Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Het Willemsfonds. Cultuur onder het motto Klauwaard en Geus

In 1851 wordt het Willemsfonds opgericht, een culturele vereniging met tal van lokale afdelingen en een keur aan volksverheffende activiteiten.

Voorzichtige start onder neutrale flamingante vlag

Het verhaal van het Willemsfonds begint op 23 februari 1851 in het lokaal van de Maatschappij van Vlaamsche Letteroefening De Tael is Gansch het Volk. Deze vereniging was in 1836 opgericht met als doel de verspreiding van de Vlaamse letterkunde en de verdediging van de moedertaal. Jan Frans Willems (1793-1846) was er erevoorzitter. De Tael is Gansch het Volk voert nog dertig jaar naast en samen met het Willemsfonds actie en gaat er in 1882 in op.

Eenendertig Gentse en zeven Brusselse initiatiefnemers besluiten in 1851 een nieuwe culturele vereniging op te richten die zich, wars van alle politieke tegenstellingen en scheidingslijnen, zal inzetten voor de erkenning en verdediging van het Nederlands als cultuurtaal en als officiële voertaal in Vlaanderen. Die erkenning moet dan een primaire hefboom worden voor de algemene maatschappelijke ontvoogding en economische ontplooiing van Vlaanderen. Het nieuwe cultuurfonds wordt genoemd naar de recent overleden pionier Jan Frans Willems. Sleutelfiguren van De Tael is Gansch het Volk, zoals Jacob Heremans, engageren zich in het eerste bestuur, samen met een aantal 'nieuwelingen' uit liberale én katholieke hoek. Jules de Saint-Genois, historicus en bibliothecaris van de Gentse universiteitsbibliotheek, wordt verkozen tot voorzitter. Hij is net als zijn opvolger, de arts Ferdinand Snellaert, een typische politieke brugfiguur met uitstekende contacten in zowel klerikale als antiklerikale kringen. De neutraliteit van het jonge Willemsfonds wordt mooi geïllustreerd door het lidmaatschap van kanunnik Jan Baptist David, de man naar wie in 1875 het katholieke Davidsfonds wordt genoemd.

Lakenmetershuis te Gent, zetel van het Willemsfonds.

Leren stappen alvorens te lopen

Tussen 1851 en 1861 tast het Willemsfonds voorzichtig het terrein af. Het Nederlands wordt actief gepromoot via de publicatie van boeken en liederteksten. Het Willemsfonds stimuleert de cultivering van de moedertaal in het onderwijs door verdienstelijke leerlingen te belonen en onderneemt een schuchtere poging om via prijsvragen het begrip 'Vlaamse beweging' te situeren. Men vermijdt intussen, in de mate van het mogelijke, elke vorm van confrontatie. Ook in de Grievencommissie, die in 1856 het statuut van het Nederlands in Vlaanderen poogt te regelen, stelt het Willemsfonds zich bij monde van voorzitter Snellaert terughoudend op. Niet alle leden echter waarderen deze afwachtende houding en het Willemsfonds dreigt voortijdig aan zijn einde te komen. Maar in 1862 breekt een nieuwe generatie met de stichters en het Willemsfonds slaat een nieuwe weg in.

Resolute keuze voor een liberaal-vrijzinnig flamingantisme

Met het aantreden van Julius Vuylsteke als secretaris en Frans Rens als voorzitter wordt definitief gekozen voor een liberaal-vrijzinnig flamingantisme, voor ‘klauwaard en geus’. De nieuwe bestuursploeg zet drie jaar later de stap naar het grotere publiek met een eerste reeks initiatieven in het kader van volksopvoeding. Taallessen, zangstonden, volksvoordrachten en volksbibliotheken, culturele uitstappen, de uitgave van boeken en tijdschriften, concerten en toneelopvoeringen raken in de loop der jaren ingeburgerd in de werking. Vanaf 1868 worden, op initiatief van Vuylsteke, lokale afdelingen opgericht. De eerste afdeling komt er in thuisbasis Gent. Antwerpen (1871), Brugge (1872) en Brussel (1873) volgen korte tijd later. Het zwaartepunt van de werking situeert zich in de grote en middelgrote steden waar een actieve middenklasse of kleine burgerij zich aangesproken voelt door de idealen van het Willemsfonds. Op het platteland is de dominantie van de katholieke zuil te groot en breekt het vrijzinnige Willemsfonds nooit op grote schaal door. Het algemeen bestuur zorgt intussen voor ondersteuning, bewaakt de ideologische lijn, organiseert de nationale manifestaties en fungeert als spreekbuis voor de bovenlokale kwesties.

Groepsfoto op de trappen van het Lakenmetershuis in Gent na de Algemene Vergadering van 1926.

Ter lering en emancipatie van het volk

De volksopvoedende activiteiten blijven in de daaropvolgende anderhalve eeuw een kerntaak van het Willemsfonds en evolueren naar vorm en inhoud mee met het veranderende tijdsbeeld tot het systeem van permanente vorming dat we vandaag kennen. De eerste volksvoordrachten gaan nog over relatief neutrale historische thema's zoals Jacob van Artevelde of de Guldensporenslag. Ook reisverslagen en - met de toverlantaarn - virtuele bezoeken avant la lettre aan buitenlandse steden en musea, behoren tot de populaire onderwerpen. Maar anno 1952 is reeds sprake van een lezing met debat over euthanasie en vandaag zit het Willemsfonds met voordrachten en forumgesprekken over bijvoorbeeld multiculturaliteit of burgerzin middenin de actualiteit.

De volksboekerijen zijn een belangrijke tweede poot van het emancipatieprogramma. De eerste bibliotheek wordt door het algemeen bestuur in 1865 opgericht in het koffiehuis van de Gentse Minardschouwburg. Drie jaar later verhuist de bibliotheek naar het Lakenmetershuis op de Vrijdagmarkt en neemt de Gentse afdeling het beheer over. In de daaropvolgende decennia opent deze afdeling vijf bijkomende filialen, strategisch gespreid over de stad en goed voor tienduizenden ontleningen per jaar. Ook de andere afdelingen openen kleine en grote bibliotheken met al dan niet een leeskabinet, afhankelijk van hun financiële draagkracht en de inzet van vrijwilligers. Ter ondersteuning van de minder vermogende en de kleinere afdelingen organiseert het Willemsfonds ook rondreizende bibliotheken. In 1884 zijn er reeds 32 Willemsfondsbibliotheken en aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog niet minder dan 60. Het succes ervan loopt onverminderd door tot na de Tweede Wereldoorlog. De bibliotheekwerking stopt in 1978 met de uitvoering van het bibliotheekdecreet, waarbij de zuilgebonden bibliotheken worden opgevolgd door het huidige netwerk van gemeentelijke openbare bibliotheken. De oude Willemsfondscollecties worden in veel gevallen overgenomen door de gemeentebibliotheken en gaan deel uitmaken van de basiscollectie.

Ledenwervingscampagne uit 1933.

Programma van het eeuwfeest (1951).

De pen en het zwaard

In dezelfde lijn ligt de derde poot van het emancipatiestreven, met name hun rol als uitgever. Tussen 1851 en 1973 brengt het Willemsfonds niet minder dan 368 eigen publicaties uit, naast 65 publicaties via aanverwante fondsen (het Vuylstekefonds, De Schamphelaerefonds en De Hoonfonds). Natuurwetenschappelijke informatie en huishoudkunde, historische terugblikken, de brede Vlaamse strijd, politieke en maatschappelijke ontvoogding, kunst, literatuur en poëzie, een heel divers palet aan thema's komt aan bod. Van groot belang hierbij is het feit dat zo een forum is gecreëerd waarop ook uitgesproken vrijzinnige auteurs welkom zijn. Zij verwoorden hun visie en promoten het vrij onderzoek en denken. Door de sterk gedaalde interesse voor dit verouderd medium, stopt het Willemsfonds in 1973 met regelmatige publicaties. Tussen 1977 en 2011 verschijnen wel nog zes gelegenheidsuitgaven en vijftien delen in de reeks Beeld/Spraak, en tot 2000 krijgen de leden het literaire tijdschrift De Vlaamse Gids.

Samen leren tot samenzang

Onderwijs en vorming behoren eveneens tot de initiatieven van het eerste uur. Taalcursussen nemen een belangrijke plaats in, waarbij de cursus 'Nederlands' voor anderstaligen in Brussel - die nog steeds wordt gedoceerd - het onbetwiste koninginnenstuk is. Er worden ook tal van andere cursussen en opleidingen georganiseerd, van de University Extension of het Hooger Onderwijs voor het Volk uit de negentiende en begin twintigste eeuw tot de cursussen fotografie, internet of genealogie van de eenentwintigste eeuw. Last but not least is er de aandacht voor muziek, met de uitgave van liederboeken en zangstukken, de organisatie van zangavonden en concerten en de vele volksvoordrachten over muziekcultuur. Dit streven naar de heropleving van de volkseigen muziek komt helemaal tot uiting in het Comiteit ter Bevordering van den Nederlandschen Zang. Opgericht in 1886 binnen het Willemsfonds, kan dit Comiteit rekenen op de niet aflatende inzet van de toondichter en musicoloog Florimond Van Duyse, oudste zoon van Prudens Van Duyse, een van de stichters van het Willemsfonds. Tussen 1871 en 1955 werden niet minder dan zestig reeksen Neder­landsche Zangstukken (losse lieduitgaven op originele Nederlandstalige teksten) en elf lieduitgaven in boekvorm gepubliceerd, goed voor in totaal een kleine vijfhonderd liederen. Onder de componisten vinden we Peter Benoit, François Gevaert, Karel Miry, Leo Van Gheluwe, Edward Blaes en Hendrik Waelput; bij de tekstschrijvers springen de namen van Emanuel Hiel, Napoleon Destanberg, Frans De Cort, Gentil Antheunis, Karel Lodewijk Ledeganck, Maurits Sabbe en Pol De Mont in het oog. Hélène Swarth, Marie Boddaert en Alice Nahon vertegenwoordigen de veel kleinere groep van vrouwelijke auteurs. Vreemde eend in de bijt is de Brugse priester-dichter Guido Gezelle, van wie zeven liedteksten in de reeks werden opgenomen.

Druk op het beleid

Het Willemsfonds speelt in die anderhalve eeuw ook een actieve rol als drukkingsgroep in het brede politieke debat. Op lokaal niveau nemen afdelingen soms het initiatief en mengen zich rechtstreeks en met veel enthousiasme in de plaatselijke politiek. Een mooi voorbeeld hiervan is de Brugse afdeling die, begeesterd door haar stichter Julius Sabbe, een belangrijke rol speelt in de totstandkoming van de Brugse zeehaven en in de transformatie van Brugge tot culturele erfgoedstad. Dit is uiteraard meer uitzondering dan regel, de actie situeert zich doorgaans op het niveau van het algemeen bestuur. Sinds de oprichting bevatten de jaaroverzichten een kritische doorlichting van de gevoerde politiek en ook in de eigen publicaties wordt het uitlokken van polemieken niet geschuwd. Zo kunnen Julius De Vigne en Gustave Rolin-Jaequemyns in Willemsfondspublicaties pleiten voor de uitbreiding van het kiesrecht en kan Auguste Wagener in het Tijdschrift van het Willemsfonds een lans breken voor de invoering van een algemene leerplicht. De thema’s waarop het Willemsfonds focust, blijken duidelijk uit de petities die het algemeen bestuur tussen 1860 en 1913 naar het parlement zendt. In zijn studie over die petities stelt Harry Van Velthoven vast dat het Willemsfonds vooral de toepassing van de taalwetten op de voet volgt en bij mistoestanden aan de alarmbel trekt. De meeste aandacht gaat hierbij naar de taaltoestanden in het onderwijs, vervolgens naar het taalgebruik in bestuurszaken en in veel beperkter mate naar de toepassing van de taalwetten in de rechtspraak en in het leger. Tijdens het interbellum houdt het Willemsfonds zich onder voorzitterschap van de filoloog Jozef Vercoullie bij voorkeur op de vlakte. Dat heeft onder meer te maken met de naweeën van het activisme en met de radicalisering van de Vlaamse beweging. Onder zijn opvolger, Oscar Van Hauwaert, wordt de rol in de politiek weer bespreekbaar gemaakt maar opnieuw interfereert een wereldoorlog, waardoor andermaal een periode van politiek immobilisme aanbreekt.

De beginselverklaring van het Willemsfonds anno 1944.

Cultuurpact en staatshervorming

In de jaren 1960 positioneert het Willemsfonds zich - met de generatie van de historici Adriaan Verhulst en Walter Prevenier en de germanist Marcel Bots - opnieuw als actieve participant middenin de Vlaamse strijd. Veel meer dan voorheen gaat het hiervoor samenwerken met andere gelijkgestemde verenigingen. Zo vindt het Willemsfonds in het kader van de verdediging van de vrijzinnigheid bondgenoten in de Unie van Vrijzinnige Verenigingen (UVV) en de Vrijzinnige Koepel. Het Willemsfonds kan zijn standpunten over die strijd publiceren via het aanverwante Julius Vuylstekefonds en wordt uiteindelijk een van de belangrijke architecten van het Cultuurpact uit 1972 waarin de rechten van de vrijzinnigen worden erkend. Met de oprichting van het Coördinatiecentrum voor Liberaal Socio-Cultureel Beleid (CLSB) in datzelfde jaar, bundelen een twintigtal verenigingen van liberale signatuur, waaronder het Willemsfonds, de krachten en ontstaat een nieuw samenwerkingsverband dat tot de eeuwwisseling voor de nodige synergie zorgt.

De kerntaak uit de begindagen blijft wel dominant: de verdediging van het Nederlands als cultuur- en bestuurstaal in Vlaanderen. Zo is het Willemsfonds tussen 1965 en 1993 een drijvende kracht in het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen (OVV), dat om en bij de vijftig organisaties groepeert met als stichtende zwaargewichten de drie grote cultuurfondsen: het Davidsfonds met Clem de Ridder, het Vermeylenfonds met Achilles Mussche en het Willemsfonds met Adriaan Verhulst. Deze laatste wordt gekozen tot eerste voorzitter van het OVV en wordt het gezicht van een combattief Willemsfonds, dat zich engageert in de strijd voor Leuven Vlaams, de splitsing van de Université Libre de Bruxelles (ULB) in een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling, de inperking van Brussel, het recht op Nederlandstalig onderwijs in Brussel, de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde en het uitdoven van de faciliteiten, om maar enkele thema’s te vermelden. Ook de liberale partij blijft niet buiten schot. De visie van de unitaire PVV van Omer Vanaudenhove op de taalproblematiek beschouwt men als totaal onaanvaardbaar en het Willemsfonds wordt de natuurlijke bondgenoot van wie ijvert voor de oprichting van een Vlaamse PVV, wat in 1972 ook wordt gerealiseerd. In 1977 neemt het Willemsfonds een leidende rol op zich in het verzet tegen het Egmontpact en meer specifiek tegen het daarin opgenomen inschrijvingsrecht voor Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel. Na de ondertekening van het Sint-Michielsakkoord in 1992, waardoor België een federale staat wordt, en als gevolg van de toenemende radicalisering stapt het Willemsfonds in 1993 uit het OVV. Onder voorzitters Leo Ponteur en Sylvain Peeters maakt het Willemsfonds ten slotte de overstap naar de eenentwintigste eeuw als een moderne Vlaamse cultuurvereniging met liberaal-vrijzinnige inspiratie.

Overhandiging van het gedenkboek Vlaamsch van taal, van kunst en zin. 150 jaar Willemsfonds aan koning Albert II met vlnr. Frank Denisse, Willy Dehondt, Erik De Temmerman, Leo Ponteur, Stefaan Brusseel, Yvette Bützler-Vanneste en Albert II.

Bart D'hondt, Liberas, 2021.

Bronnen, noten en/of referenties

Marcel Bots e.a., Het Willemsfonds van 1851 tot 1914, Bijdrage Museum van de Vlaamse Sociale Strijd 9 (Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen / Liberaal Archief, 1993).

Marcel Bots en Georges Declercq, ‘Willemsfonds’, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging (Tielt: Lannoo, 1998) III: 3753-3758.

Kim Descheemaeker, ‘De Vlaamse Beweging en Muziek – het archief van het Comiteit ter Bevordering van de Nederlandse Zang (1886-1959)’, in: Wetenschappelijke Tijdingen, 78, nr. 1 (2019): 64-80.

Bart D’hondt, ‘160 jaar Klauwaert en Geus’, in: Cultureel Jaarboek 2011 provincie Oost-Vlaanderen (Gent: provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 2012), 38-47.

Eeuwfeest van het Willemsfonds (1851-1951) (Gent: Willemsfonds, 1951).

Gedenkboek 125 jaar Willemsfonds 1851-1976 (Antwerpen: Nederlandse Boekhandel, 1977).

Ons 75-jarig jubelfeest (1851-1926) Uitgaven van het Willemsfonds 163 (Gent: Van Rysselberghe & Rombaut, 1926).

Romain Van Eenoo, Willemsfonds Gent 1868-1993, Bijlage bij het Willemsfonds Informatieblad, juni 1993.

Jeffrey Tyssens en Harry Van Velthoven, Vlaamsch van Taal, van Kunst en Zin. 150 jaar Willemsfonds (1851-2001) (Gent: Willemsfonds Algemeen Bestuur / Liberaal Archief, 2001).

Harry Van Velthoven, Tussen opportunisme en radicalisme. Het Willemsfonds en de Vlaamse kwestie in 171 petities (1860-1913) (Gent: Liberaal Archief / Academia Press, 2008).

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Bart D'hondt, "Het Willemsfonds. Cultuur onder het motto Klauwaard en Geus", Liberas Stories, laatst gewijzigd 07/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op