediet proberen te brengen. Zo bellen enkele journalisten van Knack naar Protea-leden met de vraag of ze wel beseffen waarmee ze zich inlaten, en ze proberen hen te overtuigen hun lidmaatschap op te zeggen.28 Een column van Het Laatste Nieuws bekritiseert de leden naar aanleiding van hun positie bij de opschorting van het cultureel akkoord met Zuid-Afrika in 1977: ‘Zouden zij zich niet eerder aansluiten bij andere organisaties, die zich inzetten voor het beschermen van de mensenrechten, waar ook ter wereld in plaats van zich te compromitteren met een regime waar rassendiscriminatie en apartheid geregeld zijn door de wet?’29 Ook het Komitee Vlaanderen tegen Apartheid mengt zich in het debat. In een open brief stelt de organisatie dat hoewel bijna iedereen zich tegen apartheid uitspreekt, een sterke pro-apartheidslobby toch vrij spel krijgt. Die zou onder meer bestaan uit Protea-leden die werken bij de BRT en zo een grote invloed hebben op de publieke opinie.30

Ook binnen liberale kringen ontstaat weerstand, zoals de veroordeling door het LVSV en de PVV-jongeren.31 Zij noemen liberalisme en apartheid onverzoenlijk.32 Aan de Vrije Universiteit Brussel rijst in 1978 de vraag of lidmaatschap van Protea verenigbaar is met functies binnen haar bestuursorganen. Dit leidt tot publieke veroordelingen en interne debatten over academische neutraliteit en politieke verantwoordelijkheid. Onder druk van verschillende groepen vraagt de universiteit het ontslag van Piet Van Brabant en Simon Février uit de raad van bestuur. De VUB gaat hiermee akkoord en oordeelt dat de doelstellingen van Protea haaks staan op de geest van de universiteit, waardoor het lidmaatschap niet gecombineerd mag worden met bestuursfuncties.33 Van Brabant verdedigt zich door te stellen dat hij niet akkoord gaat met alle standpunten van Protea, wat volgens hem ook blijkt uit zijn artikels in Het Laatste Nieuws. Hij benadrukt dat de kwestie Zuid-Afrika complex is: ‘Het verwondert mij dat universiteiten, in plaats van politieke regimes volgens de wetenschappelijke methode te benaderen, de indruk wekken dat zij zich laten meeslepen in een heksenjacht op de velden van grote kapitalistische of communistische mogendheden.’34

Ook in het parlement laait het debat op. Na de VN-resolutie van 2 december 1968, waarin landen wordt gevraagd culturele en sportieve banden met Zuid-Afrika te verbreken, neemt België afstand van het apartheidsbeleid.35 In 1977 bevestigt het kabinet Buitenlandse Zaken de houding van de VN en roept ze, in een brief aan Kamervoorzitter André Dequae, op tot het volgen van de gezamenlijke lijn van de Europese Economische Gemeenschap. Zo erkennen de Negen (de toenmalige negen lidstaten van de EEG) de onafhankelijkheid van ‘thuisland’ Transkei (uitgeroepen op 26 oktober 1976) niet, en beschouwen ze het ingaan van Europese parlementsleden op Zuid-Afrikaanse uitnodigingen als indirecte steun aan het regime. Hoewel de Belgische regering parlementsleden niet kan verbieden te gaan, raadt ze hen aan de gezamenlijke houding te volgen.36 Protea gaat hiermee niet akkoord. Jorissen verklaart dat het onaanvaardbaar is dat België weigert Transkei te erkennen, zeker als ze wel andere economische unies en federale staten erkent zoals Catalonië in Spanje en Vlaanderen in België.37 Tijdens een discussie over de begroting van Buitenlandse Zaken in 1984 verdedigt Lahaye het regeringsbeleid in Zuid-Afrika, die volgens hem stappen onderneemt om bijvoorbeeld het verbod op gemengde huwelijken af te schaffen: ‘nous n’approuvons pas les lois sur l’apartheid mais la situation commence à changer’. SP-senator Wim Geldolf beschuldigt Lahaye hierop van propaganda voor het Zuid-Afrikaanse regime. Lahaye verdedigt zich door aan te halen dat Geldolf nog nooit in Zuid-Afrika is geweest en dus geen recht van spreken heeft. Lahaye verklaart dat hij spreekt in naam van de Belgisch-Zuidafrikaanse Interparlementaire Vereniging. Geldolf corrigeert deze uitspraak en zegt dat hij spreekt voor Protea. De discussie wordt hierop gesloten.38

Einde van de Kontaktklub Protea

Vanaf 1987 is er een duidelijke kentering merkbaar bij Protea, die samenhangt met de veranderende politieke context. Onder invloed van president Botha en de hervormingsgezinde Zuid-Afrikaanse zakenwereld, kiest Protea voor een pragmatischere aanpak van het apartheidsprobleem. Er wordt gepleit voor hervormingen en het geleidelijk afschaffen van rassendiscriminatie. Hoewel de gedachte van ‘gescheiden ontwikkeling’ aanvankelijk nog als mogelijke oplossing wordt geopperd, nemen de leden in 1987 ook daarvan afstand. Alleen binnen extreemrechtse kringen in Zuid-Afrika en Vlaanderen duiken nog verdedigers van de grote apartheid op.39

Met het einde van het apartheidsregime begin jaren 1990 verliest Protea haar bestaansreden. In juni 1992 heft de vereniging zichzelf op, officieel omdat er nu ‘objectieve informatie over Zuid-Afrika in talrijke kanalen’ beschikbaar is. De resterende leden sluiten zich aan bij de Vlaams-Zuidafrikaanse Cultuurstichting, in de hoop de culturele banden voort te zetten zonder politiek stigma.40 In juli 1992 volgt nog een ‘laatste braai’ - een afsluitend ledenfeest. Politici blijven weg, op de nieuwe Protea-voorzitter Paul De Vlies (CVP) na. ‘Kennelijk vonden andere parlementaire sympathisanten het beter zich niet met een (aangebrand) zinkend schip te vereenzelvigen.’41

De recente discussies over de rol van universiteiten ten opzichte van het Israëlische regime, dat volgens verschillende mensenrechtenorganisaties een apartheidspolitiek hanteert tegenover de Palestijnen, doen denken aan de debatten rond Zuid-Afrika in de jaren 1980. Ook toen is er fel gediscussieerd over het aanhouden van economische en culturele banden met een racistisch regime.42 De betrokkenheid van liberale politici bij Protea toont hoe ideologische motieven zoals anticommunisme, culturele verwantschap en economische motieven kunnen leiden tot steun aan een internationaal veroordeeld bestuur. Ze keuren apartheid weliswaar formeel af, maar verdedigen het Zuid-Afrikaanse beleid als pragmatisch en noodzakelijk binnen de context van de Koude Oorlog. Die houding leidt tot scherpe kritiek, zowel binnen als buiten de liberale partij, en roept morele vragen op over de grenzen van politieke solidariteit.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Persmotie van het Liberaal Vlaams Studentenverbond-Brussel (1978). 

2. Nico Wouters, ‘Protea’, in: Digitale Encyclopedie van de Vlaamse Beweging

3. Hilde Van Malderen, ‘Zuid-Afrika's vrienden in Vlaanderen tijdens de apartheid 1977-1991,’ (masterproef, Universiteit Gent, 2001), 32-33. 

4. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 474, Brief van Wim Jorissen met de verantwoording van de Kontaktklub Protea (1 juli 1977).

5. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1300, Interpellatie van Wim Jorissen aan de minister van Buitenlandse Zaken over ‘de regeringspolitiek in Zuidelijke Afrika en meer speciaal tegenover Zuid-Afrika’ (22 februari 1978). 

6. Wouters, ‘Protea.’ 

7. Liberas, Archief Lucienne Herman-Michielsens (archief nr. 42), 5.9.1, 1/2, eerste map, Protea, Vlaams-Zuidafrikaanse Kontaktklub: Verantwoording.

8. Dirk van Heuven, ‘Liberalisme versus apartheid’, in: Neohumanisme, jg 1986-87, nr. 1 (1 december 1986): 19. Liberas, 

9. Nathan Lauwers, ‘Taal-, stam- en strijdgenoten: Vlaamsgezinde liberalen en Afrikaners (1898-1902)’, in: Liberas Stories, laatst gewijzigd 25 februari 2025.

10. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 2/2, tweede map: Janssens, ‘De Belgische Apartheidspolitiek,’ in: Eenheid en Vrijheid (nov-dec 1977). 

11. Otto Terblanche, ‘Die aard van diplomatieke, politieke en kulturele betrekkinge tussen Suid-Afrika en Vlaandere (1945-1990).’ in: Historia 54 (2009): 92. 

12. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Lijst met stichtende leden van Protea.

13. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 2/2, tweede map, tekst van Protea over de mensenrechten en hun toepassing. 

14. Van Malderen, ‘Zuid-Afrika's vrienden in Vlaanderen’, 22-27. 

15. Wouters, ‘Protea’. 

16. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 1/2, eerste map: Piet Van Brabant, ‘Half-en-half gelijkheid voor Kaapse kleurlingen’, in: Het Laatste Nieuws (13 februari 1978).

17. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299: Piet Van Brabant, ‘Sterke arm duldt geen ontblote blanke borst’, in: Het Laatste Nieuws (14 februari 1978). 

18. ADVN, Protea kontaktblad, VY621, nr. 7 (november 1983).

19.  Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299: Piet Van Brabant, ‘Tijdbom tikt onder blanke voeten’, in: Het Laatste Nieuws (15 februari 1978). 

20. van Heuven, ‘Liberalisme versus apartheid’, 18. 

21. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 1/2, eerste map, Het Laatste Nieuws, ‘Rika de Backer met rode kaken’ in: Het Laatste Nieuws (21 december 1977).

22. Terblanche, ‘Die aard van diplomatieke, politieke en kulturele betrekkinge’, 91.

23. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1319, 2/3, tweede map, Brief van Hilaire Lahaye aan W.C. Dempsey, ambassadeur van Zuid-Afrika (13 december 1983).

24. ADVN, Protea kontaktblad, VY621, nr. 4 (1 januari 1983). 

25. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 474, Schriftelijke parlementaire vraag van Jef Valkeniers aan de minister van Buitenlandse Zaken. 

26.  Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 2/2, tweede map, Interpellatie van senator Lahaye in de bespreking van het buitenlands beleid in de commissie van Buitenlandse Zaken van de Senaat (30 november 1977). 

27. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 1/2, eerste map, interview Lahaye.

28. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Brief van André Vlerick aan de stichtende leden van Protea (21 oktober 1977).

29. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1299, 1/2, eerste map, column in Het Laatste Nieuws van E.V.d.B. over leden Protea (1977). 

30. Liberas, Archief André Kempinaire (archief nr.), 229, 1/2, eerste map, Open brief van Komitee Vlaanderen tegen Apartheid (1977). 

31. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Persmotie van het Liberaal Vlaams Studentenverbond-Brussel (1978). 

32. van Heuven, ‘Liberalisme versus apartheid’, 20. 

33. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Verslag VUB werkgroep ‘lidmaatschap Protea/Raad van Beheer’(1978).

34. Liberas, Archief Piet Van Brabant (archief nr. 1328), 56, Brief van Piet Van Brabant aan decaan E. Scholliers (24 februari 1978). 

35. Refworld - UNHCR’s Global Law and Policy Database, ‘The policies of apartheid of the Government of South Africa,’ Refworld, geconsulteerd 15 april 2025.

36. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 474, Brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de heer Dequae, voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (1976).

37. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1300, Interpellatie van senator Wim Jorissen aan de minister van Buitenlandse Zaken (22/02/1978). 

38. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1399, 1/3, eerste map, Senaatszitting over de begroting van Buitenlandse Zaken (9/12/1984). 

39. Van Malderen, ‘Zuid-Afrika's vrienden in Vlaanderen’, 47-48.

40. Wouters, ‘Protea’. 

41. ADVN, DA40/4, ‘De Laatste Braai’ in: Trends (9 juli 1992).

42. Karel Arnaut, ‘”Vlerick must fall”: waarom de Vlaamse universiteiten positie moeten innemen over het Israëlische apartheidsregime’, in: De Morgen (20 november 2023), geconsulteerd 22 april 2025.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Mare Dermaux, "‘Een kaakslag voor de liberale gedachte’: De rol van liberale politici in Protea", Liberas Stories, laatst gewijzigd 07/01/2026.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op