Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Tekenen voor de Partij. Louis Raemaekers

Voor de parlementsverkiezingen van 20 november 1921 tekent Nederlander Louis Raemaekers propagandamateriaal in opdracht van de Liberale Partij. De man heeft dan al een hele reputatie opgebouwd als politiek tekenaar. Ook zijn werk voor de liberale campagne gaat niet onopgemerkt voorbij.

Sébastien Baudart
25 juni 2021

‘Geen vreemde inmenging’ 

‘Geen vreemde inmenging’, kopt de Brusselse liberale krant Het Laatste Nieuws1 op 29 september 1921. ‘Mogen wij de Gazette de Charleroi gelooven, dan heeft de h. Raemaekers het voorstel van den Nationalen Raad der Liberale Partij aanvaard om zekere politieke brochures te illustreren. […] Wij kunnen haast niet gelooven dat de Nationale Raad van de liberale partij een dergelijke opdracht aan een Nederlander kan gegeven hebben.’ De Nederlandse tekenaar Louis Raemaekers (1869-1956) werkt in de aanloop van de parlementsverkiezingen van 20 november 1921 inderdaad in opdracht van de Landsraad van de Liberale Partij aan tekeningen voor brochures en affiches. De bezwaren van Het Laatste Nieuws zijn niet enkel een gevolg van de nationaliteit van Raemaekers, maar ook van het verschijnen van ‘een voor de Vlamingen beleedigende plaat’ in de krant Le Soir. Daarnaast maakt ook de aankondiging van een tekening ‘voorstellend het mystieke huwelijk Van Cauwelaert-Huysmans’ Het Laatste Nieuws terughoudend. Voor de krant is het duidelijk ‘dat vreemdelingen buiten al onze geschillen moeten blijven’. Maar wie is nu deze Raemaekers, die Het Laatste Nieuws ook omschrijft als ‘de Nederlandsche tekenaar […], die tijdens den oorlog, met pen en potlood het Duitsche imperialisme op eene zo rake wijze wist te hekelen’?

Een Nederlander verovert de wereld

Raemaekers wordt geboren in 1869 in Roermond, Nederlands Limburg. Hij groeit op in een gezin met artistieke interesses en krijgt zijn tekenopleiding in Roermond, Amsterdam (1891-1893) en Brussel (1894-1895). In Brussel studeert hij aan de Koninklijke Academie en bij de Franse schilder Ernest Blanc-Garin. Vanaf het najaar 1895 vestigt hij zich terug in Nederland als tekenleraar, schilder en illustrator. Na een periode bij het Algemeen Handelsblad (1906-1909) wordt hij vanaf 1909 politiek tekenaar voor De Telegraaf. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog reageert hij geschokt op de Duitse inval in België. Met zijn tekeningen in De Telegraaf gaat hij in tegen de Nederlandse neutraliteit en schaart hij zich als politiek tekenaar aan de zijde van de geallieerden, tegen Duitsland. Een houding die de Nederlandse regering enkele keren in de problemen brengt, vooral nadat er ook bundels met Raemaekers’ oorlogstekeningen verschijnen onder de titel Het toppunt der beschaving. Vanaf 1915 geraakt zijn werk, via Frankrijk en Engeland, verspreid in het buitenland, zowel via de pers als door middel van prentenbundels en tentoonstellingen. In februari 1916 verhuist Raemaekers naar Engeland, waar het Britse propagandabureau Wellington House hem en zijn tekeningen inschakelt in de oorlogspropaganda, onder andere door de verspreiding van de brochure Raemaekers Cartoons in achttien talen, met een oplage van enkele miljoenen exemplaren. In 1917 opereert hij ook enkele maanden vanuit de Verenigde Staten, waar zijn tekeningen dagelijks in honderden kranten verschijnen. Zijn rol in de oorlogspropaganda zorgt voor persoonlijke contacten met heel wat wereldleiders en voor een immense reputatie van zijn werk op het vlak van maatschappelijke impact.2

Een Brusselse Nederlander

In 1920-1921 verhuist Raemaekers naar Brussel. Hij wordt meerdere keren ontvangen door koning Albert en wordt in juli 1920 geridderd in de Orde van Leopold. Hij blijft werken voor De Telegraaf, maar tekent vanaf mei 1921 ook cartoons voor de Brusselse krant Le Soir. Hij is een opvallende figuur in het Brusselse en bij uitbreiding Belgische politiek-culturele leven en onderhoudt er een belangrijk netwerk. Twee voorbeelden: op een banket op 22 december 1921 naar aanleiding van een Luikse tentoonstelling met zijn oorlogsoeuvre schuiven onder anderen de liberale burgemeester van Luik, Emile Digneffe, en de liberale senator Charles Magnette mee aan tafel, schrijver Maurice Maeterlinck houdt er een lofrede. En op 19 januari 1922 organiseert Le Soir een banket te zijner ere, in aanwezigheid van de liberale prominenten Fulgence Masson en Paul Hymans, de katholieke voorman Henry Carton de Wiart en andere politici, vertegenwoordigers van de krant en heel wat letterkundigen en kunstenaars, onder wie Jacques Ochs. Masson, op dat moment minister van Justitie, zit de eretafel voor en belaadt in een toespraak de tekenaar met lof.3

Raemaekers correspondeert in deze periode ook met Hymans en Masson.4 Het is echter onduidelijk via welke connectie Raemaekers voor de Liberale Partij aan de slag gaat. Spelen Hymans of Masson een rol? Gustave Abel, de ‘onvermoeibare’ secretaris-generaal van de Landsraad van de Liberale Partij en centrale figuur van de liberale kiesstrijd5 van 1921? Ochs, die voor de liberale campagne van 1921 ook een affiche levert en op dat moment net als Raemaekers cartoons voor Le Soir6 tekent? Volksvertegenwoordiger Adolf Buyl, auteur van de met oorlogstekeningen van Raemaekers geïllustreerde brochure Een groot nationaal vraagstuk7, ook verschenen in het kader van de liberale campagne van 1921? Of Albert Devèze, die als voorzitter van de Brusselse federatie een sleutelrol speelt in de campagne?

‘Huldebetoon Louis Raemaekers’ in Het Laatste Nieuws, 21 januari 1922, 2.

Pourquoi Pas?

Naar aanleiding van zijn verhuis naar Brussel wijdt de Pourquoi Pas? van 20 januari 1922 zijn cover en hoofdartikel aan Raemaekers. De tekening op de cover is van Pourquoi Pas?-huistekenaar Jacques Ochs (1883-1971) en toont Raemaekers met op de achtergrond een typische wreedaardige ‘Raemaekers-Duitser’ uit de oorlog. Het artikel beschrijft in zeer positieve bewoordingen Raemaekers’ oorlogsproductie en de impact ervan, onder andere aan de hand van de uitspraak van de Britse oorlogspremier David Lloyd George als zou Raemaekers de privépersoon zijn die tijdens de oorlog het meeste bijdroeg aan de oorlogsinspanning van de geallieerden. Opvallend genoeg staat er in het artikel  geen woord  over de huidige productie van Raemaekers voor Le Soir of over zijn medewerking aan de liberale propaganda enkele maanden voordien. De tekst citeert wel uitvoerig uit een bijdrage van Gustave Abel voor het tijdschrift La Patrie Belge, waarin Abel vertelt hoe hij tijdens de oorlog het werk van Raemaekers ontdekte, bewonderde en clandestien enkele prenten aankocht.8 Abel speelt dus waarschijnlijk een sleutelrol in het koppelen van Raemaekers aan de Liberale Partij.

De liberale campagne van 1921

Wie hem ook aan boord haalt, Raemaekers levert de liberalen illustraties voor drie affiches en minstens drie propagandabrochures. Zijn tekeningen scheppen op een eenvoudige en snel te ‘lezen’ manier een beeld van het liberalisme als de vrijheid die zowel de reactionairen als de revolutionairen zal overwinnen en als het schild tegen dreigingen als demagogie, activisme en bolsjevisme. Ze scheppen een amalgaam tussen socialisme en communisme, veroordelen het ‘demagogisch’ ‘socialo-clericaal’ verbond tussen Camille Huysmans en Frans Van Cauwelaert en worden ingeschakeld om de liberale defensiepolitiek te ondersteunen. Zijn tekeningen worden gedurende de campagne door vriend en vijand druk becommentarieerd, van de kranten tot verkiezingsmeetings.9

Collectie Stad Antwerpen, Letterenhuis.

Raemaekers heeft een veelzijdige opleiding achter de rug en is het gewoon om zijn stijl, onder andere beïnvloed door de Franse tekenaar Théophile-Alexandre Steinlen, aan te passen aan de functie van een tekening en het gebruikte drukprocédé.10 De tekeningen voor de liberale brochures levert Raemaekers net als zijn werk in Le Soir in sober zwart-wit. Voor de liberale affiches gaat hij voluit voor detail en (in twee van de drie gevallen) kleur en grijpt hij terug naar de stijl van een deel van zijn oorlogstekeningen. Bewonderaar Maurice Maeterlinck beschrijft deze tekeningen in 1921 onder andere als ‘meedogenloos’, ‘levendig’, ‘gepassioneerd’ en ‘onuitputtelijk als een groot kunstwerk’.11 Wat Raemaekers ook meeneemt uit zijn oorlogsproductie, is zijn techniek om op diverse manieren één doel te bereiken: een angstbeeld creëren van de politieke tegenstanders. Daarbij maakt hij graag gebruik van symboliek. Satire, macabere humor en sarcasme zijn nooit ver weg.12

Raemaekers ondertekent zijn werk voor de Liberale Partij, waardoor de liberale propaganda kan meesurfen op zijn bekendheid en de reputatie van zijn werk. Ook de pers13 benadrukt sterk de persoon van Raemaekers achter de liberale propagandatekeningen. Toch moet zijn bekendheid in België niet overschat worden. De politieke en culturele elite is weliswaar vertrouwd met zijn werk, net als de lezers van Le Soir. Raemaekers en zijn werk krijgen na de oorlog ook regelmatig aandacht in de Belgische pers en worden in de kijker gezet via tentoonstellingen. Maar een groot deel van de brede bevolking kent hem minder of niet: in het bezette België zijn Raemaekers’ oorlogstekeningen verboden en ook na de oorlog is er van zijn werk geen populaire editie verkrijgbaar.14

‘C’est net, précis, impartial, impitoyable, irréfutable comme un document judiciaire, et en même temps vivant, mouvant, tumultueux, profond, passionné, pathétique, inépuisable comme une grande œuvre d’art.’ Maurice Maeterlinck over de oorlogstekeningen van Raemaekers, 1921.15

Opdracht of engagement?

Is het feit dat Raemaekers zijn werk voor de liberalen ondertekent ook een teken van engagement? Hij krijgt alleszins via zijn vader Joseph Raemaekers het liberalisme met de paplepel mee. Vader Raemaekers, handelaar en drukker van beroep, gooit zich in Roermond vanaf 1873 in de politieke strijd tegen het katholieke gemeentebestuur en de invloed van de lokale bisschop. De krant waarin Louis Raemaekers debuteert als politiek tekenaar is het liberale Algemeen Handelsblad. Bovendien staat de tekenaar bekend als een eigenzinnige man die koppig zijn gang gaat, zelfs tegen de houding van diplomatieke en regeringskringen in. Een boodschap ondertekenen die niet strookt met zijn overtuiging, zou tegen zijn persoon ingaan. Dit in tegenstelling tot collega Jacques Ochs, die zijn werk aanpast aan de strekking van de publicatie aan wie hij een tekening levert.16

De aanklacht van ‘vreemde inmenging’ door Het Laatste Nieuws doet Raemaekers naar zijn pen grijpen. In een brief aan de krant verdedigt hij zijn ‘platen’ over ‘partijkwesties’ en betuigt hij zijn sympathie voor België, dat hij als Zuid-Nederlander zegt beter te kennen en te begrijpen dan de meeste van zijn landgenoten. Hij verwijst hiervoor ook naar zijn oorlogstekeningen, waarin hij het voor België opnam en waarmee hij wereldwijd de aandacht vestigde op de Belgische oorlogssituatie. Hij publiceert al twaalf jaar politieke tekeningen die liefst ‘internationale of algemeen menschelijke kwesties’ als onderwerp hebben. Nu hij in België woont, verdedigt hij zijn recht om ‘er op te wijzen als ik voor België en zijn internationale verhoudingen gevaar meen te zien’. ‘Natuurlijk kan ik mij in mijn mening vergissen’, zegt hij, maar hij volgt ‘slechts de inspraak van [zijn] geweten’.17 Met deze woorden schaart Raemaekers zich persoonlijk achter de boodschap van zijn Belgische cartoons en propagandatekeningen. Zijn bewering in januari 1922 dat hij zich nooit heeft willen verbinden aan een politieke partij, en op dat moment vrij is van elke politieke invloed18, moet dan waarschijnlijk ook in die zin begrepen worden: hij kan wel zijn medewerking verlenen aan een politieke partij, maar is geen beïnvloedbare huurling en blijft trouw aan zijn eigen overtuigingen.

Le Soir en de Brusselse Franstalige patriottische bourgeoisie

In de cartoons die Raemaekers vanaf mei 1921 in de Brusselse krant Le Soir publiceert, zit hij thematisch in de lijn van zijn eerdere werk. Zoals hij zelf in zijn brief aangeeft, gaat zijn voorkeur naar zijn vertrouwd internationaal terrein met enerzijds de afwikkeling van de oorlog (de nieuwe internationale verhoudingen en de plaats van België daarin, de vredesverdragen, het revanchisme tegenover Duitsland enzovoort) en anderzijds de gevolgen van het bolsjewisme in Rusland. De weinige binnenlandse thema’s sluiten aan bij liberale standpunten maar vermijden de partijpolitiek en gaan over het aanklagen van stakingen, van het pacifisme/antimilitarisme, van wat de Belgen aan belastingen betalen en de collaboratie van het activisme met de Duitsers. Dit past bij de lijn van Le Soir, die zich profileert als partijpolitiek neutrale krant, aanhanger van een filosofisch liberalisme en verdediger van de democratie. Maar Le Soir is ook de spreekbuis van de Brusselse patriottische Franstalige bourgeoisie en de krant heeft de neiging om het activisme en de Vlaamse Beweging op één hoop te gooien. Op 18 september gaat het mis: naar aanleiding van een in de pers opgeklopt handgemeen19 in De Panne tussen Vlaamsgezinde studenten en een patriottische generaal op rust, publiceert Le Soir een cartoon van Raemaekers waarop een van de betrokkenen, die ‘activisten’ genoemd worden, door een Duitse militair in naam van von Bissing (gouverneur-generaal van België tijdens de oorlog) gefeliciteerd wordt met zijn overwinning op de generaal. Het Laatste Nieuws en De Standaard reageren als Vlaamsgezinde kranten als door een wesp gestoken. Columnist Johan De Maegt maakt onder het pseudoniem A. Rannah in Het Laatste Nieuws duidelijk dat ‘mijnheer de Hollandsche kunstteekenaar’ als buitenlander niet kan ‘weten wat bij ons eigenlijk omgaat’ en zich hierin dus niet moet moeien. ‘Aktivisten! Weet gij wat aktivisten zijn? Zoo ja, waarom vergooit gij uw talent ten dienste der leugen?’ De columnist vindt het jammer dat Raemaekers niet meer aan de kant van het ‘Recht’ staat, zoals tijdens de oorlog, maar nu de kant van de sterken, de macht en het geld kiest ‘tegen hen die verdrukt worden omdat ze opkomen voor het recht der eigen taal, ook uw taal!’.20

Anti-activistische tekening van Raemaekers op de cover van de Nederlandstalige versie van Flamenpolitik door Rudiger, in juni 1922 verschenen bij Rossel, de uitgever van Le Soir.

Een Nederlander in het wespennest van de Belgische taalkwestie

Al deze elementen brengen Het Laatste Nieuws er eind september toe te verklaren dat Raemaekers ‘in een verkeerd vaarwater verzeild’ geraakt is en te vrezen dat de liberale propagandatekeningen ‘slechts een averechtse uitwerking [zullen] hebben en […] alles behalve de zaak dienen, waarvoor zij opgevat zijn.’ Raemaekers verdedigt zich in zijn brief met de melding dat hij een ‘oprecht bewonderaar’ is van de Vlaamse literatuur en dat hij niet strijdt tegen de Vlaamse taal (‘die ik ken en die mij lief is’) of tegen haar rechten, maar wel tegen acties ‘die de eenheid van dit land kunnen schaden’. Het maakt weinig indruk op de redacteur van Het Laatste Nieuws die het naschrift bij de brief verzorgt: ‘Kent hij als Nederlander onze toestanden niet, dan dient hij ze te onderzoeken. Aldus zal hij tot het inzicht komen, dat de Vlaamsche beweging, om zijn eigen woorden te gebruiken, een even “algemeen menschelijke beteekenis” heeft als de drang naar recht, die andere volkeren bezielt’. De bewuste cartoon in Le Soir is ‘een hoon jegens alle Vlamingen’, en de redacteur besluit dat Raemaekers ‘zijn inspiratie zoekt in den schandelijken frankiljonschen laster, welke sprekend gelijkt op den Duitschen laster uit den oorlogstijd’. Een heel andere toon vinden we bij La Flandre Libérale, die op 10 oktober de brief van Raemaekers aan Het Laatste Nieuws in Franse vertaling publiceert. De krant, spreekbuis van de Gentse Franstalige liberale burgerij, is op dat moment in volle strijd tegen de Vlaamse Beweging en maakt zich in de inleiding tot de brief vrolijk over de ‘zeer geestige’ tekeningen van Raemaekers over het activisme, ‘neo-activisme’ en het mystieke huwelijk Huysmans-Van Cauwelaert in Le Soir en de liberale propaganda.21

Tekenen voor de partij

De Liberale Partij haalt voor deze campagne een tekenaar aan boord die al eerder zijn sporen verdiende op het vlak van propaganda en maatschappelijke impact. Raemaekers levert illustraties in de lijn van zijn eerdere werk en versterkt met zijn tekeningen de liberale campagne met een reeks sterke visuele boodschappen. Door zijn naam eraan te verbinden legt hij zijn gewicht en reputatie mee in de schaal om deze boodschap kracht bij te zetten en te verspreiden. Hij staat ook ideologisch achter de gebrachte boodschap. De partijtop houdt bij heel deze operatie echter minder rekening met de gevoeligheden van de Vlaamsgezinde liberalen, in de pers vertegenwoordigd door Het Laatste Nieuws. Het bezwaar van Het Laatste Nieuws kan in de rest van de liberale pers22, van De Nieuwe Gazet tot de Gazette de Charleroi, via L’Etoile Belge en La Flandre Libérale, het enthousiasme over Raemaekers’ medewerking aan de campagne niet drukken.

‘Ce bel artiste a rendu un service considérable au libéralisme belge en acceptant de lui prêter le prestigieux concours de son talent.’ L’Etoile Belge, 9 november 192123

Sébastien Baudart, Liberas, 2021.

Bronnen, noten en/of referenties

Galerij oorlogstekeningen: enkele oorlogstekeningen van Louis Raemaekers, door de Liberale Partij hergebruikt in de brochure Een groot nationaal vraagstuk.

1. Het Laatste Nieuws, 29 september 1921, 2.

2. Ariane de Ranitz, Louis Raemaekers. Met pen en potlood als wapen. Politiek tekenaar van wereldfaam in de Eerste Wereldoorlog (Roermond: Stichting Louis Raemaekers, 2014); Ariane de Ranitz, 'Raemaekers, Louis (1869-1956)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland, geraadpleegd 21.3.2021.

3. de Ranitz, Louis Raemaekers, 217-218; Le Soir, 1 januari 1922, 1, 21 januari 1922, 1; La Meuse, 24 december 1921, 5; Het Laatste Nieuws, 21 januari 1922, 2; De Nieuwe Gazet, 23 januari 1922, 1.

4. Met Paul Hymans (september 1920) over het ontslag van Hymans als minister van Buitenlandse Zaken in augustus 1920 en de toekenning van de Orde van Leopold aan Raemaekers op aangeven van Hymans. Met Masson (najaar 1922) over een eerder door Raemaekers aan Masson geschonken album, dat Masson kwijtgeraakt en uiteindelijk terugvindt. Hoover Institution Library & Archives, Louis Raemaekers papers and artwork, Box 4, Folder 59 (Hymans); Box 5, Folder 48 (Masson).

5. Gazette de Charleroi, 27 september 1921, 2.

6. Le Soir, mei-november 1921.

7. Zie Sébastien Baudart, ‘Het militair vraagstuk van Adolf Buyl’, Liberas Stories.

8. Pourquoi Pas?, 20 januari 1922, cover, 43-44.

9. Zie Sébastien Baudart, ‘De getekende campagne van 1921’, Liberas Stories; ‘Het mystieke huwelijk’, Liberas Stories; ‘De inzet van den strijd’, Liberas Stories; ‘Het militair vraagstuk van Adolf Buyl’, Liberas Stories.

10. de Ranitz, Louis Raemaekers, 68, 130; La Meuse, 18 december 1921, 5.

11. Maurice Maeterlinck, ‘A propos de l’œuvre de Louis Raemaekers’, in: Exposition Louis Raemaekers. Catalogue (Liège, 22.12.1921 - 8.1.1922) 4-5. 

12. Onder andere: de Ranitz, Louis Raemaekers, 68; Gazette de Charleroi, 15 november 1921, 3.

13. Zie elders in deze tekst en Sébastien Baudart, ‘De getekende campagne van 1921’, Liberas Stories en ‘Het mystieke huwelijk’, Liberas Stories.

14. de Ranitz, Louis Raemaekers, 215; Maurice De Weert en Paul Henen, ‘Pour la vulgarisation des dessins de guerre de Raemaekers’, in: La Flandre Libérale, 14 oktober 1921, 1.

15. Maurice Maeterlinck, ‘A propos …’, 5.

16. de Ranitz, Louis Raemaekers; Laurence Van Ypersele, ‘La caricature politique belge dans l’entre-deux-guerres à travers la presse francophone’, in: BTNG-RBHC, XXIII, nr. 3-4 (1992): 422.

17. Brief van Louis Raemaekers aan Het Laatste Nieuws, opgenomen in Het Laatste Nieuws, 8 oktober 1921, 1.

18. Gerapporteerd door Le Soir, 21 januari 1922, 2.

19. Zie onder andere Het Laatste Nieuws, 14 september 1921, 1 en 18 september, 5; Le Soir, 15 september 1921, 1.

20. Le Soir, mei-november 1921; Els De Bens, De pers in België. Het verhaal van de Belgische dagbladpers gisteren, vandaag en morgen (Tielt: Lannoo, 2001) 351; René Campé, Marthe Dumon en Jean-Jacques Jespers, Radioscopie de la presse belge (Verviers: Gérard, 1975) 148-156; De Standaard, 19 september 1921, 3; Het Laatste Nieuws, 19 september 1921, 2.

21. Het Laatste Nieuws, 29 september 1921, 2 en 8 oktober 1921, 1; La Flandre Libérale, 10 oktober 1921, 1; Dirk D’Hondt, ‘La Flandre Libérale (1900 - 1921)’ (licentiaatsverhandeling, RUG, 1978) 363-364.

22. Onder andere: De Nieuwe Gazet, 18 november 1921, 2; Gazette de Charleroi, 27 september 1921, 2; L’Etoile Belge, 9 november 1921, 3; La Flandre Libérale, 7 oktober 1921, 1.

23. L’Etoile Belge, 9 november 1921, 3.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "Tekenen voor de Partij. Louis Raemaekers ", Liberas Stories, laatst gewijzigd 08/07/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op