Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Dit zijn zij: ons verhaal over 150 jaar liberaal feminisme

Naar aanleiding van 150 jaar liberale vrouwen publiceert Vvvuur het boek Dit zijn zij: ons verhaal over 150 jaar liberaal feminisme. Daarin wordt het verhaal gebracht van liberale feministes, de Nationale Federatie der Liberale Vrouwen en uiteindelijk het ontstaan van Vvvuur. Vicky Van Hyfte van Vvvuur doet hun verhaal voor Liberas Stories.

Vicky Van Hyfte
6 december 2022

Dit zijn Zij is het verhaal van duizenden meisjes en vrouwen die vanuit een liberale en feministische overtuiging aan sociaal en cultureel werk deden om via onderricht vrouwen te ontvoogden. In de éénentwintigste eeuw noemen wij dit womenempowerment, maar ons verhaal begint veel vroeger.

Liberaal en burgerlijk feminisme

Algemeen genomen gaat men ervan uit dat het liberaal of burgerlijk feminisme in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw in Brussel ontstaat met de oprichting van vrijzinnige scholen door Isabelle de Gatti De Gamond. Deze scholen bieden kwalitatief onderwijs voor meisjes aan en leiden vrouwen zoals Marie Popelin, Marie Spaak-Janson, Marguerite Van De Wiele en Louise Coens op. Het zijn deze vrouwen die, samen met Isala van Diest, in 1892 de Liga voor de Rechten van de Vrouw oprichten. De Liga wordt gesteund door het vrijzinnige, Brusselse milieu, dat zich als politiek neutraal profileert. Heel wat leden maken evenwel deel uit van de liberale beweging. Op korte tijd slaagt de Liga erin om vrouwen bewust te maken en te verenigen. Ondertussen is ca. 1880, ook in België, de eerste feministische golf gestart. Men gaat ervan uit dat op dat moment de eerste lokale liberale vrouwenverenigingen ontstonden.

Vanuit de wens om overal vrijzinnig en kwalitatief onderwijs voor meisjes aan te bieden, ontstaan ook in het Gentse liberale verenigingen die zich concentreren op sociaal en cultureel werk. Het liberale maandblad Het Volksbelang bericht over werkmeisjesgenootschappen, waar werkmeisjes een aanbod krijgen van toneel, zang, boeken lezen of brieven en poëzie schrijven. In Antwerpen vinden we vroege vermeldingen van de vrouwenafdeling van het Liberaal Verbond Antwerpen in 1888. Het Volksbelang van 30 november 1875 vermeldt de Liberale Dames van Antwerpen. Een deel van deze organisaties blijft bestaan maar verandert van naam, een deel houdt op te bestaan, terwijl nieuwe afdelingen worden opgericht.

De eerste stappen naar een gezamenlijke werking

Deze vrouwen werken versnipperd maar wel steeds rond socio-cultureel werk, liefdadigheid en onderwijs. Rond de jaren 1920 komt er een kentering. Jane Brigode en Marthe Boël zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog allebei actief in de Union Patriotique des Femmes Belges, daarna binnen de Belgische Liga voor de Rechten van de Vrouw en nog later binnen de Vrouwenraad van Marie Popelin. Ze oefenen een belangrijke invloed uit binnen de Liberale Partij en krijgen de partij zo ver om de eis voor vrouwenstemrecht op gemeentelijk niveau te steunen. Die wet werd uiteindelijk goedgekeurd in 1920. De liberalen en socialisten dachten immers dat de huisvrouwen op het platteland voor de katholieken zouden stemmen. Dat blijkt niet zo te zijn en Jane Brigode schopt het in 1921 zelfs tot schepen in Vorst. Door dit stemrecht op gemeentelijk niveau beseffen de liberalen dat vrouwen een factor zijn om rekening mee te houden.

Op 27 juni 1921 wordt de wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk van kracht, wat het makkelijker maakt om een vereniging op te richten. Op het Liberaal Congres van 1921 roept de partij op om overal liberale vrouwenverenigingen te stichten. Zo richten Jane Brigode en Marthe Boël onmiddellijk een afdeling op in hun respectievelijke thuissteden, Brussel en La Louvière. Ook op het Vlaamse platteland ontstaan lokale verenigingen van liberale vrouwen.  In 1923 richten Marthe Boël, Jane Brigode, Suzanne Orban, Gabrielle Rosy-Warnant, Hélène Goblet d’Alviella, Georgette Ciselet en Alice Buysse de Nationale Federatie der Liberale Vrouwen (NFLV) op. Het is aannemelijk dat de reeds bestaande liberale vrouwenverenigingen zich op dat moment onder de vlag van de NFLV verenigen om zich naast hun liefdadigheidsbezigheden ook toe te leggen op de politieke vorming van vrouwen en de eis om gelijke rechten. De meeste afdelingen verenigen zich later in Solidarité/Solidariteit, de sociale groepering van liberale vrouwen die in 1937 binnen de NFLV officieel wordt opgericht door Emilie Speth.

Marthe Boël wordt in 1934 voorzitter van de Nationale Vrouwenraad. Ze wordt als voorzitter bij de NFLV opgevolgd door Emilie Speth, die - vanuit dit voorzitterschap - Jane Brigode en Georgette Ciselet lanceert in de Liberale Partij. In 1937 wordt Jane Brigode zelfs ondervoorzitter van de partij waardoor ze tijdens de Tweede Wereldoorlog, als waarnemend voorzitter, de partij clandestien door de woelige oorlogsjaren leidt. Haar eis voor algemeen stemrecht voor vrouwen bergt ze evenwel nooit op. Dankzij de status van Jane Brigode als heldin van twee oorlogen wordt het vrouwenstemrecht in 1947 opgenomen in het programma van de Liberale Partij. In 1948 is het stemrecht en dus de eis ‘één vrouw, één stem’ een feit. Op dat moment is Georgette Ciselet strijdbaar voorzitster van de NFLV.

Begin jaren 1960 ziet Willy De Clercq, ondervoorzitter van de partij, de Nationale Federatie van Liberale Vrouwen echter tanen. In 1965 vraagt hij de Gentse Lucienne Herman-Michielsens (1926-1995) om  voorzitster te worden van de juridische commissie van de vrouwenfederatie. Hij hoopt dat de vereniging weer aan invloed zal winnen en opnieuw een politiek programma zal formuleren. Hij wil Herman-Michielsens ook de Vlaamse vleugel laten uitbouwen binnen de Federatie, die sinds haar ontstaan vooral onder invloed van Franstalige Brusselsen staat. In 1970 wordt ze tijdens de algemene vergadering verkozen tot voorzitter van de Nationale Vrouwenfederatie van de PVV/PLP, de nieuwe naam van de NFLV.

Op 24 februari 1972 wordt het Cultuurpactakkoord gesloten. De Vlaamse Gemeenschap is nu bevoegd voor cultuur en uit dit akkoord ontstaat een subsidieregeling voor koepels van socioculturele verenigingen. Frans Grootjans, lid van de Cultuurraad voor de Nederlandse Gemeenschap (PVV-voorzitter vanaf 1973) ziet in dit Cultuurpactakkoord mogelijkheden om een liberale socioculturele werking uit te bouwen, ondersteund met middelen uit de Nederlandstalige cultuurgemeenschap. Deze zullen het mogelijk maken om de sociaal-culturele vrouwengroeperingen te bundelen in een overkoepelende vereniging. De Brugse Simonne Claes-Van Waes, neemt, samen met vier andere vrouwen onder wie Lucienne Herman-Michielsens, het initiatief. Voor Simonne Claes-Van Waes is het echter niet voldoende om de ‘handwerk- en liefdadigheidsverenigingen’ nationaal te ondersteunen, zij wil de werking uitbreiden met een vormingsdimensie.

De Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen

Op 1 juni 1972 richt Simonne Claes-Van Waes samen met Magda Destrijcker (bestuurslid), Lucienne Herman-Michielsens (ondervoorzitter), Louise Desimpelaere-Van Laethem (secretaris) en mevr. Desmedt-Lammens (penningmeester) de Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen (SCVVLV) op.

De stichtende leden nemen hun functie op als lid van het dagelijks bestuur. Later worden nog vier bestuurders toegevoegd zodat elke provincie vertegenwoordigd is. Simonne Claes-Van Waes blijft als ‘stichter-moeder’ 34 jaar voorzitter en wordt daardoor wel eens smalend ‘voorzitter voor het leven’ genoemd.

Het is ongetwijfeld door het charisma en de overredingskracht van Simonne Claes-Van Waes dat de SCVVLV vanaf 1975, na een aarzelende start, uitgroeit tot een bloeiende vereniging die grote politieke talenten zoals Lucienne Herman-Michielsens, Jeannine Leduc en Annemie Neyts voortbrengt.

In 1972 en 1973 reizen Claes-Van Waes en haar bestuurders Vlaanderen af om reeds bestaande afdelingen te overtuigen zich aan te sluiten bij de koepel. Na ongeveer zes maanden kan Simonne een zestigtal verenigingen overtuigen. De SCVVLV blijft echter geplaagd door een tekort aan middelen, aangezien ze nog niet erkend is als koepelorganisatie. Ondanks statutaire verplichtingen om een algemene vergadering te houden, beslist men om deze uit te stellen tot de vereniging sterker staat. Uiteindelijk gaat de allereerste algemene vergadering met de verkiezing van een nieuw bestuur door op 11 januari 1975. Op dat moment verschijnt ook Annemie Neyts ten tonele. 1975 kan gezien worden als het jaar van de kentering. Het is niet toevallig het Jaar van de Vrouw. In oktober 1975 ontvangt de SCVVLV haar langverwachte erkenning als koepelorganisatie en zal ze subsidies ontvangen met terugwerkende kracht. Hierdoor kunnen twee educatieve medewerkers aangeworven worden.

Op voorstel van Annemie Neyts voegt de SCVVLV dat jaar ook een logo toe aan de naam. Daarvoor wordt toepasselijk het logo van het Internationaal Jaar van de Vrouw gekozen, de vredesduif met het universele vrouwenteken, in het blauw gezet. Dit logo blijft bijna 50 jaar lang hét merk van de Liberale Vrouwen, telkens aangepast aan de geldende mode.

Een strijdvaardige vereniging

Naar aanleiding van het Internationale Jaar van de Vrouw organiseert de PVV een congresdag waaraan de SCVVLV haar medewerking verleent. De liberale vrouwen zijn zo enthousiast dat PVV-voorzitter Frans Grootjans hen oproept tot gematigdheid. In december 1975 organiseert de SCVVLV een eigen studiedag aan de kust aangaande de ‘vrouw in het familiaal bedrijf’.

Panelgesprek over ‘de vrouw in het leger’ in 1982, in: PVV Magazine, jg. 8 (januari 1982) nr. 71, p. 20.

Nog in 1975 wordt de eerste thematische algemene vergadering gehouden. In de beginjaren zijn de thema’s nog braaf en eerder administratief informatief. In 1979 houdt men de eerste algemene vergadering over een politiek actueel thema en dit ter ere van het Internationaal Jaar van het Kind. Vanaf de jaren 1980 worden de algemene vergaderingen legendarisch. Simonne Claes-Van Waes is met de thema’s steeds haar tijd ver vooruit en schuwt de controverse niet. Ze weet de sprekers zeer goed te kiezen. Met thema’s zoals de vrouw in het leger, kindermishandeling, alcoholmisbruik, leenmoederschap, homoseksualiteit, aids, incest en lesbisch ouderschap weet ze steevast de aandacht te trekken van pers en politici. Het zijn gouden jaren voor de SCVVLV.

Het is ook de periode van de abortuskwestie. Lucienne Herman-Michielsens werkt op dat moment op het kabinet van de minister van Justitie, Herman Vanderpoorten. Zij bevindt zich in een bevoorrechte positie en de SCVVLV laat zich voor haar standpuntbepaling inzake abortus leiden door Herman-Michielsens. In het begin zijn de standpunten van beide nog vrij conservatief. Maar in 1977 houdt men tijdens de algemene vergadering een enquête omtrent de depenalisering van abortus. De resultaten worden in 1978 meegedeeld tijdens een grote persconferentie waar tevens Lucienne Herman-Michielsens haar voorstel tot wijziging van de abortuswetgeving uit de doeken doet. In 1985 wordt deze enquête herhaald. De enquête is beide keren zeer succesvol en de vrouwen stemmen bijna unaniem voor een legalisering van abortus. Een en ander heeft echter te maken met een zeer slimme vraagstelling: ‘bent u akkoord met een liberalisering van abortus’. De vrouwen lezen enkel het woord liberalisering en gaan akkoord zonder eigenlijk goed te weten wat die liberalisering precies inhoudt. Annemie Neyts, Jeannine Leduc en Miëtte Baeteman reizen het land rond om voordrachten te geven omtrent anticonceptie en abortus. Zo creëren zij mee het draagvlak voor de abortuswetgeving die uiteindelijk in 1990 goedgekeurd wordt. De Liberale Vrouwen zijn de erfgenamen van deze ethische dossiers.

De Liberale Vrouwen

In 1984, op de tiende algemene vergadering beslist men om niet langer de naam Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen te gebruiken maar enkel de korte versie Liberale Vrouwen.

In 1992 vieren de Liberale Vrouwen hun twintigste verjaardag. Op dat moment overkoepelt de vereniging meer dan tweehonderd lokale afdelingen. De jaren 1975-1992 zijn ongetwijfeld de gouden jaren voor de Liberale Vrouwen. Toch worden ook zij geconfronteerd met problemen die ze meeslepen doorheen hun geschiedenis: een tekort aan financiële middelen, diverse verbeteringstrajecten opgelegd door de subsidiërende Vlaamse Overheid, een groot verloop van personeel en het spanningsveld tussen de Socio-Culturele Liberale Vrouwen en de politieke PVV/(Open)VLD-vrouwen.

De aantrekkingskracht van de Liberale Vrouwen tijdens deze periode heeft veel te maken met de aantrekkingskracht én het netwerk van Simonne Claes-Van Waes. De Liberale Vrouwen evolueren in die jaren naar een typische vrouwenorganisatie van die tijd. Zij doen vooral aan womenempowerment en welzijn, en verbreden inhoudelijk door het aansnijden van maatschappelijke thema’s als de situatie van vrouwen in andere culturen of gelijke kansen voor gemeenschappen als LGBTQIA+.

Rond de eeuwwisseling gaat Simonne Claes-Van Waes op zoek naar een opvolger. Dit proces neemt ettelijke jaren in beslag. In de jaren 1990 vraagt Antoinette Pêcher, die op dat moment in de Vrouwenraad zetelt als vertegenwoordiger van Vrouw en Vrijheid (een feministische liberale denktank), aan Aviva Dierckx om toe te treden tot deze Vrouwenraad als vertegenwoordiger van de VLD-Vrouwen (de vereniging van liberale politica’s). Claes-Van Waes vertegenwoordigt er de Liberale Vrouwen (de liberale socioculturele vrouwenwerking). Het trio werkt samen om feministische standpunten ingang te laten vinden binnen het liberalisme en de partij. Dit ‘zusterschap’ leidt ertoe dat Claes-Van Waes Aviva Dierckx meermaals vraagt om toe te treden tot ‘haar’ raad van bestuur. Dierckx weigert dit steeds tot ze verhuist naar Brussel. Daar wordt ze eerst voorzitter van de lokale afdeling in Jette en via die weg wordt ze lid van de raad van bestuur als vertegenwoordiger van het Brussels Gewest. In 2006 volgt Aviva Dierckx Simonne Claes-Van Waes op als voorzitster van de Liberale Vrouwen.

Hervormingen onder Aviva Dierckx

Aviva Dierckx is een inhoudelijk sterke voorzitter maar wil niet alles afbreken wat Claes-Van Waes gedurende 34 jaar heeft opgebouwd. Ze probeert een voorzichtig evenwicht te vinden tussen de ‘vriendinnenclub’ en de ‘maatschappelijk relevante vrouwenorganisatie’. Het ingediende beleidsplan had een vernietigende kritiek gekregen van de Vlaamse overheid en de vereniging kreeg een verbeteringstraject opgelegd. Om het hoofd te bieden aan deze kritiek geeft Dierckx in 2009, in het kader van het Darwinjaar, lezingen aan lokale afdelingen. Ze voert de normaliseringsclausule in, werkt verder rond ethische thema’s zoals abortus en richt schrijfcafés euthanasie in.

Dierckx tracht tijdens haar jaren als voorzitter de vereniging te verjongen, dit met wisselend succes. Ze blijft 12 jaar voorzitter. Ze had zichzelf vooropgesteld niet vast te houden aan het voorzitterschap en dit slechts een tiental jaar te doen. Om alle hervormingen - enerzijds noodzakelijk door de opmerkingen van de overheid en anderzijds wenselijk om de vereniging te laten verder bestaan - te kunnen doorvoeren, zijn drie termijnen nipt. Ze wil zich echter aan haar woord houden en gaat in haar laatste termijn op zoek naar een opvolger die, net zoals zij, verder zal bouwen op de realisaties van haar voorgangers. In 2014 wordt de Brusselse Khadija Zamouri verkozen als bestuurslid. In 2017 vraagt Dierckx haar om haar op te volgen als voorzitter en zo geschiedt. Dierckx zorgt niet enkel voor een nieuwe voorzitter maar trekt ook een aantal nieuwe, jongere bestuursleden aan: Fabienne Blavier, Alana Herman, Alexandra Roumans en Sigrid Callebert. Daarnaast laat ze de vereniging in handen van een jonge en dynamische directeur, Lieselotte Thys.

Khadija Zamouri

Het persoonlijke verhaal van huidig voorzitter Khadija Zamouri leest als een boek. Het verhaal is mooi, sterk en past goed in de traditie van de Liberale Vrouwen. Zamouri vat, tegen de wens van haar ouders in, de studies leerkracht aan. Na één jaar lesgeven in Antwerpen vertrekt ze naar Brussel. Daar komt ze op het kabinet van Annemie Neyts terecht (1999), waar ze Aviva Dierckx leert kennen. Zo begint haar engagement bij de Liberale Vrouwen waar ze in 2018 voorzitster wordt.

Dit is ongetwijfeld het voorzitterschap met de meeste hindernissen, maar ook met de grootste veranderingen. Bij haar aantreden moet de vereniging een nieuw beleidsplan indienen, een beleidsplan dat Zamouri, als ‘novice’, moet verdedigen bij de Vlaamse overheid. Het beleidsplan wordt goedgekeurd maar de subsidies worden sterk verminderd en er wordt een verbeteringstraject opgelegd. Het is nu aan Zamouri en de staf om het nieuwe beleidsplan aan de afdelingen diets te maken. Op dat moment nemen zowel de directeur als een educatieve medewerker ontslag. De focus van de nieuwe voorzitter wordt daardoor onmiddellijk verlegd naar de zoektocht naar een nieuwe directeur. Begin 2020 wordt Alexandra Roumans aangeworven die meteen start met de professionalisering van de vereniging en de uitvoering van het beleidsplan. En dan… slaat corona toe, met onder meer lockdowns, verplicht telewerk, een verbod op socioculturele activiteiten. De Liberale Vrouwen werken echter wél verder. Er worden per provincie digitale BV-cafés - administratieve vormingen voor bestuursleden - gehouden waarop het nieuwe beleidsplan wordt toegelicht. Ook de algemene vergaderingen gaan digitaal door. Van Hendrik Conscience wordt gezegd dat hij zijn volk leerde lezen, de Liberale Vrouwen hebben hun volk leren ‘Zoomen’.

 

VVVUUR: vrouw, vrijheid en vuur

In 2021 starten de Liberale Vrouwen met een rebrandingstraject. Daarvoor wordt een ledenbevraging georganiseerd: voor ongeveer de helft van de respondenten zijn de Liberale Vrouwen nog steeds een vriendinnenclub waarmee ze toffe uitstapjes doen, voor de andere helft zijn de Liberale Vrouwen een activistische en feministische organisatie. Tevens komt naar voren dat, wanneer de Liberale Vrouwen willen groeien en relevant willen zijn in deze maatschappij, ze hun naam moeten moderniseren. Binnen een vrij grote focusgroep is er consensus over de nieuwe naam: VVVUUR. Daarbij staan de 3 V’s voor Vrouw, Vrijheid, Vuur. In de baseline ‘vrouw en vrij’ behouden ze de verwijzing naar het liberalisme, net als in hun kleuren (verschillende tinten van blauw, violet, paars en roze) en in het nieuwe logo. Dat logo is gelaagd: een opengeslagen boek dat verwijst naar de connectie met onderwijs, het vogeltje, dat verwijst naar vrijheid (en naar het oude logo), en het gelijkheidsteken, dat verwijst naar de strijd voor gelijke rechten, maar met een deuk erin omdat volledige gelijkwaardigheid nog steeds niet bereikt is.

Liberale vrouwen hebben hun stempel gedrukt op de geschiedenis. Tijdens de eerste feministische golf met de strijd om gelijke rechten waaronder het vrouwenstemrecht; tijdens de tweede feministische golf met de seksuele bevrijding, anticonceptie en abortus; en tijdens de derde feministische golf met de focus op womenempowerment. De vierde feministische golf is een golf waarin we beseffen dat wat we achten verworven te zijn, ons ook terug afgenomen kan worden. Denken we maar aan de strengere abortuswetgeving in de Verenigde Staten en in Europese landen zoals Polen, Hongarije en Italië. Ook in België wordt weinig vooruitgang geboekt op het vlak van ethische dossiers. Daarnaast wordt deze golf gekenmerkt door vrouwen overal ter wereld die niet langer zwijgen over (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Denken we maar aan #metoo. Vrouwenorganisaties werken niet enkel rond vrouwenrechten, maar rond mensenrechten in het algemeen. Gender is geen vaststaand gegeven meer. Het gaat niet enkel om M/V/X, maar ook om mensen die zichzelf identificeren als non-binair of die genderfluïde zijn. VVVUUR wordt daarom, vanaf 2023 niet langer een vereniging exclusief voor mensen met een V op hun e-ID, maar voor iedereen die zich kan identificeren als feminist en mee wil strijden voor een volledige gelijke behandeling en tegen discriminatie.

Dit zijn zij, een publicatie van VVVUUR.

Met het  boek Dit zijn zij - dat niet pretendeert een wetenschappelijke uitgave te zijn - willen de Liberale Vrouwen hun strijd en hun evolutie documenteren en een inzicht bieden in het belang van vrouwenorganisaties, ook in de eenentwintigste eeuw.

Bronnen, noten en/of referenties

Dit artikel is gebaseerd op Vicky Van Hyfte, Dit zijn zij, ons verhaal over 150 jaar liberaal feminisme (VVVUUR: Brussel, 2022) 336 p.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Vicky Van Hyfte, "Dit zijn zij: ons verhaal over 150 jaar liberaal feminisme", Liberas Stories, laatst gewijzigd 09/12/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op