Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Perspectief

Colloquium Walter Lippmann (Parijs, 1938)

Van 26 tot 30 augustus 1938 komen in het Institut international de Coopération intellectuelle (een voorloper van Unesco) in Parijs 26 vooraanstaande denkers bijeen om zich te buigen over de ideologische grondslagen van het liberalisme. De vijfdaagse sessie gaat de geschiedenis in als het Colloquium Walter Lippmann. Op de samenkomst duikt (wellicht voor het eerst) het begrip ‘neoliberalisme’ op.1 Bij het select groepje deelnemers bevindt zich één Belgische genodigde, al komt die nu niet meteen uit klassieke liberale middens.

Peter Laroy
18 september 2023

The Good Society

Walter Lippmann (1889-1974) is in 1938 een befaamd journalist en auteur, niet enkel in de Verenigde Staten maar ook internationaal. Boeken zoals Public Opinion (1922) en The Phantom Public (1925) zijn klassiekers in de literatuur over massacultuur en sociale psychologie. Met de publicatie van An Inquiry into the Principles of The Good Society (1937), meestal afgekort tot The Good Society, toont Lippmann zich bezorgd over de grote vraagstukken van de tijd, met name de ingrijpende economische en politieke ontwikkelingen die zich in de jaren 1930 wereldwijd manifesteren.

Opvallend is vooral dat hij in dit boek mogelijkheden ziet voor vormen van staatsinterventie maar tegelijkertijd waarschuwt voor al te centralistisch geleide systemen (met de Sovjet-Unie als te vermijden voorbeeld). Lezers ontdekken in deze tekst de ideeën van de econoom John Maynard Keynes verenigd met stellingen van Ludwig von Mises en Friedrich Hayek. Het leidt tot een merkwaardige cocktail waarin protagonisten van staatsinterventie en vrije markt elkaar vinden. Doorheen zijn leven en carrière verschuiven zijn ideeën en standpunten van links naar rechts. Hij is ideologisch niet zomaar in één hoek te duwen.

The Good Society krijgt begin 1938 een Franse vertaling. Het boek verschijnt als La Cité Libre bij La Librairie de Medicis. De uitgeverij is pas opgericht en specialiseert zich in uitgaven waarin politiek en economie met elkaar verbonden zijn. In een interview in de Franse krant La Liberté (3 november 1937) naar aanleiding van de lancering van het bedrijf, stelt uitgeefster Marie-Thérèse Génin de Franse uitgave van Lippmanns werk reeds in het vooruitzicht, net als Franse vertalingen van internationale liberale economische denkers als de Oostenrijkers Ludwig von Mises en Friedrich Hayek, en de Brit Lionel Robbins.

Een belangrijke rol bij de fondsvorming van de uitgeverij is weggelegd voor de Franse filosoof Louis Rougier (1889-1982). Als conservatieve denker manifesteert hij zich na een bezoek aan de Sovjet-Unie in de jaren 1930 als een hevige tegenstander van het communisme en tegen alle andere vormen van totalitarisme. Rougier pleit voor een ‘libéralisme constructif’. Wil het liberalisme overleven dan zal het moeten aanvaarden dat ook de overheid een zekere rol kan spelen, aldus de filosoof. Hij ziet gelijkenissen tussen zijn denkbeelden en die van de Amerikaan Lippmann.

Wanneer bekend wordt dat Walter Lippmann in de zomer van 1938 een bezoek brengt aan Parijs, groeit het idee om een bijeenkomst te organiseren met denkers die op hetzelfde spoor zitten. Spontaan georganiseerd en zonder uitgesproken wetenschappelijke ambitie, gaat deze vijfdaagse de geschiedenis in onder de naam ‘Colloquium Walter Lippmann’. Rougier selecteert de aanwezigen op basis van bestaande formele of informele transnationale netwerken (o.a. in de marge van internationale instellingen zoals de Volkerenbond). Ook denkers die de jaren voordien een merkwaardig of uitdagend boek rond de thematiek hebben gepubliceerd, komen in beeld.

Colloquium Walter Lippmann

De vergadering vindt plaats in verwarrende tijden. De economische crisis van enkele jaren eerder en de daaruit voortvloeiende verschillende recepten voor herstel liggen nog vers in het geheugen. Ook de politieke crisissen wereldwijd, al dan niet vergezeld met de opkomst van totalitaire regimes, baren velen zorgen. Nog maar kort ervoor (maart 1938) heeft Duitsland buurland Oostenrijk geannexeerd. Intussen is een nieuwe internationale politieke crisis in de maak rond Tsjechoslowakije. Organisator Rougier vindt de tijd rijp voor een nieuw en krachtig liberalisme. Daarom valt in dat verband de term ‘neoliberalisme’. En ook net hierom geniet de bijeenkomst in Parijs sinds enkele jaren vernieuwde aandacht vanuit academische middens.2 De term van toen is evenwel niet zomaar te vergelijken met de invulling die het neoliberalisme krijgt in de jaren 1970-1980, zo merken verschillende auteurs op.

Het is onmiskenbaar een bont (en uitsluitend mannelijk) gezelschap dat zich van 26 tot 30 augustus 1938 verzamelt in Parijs (zie kader). De Franse invloed is duidelijk. Er zijn verder deelnemers uit de Verenigde Staten, Oostenrijk, Duitsland, Spanje, Nieuw-Zeeland, Hongarije en België. Onder de 26 aanwezigen (met een gemiddelde leeftijd van ongeveer 44 jaar) hebben filosofen en economische denkers het overwicht maar er zijn ook mensen uit de industriële wereld en technocraten. Een deel van de aanwezigen kent elkaar omdat zij reeds hebben samengewerkt op andere plaatsen (Weense klassiek-liberale seminaries, London School of Economics, Geneva Graduate Institute). Sommigen hebben onder druk van het heersende bewind hun vaderland (Oostenrijk, Spanje) verlaten en resideren in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië.

Even interessant is het te kijken wie gepolst werd maar niet aanwezig kan zijn. Het betreft economische denkers zoals de Italiaan Luigi Einaudi en de Brit Lionel Robbins maar ook cultuurfilosofen zoals de Spanjaard Ortega y Gasset en de Nederlander Johan Huizinga.3 Het opzet van de initiatiefnemer is dus breder dan enkel de economisch-liberale invalshoek.

Een belangrijk deel van de discussies is reeds in 1939 gepubliceerd in het Frans.4 Sinds enkele jaren is ook een Engelstalige vertaling van de gesprekken beschikbaar.5 Kranten maken slechts sporadisch melding van de bijeenkomst, die toch duidelijk een eerder gesloten karakter had. De meertaligheid van de sprekers (Engels, Duits, Frans) heeft tot gevolg dat waarschijnlijk bepaalde passages niet zijn opgenomen in de gepubliceerde verslagen, aldus onderzoekers. Toch levert een analyse van de gesprekken inhoudelijk materiaal op om de daar behandelde standpunten beter te leren kennen. Deze bijdrage gaat hier niet dieper op in. Dit alles is uitvoerig beschreven in de internationale werken over dit colloquium (zie voetnoot 2).

Kort gezegd, gaat de meeste aandacht naar de vraag in welke mate het liberalisme een antwoord kan bieden op de grote politieke en economische uitdagingen van de tijd. De besprekingen behandelen vraagstukken zoals de omgang met grote ondernemingen, nationalisering en sociale kwesties. Voorgestelde oplossingen zijn het in stand houden van het marktmechanisme, zij het met een zekere mate van overheidscontrole door het scheppen van een goed wettelijk kader. Verder wordt de representatieve democratie als een te verkiezen staatsvorm gezien. De aanwezigen zijn het er ook over eens dat een overheid belasting kan heffen, in die mate dat ze verstandig wordt aangewend voor o.a. sociale zekerheid, defensie, onderwijs en onderzoek.

Belgische deelnemer: Marcel van Zeeland

België ziet zich in de jaren 1930 met dezelfde problemen geconfronteerd als de rest van de wereld. Financiële en monetaire problemen zorgen samen met de opkomst van extremistische partijen en de daarmee gepaard gaande uitholling van de democratie voor moeilijke tijden. Niet alleen het land heeft het moeilijk, ook het liberalisme als ideologie ondervindt moeite om zich te manifesteren in de Belgische politiek. Ondanks verminderende stemmenaantallen, maken de liberalen deel uit van bijna iedere regering. Binnen de Liberale Partij zijn er wel kopstukken die nadenken in welke mate de liberale ideologie ten gevolge van compromispolitiek en onder druk van autoritaire partijen nog voldoende krachtig is. Arthur Vanderpoorten publiceert bijvoorbeeld in 1936 een brochure Heeft het liberalisme uitgediend?. Roger Motz (op dat ogenblik partijsecretaris en later voorzitter van de Liberale Partij) volgt begin 1937 met Libéralisme 1937.

Voor zover geweten, klopt de organisator van het Lippmann-colloquium, Louis Rougier, niet aan bij een van de klassieke liberale politici in België. Misschien enigszins verwonderlijk komt hij terecht bij Marcel van Zeeland (1897-1972). Vanuit de wetenschap dat de organisator vooral transnationaal werkt, is dat evenwel minder een verrassing. De Belgische genodigde heeft rechten en economie gestudeerd, o.a. in Princeton (VSA), en is actief in de internationale financiële wereld. Als directeur van de Bank voor Internationale Betalingen (Bazel) publiceert hij in 1937 het boek Révision des Valeurs. Gezien zijn functie gebeurt dit anoniem. In dat boek beschrijft van Zeeland oplossingen voor de crisis op basis van wat hij in België heeft gezien. Hij vertolkt daarin de ideeën van zijn broer, de gewezen Belgische premier Paul van Zeeland.6

Paul van Zeeland heeft België door een moeilijke periode geloodst, met als meest opvallende resultaten een devaluatie van de Belgische frank (1935) maar evengoed een klinkende verkiezingsoverwinning tegen het extremistische Rex (1937). Na zijn ontslag als premier (september 1937) gooit de politicus zich op het internationale forum. Van Zeeland gaat bijvoorbeeld op visite bij Chamberlain in Groot-Brittannië (januari 1938). De vraag kan gesteld worden of Rougier daarom niet liever Paul van Zeeland rond de tafel in Parijs ziet. In vergelijking met de andere aanwezigen staat de gewezen premier misschien toch wat te dicht bij het politieke toneel. Het is ook mogelijk dat van Zeeland zelf ervoor kiest om niet op de voorgrond te treden. Of is het dan toch de publicatie Révision des Valeurs die de doorslag geeft om Marcel van Zeeland uit te nodigen? Wat er ook van zij: Paul en Marcel van Zeeland zijn duidelijk twee handen op één buik. Ze delen dezelfde ideeën voor de toekomst en schuiven oplossingen naar voren die aansluiten bij wat Lippmann in The Good Society voorstelt, met name een vorm van staatsinterventie gecombineerd met georganiseerde democratie.

De inbreng van Marcel van Zeeland in de debatten is niet duidelijk maar lijkt toch wel beperkt. De transcriptie van de gesprekken is zoals aangegeven onvolledig. Vermoedelijk kiest hij als figuur uit de financiële wereld vooral voor een luisterende rol. Impliciet kan worden afgeleid dat de bijeenkomst hem raakt. In 1940 schrijft Marcel van Zeeland een biografie over zijn broer. Hij heeft het daarin over ‘l’expérience Van Zeeland’ en het ‘Zeelandisme’.7 Het valt op dat er een expliciete verwijzing (p. 283) is naar het Colloquium Walter Lippmann en ook naar Rougiers werk Les mystiques économiques. Het mag opmerkelijk worden genoemd dat iemand als van Zeeland (geen liberale denker en ideologisch eerder conservatief(-katholiek) te beschouwen) in dit boek bouwstenen aanreikt voor ideeën die na de oorlog ook ingang vinden bij de vernieuwers van de Liberale Partij in België.

Op dit soort bijeenkomsten zijn de informele contacten en de uitbouw van het netwerk belangrijker dan de inhoud van de discussies. Dit geldt ook voor van Zeeland, zo blijkt uit de bewaarde briefwisseling tussen Lippmann en van Zeeland.8 Reeds op 29 augustus 1938 schrijft Marcel van Zeeland een dankbrief op hoofding van de Bank for International Settlements.9 Hij spreekt zijn dank en waardering uit en hoopt dat uit de besprekingen een nieuwe doctrine komt die de chaotische tijden aankan.10 Er volgt een uitnodiging aan Lippmann om in Bazel op bezoek te komen. De Amerikaan verontschuldigt zich voor de invitatie omdat hij op de voorgestelde datum reeds de terugreis heeft aangevat. Hij laat wel niet na om aan te geven dat het boek Révision des Valeurs hem bijzonder heeft geboeid.11 Er volgen nog enkele brieven heen en weer tussen beide heren, waarin zij hun onrust over de internationale situatie duidelijk laten blijken.12 Marcel van Zeeland informeert ook dat zijn broer Paul de Verenigde Staten bezoekt in het najaar van 1938. Hij dringt er bij Lippmann op aan dat zij elkaar ontmoeten (wat ook gebeurt).

De opeenvolging van internationale gebeurtenissen die uiteindelijk leidt tot het uitbreken van de oorlog, vermindert volgens de bewaarde briefwisseling het contact tussen Walter Lippmann en Marcel van Zeeland. In september 1940 neemt van Zeeland de draad weer op. Aanleiding vormt de publicatie van L’Expérience van Zeeland en Belgique. Op zoek naar de mogelijkheden voor een Engelstalige publicatie gaat hij te rade bij Walter Lippmann. De journalist belooft dit verder te bekijken en zijn eigen uitgever hierover aan te spreken. Het boek verschijnt in 1943 bij een uitgeverij in New York. Of Lippmann is tussengekomen is niet duidelijk.

Huis met vele kamers

Het Colloquium Walter Lippmann krijgt door de specialisatie van de deelnemers vooral een economische stempel. Daarbij stelt zich de vraag of het de bedoeling is om te komen tot een nieuwe, eigentijdse invulling van het liberalisme dan wel een ‘terug naar de bron’, een restauratie van de negentiende-eeuwse laissez-faire ideeën? De verdeeldheid onder de deelnemers is van bij het begin duidelijk, gezien de individuele standpunten. Dit blijft ook zo na afloop. Er zijn adepten van het klassieke liberalisme en er zijn aanwezigen die vinden dat het liberalisme zich moet moderniseren.13 De sprong naar het politieke liberalisme maken de deelnemers niet. Technocratie lijkt meer te bekoren dan democratie.14

Rougier gebruikt voor de nieuwe invulling van het economisch liberalisme de beeldspraak van de wagens (ook door Lippmann gebruikt en later ook door Hayek in The Road to Serfdom): “Être libéral, ce n’est pas, comme le ‘manchesterien’, laisser les voitures circuler dans tous les sens, suivant leur bon plaisir, d’où résultairent des encombrements et des accidents incessants; ce n’est pas, comme le ‘planiste’, fixer à chaque voiture son heure de sortie et son itinéraire; c’est imposer un code de la route, tout en admettant qu’il n’est pas forcément le même temps des transports accélerés qu’au temps des diligences.15

De bijeenkomst reikt geen pasklaar antwoord aan op de uitdagingen. Maar dat betekent niet dat het initiatief helemaal nutteloos is. Het samenbrengen van liberale denkers legt de kiemen voor een eerste vorm van ‘liberale internationale’. Na de conferentie komt immers het Centre International d’études pour la Rénovation du Libéralisme (CIRL) tot stand.  Het centrum gaat officieel van start op 8 maart 1939 en heeft zetel in het Musée social, de rue Las Cases in Parijs. De organisatie wil nadenken over de mogelijkheden van een systeem waarin markt en staatsinterventie elkaar aanvullen, over de mogelijkheid van een oorlogseconomie, over de liberale democratie, over de economische politiek van liberale staten en over de manier waarop vrijemarkteconomieën en plangeleide economieën naast elkaar kunnen bestaan, over het in harmonie brengen van landen die vrede koesteren tegenover zij die oorlog willen en over volksontwikkeling van de massa. Het is van bij het begin ook de bedoeling om internationaal afdelingen uit te bouwen. Onder de 42 buitenlandse leden van het CIRL zijn er ook wel wat Belgen. De oorlog steekt stokken in de wielen en de organisatie verdwijnt in de nevelen van de tijd.

Erfenis

De herinnering aan het colloquium Walter Lippmann komt terug na de oorlogsjaren, ook in België. In 1946 maakt André Devreker een zijdelingse verwijzing naar de ideeën van Lippmann in De Vlaamse Gids, zonder het colloquium te vernoemen.16 Bijna twintig jaar na het colloquium (van 10 tot 13 september 1957) vindt in Oostende een internationaal congres plaats rond economisch liberalisme en dit wordt uitdrukkelijk gezien als een vervolgbijeenkomst. Het door de intussen opgerichte Liberale Internationale uitgegeven blad Libéralisme Mondial besteedt uitgebreid aandacht aan de bijeenkomst.17 Anders dan in 1938 is de bijeenkomst in België vooral een organisatie van het internationale partijpolitieke liberalisme dat zich na de moeilijke jaren 1930 en de oorlog heeft herpakt. Er zijn enkele personen aanwezig die ook in Parijs deelnamen: Louis Rougier, Jacques Rueff en Ludwig von Mises. De Belgische deelnemer Marcel van Zeeland krijgt geen vermelding in het verslag. Net zoals zijn broer situeert hij zich intussen eerder in christendemocratische dan in liberale hoek.

De internationale erfenis van het Colloquium Walter Lippmann lijkt vooral bewaard in de Mont Pèlerin Society (opgericht in het voorjaar  van 1947 in Zwitserland). Friedrich Hayek (die volgens zijn biografen maar heel weinig waarde hechtte aan het Lippmann-colloquium) maar ook Wilhelm Röpke laten na 1938 het idee van een internationale club die nadenkt over het (economisch) liberalisme niet los. Zij nemen het concept over maar doen beter. In de rust van de Zwitserse bergen brengen zij een groep van 39 liberale denkers samen die de daaropvolgende jaren conferenties organiseert. De wereld en de uitdagingen zijn intussen veranderd. De Mont Pèlerin Society is geen verlengstuk van het Colloquium Walter Lippmann of de CIRL. Het concept van een internationale bijeenkomst heeft Hayek misschien wel als inspiratie gebruikt maar inhoudelijk ziet hij het wel helemaal anders. Meer dan in Parijs, zijn daar de fundamenten gelegd voor het zogenaamde neoliberalisme van de tweede helft van de twintigste eeuw.

Aanwezigen op het Colloquium Walter Lippmann in Parijs

Raymond Aron (1905-1983) (F), filosoof en socioloog, Franse liberale denker.

Roger Auboin (1891-1974) (F), econoom, actief in de financiële wereld.

Louis Baudin (1887-1964) (F), hoogleraar economie en recht.

Marcel Bourgeois (onbekend) (F), industrieel en geldschieter uitgeverij Librairie de Médicis.

José Castillejo (1877-1945) (SP), hoogleraar recht.

John Bell Condliffe (1891-1981) (NZ), econoom, verbonden aan de Volkerenbond.

Auguste Detoeuf (1883-1947) (F), industrieel, voorzitter Alsthom, publicist.

Friedrich Hayek (1899-1992) (AUS), hoogleraar economie en politiek filosoof, liberale denker.

Michael Heilperin (1909-1971) (POL), hoogleraar economie.

Bruce Hopper (1892-1973) (VS), hoogleraar politieke wetenschappen.

Bernard Lavergne (1884-1975) (F), hoogleraar economie.

Walter Lippmann (1889-1974) (VS), auteur en journalist.

Etienne Mantoux (1913-1945) (F), econoom.

Robert Marjolin (1911-1986) (F), econoom, Keynesiaan.

Louis Marlio (1878-1952) (F), technocraat en zakenman, medegrondlegger CIRL.

Ernest Mercier (1878-1955) (F), technocraat en zakenman.

Ludwig von Mises (1881-1973) (AUS), econoom, liberale denker (Oostenrijkse school).

André Piatier (1914-1991) (F), statisticus en econoom in dienst Volkerenbond.

Michael Polanyi (1891-1976) (HON), chemicus en filosoof, later lid Mont Pèlerin Society.

Stefan Possony (1913-1995) (AUS), econoom.

Wilhelm Röpke (1899-1966) (D), econoom en sociaal-filosoof, later medeoprichter MPS.

Louis Rougier (1889-1982) (F), filosoof en organisator.

Jacques Rueff (1896-1978) (F), econoom en ambtenaar.

Alexander Rüstow (1885-1963) (D), econoom en socioloog.

Alfred Schütz (1899-1959) (AUS), filosoof en socioloog.

Marcel van Zeeland (1898-1972) (B), jurist en bankier.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Bij de deelnemers leven verschillende ideeën over de noemer waaronder zij zich kunnen plaatsen: liberalisme, manchesterisme, laissez-faire, neokapitalisme, neoliberalisme,…

2. B. Amable, Le Néolibéralisme (Paris, 2023); P. Dardot & C. Laval, ‘Le colloque Walter Lippmann ou la réinvention du libéralisme’, in : P. Dardot & C. Laval (ed.), La Nouvelle Raison du Monde. Essai sur la société néolibérale (Paris, 2010) 157-186; F. Denord, ‘Aux origines du néo-libéralisme en France. Louis Rougier et le Colloque Walter Lippmann 1938’, in: Le Mouvement Social, 195 (apr.-jun., 2001): 9-34; K. Horn, S. Kolev, D.M. Levy, S.J. Peart, ‘Liberalism in the 21st Century: Lessons from the Colloque Walter Lippmann’, in: Journal of Contextual Economics, 139 (2019): 77-188; J. Masure, ‘Zeg nooit neoliberaal tegen een neoliberaal’, in: Samenleving en Politiek, 29, nr. 6 (2022): 50-54; G. Pirou, Néo-Libéralisme. Néo-Corporatisme. Néo-Socialisme (Paris, 1939); J. Reinhoudt & S. Audier, The Walter Lippmann Colloquium. The Birth of Neo-Liberalism (Cham, 2018).

3. De Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga toont zich zeker bekommerd om de evoluties van de tijd. In 1938 schrijft hij een inleidend woord bij de Nederlandstalige uitgave van het boek van Hermann Steinhausen, Die Zukunft der Freiheit (vert.: De toekomst der vrijheid). Daarin stelt Huizinga o.a.: “…In de geschiedenis van dit werelddeel hebben de groote dwalingen van kortzichtige geslachten elkaar van eeuw tot eeuw als actie en reactie opgevolgd. De komende reactie moet een van Vrijheid zijn.” (p. IX).

4. Le Colloque Walter Lippmann (Paris: Travaux du Centre International d’Etudes pour la Rénovation Libéralisme. Cahier 1, 1939). Merk op dat op deze titelpagina de vermelding van het centrum niet helemaal juist is: Rénovation Libéralisme in plaats van Rénovation du Libéralisme

5. J. Reinhoudt & S. Audier, The Walter Lippmann Colloquium. The Birth of Neo-Liberalism (Cham, 2018).

6. V. Dujardin & M. Dumoulin, Paul van Zeeland. 1893-1973 (Bruxelles, 1997). [M. Van Zeeland], Révision de Valeurs. Essai de synthesis sur certains problèmes fondamentaux de l’économie contemporaine et leurs réactions politiques (Bruxelles, 1937); [M. Van Zeeland], L’expérience van Zeeland en Belgique (Lausanne, 1940).

7. M. Van Zeeland, L’expérience van Zeeland en Belgique (Lausanne, 1940).

8. Yale University, Manuscripts and Archives, MS 326, Series III Archief Walter Lippmann. 

9. Van Zeeland aan Lippmann, 29 augustus 1938. Wanneer de datering van deze brief klopt, dan impliceert dit dat van Zeeland de gesprekken op maandag en dinsdag niet heeft meegemaakt. Hij opent met de zin “Back in Basle once more…” en is waarschijnlijk in de loop van de dag teruggekeerd vanuit Parijs.

10. Van Zeeland aan Lippmann, 29 augustus 1938: “I should also like to tell you how interested I have been in the discussions to which the study of your book has given rise. I am convinced that from these discussions a doctrine will emerge which may have important influence on the renewal of the intellectual current that has brought us to our present state of chaos.

11. Lippmann aan van Zeeland, 5 september 1938: “… how much I enjoyed and how much I learned from your book.

12. Lippmann aan van Zeeland, 3 oktober 1938: “For the moment we are all laboring under the shock of the European crisis and it is hard to think clearly, but I suppose that with time we shall recover and perhaps be more than ever convinced that unless those ideas can prevail the future is too dark to contemplate.” Van Zeeland aan Lippmann, 18 oktober 1938: “I suppose that, judging the international situation from New York, you must believe that the whole Europe is getting crazy. Already seeing things from Basle, I am afraid I have finally to agree with that judgement…”.

13. Wiek van Gemert, Onzichtbare ideologie. Over het neoliberalisme en zijn opmars in de Nederlandse politiek en de PvdA in het bijzonder, (Van Gennep, 2021) 21: “… een deel van de wetenschappers had behoefte om een nieuw liberalisme te formuleren (onder wie organisator Rougier en Rüstow) en een ander deel zag geen fundamenteel probleem in het oude liberalisme (onder wie Franse econoom Louis Baudin (1887-1964) en Hayek). Het was een onderscheid dat zou blijven bestaan en zou uitgroeien tot het onderscheid tussen de primair Duitse, meer Ordoliberale school, en de Angelsaksische, meer libertarische school.”; B. Caldwell & H. Klausinger, Hayek. A life. 1899-1905 (Chicago/Londen, 2022) 462: “Perhaps the most important result of the meeting is that it brought together face-to-face that small group of European intellectuals who might still be willing to explore the possibility of revived liberalism.”

14. Amable, Le Néolibéralisme, 37: “Le néolibéralisme a donc tendance à se méfier des institutions de la démocratie représentative pour préférer des organismes administrés par des experts non élus, indépendants de l’influence directe ou indirecte de la souveraineté populaire.

15. J. Reinhoudt & S. Audier, The Walter Lippmann Colloquium. The Birth of Neo-Liberalism, 15-16.

16.A. Devreker, ‘Neo-liberalisme’, in: De Vlaamsche Gids (1946): 688-693.

17. ‘Le Colloque international du Libéralisme économique’, in: Libéralisme Mondial (themanummer), (1 oktober 1957).

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Peter Laroy, "Colloquium Walter Lippmann (Parijs, 1938)", Liberas Stories, laatst gewijzigd 01/12/2023.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op