Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Longread

Viering van honderd jaar Liberale Partij

Van vrijdag 14 tot zondag 16 juni 1946 viert de Belgische Liberale Partij haar honderdjarig bestaan. Honderd jaar na het eerste liberaal congres1 van 14 juni 1846 slaat de partij met een mix van vieren, herdenken en vooruitkijken de brug tussen het verleden en de toekomst van het liberalisme in België en de wereld.

Sébastien Baudart
21 mei 2021

Grootse aanpak

Om de festiviteiten in goede banen te leiden, richten de liberalen begin april 1946 binnen de partij een ‘Inrichtend Comité’ op onder het voorzitterschap van Robert Godding, minister van Koloniën, en met ondervoorzitters Julius Hoste jr., eigenaar-directeur van Het Laatste Nieuws en oud-minister, en Henri Heuse, advocaat en oud-volksvertegenwoordiger. Symbolisch detail: Heuse, door de krant Le Soir2 beschreven als de historicus van de Liberale Partij, stamt volgens diezelfde krant af van een van de deelnemers van het congres van 1846. Godding en de partij sparen kosten noch moeite bij de planning van de feestelijkheden, die gespreid worden over een hele reeks Brusselse locaties. De kosten voor onder andere reizen en verblijf van de buitenlandse deelnemers, catering, huur en aankleding van de locaties, orkesten voor de muzikale omlijsting en drukwerk, brengen Godding bij een voorlopige begroting van minimum 464.000 Belgische frank, omgerekend naar de huidige muntwaarde grofweg 400.000 euro. De festiviteiten gaan door in aanwezigheid van heel wat buitenlandse liberale delegaties, waaronder een grote Britse afvaardiging geleid door Clement Davies. Het vrije Spanje wordt vertegenwoordigd door Salvador de Madariaga. Ook liberalen uit Zweden, Denemarken, Zwitserland, Frankrijk en Nederland tekenen present. De Italianen zijn te laat en sluiten pas op zondagnamiddag aan. De delegatieleden logeren in het Brusselse Hôtel Métropole, waar ze op vrijdagnamiddag ter kennismaking een eerste keer vergaderen met het Inrichtend Comité.

Vrijdagnamiddag 14 juni: academische zitting

Het feestweekend start met een academische zitting in de Gotische Zaal van het Brusselse stadhuis, waar het honderd jaar eerder allemaal begon met het congres van 1846. De zaal is voor de gelegenheid met tapijten en palmbomen versierd, achter de sprekers hangt de blauwe vlag met tricolore randen van de Landsraad van de Liberale Partij. Een kamerorkest zorgt voor de muzikale omlijsting. Naast heel wat liberale prominenten – onder anderen ministers Albert Devèze, Paul Kronacker, Auguste Buisseret, Adolphe Van Glabbeke en René Lefebvre – zijn ook vertegenwoordigers van de andere partijen aanwezig. De pers spot de aanwezigheid van onder anderen Camille Huysmans (BSP), eerste minister Achille Van Acker (BSP), minister Paul-Henri Spaak (BSP), Henry Carton de Wiart (CVP), Paul Struye (CVP) en August De Schryver (CVP). In zijn verwelkomingstoespraak benadrukt de liberale burgemeester van Brussel, Joseph Van de Meulebroeck, dat de raadszaal buiten de gemeenteraadszittingen normaal gezien niet voor politieke doeleinden opengesteld wordt, maar dat het stadsbestuur voor deze herdenking graag een uitzondering maakt. Robert Godding herdenkt in zijn openingstoespraak in het Frans, Nederlands en Engels de samenkomst van 14 juni 1846, waarna Henri Heuse de context en het verloop van dit eerste liberaal congres schetst en de brug maakt naar het heden. Hij stelt dat de liberale opvattingen van 1946 uiteraard niet meer deze van 1846 zijn, maar dat ze nog steeds voortkomen uit hetzelfde ideaal, de vrijheid. Daarop sluit het kamerorkest de academische zitting af met de Brabançonne. Voor de buitenlandse delegaties staat nog een extra activiteit op het programma: zij krijgen een bezoek aan het parlement aangeboden in het gezelschap van Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert (CVP) en de liberale Senaatsvoorzitter Robert Gillon.

De Brusselse burgemeester, Joseph Van de Meulebroeck, aan het woord.

Een plaats in de geschiedenis

Het hele gebeuren is niet enkel een herdenking van 1846. Na hun recente verpletterende verkiezingsnederlaag in februari 1946 kunnen de Belgische liberalen wel wat positivisme gebruiken. Samen met alle binnen- en buitenlandse deelnemers voelen en tonen dat het liberalisme nog relevant is en een toekomst heeft, is dan ook een van de doelstellingen. Godding geeft in zijn openingstoespraak mee dat de Europese liberalen erfgenamen zijn van grote tradities die samenhangen met de westerse/liberale beschaving. Na de recente overwinning van de liberale democratie op nazi-Duitsland en zijn bondgenoten - ‘de vreeselijksten strijd voor de menschelijke vrijheid’ - kan het liberalisme voor vernieuwing zorgen: ‘Gij en wij hopen in de geboorte van deze nieuwe wereld; een wereld waarin de macht niet meer het recht zal beheerschen; […]  een wereld zonder slagboomen tusschen de volkeren, en die bevrijd zou zijn van politieke en ekonomische dwingelandij’. Maar hij slaat ook een brug naar het verre verleden, nog voor het ontstaan van België: ‘Door het Stadhuis van Brussel als vergaderplaats te kiezen, stelden de liberalen van 1846 een symbolisch gebaar: zij bevestigden dat zij de opvolgers en de voltrekkers waren van de groote voorouders, die de vrijheden van de Belgische gewesten verdedigd hadden tegen de dwingelandij van binnen en buiten’.3

Zaterdag 15 juni: studievergadering

Op zaterdag gaan de leiders van de Belgische Liberale Partij samen met de buitenlandse afgevaardigden aan het werk tijdens een studievergadering in Hôtel Métropole. De Belgische partijvoorzitter, Roger Motz, opent de vergadering met een analyse van de recente verkiezingen in verschillende landen. De stem van de kiezer ging over het algemeen vooral naar socialisten en communisten aan de linkerzijde of christendemocraten aan de rechterzijde, waardoor centrumpartijen zoals de liberalen in de verdrukking komen en een identiteitscrisis doormaken. Hij schrijft deze ruk naar de ‘extremen’ toe aan de naoorlogse tijden waarin mensen zich sneller laten meeslepen door vrees en haat. Na zijn inleiding geeft Motz het voorzitterschap van de bijeenkomst door aan de Britse delegatieleider, Clement Davies. Achtereenvolgens bespreken Davies, Paul Anxionnaz (Frankrijk), H.A. Korthals (Nederland), Gabriel Despland (Zwiterland), Ake Holmbäck (Zweden) en Hermod Lannung (Denemarken) de toestand van de liberale partij(en) in hun land. Salvador de Madariaga, als Spaanse liberaal op de vlucht voor het Franco-regime, schetst de toestand in Spanje en geeft een aanzet tot een gemeenschappelijke resolutie. Robert Gillon, die hierop inpikt, benadrukt het belang ‘dat wij een verklaring zouden kunnen opmaken, die ons van de andere partijen zou onderscheiden’.Na gedachtewisselingen besluiten de deelnemers een redactiecommissie op te richten om een algemene ‘Verklaring van Brussel’ op te stellen over wat de liberalen onderscheidt van andere partijen. Ze nemen zich ook voor om opnieuw5 een internationale organisatie van liberale partijen op te richten. De dag wordt afgesloten met een receptie bij de liberale journalisten in het Pershuis en een banket.

 ‘Op dit oogenblik, lijkt het mij, dat al de namen van Belg, Franschman, Engelschman, Nederlander, Zwitser, Scandinaaf, enz., slechts voornamen zijn: liberaal is onze familienaam.’ Albert Devèze op het avondbanket van 15 juni 1946.6

Engelstalige aanhef van de Verklaring of Declaratie van Brussel.

De Verklaring van Brussel

De redactiecommissie voor de Verklaring van Brussel, met Robert Godding en Jean Rey als Belgische leden, gaat onmiddellijk aan het werk en zet haar werk op zondagochtend voort. Tegen half elf ligt er een tekst voor die unaniem wordt goedgekeurd door de redactieleden. Kort samengevat benadrukt de tekst het geloof in de geestelijke vrijheid (met daarmee samenhangend de vrijheden van pers, geweten, vereniging en mening), in de politieke vrijheid en de democratie en in de economische vrijheid (in een combinatie met sociale vooruitgang en solidariteit). De verklaring pleit verder voor wereldvrede en -welvaart door middel van een wereldorganisatie en op basis van het vrij verkeer van goederen, diensten, kapitalen en mensen. De tekst sluit af met het doel ‘in den mensch zoowel het verstand als het karakter tot ontwikkeling te brengen, hem den zin voor de vrijheid en de verantwoordelijkheid bij te brengen en hem aldus de kracht te geven land en menschheid te dienen; en wij verklaren, dat […] de vrije mensch, doordrongen van een socialen en internationalen geest, de hoop van de wereld is’.7 De tekst zal in 1947 mee als basis dienen voor het Manifest van Oxford, een basistekst waarnaar liberale partijen ook vandaag nog teruggrijpen.

Eerste twee artikels van de Verklaring of Declaratie van Brussel.

Zondagvoormiddag 16 juni: Vlaamse Schouwburg

Zondag 16 juni is uitgeroepen tot de ‘Belgische dag’. Tijdens de voormiddag staat een bijeenkomst in de Vlaamse Schouwburg gepland, met op het programma een geschiedenis van het Belgisch liberalisme8 en zijn belangrijke figuren. De zaal is gevuld met de Belgische deelnemers en de buitenlandse afgevaardigden. Professor Frans Van Kalken behandelt de periode van het begin van de negentiende eeuw tot 1894. Julius Hoste jr. neemt over voor de jaren 1894-1918, waarna Robert Fenaux, letterkundige en Paul Hymans-biograaf, de recentere evolutie van 1919 tot 1946 schetst. Partijvoorzitter Motz, die de sprekers inleidt, verwacht dat ze ‘de aanhoudende en ononderbroken krachtinspanning [zullen] aantoonen van het Belgisch Liberalisme om aan ons volk, in de orde, den vooruitgang en de vrijmaking der geesten, een lot te verzekeren dat, van geslacht tot geslacht, milder en waardiger is voor de beschaafde mensen’.9

De uiteenzetting van Robert Fenaux in de Vlaamse Schouwburg.

Zondagmiddag 16 juni: ‘De dag der blauwe vlaggen’

De sessie in de Vlaamse Schouwburg is nog maar net afgelopen, wanneer de aanwezigen worden verzocht zich naar het graf van de Onbekende Soldaat te begeven, waar Motz rond de middag een bloemenkrans neerlegt. Heel wat lokale liberale verenigingen zijn naar Brussel afgezakt; met hun vlaggen vormen zij rond het monument een indrukwekkende erehaag. De Liberale Fanfare De Ware Vrienden, net als Godding uit Antwerpen, zorgt voor de muzikale omlijsting. Eerder die ochtend werden ook de monumenten van Charles Rogier, Walthère Frère-Orban en Paul Janson met liberale bloemen geëerd.

‘Een prachtige krans werd door dhr. Motz op het graf neergelegd. De Brabançonne werd gedempt gespeeld. […] Op dat oogenblik, viel een breede zonnestraal op het monument. De blauwe vlaggen werden omlaag gehouden. En het was alsof de hemel op aarde neerdaalde …’9




De liberale verenigingen en hun vlaggen, begeleid door de Liberale Fanfare De Ware Vrienden uit Antwerpen.

 

Complexe zaken waar Godding en Devèze geen verstand van hebben

In zijn hoedanigheid van voorzitter van het Inrichtend Comité probeert Robert Godding ook te zorgen voor etentjes met de buitenlandse afgevaardigden bij Belgische liberale prominenten thuis. Hij schrijft daartoe zijn collega’s en vooral hun vrouwen aan. Albert Devèze vraagt aan zijn vrouw om rechtstreeks mevrouw Godding te contacteren omdat er zeer complexe zaken te regelen zijn ‘pour lesquelles nous ne sommes pas compétents’.11 Een deel van de aangeschrevenen weigert vriendelijk om praktische redenen, anderen treden toe tot het ‘Comité d’hospitalité’ om deze etentjes in goede banen te leiden. De delegatieleden kunnen uiteindelijk, gespreid over het weekend, terecht bij onder anderen Godding zelf, de echtparen Goblet d’Alviella, Hoste jr., en Max-Léo Gérard, barones Marthe Boël en Jane Brigode.

Zondagnamiddag 16 juni: Koninklijk Circus

Om vijftien uur trekken De Ware Vrienden met een ‘zeer toegejuichten mars’ de afsluitende ‘groote vergadering’ op gang in een stevig gevuld Koninklijk Circus. Motz maakt meteen het doel van de bijeenkomst duidelijk: ‘de grondslagen bekend te maken van het modern liberalisme, zooals zij werden bepaald door het Internationaal Liberaal Congres, dat zoo pas te Brussel werd gehouden’.12 Een modern liberalisme als antwoord op de laster, spot en scherts die de politieke uitersten over het liberale programma verkondigen, een modern liberalisme dat tijdens de oorlog verder hervormd werd, dat aan de basis ligt van ‘al wat, in politiek opzicht, als origineel en nieuw werd geformuleerd tijdens de jongste jaren’ en waarvan het gedachtegoed maatschappelijk een veel grotere rol speelt dan de verkiezingsresultaten van de liberale partijen laten uitschijnen. 

Na deze inleiding lezen Roger Motz in het Frans, Robert Godding in het Nederlands en Clement Davies in het Engels de Verklaring van Brussel voor. Enkele buitenlandse afgevaardigden en Auguste Buisseret, de liberale minister van Binnenlandse Zaken, sluiten aan met een woord van dank en reflecties over verleden, heden en toekomst van het liberalisme. De bijeenkomst eindigt op de tonen van de Brabançonne, waarna Godding de Belgische prominenten en de buitenlandse afgevaardigden uitnodigt voor een afsluitende receptie.  

Naar aanleiding van de viering geeft de Liberale Partij een medaille uit, ontworpen door ‘beeldhouwer-penningsnijder’ Marcel Rau. Op een van de zijden staan de profielen van Charles Rogier, Walthère Frère-Orban, Paul Janson en Paul Hymans. De medaille is via de overschrijving van 100 frank te verkrijgen bij de Landsraad van de Liberale Partij.

Sébastien Baudart, Liberas, 2021.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Zie Bart D’hondt, ‘Genese van een partij (1846)’, Liberas Stories.

2. Le Soir, 14 juni 1946, 2.

3. Ambtelijke Mededeelingen van de Liberale Partij, nr. 12 (juni 1946): 17, 20.

4. Ambtelijke Mededeelingen, 63.

5. Tijdens het interbellum is een Entente internationale des partis radicaux et des partis démocratiques similaires actief.

6. Ambtelijke Mededeelingen, 84

7. Ambtelijke Mededeelingen, 137

8. Zie ook Sébastien Baudart, ‘Honderd jaar in vogelvlucht’, Liberas Stories.

9. Ambtelijke Mededeelingen, 95.

10. Ambtelijke Mededeelingen, 125 (vertaald citaat uit La Dernière Heure).

11. Liberas, Archief Robert Godding (archief nr. 19), nr. 4.2.1.1. Brief van Albert Devèze aan Robert Godding, 30 mei 1946.

12. Ambtelijke Mededeelingen, 133.

Ambtelijke Mededeelingen van de Liberale Partij, nr. 12 (juni 1946).

Liberas, Archief Robert Godding (archief nr. 19), nr. 4.2.1.1. (Dossier m.b.t. de viering van het honderdjarig bestaan van de Liberale Partij, 1946).

Het Laatste Nieuws, 14 juni 1946, 1; 15 juni 1946, 1; 16 juni 1946, 1; 17 juni 1946, 1-2; 18 juni 1946, 2.

La Flandre Libérale, 14 juni 1946, 1; 15 juni 1946, 1; 16 juni 1946, 1 ; 17 juni 1946, 1, 3.

Le Soir, 14 juni 1946, 2; 15 juni 1946, 3; 16 juni 1946, 2.

La Dernière Heure, 16 juni 1946, 1, 3; 17 juni 1946, 1-2.

De Nieuwe Gazet, 15 juni 1946, 1; 17 juni 1946, 1.

De Nieuwe Standaard, 16 juni 1946, 1-2.

Dirk Verhofstadt, De geschiedenis van het liberalisme (Antwerpen/Gent: Houtekiet/Liberaal Archief, 2017) 220-224.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "Viering van honderd jaar Liberale Partij", Liberas Stories, laatst gewijzigd 29/09/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op