Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Uitgelicht

Duizend frank, betaalbaar aan Theo

Als verkiezingsstunt verspreidt de PVV/PLP tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen van 23 mei 1965 een variatie op het Belgische bankbiljet van duizend frank, met premier Theo Lefèvre in een ‘glansrol’.

Sébastien Baudart
21 november 2022

Nationale Ramp van België

Het pamflet van de liberalen is een parodie op het in 1961 in omloop gebrachte nieuwe biljet van duizend frank1, met de beeltenis van de zestiende-eeuwse cartograaf Mercator. Op de PVV-versie prijkt echter geen Mercator, wel een nors kijkende CVP/PSC-premier Theo Lefèvre. De biljetten duiken eerst op in Ninove, waar op 21 februari 1965 nieuwe gemeenteraadsverkiezingen gehouden moeten worden na een klacht van de PVV en de communisten over de uitslag bij de stemming van 11 oktober 1964. Na Ninove krijgen ze een nationale verspreiding en trekken ze de verkiezingscampagne op gang.

‘Betaalbaar aan Theo’ staat op de briefjes, met daaronder de namen van de minister van Financiën, Dries Dequae, en vicepremier Paul-Henri Spaak als respectievelijk schatbewaarder en gouverneur van de ‘Nationale Ramp van België’. Links leest men in kleine letters ‘De slechte belastingsbetaler [sic] wordt met dwangarbeid gestraft’. De liberalen klagen met het biljet de waardevermindering van de frank sinds de start van de regering-Lefèvre in 1961 aan: ‘sedert de CVP en de BSP het land besturen zijn de prijzen verhoogd met meer dan 15 %’. De 1000 frank van Lefèvre is er nog slechts 850 waard. Conclusie? ‘Laat u niet meer foppen! Tegen de levensduurte! Voor de verdediging van de frank! Stem PVV’.

Lefèvre en Spaak rijden aan de rand van de afgrond, een van de cartoons [door Karel Boumans] uit Waarom PVV?, p. 34.

Vier jaar Lefèvre-Spaak

Vier jaar lang, vanaf april 1961, voert de PVV/PLP een hevige oppositie tegen de rooms-rode regering van Lefèvre, die ook wel door het leven gaat als de regering-Lefèvre-Spaak. Deze sociaal-progressieve regering barst van de ambitie, pakt veel problemen aan, voert (onder andere sociale en fiscale) hervormingen door, maar laat daarmee de overheidsuitgaven sterk stijgen. Haar plannen en realisaties lokken dikwijls hevige weerstand op en de inflatie waarmee ze geconfronteerd wordt vergemakkelijkt de zaken niet. ‘De regering van het dure leven’ noemen de liberalen deze ploeg tijdens de verkiezingscampagne. Ze verwijten de regering naast sterk gestegen consumptieprijzen ook het manipuleren van de index, collectivisme, het buitenspel zetten van het parlement, een opeenstapeling van flaters, ‘stuntelig beleid’2 en fiscaal, economisch en communautair wanbeheer. Kortom: ‘het failliet van het travaillisme’3. De liberalen spelen in hun propaganda premier Lefèvre uit als hun favoriete schietschijf. Met zijn grote mond en hautaine houding, zijn weinig subtiele en ondiplomatische gedrag en zijn niet echt mediagenieke uitstraling, is de zelfbewuste, koppige en regelmatig sarcastische en overmoedige Lefèvre een geschikt slachtoffer voor de PVV-propaganda. De liberalen halen zowel het beleid als de persoon van Lefèvre helemaal onderuit. ‘De ontaarding van de openbare financiën […] heeft aanzienlijke verhogingen van de kleinhandelsprijzen veroorzaakt sedert bijna meer dan twee jaar’, schrijft PVV-voorzitter Omer Vanaudenhove in Het Volksbelang: ‘De h. Théo Lefèvre mag dan nog met zoveel klem beweren dat zijn regering een goede regering was, niemand gelooft hem.’4

De door de PVV verdeelde spons (voor- en achterkant).

De PVV presenteert zich aan de kiezer als hét alternatief voor het travaillistische beleid van de regering: ‘[…] zich resoluut tot de PVV wenden. Dat is de enige manier om te beletten dat M. Lefèvre de opvolger wordt van M. Lefèvre.’5, schrijft Vanaudenhove in een pamflet als reactie op een gelijkaardige uitspraak6 van de premier. Want indien de PVV geen grote overwinning haalt, gaat de regering gewoon door, geeft hij mee in het partijblad Demain Politique7. De liberalen benadrukken in hun campagne dan ook het belang van onder andere ‘maatregelen die moeten leiden tot een gezondmaking van de openbare financiën’8 en het bestrijden van de crisis en van de werkloosheid. Naast het Theo-biljet klagen ook PVV-affiches en -brochures het thema van de stijgende levensduurte aan. Uiteraard komen ook andere thema’s aan bod. In de massaal verspreide pocket Waarom PVV? worden de liberale grieven tegenover de regering én het PVV-partijprogramma uitgebreid uit de doeken gedaan. Maar de essentie blijft ‘Veeg Theo weg!’, zoals op de door de PVV op twee miljoen exemplaren verspreide spons staat, ondersteund door het verkiezingslied ‘Hé Hop! Geef mij dat sponske! Wij vegen Theo weg!’9

Theo Lefèvre, ‘een pijnlijk geval’, op de cover van het eerste nummer van Spécial, 8 april 1965.

Antheologie

De liberalen vinden niets nieuws uit met hun grote Theo-show. Ook in de algemene pers is premier Theo Lefèvre een dankbaar onderwerp voor cartoonisten, satiristen en zelfs journalisten. In mei 1965, kort voor de verkiezingen, verschijnt zelfs L’Antheologie, een volledig boek10 gewijd aan lachen met het premierschap van Theo Lefèvre, waarin weinig flatterende foto’s van Lefèvre samen met cartoons uit pers en propaganda afwisselen met al dan niet uit hun context getrokken uitspraken van de man. Lefèvre, geholpen door zijn brutaliteit en onhandigheid, ‘attire la caricature comme le miel attire les abeilles’11, schrijft auteur Claude Jean Michel in de begeleidende tekst. Maar Lefèvre zou Lefèvre niet zijn als hij niet zou houden van cartoons rond zijn persoon, tenminste ‘als ze goed zijn’12.

Theo Lefèvre als keizer Nero, tekening door Demoulin op de cover van Pourquoi Pas?, 22 november 1963.

Hij legt er ook zelf een grote verzameling van aan. Het levert extra aandacht op, maar bij de socialisten maakt men zich na de verkiezingen toch wat ongerust over deze trend: ‘De waarheid is dat velen [in die grappen] zijn gaan geloven. Voor de lezers van vele dier schotschriften was het Ministerie een gang van nullen en ezels. Als men dit dikwijls genoeg herhaalt, eindigt het met in te slaan. […] Wanneer een serie hatelijkheden systematisch in ontvankelijke hersenen worden samengeperst, ontstaat op de duur een complex van afkerigheid, dat met gefundeerde waardeoordelen niets meer te maken heeft.’13 In geïnformeerde kringen gaat het gerucht dat de CVP de bui al voelt hangen door de tegenvallende gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1964 en daarom probeert om Lefèvre in de maanden voor de verkiezingen van mei 1965 wat meer op de achtergrond te houden.

‘We profiteerden natuurlijk ook van de betrekkelijke impopulariteit van uittredend eerste minister Lefèvre, die slecht overkwam op de televisie; gezegd werd dat de CVP 10.000 stemmen verloor telkens de premier zijn kop liet zien op het scherm.’14

Omer Vanaudenhove

Nationale affiche voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1964.

Professionele aanpak

De PVV-leiding weet goed wat ze doet. Sinds mei 1961 staat Omer Vanaudenhove aan het hoofd van de partij, die hij in oktober van dat jaar liet vervellen van oude Liberale Partij tot moderne Partij voor Vrijheid en Vooruitgang / Parti de la Liberté et du Progrès (PVV/PLP). Met zijn achtergrond van manager in de schoenindustrie vernieuwt hij ook de partijstructuren en kiest hij voor de inzet van grote en nieuwe propagandamiddelen, én een professionelere aanpak die wel wat mag kosten. Zo wordt de campagne van 1965 uitgewerkt door het binnen de PVV opererende Nationaal Comité voor Actie en Propaganda / Comité National d’Action et de Propagande (NCAP) onder leiding van bouwpromotor Jean-Florian Collin. Het NCAP ontwikkelde enkele maanden eerder ook de nationale campagne voor de succesvolle gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1964, met toen ook al het financieel uitpersen van de burgers als een van de thema’s. De nieuwe campagne met focus op Theo Lefèvre en zijn beleid laat de PVV toe de CVP als geheel niet te discrediteren; de christendemocraten zijn namelijk de favoriete coalitiepartners van Omer Vanaudenhove mochten de liberalen tot een regering kunnen toetreden.

Van het weekblad Pourquoi Pas?15 krijgt de PVV complimenten voor het Theo-briefje: het personaliseren van de tegenstander is een oude propagandatruc en werkt beter dan abstracte programmapunten. Theo Lefèvre is als een symbool voor zijn regering en beleid, zowel bij voor- als tegenstanders, een ideale schietschijf, daarbij geholpen door zijn uitspraken en karakter. Daarnaast is het biljet volgens het weekblad ook ‘het mooiste voorbeeld’ van de recente evolutie in de propagandavoering waarbij inhoudelijke informatie plaats ruimt voor ‘farces et attrapes’ (fop- en schertsartikelen): de kiezer heeft nood aan simplificaties, en op dat vlak is het PVV-briefje een voltreffer.

Biljet van één frank met de beeltenis van Theo Lefèvre. Tekening van Picha in Demain Politique, 18 januari 1965, p. 5.

Inspiratie, productie en verdeling

Hoe de Theo-biljetten precies tot stand zijn gekomen, hebben we tot nu toe niet kunnen achterhalen. Wat wel vaststaat, is dat het werken met bankbiljet-pamfletten niet nieuw is, net als het idee om Theo Lefèvre op een briefje te plaatsen. Bij de parlementsverkiezingen van 26 maart 1961 al verspreidt de PVV in West-Vlaanderen reproducties van het toenmalige biljet van duizend frank, bedrukt met een slogan. In het satirische weekblad Pan van 8 januari 1964 verschijnt een door Alidor getekend biljet van duizend frank met een nors kijkende Theo Lefèvre. Ook cartoonist Picha laat zich in januari 1965 in Demain Politique verleiden tot het tekenen van een Theo-biljet. De PVV-pamfletten zijn op dat moment waarschijnlijk wel al in productie. Wanneer16 de drukproeven van het Theo-biljet klaar zijn, schrijft het NCAP de arrondissementsfederaties aan om ze te informeren over het pamflet en met de vraag bestellingen door te geven. Verdere distributie volgt op een nog vast te stellen datum, op een gigantische oplage: alleen al de Antwerpse arrondissementsfederatie bestelt 270.000 briefjes aan 0,10 frank/stuk.

Specimen?

Hoewel op het biljet duidelijk in het rood ‘specimen’ gedrukt staat en de achterkant meteen duidelijk maakt dat het om een verkiezingspamflet gaat, durven sommige burgers het als betaalmiddel gebruiken. Het is volgens Het Laatste Nieuws dan ook ‘vrij goed nagemaakt’17, zelfs ‘zo getrouw […] dat meer dan één winkelier bereid bleek er bij aankoop wisselgeld voor te geven’18. Pourquoi Pas?19 spreekt van ‘une petite merveille’ en ‘on s’y tromperait’. Het is ook maar net iets kleiner (14,8 op 7,4 cm) dan het echte Mercatorbiljet van duizend frank (15,7 op 7,9 cm). De pers smult alleszins van de anekdotes rond het biljet: een arrestatie door de politie van Mol nadat een burger de melkboer met een PVV-biljet betaalde, de briefjes als ruilwaar op de speelplaats, de aanvaarding van een biljet op een postkantoor in Buzet (waarna rijkswacht en gerechtelijke politie een onderzoek starten) enzovoort. In de wandelgangen van het parlement doet het verhaal de ronde dat Theo Lefèvre dagelijks een tiental biljetten toegestuurd krijgt van bewonderaars, met de vraag ze gesigneerd terug te sturen. De PVV laat dan weer aan de pers weten dat Lefèvre zelf wel kan lachen om het biljet en dat hij aan een liberale volksvertegenwoordiger een twintigtal exemplaren ‘voor zijn persoonlijke verzameling’20 gevraagd heeft.

De Nationale Bank in actie

Bij de Nationale Bank vinden ze de liberale verkiezingsstunt iets minder grappig en lichten ze het Brusselse parket in. De PVV krijgt te horen dat ze de resterende voorraad biljetten en het drukmateriaal aan het gerecht moet bezorgen. Het Directiecomité van de partij – met onder anderen Vanaudenhove, Collin, politiek directeur Armand Beyens en twee advocaten – besluit op 4 maart, na een grondige discussie, om geen rekening te houden met de klacht aangezien de biljetten geen ‘intention délictueuse’ hebben. Ze gokken erop dat de risico’s beperkt zijn en dat, als het tot een proces zou komen, ze zouden worden vrijgesproken. Ze besluiten dan ook onmiddellijk de resterende biljetten te verdelen wegens ‘uitstekende propaganda’, met als gevolg dat er niets meer aan het gerecht kan worden bezorgd. Het liberale hoofdkwartier in de Napelsstraat krijgt ook bezoek van een agent van de gerechtelijke politie die daar duidelijk maakt dat het verboden is bankbiljetten na te maken. Maar van een klacht van de Nationale Bank of vervolging is geen sprake. Het gaat enkel om een routineonderzoek, aangezien enkel het algemeen uitzicht overeenkomt met het echte biljet en er geen sprake is van misleiding van het publiek. De PVV benadrukt ook zelf dat imitatiebiljetten onder andere verkocht worden als kinderspeelgoed. Maar, zoals de krant Le Soir op 6 maart meldt, het zou goed kunnen dat het gerecht dergelijke acties in de toekomst onmogelijk maakt. 

Overwinnaar Omer Vanaudenhove op de schouders van Paul-Henri Spaak en Theo Lefèvre. Tekening op de cover van Pourquoi Pas? van 27 mei 1965. 

Een overwinning, met dank aan …

De verkiezingen van 23 mei 1965 zijn een gigantisch succes voor de PVV/PLP, Omer Vanaudenhove noemt ze tijdens de verkiezingsnacht ‘een groot succes […] en, in Wallonië een vloedgolf’21. Nationaal stijgt de partij voor de Kamer van 12,3 % naar 21,6 %, wat haar optimaal laat profiteren van het kiesstelsel en 48 zetels oplevert, een stijging van maar liefst 28 zetels. Regeringspartijen CVP/PSC (min 19 zetels) en BSP/PSB (min 20 zetels) verliezen samen 867.000 kiezers en meteen ook hun tweederdemeerderheid. Een PVV-commissie en het LVV schrijven de liberale  overwinning onder andere toe aan een reactie van de kiezers tegen het regeringsbeleid en de persoon van Lefèvre, aan de programmatorische en organisatorische partijvernieuwing en de verruiming waar voorzitter Vanaudenhove de voorbije jaren op inzette, aan de figuur van Vanaudenhove zelf en aan de moderne en professionele campagne die de partij gevoerd heeft. Bij een evaluatie binnen de partij worden de briefjes van duizend frank en de daaraan gelinkte berichten in de media als een groot succes bestempeld, zonder grote kosten bovendien. In een enquête bij de arrondissementsfederaties over de meest efficiënte campagnemiddelen halen de briefjes de derde plaats, na de sponzen en tv-optredens. Geen slecht resultaat voor propagandamateriaal dat slechts van eind februari tot begin maart verdeeld werd.

‘Rappelons que ce gadget eut un retentissement considérable dans l’opinion publique. La presse belge et étrangère, la radio, la TV le firent connaître dans notre pays et bien au-delà de ses frontières. Cet instrument de propagande extrêmement peu coûteux et n’impliquant aucune dépense de diffusion alimenta la rumeur publique pendant toute la campagne. L’on peut estimer que jamais un média d’action politique ne rencontra un tel succès.’22

(Evaluatierapport van de PVV/PLP)

‘On met sur pied un nouveau “gouvernement Lefèvre” … sans Lefèvre.’ Is Pierre Harmel gewoon Theo Lefèvre met een masker? Tekening van Picha in Demain Politique, 12 juli 1965, p. 3.

Theo weg!

En Theo Lefèvre? Ondanks de verkiezingsuitslag gaan de CVP/PSC en BSP/PSB – die nog steeds over een ruime meerderheid beschikken – opnieuw een coalitie aan, deze keer onder leiding van CVP/PSC’er Pierre Harmel. Door de verkiezingsnederlaag van de regeringspartijen, waarvoor hij ook binnen de CVP/PSC verantwoordelijk gesteld wordt, kan Lefèvre onmogelijk zichzelf opvolgen. In maart 1966 treden de liberalen dan toch toe tot een nieuwe rooms-blauwe regering met CVP/PSC’er Paul Vanden Boeynants als premier. Ook daar maakt Lefèvre geen deel van uit: na meer dan tien jaar als voorzitter van zijn partij en vier jaar premierschap verdwijnt hij van het politieke voorplan en wordt hij weer gewoon volksvertegenwoordiger.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Het biljet.

2. Het Volksbelang, 88, nr. 16 (17 april 1965):3.

3. Waarom PVV? (Brussel, 1965) 5.

4. Het Volksbelang, 88, nr. 11 (13 maart 1965): 1.

5. Archiefcollectie verkiezingspropaganda (archief nr. 2000), PAMFLET004327, 2.

6. Uit een toespraak in Geraardsbergen waarin deze aangaf de regering te laten verder werken zodat Theo Lefèvre de opvolger van Théo Lefèvre zou kunnen zijn.

7. Demain Politique, nr. 71 (17 mei 1965): 16.

8. Het Volksbelang, 88, nr.18 (1 mei 1965): 2.

9. Archiefcollectie verkiezingspropaganda (archief nr. 2000), PAMFLET004331. 

10. In 1960 publiceerde de CVP naar aanleiding van Lefèvres tienjarig voorzitterschap ook al een bundel cartoons en karikaturen onder de titel Theorama.

11. Claude Jean Michel, L’Antheologie (Bruxelles: Editions La Bulle, 1965) 20.

12. Theo Lefèvre in De Standaard, 18 maart 1965, geciteerd in L’Antheologie, 20.

13. Voor allen. Weekblad van de BSP, 17 juli 1965, 8. 

14. Liberas, Archief Omer Vanaudenhove (archief nr. 7), IV / 1.1.5. Biografie van Omer Vanaudenhove, 104.

15. Pourquoi Pas?, 55, nr. 2415 (12 maart 1965): 3-11.

16. Omzendbrief met ‘datum als postmerk’, archief PVV arrondissement Antwerpen, voorlopig nr. 634.

17. Het Laatste Nieuws, 6-7 maart 1965, 4.

18. Het Laatste Nieuws, 22 februari 1965, 4.

19. ‘Monnaie de singe’, in: Pourquoi Pas?, 55, nr. 2415 (12 maart 1965): 137.

20. Le Soir, 6 maart 1965, 4; Het Laatste Nieuws, 6-7 maart 1965, 4.

21. Demain Politique, nr. 72 (24 mei 1965): 16.

22. Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), ‘Rapport de la commission “Le PLP et l’opinion publique”’ (12 oktober 1965), 9.

Liberas, Archiefcollectie verkiezingspropaganda (archief nr. 2000).

Liberas, Archief Liberale Partij / Parti Libéral - Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV) / Parti de la Liberté et du Progrès (PLP) (archief nr. 15), Verslag van het Directiecomité van 4 maart 1965; ‘Rapport de la commission “Le PLP et l’opinion publique”’ (12 oktober 1965).

Liberas, Archief Albert Claes (archief nr. 1049), voorlopig nr. 12, LVV-nota ‘Ontleding van de wetgevende verkiezingen van 23 V ‘65’.

Liberas, Archief Liberale Partij - PVV arrondissementsfederatie Antwerpen (archief nr. 1349), voorlopig nummer 634.

Databank ‘Belgische verkiezingsuitslagen’, geraadpleegd 1.5.2022.

Le Soir, 16 januari 1965: 7, 6 maart 1965: 4, 14 maart 1965: 4, 23 maart 1965: 4, 7 april 1965: 1, 14 mei 1965: 14.

Het Laatste Nieuws, 22 februari 1965: 4, 6-7 maart 1965: 4.

Demain Politique, januari-juli 1965.

Het Volksbelang, maart-mei 1965.

‘A moins de trois mois des élections. Un bock avec … M. Vanaudenhove’, in: Pourquoi Pas?, 55, nr. 2415 (12 maart 1965): 57-62.

Sébastien Baudart, ‘Theo est arrivé’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 1.5.2022.

Wouter Beke, De ziel van een zuil: de Christelijke Volkspartij 1945-1968 (Leuven: Universitaire pers, 2005) 319.

Jacques Brassinne, ‘Verkiezingen en regeringsdeelneming: 1961-1980’, in: Het Liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis, eds. Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin (Brussel/Gent: Paul Hymanscentrum/Uitgeverij Delta/Liberaal Archief, 1989) 354-356.

Victor Crabbe, ‘La propagande électorale’, in: Res Publica, 8, nr. 1 (1966): 12-23.

Hugo De Ridder, Vijftig jaar stemmenmakerij: 17 verkiezingscampagnes (1946-1995) (Gent: Scoop, 1999) 52-59.

Christoph De Spiegeleer, ‘La grande armée de la liberté et du progrès. De modernisering van campagnevoering door de PVV/PLP voor de wetgevende verkiezingen in 1965’, in: Verkiezingskoorts (Gent: Liberaal Archief/Liberas, 2018) 75-87.

Wilfried De Wachter, ‘De propaganda vertaalt de verkiezingsgestalte van 23 mei 1965’, in: Res Publica, 8, nr. 1 (1966): 106-127.

Gaston Eyskens en Jozef Smits, Gaston Eyskens: de memoires (Tielt: Lannoo, 1993) 672-696.

Helmut Gaus, Politiek biografisch lexicon: Belgische ministers en staatssecretarissen 1960-1980 (Antwerpen: Standaard, 1989) 680-696.

Kris Hoflack, De premier (Gent: Borgerhoff & Lamberigts, 2021) 453-461, 474-505.

Soetkin Kesteloot, ‘Evolutie van de campagnevoering in Vlaanderen tussen 1946 en 2007. Hoe gaan de Vlaamse traditionele partijen om met veranderende kiezers?’ (PhD diss, UGent, 2009) 180-205.

‘Le PLP en pièces détachées’, in: Spécial, nr. 4 (maart 1965): 14.

Theo Luykx en Marc Platel, Politieke geschiedenis van België (Antwerpen: Kluwer, 1985) 504-531.

Ruben Mantels, ‘Stemmen in de golden sixties. De Liberale Partij tegenover de kiezer (1958-1973)’, in: Verkiezingskoorts (Gent: Liberaal Archief/Liberas, 2018) 49-74.

Claude Jean Michel, L’Antheologie (Bruxelles: Editions La Bulle, 1965).

‘Regering-Lefèvre’, in: Belelite, geraadpleegd 1.5.2022.

An Rydant, ‘De PVV-PLP en de regeringsvorming Vanden Boeynants-De Clercq (maart 1966)’, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, XX, nr. 1-2 (1989): 293-316.

‘Théo Lefèvre: un cas douloureux’, in: Spécial, nr. 1 (8 april 1965): 7-11.

Met dank aan de leden van de Facebookgroep Stripknip voor hulp bij de identificatie van tekenaars.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Sébastien Baudart, "Duizend frank, betaalbaar aan Theo", Liberas Stories, laatst gewijzigd 22/11/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op