Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

3 april 1990

Begin jaren 1970 komt abortus in de publieke belangstelling te staan, en spoedig belandt het op de politieke agenda. Toch duurt het tot 1990 vooraleer het wettelijke kader rond vrijwillige zwangerschapsafbreking gestemd wordt.

Abortus uit de taboesfeer

Vóór 1970 is er geen abortusdebat.1 De kwestie ligt volledig binnen de taboesfeer. Zelfs groepen die later de liberalisering van abortus zullen steunen, zijn in de jaren 1950 de maatschappelijke consensus, die zegt dat abortus te verwerpen is, nog genegen. Het is de nieuwe seksuele moraal die abortus geleidelijk uit de taboesfeer haalt. De socialistische senator Willy Calewaert (SP/PS) dient in 1971 een eerste wetsvoorstel tot liberalisering van abortus in, met steun van onder anderen de liberaal Karel Poma (PVV/PLP). Datzelfde jaar belandt de kwestie opnieuw op de politieke agenda. De Naamse gynaecoloog Willy Peers verklaart openlijk dat hij abortussen uitvoert en wordt voor de rechtbank gedaagd. Wanneer dr. Peers in 1973 gearresteerd wordt, leidt dit tot een massale mobilisatie: er worden betogingen en petities op touw gezet. Deze publieke beroering dwingt de politieke partijen tot een standpunt.

De PVV formuleert haar standpunt

Te midden van het tumult organiseert de Vlaamse PVV in 1972 een nationaal congres over ethische thema’s. Op politiek vlak is ze daarmee een van de eerste partijen die zich op ethisch vlak manifesteert.2 Lucienne Herman-Michielsens, de voorzitster van de Nationale Federatie van de PVV/PLP-vrouwen, neemt het voortouw in de commissie over het statuut van de vrouw. Vrijwillige zwangerschapsafbreking wordt er gekaderd als een maatschappelijke realiteit en als een probleem voor de volksgezondheid. De commissie vraagt om (1) abortus onmiddellijk te legaliseren als er medische indicaties zijn of als de zwangerschap het gevolg is van incest of verkrachting; en (2), om een wetsvoorstel in te dienen waarbij abortus onder voorwaarden toegelaten is bij ethische of sociale indicaties.

In navolging hiervan bereidt de toenmalige minister van Justitie, PVV/PLP’er Herman Vanderpoorten een wetsvoorstel tot wijziging van de abortuswetgeving voor. Herman-Michielsens is hierbij betrokken: zij is de adjunct-kabinetschef van de minister. Het kabinet informeert en documenteert zich grondig, om de feiten en de wetenschappelijke onderzoeksresultaten te leren kennen en de polsslag van de samenleving te voelen.

In 1973 legt minister Vanderpoorten een wetsvoorstel voor aan de ministerraad. De regering bestaat op dat ogenblik uit een coalitie van liberalen, socialisten en christendemocraten en wordt geleid door Edmond Leburton. In het wetsvoorstel wordt de logica omgekeerd: abortus is niet langer strafbaar, maar enkel nog in bepaalde omstandigheden verboden. Opnieuw zijn er heel wat voorwaarden, zoals een eensluidend advies van twee artsen. Maar de wet verlegt het zwaartepunt van het beslissingsrecht naar de vrouw - ook als zij minderjarig is - wat zoveel als mogelijk een politieke vertaling is van wat op straat geroepen wordt: ‘Baas in eigen buik!’.

Met zijn voorstel probeert de minister van Justitie de standpunten te verzoenen, ook binnen zijn partij: niet iedereen deelt de conclusies van het ethisch congres. Het voorstel wordt echter door de ministerraad verworpen. Voor sommigen is het té liberaal, voor anderen té restrictief.

PVV-meeting in de jaren 1970.

De Staatscommissie voor ethische problemen

In 1974 wordt het abortusprobleem geëvacueerd naar de Staatscommissie voor ethische problemen. Deze commissie wordt samengesteld volgens de politieke machtsverhoudingen en telt twaalf mannen en dertien vrouwen. Herman-Michielsens zit een tijdlang de commissie voor, tot ze omwille van gezondheidsproblemen ontslag moet nemen. Ze blijft wel lid.3

De commissie informeert zich grondig, nodigt experts uit en debatteert lange tijd. Toch is er minder interactie tussen politiek en samenleving dan verwacht. Vrouwenorganisaties, vrijzinnige organisaties en stemmen uit de praktijk worden niet gehoord. Om het debat sereen te laten verlopen worden vervolgingen voor de duur van de commissie opgeschort. Hierdoor kalmeert het publieke debat - denk aan de zaak-Peers - voor even.4

Uiteindelijk publiceert de Staatscommissie voor ethische problemen pas in 1976 haar bevindingen.5 Maar er is geen eensgezindheid bereikt en dus publiceert de commissie twee rapporten: een meerderheidsrapport, ondertekend door dertien leden, en een minderheidsrapport, ondertekend door twaalf leden. De liberale commissieleden ondertekenen het zogenaamde meerderheidsrapport. Zij stellen voor om abortus toe te staan als aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

1. als het nodig is binnen de levenssituatie van de vrouw;

2. als er begeleiding is door een interdisciplinair team - met minstens een maatschappelijk assistent of verpleger, een arts en een psychiater of psycholoog - dat de vrouw moet informeren over andere opties, zoals adoptie, en begeleiden bij de toekomstige anticonceptie;

3. als er een termijn van 5 dagen wordt gerespecteerd tussen de eerste ontvangst en de ingreep;

4. als alle gegevens over de reden voor de abortus en de ingreep geanonimiseerd doorgegeven worden aan een evaluatiecommissie.

De uiteindelijke beslissing zou volgens dit voorstel bij de vrouw liggen, in samenspraak met haar arts.6

Door het instellen van deze voorwaarden en de belofte van een evaluatiecommissie gaan ook twee vrouwen van de christendemocratische partijen met het rapport akkoord, dat daardoor het ‘meerderheidsrapport’ geworden is.

De druk op de CVP is groot.

Is een compromis met de christendemocratische partijen mogelijk?

Omdat in de Staatscommissie liberalen en christendemocraten elkaar kunnen vinden, lijkt ook op wettelijk vlak een compromis mogelijk.7 In 1977 dient de PVV-senator Jean Pede met enkele liberale collega’s daarom een wetsvoorstel in. Maar de regering valt en dus vervalt ook het wetsvoorstel. In 1978 doet Herman-Michielsens een nieuwe poging, met een wetsvoorstel dat in grote lijnen het meerderheidsrapport weerspiegelt. Het leidt tot een geanimeerd debat en een tegenvoorstel van de PLP, maar opnieuw vervalt het wetsvoorstel door het vallen van de regering.

Wanneer in 1981 nieuwe rechtszaken plaatsvinden over vrijwillige zwangerschapsafbreking leidt dit tot hernieuwde media-aandacht en leeft het parlementaire debat opnieuw op. Op 20 maart 1981 dient Herman-Michielsens opnieuw haar wetsvoorstel uit 1978 in. Bij dit voorstel wordt als indicatie waarop abortus zou kunnen plaatsvinden de bepaling ‘voor haar fysische en psychische gezondheid’ toegevoegd. Daarnaast worden ook de concrete wettelijke bepalingen over waar en in welke omstandigheden vrijwillige zwangerschapsafbreking zou kunnen plaatsvinden, gepreciseerd. Deze verduidelijkingen leveren de steun op van de Franstalige liberale partij, waardoor de hele liberale familie zich nu achter hetzelfde wetsvoorstel schaart. Maar wederom valt de regering voor het wetsvoorstel besproken kan worden.

Toch geen eensgezindheid binnen de liberale partij

Hoewel Herman-Michielsens wetsvoorstellen in naam van de PVV indient en ze ook de steun van de Franstalige zusterpartij PLP kan winnen, is er binnen de liberale partij toch geen eensgezindheid over de abortuskwestie. Dat blijkt onder meer uit de vaststelling dat senator Karel Poma in 1982 een voorstel van socialistische kant mee ondertekent, dat progressiever is dan dat van Herman-Michielsens. Er duiken wel meer progressieve stemmen op binnen de PVV. Onder anderen politica Annemie Neyts spreekt zich uit tegen het voorstel van Herman-Michielsens, omdat het niet alle noden ondervangt. Vooral de voorgestelde procedure, die bestaat uit een gesprek met een psycholoog, een arts en een sociaal verpleegkundige, stuit haar tegen de borst. Ook de PVV-jongeren steunen een verregaande liberalisering, waarbij de vrouw over het volledige beslissingsrecht beschikt en geen ‘stroeve procedure’ zou moeten doorlopen.8

Dat er binnen de partij ook leden zijn met een conservatievere mening blijkt onder meer uit een voorval in Leuven. Daar verliest een jeugdcentrum zijn subsidies omdat het informatie over abortuscentra geeft. PVV-schepen Etienne Anciaux bond de kat de bel aan en de schrapping van de subsidie kwam op de gemeenteraad. Tijdens deze stemming sloot de voltallige PVV-fractie, op één gemeenteraadslid na, zich aan bij de Christelijke Volkspartij (CVP).9 Die conservatieve mening wordt ook in landelijke gebieden gedeeld. Heel wat PVV-mandatarissen, vooral in West-Vlaanderen, vrezen dat het steunen van een progressieve abortuswet hen stemmen zal kosten. Het verschil tussen het stedelijke en landelijke liberalisme is een factor in het abortusdebat.

De PVV-Jongeren nemen een duidelijk standpunt vóór vrijwillige zwangerschapsafbreking in.

Maatschappelijke druk

In de loop van de parlementaire strijd wordt vanuit verschillende hoeken geageerd. Talrijke drukkingsgroepen zetten acties op touw: pamfletten, brieven, brochures, manifestaties en betogingen. Er verandert ook iets. In de tweede helft van de jaren 1970 vestigen zich verschillende abortuscentra, voornamelijk in Brussel en Wallonië, die zwangerschapsafbrekingen in goede medische omstandigheden uitvoeren. Deze centra vinden de wetsvoorstellen van Herman-Michielsens te repressief en paternalistisch door de - volgens hen - beperkte keuzevrijheid voor de vrouw. Ook de vrouwenbeweging en vrijzinnige organisaties vinden haar voorstellen te restrictief. Zij vragen om een meer liberale wet, waarbij abortus gepaard zou gaan met informatie over anticonceptiva, waardoor het aantal abortussen uiteindelijk zou dalen.10

Een ander geluid valt te horen bij de tegenstanders van abortus. Vooral de organisatie Pro Vita gaat driest te werk. Senator Herman-Michielsens getuigt daarover later in een interview: ‘Ze schreven onder gesloten omslag naar mijn man om te zeggen dat ze bidstonden gingen houden voor mijn heksenwerk. Ze stuurden de senatoren van mijn fractie sierspeldjes of decoraties met kleine bronzen voetjes en met een kaartje erbij dat het voetjes waren van een foetus van acht weken: middeleeuws obscurantisme, anders kan ik het niet noemen. Ik heb op televisie ook beelden gezien van zingende en biddende mensen langs de wegen met een Onze-Lieve-Vrouwe-banier. Waarom?’, vraagt ze zich af.11

Naar een compromis met de socialistische partijen

De wetenschappelijk onderbouwde informatie van abortuscentra en van voorstanders uit medische en vrijzinnige kringen, de wetgeving en ervaringen in het buitenland, doen de liberalen opschuiven in een meer progressieve richting.12 Bovendien is er ook een evolutie in de publieke opinie. Herman-Michielsens zelf zoekt vaak het debat op om die opinie te sturen. Nog tot vlak voor de stemming van de uiteindelijke wet in 1990 geeft zij lezingen over heel Vlaanderen om mensen van haar visie te overtuigen. De PVV overwint eindelijk haar interne verdeeldheid. Samen met de vaststelling dat er geen compromis met de CVP bereikt kan worden, zorgt dit voor een toenadering tot de socialistische partij.

De schrijnende maatschappelijke omstandigheden zorgen voor bijkomende druk. Na een jarenlang gedoogbeleid worden begin jaren 1980 opnieuw vervolgingen ingesteld volgens het sterk verouderde strafrecht. Hierdoor kunnen de politici de kwestie niet langer laten aanslepen.

In 1986 dienen Herman-Michielsens van de PVV en Roger Lallemand van de SP een compromisvoorstel in. De initiatiefnemers blijven zich daar de volgende jaren consequent achter scharen, waardoor zij de tegenstanders van een liberalisering kunnen overvleugelen. De abortuswet is na twintig jaar parlementaire strijd een feit.

Voor haar inzet voor vrouwenrechten, waaronder de abortuswetgeving, mag Herman-Michielsens onder meer de prijs Vrouw van het Jaar 1989, de Geuzenprijs en de Prijs van het Vrijzinnig Humanisme in ontvangst nemen.

De abortuskwestie krijgt een staartje

Het compromis tussen de politieke partijen wordt goedgekeurd met een ruime meerderheid van stemmen. Maar de kwestie krijgt nog een staartje wanneer koning Boudewijn uit persoonlijke overwegingen weigert om de wet te ondertekenen. Met juridisch kunst- en vliegwerk verklaart de regering de koning tijdelijk in de onmogelijkheid om te regeren. Op 3 april 1990 wordt de abortuswet door de voltallige ministerraad ondertekend, waarna deze van kracht gaat. Zonder zijn handtekening gezet te hebben, kan de koning zijn plaats terug innemen.13

De vierenzestigjarige Lucienne Herman-Michielsens, die al lange tijd ziek is, maakt nog net de goedkeuring van de wet mee als actieve politica. Kort daarna zegt ze het strijdtoneel vaarwel. Op 22 januari 1995 overlijdt ze.14

In 2018 haalt een wetsvoorstel van de Belgische meerderheidspartijen abortus uit het strafwetboek, na jaren van acties en pleidooien voor depenalisering, onder meer door vrijzinnige en feministische organisaties. Wanneer dit wetsvoorstel wordt goedgekeurd, geeft dit geen aanleiding meer tot grootschalig publiek debat. De vraag om de abortuswetgeving verder te liberaliseren, leidt dan weer wel tot politieke conflicten en media-aandacht en is een van de grote twistpunten uit de regeringsformatie van 2020.

Kim Descheemaeker, Liberas, 2021.

Bronvermelding

1. Marc Hooghe, ‘De liberalisering van abortus als strijdpunt in de Belgische politiek, 1971-1990’, in: Res Publica, 32 (1990) 4, 491-495.

2. Liberas, Archief PVV, congressen, Statutair en Doctrinair Congres 5-7.5.1972 Blankenberge, “Statuut van de Vrouw”, resoluties; id., wetsvoorstel tot wijziging van de wetgeving op de abortus.

3. Hooghe, ‘De liberalisering van abortus’, 496-497.

4. Karen Celis, ‘The Abortion Debates in Belgium 1974-1990’, in: Dorothy McBride Stetson (ed.), Abortion Politics, Women's Movements, and the Democratic State: A Comparative Study of State Feminism (2001) 48.

5. Belgische Senaat (verder: BS), Parlementaire Handelingen (verder: PH), 970 (zitting 1976-1977) nr. 1, 18.11.1976, Voorstel van wet betreffende de zwangerschapsafbreking.

6. Staatscommissie voor ethische problemen, voorstel inzake zwangerschapsafbreking met het oog op een verantwoord ouderschapsbeleid (1976).

7. BS, PH, 1028 (zitting 1976-1977) nr. 1, 20.1.1977; id., zitting 1977-1978, vergadering van 19 januari 1978, p. 573; id., 629 (zitting 1980-1981) nr. 1, 20.3.1981.

8. BS, PH, 122 (zitting 1981-1982) nr. 1, 12.2.1982; id., 142 (zitting 1981-1982) nr. 1, 2.3.1982; Liberas, Archief Lucienne Herman-Michielsens (verder: LHM), II/5.2.10 (8/12), dossier abortuskwestie PVV-Jongeren, 1986.

9. Liberas, id., bijlage ‘Leuven, anno te weten nù’, in: Humo, 2157 (7.1.1982), 1986.

10. Els Witte, ‘Twintig jaar politieke strijd rond de abortuswetgeving in België (1970-1990)’, in: Res Publica, 32 (1990) 4, 451-453.

11. Van Winckel, Keien in de vijver, 110.

12. Witte, ‘Twintig jaar politieke strijd’, 455, 466-467.

13. Witte, ‘Twintig jaar politieke strijd’, 480-483.

14. Bart D’Hondt, ‘Herman-Michielsens, Lucienne’, in: Nationaal Biografisch Woordenboek (2002) nr. 16, 448.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Kim Descheemaeker, "3 april 1990", Liberas Stories, laatst gewijzigd 10/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op