Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Uitgelicht

Een liberale feministe in Oostende

‘De Liberale Feministe’1, zo karakteriseren de Oostendse liberalen in 1938 hun enige vrouwelijke kandidate voor de gemeenteraadsverkiezingen. De uitgebreide levensbeschrijving en karakterisering van Josephine Vroome-Demulder in de kieskrant combineert emancipatiedenken en stereotiepe beeldvorming.

Kim Descheemaeker
23 september 2022

25 Oostendsche Koppen

Het is een speciale uitgave van de Gazet van Oostende die onder de titel ‘25 Oostendsche Koppen’ de vijfentwintig kandidaten op de liberale lijst voorstelt. Alle liberale kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 oktober 1938, van burgemeester en lijsttrekker Edward Moreaux tot lijstduwer Henri Raick, krijgen daarin een korte typering (‘de groote leider’, ‘een wijze man’, ‘een zeer geacht mensch’, enzovoort), een portretfoto en een omstandige uiteenzetting van hun achtergrond en verdiensten. Op pagina’s acht en negen vinden we ‘De Liberale Feministe. Mevrouw Vroome-Demulder’, tiende kandidaat en enige vrouw op de lijst.

De toen achtenvijftigjarige Vroome-Demulder is geen onbekende in Oostendse liberale kringen. Ze komt vermoedelijk voor het eerst op in 1932, maar raakt niet verkozen. Toch zetelt ze tussen 1936 en 1938 in de gemeenteraad als plaatsvervanger van een mannelijke collega. Ze strijdt al lang voor vrouwenrechten op politiek en sociaal vlak, en wanneer er in 1920 eindelijk kiesrecht voor vrouwen -op gemeentelijk niveau - komt, wordt ze bestuurslid van de Liberale Bond en sticht ze de Liberale Vrouwenbond. Vanuit deze functies stimuleert ze de Oostendse liberale vrouwen om actief deel te nemen aan de politiek. Dat dit nodig is na decennialange politieke uitsluiting, wordt door de schrijver van ‘25 Oostendsche Koppen’ enigszins neerbuigend verwoord: ‘[zij is] de eerste die de groote taak vervult de vrouw te onderwijzen in de politiek. De uiteraard zoo gemakkelijk vatbare gedachten, vragen toch eenigen uitleg.’

Moederfiguur met mannelijke moed

In de twintigste eeuw is er een sterk verschildenken aanwezig in de maatschappij, waarbij (gepercipieerde) verschillen tussen mannen en vrouwen benadrukt worden. Ook het feminisme verschuift rond 1900 van een gelijkheidsdenken naar een verschildenken. Als gevolg hiervan worden vrouwen tot de politiek toegelaten omwille van de gepercipieerde ‘vrouwelijke eigenschappen’ die ze bezitten en omwille van hun zogenaamde ‘natuurlijke’ aanleg voor thema’s als zorg, gezin en kinderen.2

In ‘25 Oostendsche Koppen’ krijgt Josephine Vroome-Demulder zowel zogenaamde mannelijke als vrouwelijke karaktereigenschappen toegedicht. Zij is namelijk een vrouw ‘met mannelijke moed, met vast karakter’, maar eveneens ‘de moeder’, zo lezen we in het artikel. In tegenstelling tot bij de mannelijke kandidaten wordt expliciet geschreven dat zij een mooie naam heeft. Er wordt ook benadrukt dat ze al van in de lagere school geliefd was ‘om haar zacht en aangenaam karakter’.

Een nieuw kiespubliek

Vroome-Demulder is niet de eerste vrouwelijke kandidate voor de gemeenteraadsverkiezingen in Oostende. In 1921, wanneer vrouwen voor het eerst mogen stemmen en zich verkiesbaar stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen, worden er meteen twee dames verkozen: Caroline Addams voor de Liberale Partij en Bertha Tratsaert voor de Katholieke Partij. Addams zetelt van 1921 tot 1926 voor de liberalen in de gemeenteraad, Tratsaert kent een langere staat van dienst en is van 1921 tot 1958 gemeenteraadslid van Oostende.

Doordat ook vrouwen vanaf 1921 gemeentelijk stemgerechtigd worden, kent het kiespubliek plots meer dan een verdubbeling. De partijen zoeken dan ook manieren om deze nieuwe kiezers aan hen te binden.3 De Liberale Partij in Oostende stelt expliciet dat ze door een vrouwelijke kandidaat op de lijst te plaatsen een afspiegeling wil zijn van de (stemgerechtigde) samenleving. Ze klopt zich op de borst dat er in 1926 niet minder dan twee vrouwen op de lijst staan. Dit brengt echter weinig zoden aan de dijk want de dames raken niet verkozen. Met Vroome-Demulder doet de Liberale Partij een nieuwe poging om vrouwelijke kiezers aan zich te binden. In het artikel wordt over haar het volgende gesteld: ‘Hare populariteit is gegrond en met vertrouwen mag zij de toekomst inzien. Onze liberale vrouwen weten wat ze hebben met te denken aan Mevrouw Vroome-Demulder.’ Deze vrouwen blijven uitzonderingen: gedurende het interbellum blijft het aantal vrouwelijke kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen beperkt tot minder dan 3%. Bovendien blijft de publieke opinie politiek als een mannenzaak beschouwen.4

Vrouwelijke politiek

‘Haar politiek streven kan samengevat worden in een harde werking tot het sturen van de kinderen naar de officieele school, en het oprichten van liberale vrouwenorganisaties […]’, stelt de tekst. ‘Maar waarin Mevrouw Vroome veel mooier is als vrouw, is in hare sociale werking’: ze is actief bij het Nationaal werk voor Moeder en Kinderwelzijn, het Rode Kruis en de Kinderkribbe. ‘Als een goede fee [brengt zij] vreugde, optimisme en levensblijheid in die huisgezinnen waar een zonnestraaltje broodnoodig is’. Net als burgemeester Edward Moreaux, Hippoliet Deboos en Jan Hespel zet Josephine Vroome-Demulder zich in voor respectievelijk volksgezondheid, onderwijs en liefdadigheid. Hun inzet wordt echter anders geformuleerd. Mevrouw Vroome bereikt haar doel door ‘haar lieve verschijning’ en haar sympathieke uitstraling, terwijl de heren geloofd worden om hun harde werk en inspanningen.

Volgens de Oostendse liberalen is voor mevrouw Vroome-Demulder een speciale rol weggelegd op de liberale lijst omdat zij ‘als vrouw meer de toestanden van verdriet, van ongeluk kan begrijpen dan gelijk welke man’. Maar de kiezer dient hiervan overtuigd te worden, want ‘nog velen denken dat een vrouw niet aan politiek moet doen, maar zij kan, en soms moet zij, medehelpen aan de menschelijke kant van de politiek: het verzachten van de ellende, zedelijke en lichamelijke hulp, moeders en kinders bij te staan in de zware oogenblikken van het leven. Dat zijn zaken die alleen vrouwen, alleen moeders best kunnen begrijpen en beseffen. Voert de vrouw zulke politiek, dan is dat één voor haar geschapen rol.’ Voorzichtigheidshalve wordt daarna nog benadrukt dat mevrouw Vroome-Demulder geen plaats in de gemeenteraad ambieert uit pronkzucht, maar om de burgers van Oostende tot dienst te zijn. Een verduidelijking die niet nodig blijkt bij de mannen op de lijst.

Hoewel Josephine Vroome-Demulder als tiende op de lijst een relatief gunstige plaats krijgt toebedeeld, raakt ze niet verkozen. De liberalen halen weliswaar tien verkozenen, maar het zijn de mannen op plaatsen elf, twaalf en veertien die door de Oostendse kiezers naar de gemeenteraad gestuurd worden.5 Ze maakt ook later geen deel meer uit van de gemeenteraad, want bij de daaropvolgende verkiezingen in 1946 komt ze niet op.

Navolging

In  Oostende duurt het na Josephine Vroome-Demulder nog tot 1951 voor er met de liberale Yvonne Ameel-Van Locke een nieuwe vrouw op het politieke toneel verschijnt.6 Een andere Oostendse die zich niet laat afschrikken door de gegenderde beeldvorming en de weinig bemoedigende resultaten voor vrouwen op de kieslijsten is Elza Brusseel-Vandenberghe. Na de liberale verkiezingsoverwinning in 1926 treedt ze toe tot de lokale liberale jongeren, zet zich sterk in voor verschillende liberale organisaties en stapt in 1958 in de actieve politiek. Ondanks een moeilijke plaats op de lijst wordt ze tot gemeenteraadslid verkozen.7 De weg blijkt echter nog lang voor de politieke deelname van vrouwen. In 2022 zijn nog steeds slechts 30 % van de raadsleden in Oostende vrouw en heeft de stad nog steeds geen vrouwelijke burgemeester gehad.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Dit artikel is hoofdzakelijk gebaseerd op Liberas, PAMFLET019471, 25 Oostendsche Koppen. Bijzondere uitgave van de “Gazet van Oostende”, 16.10.1938. Wanneer er andere bronnen werden gebruikt, wordt dit expliciet vermeld.

2. Leen Van Molle en Éliane Gubin, Vrouw en politiek in België (Tielt: Lannoo, 1998) 33-35.

3. Van Molle en Gubin, Vrouw en politiek in België, 36.

4. Van Molle en Gubin, Vrouw en politiek in België, 38.

5. Verkiezingsnummer van de Gazet van Oostende. Liberaal blad voor Oostende en omliggende gemeenten, jg. 17, nr. 33 (21.10.1938): 1.

6. Claudia Vermaut, Samenstelling gemeenteraden Oostende, 1818/1841-1946 in: Stadsarchief Oostende, laatst gewijzigd op 2.7.2007, geraadpleegd op 9.8.2022; Claudia Vermaut,  ‘Samenstelling gemeenteraden Oostende, 1947-2012’, in: Stadsarchief Oostende, laatst gewijzigd op 5.2.2013, geraadpleegd op 9.8.2022.

7. Sébastien Baudart, De liberale memoires van Elza Brusseel-Vandenberghe, Liberas Stories, laatst gewijzigd 22.6.2022.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Kim Descheemaeker, "Een liberale feministe in Oostende", Liberas Stories, laatst gewijzigd 21/11/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op