Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Liberale Splinterpartijen

Scheurlijsten of splinterpartijen zijn partijen die zich afsplitsen van een grotere moederpartij. Zowat elke politieke ideologie krijgt vroeg of laat met een afscheuring te maken. Hoewel scheurlijsten in de meeste gevallen op electoraal vlak weinig gewicht in de schaal kunnen werpen, zijn er de laatste dertig jaar toch enkele interessante groeperingen opgekomen die hun democratische rechten uitoefenen. Hier wordt vooral gefocust op scheurlijsten bij nationale verkiezingen. Ook op lokaal vlak komen ze regelmatig voor, al dan niet succesvol.

De progressistische kring in Gent, de radicale tegenhanger van de doctrinaire Liberale Associatie.

De voorgeschiedenis

Sinds 1846 is er onafgebroken een liberale partij aanwezig in de Belgische politiek. Hoewel we vandaag kunnen spreken van een zekere continuïteit (Open Vld en MR kunnen we beschouwen als de erfgenamen van de Liberale Partij) zijn er meerdere broertjes en neefjes op het politieke schouwtoneel verschenen die in meer of mindere mate de liberale gedachte uitdragen. Al in de negentiende eeuw zijn er spanningen tussen de meer conservatieve liberalen (doctrinairen) en de meer progressieve liberale vleugel (de radicalen). Vanaf 1887 slaat de radicale vleugel zijn eigen weg in en richt de Progressistische Partij op. Een echte versplintering kunnen we het nog niet noemen aangezien er op dat moment nog geen gecentraliseerde partijstructuur bestaat zoals we die vandaag kennen. Pas in 1900 verzoenen de twee partijen zich.1

Versplintering in de eerste helft van de twintigste eeuw

Slechts sporadisch duiken er tussen 1900 en 1945 duidelijk liberale scheurlijsten op bij parlementsverkiezingen. Aan bijna alle scheurlijsten uit deze periode zit een flamingant randje. Zo richten tijdens de verkiezingen van 1921 een aantal gefrustreerde leden van het Liberaal Vlaams Verbond (LVV) scheurlijsten op in Gent en Brussel. In Brussel gaat het om de lijst rond LVV-secretaris Victor Heymans, in Gent komt Karel De Wette op met de lijst Help U Zelf. De resultaten zijn echter teleurstellend. Bij de volgende verkiezingen in 1925 tracht het LVV onder de auspiciën van voorzitter Arthur Vanderpoorten als zelfstandige partij naar de kiezer te trekken. De plannen worden echter opgeborgen wanneer de Liberale Partij de linkervleugel van het LVV weet te pacificeren. In de jaren dertig blijven we de uitgesproken Vlaamse sympathieën zien bij de scheurlijsten.2 Voor de provincieraadsverkiezingen in Antwerpen van 1932 komt bijvoorbeeld de Vlaamsche Radikaal-Liberale Partij op, getrokken door voormalig provincieraadslid Raphaël Maudoux. Hij profileert zijn lijst voornamelijk als een vrijzinnige, flamingante partij die opkomt voor de belangen van de arbeidersklasse. De lijst haalt, zoals zo vaak, de kiesdrempel niet. Ook in Mechelen scheuren enkele liberalen zich na de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 af van de moederpartij om samen met de Concentratielijst (katholieken en VNV) een gemeentebestuur te vormen. De twee dissidente liberalen (Oscar Vankesbeeck en Willy Janssens) komen voor de parlementsverkiezingen van 1939 ook als een afzonderlijke lijst 'afgescheurde Liberalen' op in het arrondissement Mechelen.

In veel liberale scheurlijsten in het interbellum zijn er connecties met de Vlaamse gedachte. De Liberale Partij kampt met Vlaamsgezinde liberalen die overlopen naar meer flamingante partijen zoals de Frontpartij. De liberale partijtop bestaat immers voornamelijk uit Franstalige bourgeoisie die maar weinig voeling heeft met de beslommeringen van de Nederlandstalige achterban in Vlaanderen. Hoewel deze partijtjes nooit een vertegenwoordiger naar Brussel kunnen sturen omdat ze te weinig stemmen halen, wijst hun bestaan wel op enkele tekortkomingen die Vlaamsgezinde liberalen in deze periode ervaren.3

Persoonlijke conflicten na WOII


De Tweede Wereldoorlog zorgt voor een groot hiaat voor de uitbouw van de Liberale Partij. Genekt omdat enkele sleutelfiguren tijdens de oorlog omgekomen zijn, is de partij in de eerste naoorlogse jaren wat stuurloos. Hier en daar duiken een aantal scheurlijsten op. De redenen voor scheuring lijken eerder om interpersoonlijke conflicten te gaan dan om grote ideologische hangijzers. Tekenend voor de periode is de electorale strijd die zich afspeelt in het arrondissement Veurne-Diksmuide-Oostende voor de verkiezingen van de jaren vijftig en zestig. Bij de parlementsverkiezingen van 1954 zien we bijvoorbeeld dat de oorlog, die intussen toch al 10 jaar voorbij is, nog steeds als politieke hefboom wordt gebruikt. De kiesstrijd tussen Adolphe Van Glabbeke, het lokale kopstuk, en Prosper Vandenberghe gaat er bij momenten ongemeen hard aan toe, met wederzijdse beschuldigingen van incivisme. Vandenberghe is in Oostende bekend (of eerder berucht) als vrijdenker. In zijn krant Het Visscherijblad neemt Vandenberghe vaak geen blad voor de mond, waarbij hij meer dan eens in het vaarwater zit van Van Glabbeke.4 Zowel bij de parlementsverkiezingen van 1954 als de gemeenteraadsverkiezingen van 1958 komt Vandenberghe op met zijn partij Onafhankelijke Liberalen. De kiesstrijd die ontstaat uit deze scheuring is een van de hardste van die tijd, waarbij zelfs familiebanden aangetast raken. In 1961 duikt er onder leiding van Maurice Quaghebeur opnieuw een liberale scheurlijst op. Quaghebeur was eerder al liberaal parlementslid maar richt uit ontevredenheid met de lijstverdeling zijn eigen partij Onafhankelijken en Middenstanders op. Opnieuw wordt er hevig gestreden tussen de liberalen.

Het gebeurt wel vaker dat afgescheurde liberalen een doelgroeppartij oprichten. Zo richt André Wymeersch, een verontwaardigde liberaal, in 1965 in het arrondissement Kortrijk de partij Unie der Zelfstandigen op. Een persoonlijk conflict (omwille van de lijstverdeling) zorgde ervoor dat Wymeersch zijn eigen weg insloeg.

Nationaal verdeeld, regionaal verenigd

De stichting van de PVV/PLP in 1961 lijkt even een stop in te roepen van scheurlijsten, of toch de hevigheid en frequentie van scheurlijsten op het nationale politieke toneel. Een meer gecentraliseerd partijbestuur en een verruimde en duidelijke ideologische partijlijn zorgen ervoor dat de PVV/PLP in de lift zit. Lang duurt de eensgezindheid echter niet. In 1968 komt de PVV/PLP nog met een heel belgicistische campagne naar de kiezer, maar de communautaire perikelen die in het hele politieke klimaat voelbaar zijn, komen in 1972 tot een kookpunt. In Brussel haken de Vlaamse liberalen in 1968 al af en vormen De Blauwe Leeuwen (naar analogie met de socialistische Rode Leeuwen). De Vlaamse PVV gaat vanaf 1972 haar eigen weg terwijl in Franstalig België de PLP opkomt. In Brussel raken de liberalen verdeeld over verschillende partijen die soms samenwerken, maar even vaak elkaar in de weg staan. In de jaren zeventig en tachtig zijn er geen noemenswaardige afscheuringen van de PVV te onderscheiden op het nationale toneel. Wel komt een nieuwe rechts-radicale partij op die vooral in Franstalig België veel weerklank vindt, de UDRT-RAD (Union Démocratique pour le Respect du Travail - Respect voor Arbeid en Democratie),  die een beperkt deel van het liberale kiespubliek voor zich wint.5

Guy Verhofstadt tijdens het stichtingscongres van de VLD, 1992.

Verruimingsoperaties

De jaren negentig kunnen worden beschouwd als een breukmoment in het liberale landschap. De parlementsverkiezingen van 24 november 1991 leveren een grote winst op voor het Vlaams Blok, dat opeens twaalf zetels haalt in de Kamer. Ook nieuwkomer ROSSEM, de partij met libertarische inslag van Jean-Pierre Van Rossem heeft drie vertegenwoordigers in de Kamer. De PVV doopt zich in 1992 onder Guy Verhofstadt om tot VLD. De naamsverandering brengt ook een verruimingsoperatie met zich mee en de partij profileert zich nu als een brede Vlaamse centrumpartij. Veel VU’ers sluiten zich de daaropvolgende jaren aan bij de VLD. De nieuwe partij lijkt bij de Europees Parlementsverkiezingen van 1994 wat te stagneren maar vanaf de parlementsverkiezingen van 1995 gaat het haar voor de wind.

Een affiche voor een debat over de paars-groene regering, niet alle liberalen voelen zich gehoord.

De VLD staat bij de parlementsverkiezingen van 13 juni 1999 sterk in haar schoenen. De Dutroux-affaire en de dioxinecrisis zorgen ervoor dat de rooms-rode regeringspartijen wankelen. De ‘moeder van alle verkiezingen’ baart ook heel wat kleine partijtjes. ROSSEM bloedde dood in 1995 en in zijn kielzog ontstonden de protestpartijen WOW, HOERA en BANAAN. Die laatste doopte zich in 1997 om tot het progressief-liberale Vivant. In 1999 komen enkel nog WOW en Vivant op. Naar aanleiding van de zaak Dutroux richt Paul Marchal zijn eigen partij op: de PNPb (Partij voor een Nieuwe Politiek in België). Nog voor de verkiezingen splitst een deel van de partij zich af en vormt rond Hendrik Boonen (eerder al lid van onder andere WOW en ROSSEM) de rechtse partij Democratische Unie (UDDU). Ondanks het op het eerste gezicht erg verdeelde electorale landschap, zijn het toch de gebruikelijke partijen die de meeste stemmen halen. De meeste van de bovengenoemde partijen halen niet eens 1 % van de stemmen. Uitzondering is Vivant dat net iets meer dan 2 % haalt, wat nog steeds niet genoeg is voor een zetel. De liberalen vormen samen met de socialisten en de groenen de eerste paars-groene regering van België met Guy Verhofstadt als premier.6

De verontwaardiging van rechts

De samenwerking met de linkse partijen stoot echter een deel van de rechterflank van de VLD voor de borst. In de jaren negentig klaagt men in de meest rechtse middens van de partij al veel langer over de verschuiving naar het centrum. Velen van hen kijken nostalgisch terug op de conservatievere koers van de PVV in de jaren tachtig. De stellingname van enkele VLD-kopstukken inzake het migrantenstemrecht zorgt binnen de partij voor enkele hevige discussies (met fervente voor- en tegenstanders binnen de partijtop). Ook de positie ten opzichte van het Vlaams Blok wordt door sommige partijleden steeds vaker in vraag gesteld. In de periode 1999-2006 verlaten heel wat rechtse liberalen de partij of worden bedankt voor bewezen diensten.  

Leo Goovaerts is de eerste die men de deur wijst. Nog voor de verkiezingen van 1999 schrapt men Goovaerts van de Senaatslijst omdat hij te vaak in aanvaring komt met de partijtop. Voor de nationale parlementsverkiezingen van 2003 richt Goovaerts zijn eigen partij op, Veilig Blauw. De partij komt enkel op in de kieskringen West-Vlaanderen en Brussel-Halle-Vilvoorde met een programma dat sterk de nadruk legt op openbare orde, een strenger migratie- en integratiebeleid en belastingverminderingen. Na de verkiezingen valt de partij uit elkaar.7

Een pamflet van Leo Goovaerts met zijn Veilig Blauw.

Een affiche van Ward Beysen en zijn lijst Liberaal Appèl.

Ook Ward Beysen ligt al langer overhoop met het partijbestuur. Gedurende de jaren negentig heeft hij meermaals kritiek op het cordon sanitaire en het linkser wordende beleid van de partij. In 2003 stapt hij zelf uit de partij en richt het Liberaal Appèl (LA) op. Van de drie belangrijke VLD-dissidenten uit deze periode is Beysen wellicht de meest succesvolle (alhoewel hij nooit meer in het parlement zetelt). Hij komt in alle Vlaamse kieskringen op, en op zijn lijsten staan verschillende (lokale) bekende VLD-mandatarissen. Andere bekende gezichten zijn Hendrik Boonen (van UDDU en vele andere partijen), Antoine Denert (voormalig VU en burgemeester van Kruibeke) en wit konijn, acteur Sven De Ridder. De partij kan in 2003 niet de gehoopte winst boeken. Na de dood van Ward Beysen in 2005 blijft het LA nog bestaan. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 komt het in enkele plaatsen op in kartel met de VLD. In 2007 fuseert LA met Open Vld.

Een derde liberale scheurlijst ontstaat en noemt zichzelf VLOTT (Vlaams Liberaal Onafhankelijk Tolerant Transparant). Hugo Coveliers is de katalysator van dit project. De partij komt voor het eerst op voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Net als Goovaerts en Beysen ondervindt Coveliers moeilijkheden met de partijtop. Voor hem is vooral het cordon sanitaire een struikelblok. VLOTT komt uiteindelijk op in kartel met Vlaams Belang in enkele Antwerpse gemeenten. In 2010 laat Coveliers zich opvolgen door Hendrik Boonen als voorzitter.8

Briefhoofding gebruikt in de campagne van VLOTT (afgebeeld: Hugo Coveliers en Claudine De Schepper).

Lijst Dedecker, een onverwacht succes

2007 is een beslissend jaar voor de VLD. De partij lijmt de brokken met het Liberaal Appèl en de meeste leden vinden hun weg terug naar de VLD. Ook Vivant fuseert (na een bestaand kartel sinds 2004) met de VLD. Na de fusies met LA en Vivant doopt de VLD zich om tot Open Vld. De fusies zijn een goede zaak voor Open Vld maar er zijn kapers op de kust.

Jean-Marie Dedecker, oud-bondscoach van de Belgische Judobond, komt voor de verkiezingen van 1999 op als wit konijn van de VLD en wordt verkozen als senator. Net als Goovaerts, Beysen en Coveliers behoort Dedecker tot de rechtse stroming binnen de VLD. Een ruzie tussen Bart Tommelein en Dedecker leidt er uiteindelijk toe dat Dedecker uit de partij wordt gezet. Eind 2006 is nog niet duidelijk wat Dedeckers volgende stap is. Hij richt samen met Boudewijn Bouckaert (die in 2006 uit de VLD stapt vanwege zijn ideeën over het cordon sanitaire, de uiteindelijke aanvaring met de partijtop en ideologische tegenstellingen) de denktank Cassandra op, maar er zijn ook gesprekken met Hugo Coveliers van VLOTT. Dedecker wordt tevens kortstondig lid van de N-VA.

Jean-Marie Dedecker op een affiche voor de campagne van 2007.

In januari 2007 raakt bekend dat Dedecker voor de parlementsverkiezingen van datzelfde jaar zal opkomen met zijn eigen partij LDD (Lijst Dedecker - Libertair, Direct, Democratisch). LDD zet heel onverwachts een sterk resultaat van 6 % neer. Net zoals Beysen trekt Dedecker heel wat lokale bekenden aan op zijn lijst. In Oost-Vlaanderen werkt hij bijvoorbeeld samen met de Aalsterse scheurlijst Blauw van Anny De Maght. In Wetteren tracht men ook de scheurlijst van Walter Govaert RESPECT (die ook nationaal opkomt) voor zich te winnen, maar dit loopt op niets uit.9 Een deel van de aanhangers van het LA is ook gecharmeerd door LDD, sommigen maken zelfs de overstap. Tussen 2007 en 2014 is LDD vertegenwoordigd in het parlement. Bij de Vlaams Parlementsverkiezingen van 2009 beleeft de partij haar hoogtepunt met meer dan 7 % van de stemmen.10 Vervolgens gaat het wat bergaf. In 2014 dient LDD enkel een lijst in voor West-Vlaanderen, getrokken door Dedecker en geduwd door Ulla Werbrouck (Belgische voormalige judokampioene), maar haalt de kiesdrempel niet. Voor de lokale verkiezingen van 2018 komt LDD (alhoewel niet altijd onder die naam) in bepaalde gemeenten nog op. Het sterkst is de partij in Middelkerke waar Jean-Marie Dedecker de burgemeesterssjerp draagt.

Gescheurd maar niet gescheiden

Het politieke liberalisme in Vlaanderen heeft dus doorheen de geschiedenis verschillende splinterpartijen gekend. Het ontstaan is meestal het gevolg van een of meer uiteenlopende politieke strijdpunten (zoals de progressisten). Een andere mogelijke oorzaak is het uitkristalliseren van een specifiek thema dat al te weinig door de moederpartij wordt ingevuld. De liberale splinterpartijen tijdens het interbellum die Vlaamsgezindheid vooropstellen, zijn hier een mooi voorbeeld van. Deze thema’s worden vlug geheel of gedeeltelijk overgenomen door de grotere factie en veroordelen deze meer thematische scheurlijsten tot een bestaan als eendagsvliegen. Tot slot is ook in tijden van onrust en malaise (jaren 1960) versplintering mogelijk. Dit is deels ook het geval bij de aangehaalde liberale afscheuringsgroeperingen bij het begin van de eenentwintigste eeuw, al liggen dan, naast ideologische onzekerheid, ook enkele typische ‘rechtse’ thema’s mee aan de basis van de nieuwe partijen.

Florian Van de Walle, Liberas, 2021.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Doreen Gaublomme, ‘Doctrinairen en progressisten tijdens de 19e eeuw’, in: Het liberalisme in België. tweehonderd jaar geschiedenis, eds. Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin (Brussel: Delta, 1989) 201-208.

2. Wouter Blomme, ‘Het Liberaal Vlaams Verbond van 1945-1972’ (licentiaatsverhandeling, KUL, 1997) 11-20.

3. Wouter Blomme, ‘Het Liberaal Vlaams Verbond tijdens het interbellum’, in: Als een vuurtoren, vijfentachtig jaar Liberaal Vlaams Verbond (1913-1998), eds. Piet Van Brabant en Wouter Blomme (Gent: Liberaal Vlaams Verbond/Liberaal Archief, 1998) 72-79.

4. Roger Jansoone, ‘Het dagelijks leven in Oostende tijdens de bezetting 1940-1944: aflevering 7, Oostendse lokale pers in oorlogstijd’, in: De Plate, 40, nr. 6 (2011): 125-127.

5. Marcel Bots, Beknopte geschiedenis van de Liberale Partij (Gent: Liberaal Archief, 2012) 25-28.

6. Leo Goovaerts, Mijn alternatief (Brussel: Leo Goovaerts, 2003) 2-6.

7. Nicolas Dedecker, ‘L’Open VLD’, in: Les partis politiques en Belgique, eds. Pascal Delwit, Jean-Benoit Pilet en Emile Van Haute (Brussel: Université de Bruxelles, 2011) 134-135.

8. Nicolas Dedecker, ‘L’Open VLD’, in: Les partis politiques en Belgique, eds. Pascal Delwit, Jean-Benoit Pilet en Emile Van Haute (Brussel: Université de Bruxelles, 2011) 134-135.

9. Julien Dohet, et al., ‘Les partis sans représentation parlementaire fédérale’, in: Courrier hebdomaire du CRISP, nr. 2206-2207 (2014): 36-54.

10. Marc Hooghe, ‘Stemde Vlaanderen rechts in 2009’, in: Samenleving & Politiek, 17, nr. 6 (2010): 13-22.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Florian Van de Walle, "Liberale Splinterpartijen", Liberas Stories, laatst gewijzigd 09/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op