Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Voorgesteld

Hilaire Lahaye: de niet zo toevallige liberale ‘boerensenator’

Naar aanleiding van de Koningskwestie beschrijft een socialistische spotbrochure uit 1950 Hilaire Lahaye als ‘te Ieper gedoopt, ontduiveld en ge-CVP-erd’. Naast Lahayes steun voor de terugkeer van Leopold III, is een minder gekend aspect van zijn ‘CVP-sering’ zijn inzet voor de belangen van de Belgische, en in het bijzonder de West-Vlaamse, landbouwers.

Mare Dermaux
12 mei 2025

Verkiezingsaffiche voor Hilaire Lahaye (Liberale Partij) voor de parlementsverkiezingen (Kamer) op 11 april 1954 (Collectie Liberas).

Hilaire Lahaye, liberaal boegbeeld in het arrondissement Ieper, is een van de weinige liberale parlementsleden die gedurende zijn hele veertigjarige carrière (1946-1985) rekent op het electoraat van landbouwers. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de brief van 11 april 1954 aan de hopplantersvereniging van België waarin hij schrijft: ‘als zoon van een gewezen hopplanter uit uw eigen midden, wijlen burgemeester Nestor Lahaye, aanzie ik het als mijn plicht U en Uw familie deze lijnen te sturen.’1 Nestor Lahaye is de zoon van een Poperingse landbouwer en brouwer die naast andere gewassen ook hop teelde. Nestor nam met zijn broer vanaf 1906 de boerderij over.2 Deze brief geeft een persoonlijke connectie weer met de landbouwers, maar moet ook gesitueerd worden in de aanloop naar de verkiezingen van 1954 en staat vol met verheerlijkingen van het liberaal gedachtegoed.

De combinatie van politieke strategie en persoonlijke betrokkenheid is een rode draad in de landbouwdossiers in Lahayes uitgebreide persoonsarchief, dat in Liberas wordt bewaard.

Een liberaal en de landbouw: een ongewone alliantie

De Liberale Partij wordt lange tijd beschouwd als een partij van stedelijke elites en industriëlen, met weinig aandacht voor de landbouw. Van 1884 tot 1945 leverde de Katholieke Partij onafgebroken de minister van Landbouw, wat hun greep op het beleid verstevigt. Ze bestempelt de landbouwbevolking als haar eigen natuurlijke kiespubliek en steunpilaar voor de partij.3 De landbouwpolitiek wordt ontegensprekelijk een element in de electorale strijd vanaf de oprichting van het eerste ministerie van Landbouw in 1884 door de homogeen katholieke regering-Malou. De Katholieke Partij wil zich profileren als de partij die de tanende landbouwbelangen zal behartigen, en toont dat ze trouw is aan haar landelijke achterban.4

Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in het arrondissement Ieper wil Lahaye deze dominantie doorbreken. Hoewel de liberale lijst in 1946 slechts een fractie van het aantal stemmen voor de CVP-lijst behaalt en de helft van het aantal stemmen naar de socialistische lijst gaat, haalt Lahaye als liberaal lijsttrekker dankzij voorkeurstemmen toch een Kamerzetel binnen.5 Hij gebruikt meteen zijn politieke invloed om de belangen van West-Vlaamse landbouwers te verdedigen. Hij wordt hierbij geholpen door de aanstelling van de eerste liberale minister van Landbouw, René Lefebvre, in 1945, die tijdens zijn twee termijnen Lahaye kan ondersteunen bij verschillende agrarische aangelegenheden. Hij is de enige liberale minister van Landbouw tot 1985.6

Tussen 1945 en 1985 ondergaat de landbouwsector in België ingrijpende veranderingen. De sector evolueert van traditionele naar moderne landbouw, waarbij beide vormen naast elkaar blijven bestaan en elkaar aanvullen. Het economische belang van de landbouw neemt in deze periode sterk af: het aandeel van de netto toegevoegde waarde binnen het nationaal inkomen daalt van 9,71 % in 1937 naar slechts 2,5 % in 1984. Ook het aantal mensen dat in de sector werkt, krimpt aanzienlijk, van 15,9 % naar 2,46 % van de totale werkgelegenheid.7 In West-Vlaanderen blijft het aandeel tewerkgestelden in de landbouw groter dan het nationale gemiddelde. De regio houdt langer vast aan de landbouw dan andere provincies, waar de industrialisering sneller verloopt. Toch zet in deze periode ook in de provincie West-Vlaanderen de daling van het aantal landbouwers zich gestaag door.8

De eerste nota’s van Lahaye over landbouw dateren uit 1947 en behandelden steunmaatregelen voor de tabaks- en hopteelt, industrieën die grotendeels in West-Vlaanderen zijn geconcentreerd. Zijn betrokkenheid neemt toe sinds de vorming van de Benelux-douane-unie in 1944, die volgens hem de Belgische landbouwers benadeelt. De naoorlogse periode zorgde voor een nieuwe context waarbij oplossingen voor de economische uitdagingen werden gezocht in meer internationale samenwerking. Dit leidde tot de oprichting van de Benelux. Deze samenwerking botst op veel protest van de Belgische landbouwersverenigingen die vrezen voor oneerlijke concurrentie van Nederlandse boeren, die kunnen genieten van lagere grond- en pachtprijzen en ook meer steun krijgen van de overheid. Lahaye wordt benaderd door het Tabakssyndicaat van West-Vlaanderen en pleit bij de regering voor hun belangen.

Verkiezingsaffiche met portrettekening van René Lefebvre (Liberale Partij) voor de parlementsverkiezingen (Kamer) van 1 juni 1958 (Collectie Liberas).

Hij speelt in op de twijfels rond de internationale samenwerking en spreekt in zijn redevoeringen over de nadelige invloed van de Benelux op de teelt en over de massale invoer van uitheemse tabak en hop in België. De problemen rond deze industrieën zorgen ook voor verschillende discussies in de Kamer tijdens de jaarlijkse begrotingen van het landbouwbudget. In 1948 onthoudt Lahaye zich als enige bij de stemming van de landbouwbegroting omdat hij vindt dat er nog niet genoeg gedaan is om de tabaks- en hopteelten te beschermen.9 Hij regelt ontmoetingen tussen boerenvertegenwoordigers en de minister en gebruikt zijn invloed om de landbouwproblematiek op de politieke agenda te zetten.

De strijd om de landbouwerstem

Lahayes tussenkomsten worden duidelijk niet alleen gedreven door idealisme: hij ziet in zijn regio kansen om een traditioneel katholiek kiespubliek naar de Liberale Partij te trekken. Zijn politieke strategie is dus een combinatie van economische argumenten en electorale overwegingen. Zo regelt Lahaye in februari 1947 een onderhoud tussen enkele planters uit Wervik en minister Lefebvre om de hopteelt te bespreken. In een brief naar de minister omtrent deze regeling schrijft hij: ‘Het interview zou hooguit 10 minuten duren, maar het zou me duizend liberale stemmen opleveren.’10 De concurrentiestrijd met de CVP voor de stemmen van landbouwers is ook duidelijk in het vervolg van de brief waarin Lahaye de liberale minister smeekt om het onderhoud dinsdag te laten doorgaan, aangezien ze hebben opgevangen dat de CVP op woensdag met eenzelfde voorstel naar buiten zal komen en zo de aandacht zal opeisen.

In 1961 vervelt de Liberale Partij tot de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang/Parti de la Liberté et du Progrès (PVV/PLP) als verbrede, centrumrechtse liberale partij. Lahaye blijft zich profileren als dé PVV-voorvechter van de landbouwers. Dat blijkt ook uit zijn prominente rol op het land- en tuinbouwcongres van de PVV in 1963. De West-Vlaamse delegatie onder leiding van Lahaye is op het congres verantwoordelijk voor de Commissie Diepzeevisserij.11 De verbreding van de partij die zich richt op alle centrumrechtse kiezers, past perfect bij de houding van Lahaye. Hij wil zijn opvattingen over een grote centrumpartij bekendmaken en doet dit via de oprichting van het weekblad ‘Centrum’, gericht op heel West-Vlaanderen. Dit liberale weekblad, dat vanaf 1 januari 1963 verschijnt, bevat politiek en algemeen nieuws en speciale kronieken voor de landbouwer, de middenstander, de arbeider enz. Het abonnementsgeld moet gestort worden aan Hilaire Lahaye. Dit blad wordt zo zijn persoonlijke propagandakanaal.12

De concurrentie met de CVP rond de landbouwerstem blijft fel, en Lahaye speelt hier strategisch op in. Hij uit veel kritiek op de katholieke ministers van Landbouw en de in de katholieke zuil genestelde Boerenbond. In 1961 doet hij zijn intrede in de Senaat als provinciaal senator. In 1962 ontstaat het Algemeen Boeren Syndicaat (ABS) dat zich profileert als een apolitiek en neutraal alternatief voor de Boerenbond.13 Hoewel het ABS pleit voor politieke onafhankelijkheid wordt er toch gefluisterd dat het banden heeft met de PVV. De landbouwer Valère Quaghebeur is de pachter van Hilaire Lahaye en lid van het ABS. Via het systeem van coöptatie probeert Lahaye hem voor te dragen als senator voor de PVV. Deze kandidatuur kost Quaghebeur bijna zijn plek in de Interprovinciale Raad van het ABS, aangezien de leden apolitiek horen te zijn.14 Tijdens de bespreking van het landbouwbudget in 1965 pleit Lahaye ervoor om ook middelen toe te kennen aan het ABS, zodat alle getroffen landbouwers steun krijgen voor de vorstschade, en niet alleen de leden van de Boerenbond. Hij wijst erop dat zonder deze maatregel veel boeren buiten de steunmaatregelen zouden vallen. Hij beschuldigt de regering van vriendjespolitiek en staat erop dat een syndicale organisatie niet over zoveel macht mag beschikken.15 Lahaye wordt op zijn beurt door de CVP-gezinde Gazet van Antwerpen in 1963 een ‘toevallige boerensenator’ genoemd, na zijn wetsvoorstel rond de steun voor landbouwers die getroffen zijn door de strenge vorst: ‘Lahaye interesseert zich met weinig kennis van zaken voor de boeren en hij interesseert zich helemaal niet voor de overige geteisterden.’16

West-Vlaanderen als speerpunt van zijn economisch beleid

Lahaye verdedigt verder de belangen van de West-Vlaamse boeren door het landbouwbudget kritisch te evalueren en amendementen in te dienen. Hij werkt samen met West-Vlaamse collega’s, ongeacht hun partij, om extra steun voor de landbouwsector in zijn provincie te verkrijgen. Zijn politieke netwerk reikt tot CVP-politici, zoals Fernand Lefère, die in mei 1961 erkent dat Lahaye een belangrijke stem is in de landbouwdiscussies rond de hopindustrie: ‘En het moet mij van het hart dat er in deze interpellatie een leemte is. Hier ontbreekt iemand, namelijk collega Lahaye.’17 Lefère is afkomstig uit Ieper en is daar net zoals Lahaye actief als advocaat. Lahaye behaalt een grote overwinning in 1957, wanneer hij met zes andere West-Vlaamse politici amendementen indient op de wet-Rey uit 1955. De liberaal Jean Rey was minister van Economische Zaken in de regering-Van Acker IV (1954-1958). De wet-Rey voorziet financiële middelen voor de streekeconomie, maar Lahaye en zijn collega’s vinden dat er veel geld gaat naar regio’s die het al financieel goed hebben. Dankzij zijn inspanningen kunnen private, regionale instellingen gemakkelijker kredieten verstrekken aan bedrijven in economisch zwakkere regio’s zoals West-Vlaanderen. Dit initiatief versterkt de concurrentiepositie van lokale ondernemingen en geeft een impuls aan de industriële ontwikkeling van de provincie.18

Verschillende West-Vlaamse organisaties benaderen hem met verzoeken om hun belangen te verdedigen in de Kamer of de Senaat. Zo nemen onder meer de Hopplantersvereniging van België uit Poperinge, het Tabakssyndicaat van de planters van West-Vlaanderen en de Maatschappij tot Bevordering van de Economische Bedrijvigheid in West-Vlaanderen contact met hem op. Hun argumenten verwerkt Lahaye vaak in zijn toespraken in het parlement. Hoewel de verhouding tussen Lahaye, de CVP en de Boerenbond vaak gespannen is en er kritiek over en weer wordt geuit, wordt hij toch erkend als een waardevolle belangenbehartiger voor de gehele landbouwsector, ongeacht zijn politieke kleur. Zo wordt hij ook benaderd door de grote Belgische landbouworganisaties. De Boerenbond vraagt in 1971 per brief om zijn steun bij het verdedigen van hun belangen. In 1973 wordt hij benaderd door de Alliance Agricole Belge, de Belgische Boerenbond en de Unions Professionelles Agricoles om het eisenprogramma van het Groen Front te bekijken. Deze organisatie is een actienetwerk dat zich baseert op radicale ecologische en anarchistische principes. Dit speelt zich af in een periode waarin de relatie tussen milieu en landbouw steeds vaker ter discussie wordt gesteld.

De landbouwbetogingen

Een opmerkelijke episode in 1971 versterkt de reputatie van Lahaye - die reeds 25 jaar als parlementslid zetelt -  als de belangenverdediger van de Belgische boeren over de partijgrenzen heen. Op de vergadering van de Senaat van 13 mei 1971 wordt er gesproken over de grote boerenbetoging van maart van dat jaar. Lahaye verdedigt daar de boerenbelangen en wordt er door verschillende politici zelfs van verdacht zelf deel te nemen aan de protesten. Hij ontkent enige betrokkenheid maar laat duidelijk zijn sympathie blijken.19 Het gigantische boerenprotest in 1971 heeft een hele voorgeschiedenis.

De groeiende internationale samenwerking na de Tweede Wereldoorlog beïnvloedt ook het Europese landbouwbeleid dat vooral bepaald wordt door de Nederlandse politicus Sicco Mansholt. Zijn progressieve ideeën streven naar goedkope en overvloedige voedselvoorraden voor de bevolking, Europees protectionisme en inkomenszekerheid van de boeren. Die principes van Mansholt kunnen alleen verwezenlijkt worden met een geïntegreerde visie die verder gaat dan de klassieke beleidsgrenzen.20 Na de ondertekening van het Verdrag van Rome in 1957 en de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap op 1 januari 1958, worden op de conferentie van Stresa (juli 1958) de landbouwplannen besproken voor deze gemeenschap.

De vooropgestelde plannen van goedkope prijzen voor de consument en een degelijk loon voor de boeren zijn moeilijk verzoenbaar.21 De Belgische landbouwers zijn al een tijd ontevreden en dit vertaalt zich in lokale, kleine betogingen. De Belgische Boerenbond is erg passief inzake de verdediging van de boerenbelangen wegens zijn directe betrokkenheid bij regeringspartner CVP. Deze combinatie zorgt voor de Drietandacties van 1962, genoemd naar het symbool van de drietand. Doorheen het jaar worden er 38 betogingen georganiseerd, 22 in Wallonië en 16 in Vlaanderen, om de problemen van de landbouwers publiek te verkondigen en druk te zetten op de regering. De beloftes van de pariteitswet van 29 maart 1963 - die gelijkheid tussen de landbouwers, bedienden en arbeiders moet bewerkstelligen - zijn verre van gerealiseerd. EEG-landbouwcommissaris Mansholt lanceert in 1968 een drastische hervorming om de knelpunten van de landbouwsector te verhelpen, waaronder vooral de overproductie. Hij redeneert dat dit alleen op te lossen is door een vermindering van het aantal landbouwers in de EEG met 5 miljoen en een inkrimping van het landbouwareaal, weliswaar op vrijwillige basis. De ideeën van Mansholt worden verworpen door de landbouworganisaties en de boeren. Dit leidt tot het gigantische boerenprotest van 1971 in Brussel, waar bijna 100.000 Europese boeren in de straten komen betogen. Het plan wordt uiteindelijk afgezwakt, maar dit houdt de daling van het aantal landbouwers en hun sector niet tegen.22

Lahaye blijft ook in de jaren ’70 pleiten voor de belangen van de Poperingse hopboeren en andere West-Vlaamse landbouwers. In 1976 vraagt hij aan de minister van Landbouw om een extra premie voor deze sector. Hij blijft kritisch voor de internationale samenwerkingsverbanden en de Gemeenschappelijk Markt, die volgens hem Belgische boeren blootstelt aan oneerlijke concurrentie.23

De huidige landbouwcrisis in historisch perspectief

Het archief van Hilaire Lahaye biedt een waardevol perspectief op de voortdurende spanningen tussen politiek en landbouw in België. Lahaye volgt de drastisch veranderende economische en politieke context voor de Belgische landbouwers op de voet. Zijn verhaal toont hoe een politicus met een atypisch profiel - een liberaal in een katholieke landbouwregio - de belangen van boeren kan verdedigen zonder zijn politieke principes volledig te verloochenen. Tegelijkertijd onderstreept Lahayes traject hoe de landbouwproblematiek vaak een speelbal is van partijpolitieke belangen en strategische overwegingen. Ook vandaag is landbouwbeleid niet enkel een economisch, maar ook een electoraal strijdtoneel, zoals te zien is aan het succes van de BoerBurgerBeweging in Nederland.

Net zoals in de twintigste eeuw blijven landbouwprotesten, zoals recentelijk rond het stikstofbeleid, het politieke landschap beïnvloeden. De uitdagingen waarmee Lahaye destijds worstelde - concurrentie, internationale handelsafspraken en de spanning tussen marktwerking en overheidssteun - zijn nog steeds aanwezig. In de vroege naoorlogse periode vecht hij vooral tegen de nadelige effecten van de Benelux en internationale concurrentie, waarbij hij de Belgische boeren beschermt tegen oneerlijke concurrentie, vooral uit Nederland. Naarmate de Europese integratie vordert, wordt de Gemeenschappelijke Markt en het Europese landbouwbeleid onder leiding van Mansholt de nieuwe realiteit. Lahaye ziet hierin zowel bedreigingen als kansen: hij bekritiseert de overproductie en de ongelijke verdeling van subsidies binnen de EEG, terwijl hij blijft strijden voor financiële steun aan Belgische landbouwers. Zijn interventies in het landbouwbeleid illustreren met andere woorden de spanningen tussen de liberale ideologie en de belangen van de landbouw. De liberalen verzetten zich tegen staatsinterventie, maar de Belgische landbouwsector heeft nood aan subsidies en regulering om te overleven in een globaliserende markt. Lahayes nalatenschap benadrukt dat landbouwbeleid altijd een spanningsveld zal zijn tussen economische noodzaak, politieke belangen en maatschappelijke verwachtingen.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1065, brief van Hilaire Lahaye aan de Hopplantersvereniging (april 1954).

2. Dranken Lahaye, ‘De eerste generatie Lahaye,’ Dranken Lahaye, geconsulteerd 28.02.2025.

3. Yves Segers en Joris Relaes, ‘Een geschiedenis van het landbouwbeleid sinds 1830’, in: Tot de Bodem. De toekomst van landbouw in Vlaanderen, ed. Maïka De Keyzer (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2023) 28.

4. Leen Van Molle, 100 jaar ministerie van Landbouw: het Belgisch landbouwbeleid in de wisselwerking tussen economische en sociale toestanden, politiek en administratie 1884-1984 (Leuven: s.n., 1984) 107.

5. Verkiezingsresultaten.belgium, ‘Resultaat Kamer van Volksvertegenwoordigers 17 februari 1946 - Ieper,’ Verkiezingsresulaten.belgium, geconsulteerd 06.03.2025.

6. Van Molle, 100 jaar ministerie van Landbouw, 97.

7. Jan Blomme, The Economic Development of Belgian Agriculture 1880-1980. A quantitative and qualitative analysis (Leuven: n.a., 1993.) 277-96. 

8. Martina De Moor, ‘Loonarbeid tijdens de overgang van traditionele naar moderne landbouw. Een sociaal-economische studie van de landarbeiders in Oost- en West-Vlaanderen tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw,’ in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis 31, nr. 1-2 (2001): 28-31. 

9. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1064, Verslag begroting van de Landbouw in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (maart 1948). 

10. Origineel: ‘cette entrevue durerait tout au plus 10 minutes mais elle m’aurait fait gagner mille voix libérales.’ Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1060, brief Hilaire Lahaye aan René Lefebvre (28.02.1947).

11. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 795, Verslag Landbouwcongres PVV. Spa 14 en 15 december 1963.

12. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1450, Brief van Hilaire Lahaye over de oprichting van het weekblad Centrum (1962). 

13. Bart Coppein, ‘Met de drietand in de rug! Het Algemeen Boerensyndicaat en de doorbraak van het direct agrarisch syndicalisme in Vlaanderen (1962-1969),’ (Masterproef, Universiteit Gent, 2002), 114-17. 

14. Bart Coppein, ‘De hand aan de ploeg. Vlaamse landbouworganisaties en Vlaams-nationalistische partijen in de twintigste eeuw - deel 1,’ in: Wetenschappelijke Tijdingen, 64, nr. 2 (2005): 84. 

15. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1454, ‘la politique des petits amis’ in: La voix des jeunes (mei 1965). 

16. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1450, ‘Demagogie van de H. Lahaye’ in Gazet van Antwerpen (17 maart 1963).

17. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1445, Interpellatie Fernand Lefère tijdens het debat over de hopteelt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers (16.05.1961).

18. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 972, 2/4, tweede map, tekst Roger Demey (09.07.1957).

19. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1181, Senaatsvergadering van 13 mei 1971. 

20. Maïka De Keyzer, ‘Inleiding,’ in: Tot de bodem. De toekomst van landbouw in Vlaanderen, ed. Maïka De Keyzer (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2023.) 15. 

21. Segers en Relaes, ‘Een geschiedenis van het landbouwbeleid sinds 1830,’ 31-32.

22. Bart Coppein, ‘Boeren op straat! De doorbraak van direct syndicale acties bij Vlaamse landbouwers in de jaren zestig (1962-1974),’ in: BTNG 35, nr. 2-3 (2005): 314-43. 

23. Liberas, Archief Hilaire Lahaye & Denise Vanhoutte (archief nr. 1104), 1459, Interpellatie Hilaire Lahaye bij de Minister van Landbouw over de Poperingse hopteelt (juni 1976).

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Mare Dermaux, "Hilaire Lahaye: de niet zo toevallige liberale ‘boerensenator’", Liberas Stories, laatst gewijzigd 16/12/2025.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op