Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Uitgelicht

Met kardinaal gezag bekleed

Half oktober 1859 verschijnt in de liberale krant Le Journal de Gand een artikel over een herderlijke brief van de Belgische aartsbisschop. Twee jaar later zorgt dit voor behoorlijk wat commotie.

Bart D’hondt
17 juni 2024

Wat voorafging …

De Journal de Gand is een van de oudste kranten van Gent. Onder het Nederlands bewind (1815-1830) vertelt de krant een vooral progressief en rebels verhaal en is de spreekbuis van orangisten zoals Hippolyte Metdepenningen en Pierre Lebroquy. Meer en meer bindt de krant ook de strijd aan met de conservatieve klerikalen. Na de Belgische onafhankelijkheid verandert de naam tijdelijk in Le Messager de Gand maar de uitgevers en redactie houden gewoon vast aan een orangistische en vervolgens een liberale lijn. In 1856 wordt weer overgeschakeld op de naam Journal de Gand en een nieuwe generatie overtuigde antiklerikalen, onder wie Napoleon Destanberg, François Laurent en Gustave Callier, neemt de redactie over. Zij richten hun pijlen op het bisdom en gaan gretig de strijd voor secularisatie van de samenleving aan.

Fast forward naar 1859. Enkele vrienden ontmoeten elkaar in een hotel in Zwitserland. Het weer is slecht en ze brengen de dag gezellig keuvelend door. Een van de onderwerpen die ter sprake komen, zijn de schandalen die recent uitbraken in de colleges van onder meer Forges, Schaarbeek, Leuven, Brussel, Aalst en Jemappes en die veel stof deden opwaaien. Adolphe Dubois, Auguste Orts en Louis Hymans, allen liberaal en uitgesproken antiklerikaal, steken hun verontwaardiging niet onder stoelen of banken en laken bovendien de hele hetze tegen het officieel onderwijs die de bisschoppen, blind voor dergelijke schandalen, aanwakkeren. Ook de herderlijke brief van de Gentse bisschop Louis Joseph Delebeque uit 1856, waarin de ‘scholen zonder god’ bijzonder hard werden aangepakt en gedemoniseerd, ligt de drie mannen nog zwaar op de maag.

Een van hen besluit actie te ondernemen…

Frontpagina van de Journal de Gand van 15 oktober 1859 (Liberas).

 

“Aux méfaits de Forges, de Jemappes, d’Alost”

Op 15 oktober 1859 publiceert de Journal de Gand een merkwaardig artikel met als aanhef ‘On nous communique une lettre pastorale de M. l’archéveque de Malines, où il est fait allusion aux méfaits de Forges, de Jemappes, d’Alost’. Er is geen auteur vermeld. De aanleiding voor deze bijdrage is een apocriefe herderlijke brief voor interne lezing over het onderwijs en de gebeurtenissen in Forges, Jemappes en Aalst, geschreven door monseigneur Engelbertus Sterckx, kardinaal en aartsbisschop van Mechelen. De journalist stelt verbijsterd te zijn door de gewelddadige inhoud en voelt het als zijn plicht om de brief met het publiek te delen.

De brief opent met een absolute veroordeling van het officieel onderwijs, dat gegeven wordt door de vijanden van de Kerk. Onderwijs en opvoeding zijn ‘des droits qui appartiennent aux Ministres de Notre Seigneur Jésus-Christ’, rechten die aan Christus zijn toevertrouwd en aan niemand anders. Hij erkent in vage termen de mistoestanden die zich hebben voorgedaan in Forges, Aalst en Jemappes, maar roept op om deze zonder uitzondering met de mantel der liefde te bedekken: ‘je veux parler de faits qui eussent dû être couverts à jamais du voile de l’oubli’. De goddelijke strijd voor een katholiek onderwijs mag immers door niets in het gedrang worden gebracht en de kardinaal vraagt/eist hierbij de steun van alle religieuzen en bij uitbreiding alle gelovigen. De Kerk en de katholieken worden belegerd door een troep ‘perverts qui livrent à l’Eglise catholique et au Saint Siège la guerre la plus acharnée’, een strijd die enkel de totale vernietiging van de katholieke Kerk, de Heilige Stoel én het geloof an sich beoogt.

Stijl en woordgebruik lijken heel eigen aan de klassieke herderlijke brieven, en de krant dekt zich verder in door te zeggen dat de Latijnse tekst misschien nog enkele nuances heeft, die door de vertaler niet helemaal zijn meegenomen. De Journal suggereert dan ook dat het aartsbisdom in dat geval wel zal bijspringen en de zaak verder uitklaren.

De katholieke pers weet niet direct waar ze het heeft en beaamt in eerste instantie de inhoud van de brief, die enkel bevestigt wat de Kerk in de voorbije jaren heeft gedacht, gezegd en geschreven over het onderwijs. Na een dag of tien lijkt er toch wat twijfel in de rangen te sluipen en de grotere katholieke kranten slaan voorzichtig alarm.

Op 26 oktober 1859 bekent de Journal de Gand ruiterlijk dat ze zelf een brief heeft laten fabriceren, weliswaar integraal gebaseerd op vroegere episcopale uitspraken. Een uitgebreid artikel, ‘Après dix jours de silence’, zet alle argumenten nog eens op een rijtje en prijst de verdienste van de katholieke krant l’Universel die als eerste, op 25 oktober, de kat de bel aanbond en het (on)waarheidsgehalte aftoetste bij het aartsbisdom. Er volgt geen golf van verontwaardiging, veeleer een algemene stilte. Over de echte auteur houdt de redactie de lippen stijf op elkaar, toost ongetwijfeld flink op het succes, en de identiteit van de valse kardinaal blijft geheim.

Adolphe Dubois, le cardinal (1827-1900) (Bibliotheek UGent).

Kardinaal van dienst

Kardinaal en auteur van dienst is niemand minder dan de gerenommeerde liberale jurist Adolphe Dubois (1827-1900). Hij groeit op in Gent als zoon van Jean Du Bois, advocaat en bestuurslid van de Gentse Liberale Associatie. In 1849 behaalt hij onder de vleugels van Jean Molitor zijn doctoraat in de rechten aan de Gentse universiteit en schrijft zich in aan de balie. Als pleiter gooit hij geen hoge ogen, met zijn scherpe juridische geest verwerft hij wel het respect van zijn collega’s die meer en meer een beroep doen op zijn expertise. Op 12 oktober 1858 wordt hij in opvolging van Louis Mechelynck substituut van de procureur des Konings in Gent.

In de voetsporen van zijn vader sluit hij zich aan bij de Liberale Associatie en is een van de jonge turken in de entourage van Charles de Kerchove de Denterghem. Samen met hem en andere gelijkgestemden voert hij van 1854 tot 1857 heftig strijd tegen het katholieke bestuurscollege rond burgemeester Judocus Delehaye. In 1856 wordt hij gemeenteraadslid en zetelt er tot zijn overlijden in 1900. In 1882 is hij korte tijd plaatsvervangend schepen in opvolging van Henri Colson die tussen Charles de Kerchove en Hippolyte Lippens in, waarnemend burgemeester is.

Schande!

Na twee jaar komt er plots weer beweging in de kwestie rond de herderlijke brief. De katholieke Gentse krant Le Bien Public publiceert op 18 maart 1861 op de voorpagina een artikel getiteld ‘Curieuze revélation’. Een ontevreden voormalige journalist van de Journal de Gand, Louis Seghers, heeft in een brief aan de redactie van de katholieke krant Nouvelliste zijn frustraties geuit over het feit dat hij tussen hamer en aambeeld is terechtgekomen in een discussie tussen de Nouvelliste en de Journal. Hij weerlegt een hele reeks van beschuldigingen van vervalsing die tegen hem zijn ingebracht en vermeldt daarbij, bovenaan de lijst, dat niet hij maar substituut Adolphe Dubois de auteur was van de valse herderlijke brief. De brief komt ook op het bureau van de ultramontaanse hoofdredacteur van Le Bien Public, Guillaume Verspeyen, terecht, die deze scoop niet kan laten liggen.

Een dag later, op 19 maart, herpubliceert Le Bien Public het integrale artikel dat in 1859 in de Journal de Gand verscheen, samen met een vlammende commentaar én de brief die Dubois op 17 maart geschreven heeft naar de redactie van de Journal de Gand. Daarin zet hij zijn beweegredenen om het artikel destijds te schrijven nog maar eens op een rijtje. Dubois besluit die brief met ‘Si dans vingt années, un écrivain prend la plume, pour écrire la lutte du clergé contre l’enseignement de l’Etat, il dira en toute vérité: le clergé a agi comme s’il avait reçu le mot d’ordre pour diffamer l’enseignement de l’Etat et ne tenir nul compte de la corruption existant dans ses propres établissements.’

De verontwaardiging aan katholieke zijde is groot. Het feit dat men indertijd in het ootje is genomen is één zaak, het feit dat de desbetreffende auteur intussen al meer dan twee jaar doodgemoedereerd aan de slag is als substituut van de procureur des Konings, blijkt alle grenzen te overschrijden. Er start een dagelijkse perscampagne tegen Dubois en de toon wordt steeds bitsiger, de gemoederen raken opgezweept, niet het minst omdat ook het parlement zich gaat moeien.

Op 19 maart 1861 legt Barthélemy Dumortier uit Roeselare de zaak voor aan de Kamer van Volksver­tegenwoordigers en eist maatregelen. Een dag later volgt Jules d’Anethan in de Senaat en interpelleert de liberale minister van Justitie Victor Tesch, die cryptisch meldt dat hij ‘remplira son devoir’. Dubois, die de bui wel ziet hangen, neemt intussen echter ontslag als substituut en Tesch, ervan beschuldigd om Dubois te steunen in naam van de persvrijheid door hem enkel een berisping te geven, aanvaardt zijn ontslag op 25 maart. 

De liberale steun voor ‘le cardinal’ zoals Dubois intussen in liberale middens wordt genoemd, is niet min en lokt opnieuw controverse uit. Op initiatief van Charles Pickaert en burgemeester Charles de Kerchove, keurt de Gentse gemeenteraad op 27 maart unaniem - met uitzondering van François Hebbelynck - een motie ter ondersteuning van Dubois goed. Voor Le Bien Public is dit uiteraard gefundenes Fressen. Op 29 maart volgt een eerste veroordeling van de misplaatste steun en op 30 maart wordt diepgaand gezocht naar een manier om Dubois strafrechtelijk te vervolgen.

Hiervoor grijpt de krant terug naar het toenmalig art. 204 van het strafwetboek. Dit is op zich ook een heel boeiende piste, aangezien de desbetreffende sectie (‘S.3 – Des troubles apportées à l’ordre publique par les Ministres des Cultes dans l’exercice de leur ministère - §.3 – Des critiques, censures ou provocations dirigées contre l’Autorité public dans un écrit Pastorale’) geschreven werd om opruiing door religieuzen via herderlijke brieven strafbaar te stellen… Het spreekt voor zich dat deze piste een doodgeboren kind was. De andere katholieke kranten volgen en de zaak Dubois wordt een nationaal schandaal. Onder meer de Beurzen-Courant, de Nouvelliste, l’Universel, de Journal de Bruxelles, de Gazette de Liège, de Journal d’Anvers en Le Patrie uit Brugge houden in de daaropvolgende dagen het nieuws warm, waarop ook in het parlement de katholieke fractie opnieuw in een furie schiet.

Boegbeeld (en latere eerste minister) Jules d’Anethan eist op 9 april een veroordeling van de motie maar Walthère Frère-Orban heeft het zowat gehad met de katholieke furie. Frère-Orban maakt duidelijk dat de Gentse gemeenteraad enkel ‘un témoignage d’estime à l’un de ses membres que l’on avait traité de faussaire et de malhonnête homme au sein de la législature’ had willen geven, een blijk van respect voor een raadslid dat onheus behandeld werd in het parlement, en vroeg zich af of de Senaat echt niets beters te doen had. De katholieke fractie komt er op 2 mei nog één keer op terug maar krijgt nu het andere liberale boegbeeld Charles Rogier tegenover zich. De zaak wordt hierna als gesloten beschouwd.

In Gent wordt nog een poging gedaan om Dubois als opvolger van de overleden Ferdinand Manilius tot volksvertegenwoordiger te laten kiezen. In een poll van de Liberale Associatie op 2 april haalt hij 13 stemmen op 15 tegen 9 voor Emile de Laveleye en 8 voor Auguste De Maere, en is dus afgetekend winnaar. Hij weigert echter zelf om kandidaat te zijn, het is genoeg geweest.

Op 't banket van de Vincentiussen. Liedtekst geschreven door Napoleon Destanberg in 1861 (Liberas).

Op ’t banket der Vincentiussen

De belangrijkste sociaal-liberale Gentse volksschrijver uit die periode, Napoleon Destanberg, is evenmin blind voor het verhaal van Dubois. In 1868 neemt hij in zijn lieder- en gedichtenbundel het spotlied Op ’t banket der Vincentiussen (slangwoord voor de Jezuïeten en hun achterban, in bredere context verwijzend naar alle klerikalen) op. Hierin neemt hij de liederlijke feestgewoontes van de congregaties op de korrel, weer mogelijk nu Dubois ontslag heeft genomen als substituut. Het refrein, ‘Broers laat ons drinken dat het kraakt / Du Bois die is van kant gemaakt’, spreekt voor zich, net als zijn lof voor de valse herderlijke brief zelf, ‘Hij zou meengen bisschop leeren / goed te schrijven in het fransch / want de schellem heeft talenten / Hij schrijft heilig, kuisch en malsch / en de ware mandementen / zijn veel min weerd als het valsch / Alleluia!’

Dubois neemt na deze episode de draad aan de balie weer op. In 1867 wordt hij lid van de Disciplinaire Commissie van de balie en zijn collega’s kiezen hem meermaals tot stafhouder. Ook politiek zit Dubois niet stil en blijft een spilfiguur in de Liberale Associatie onder opeenvolgend Charles de Kerchove en Hippolyte Lippens.

Adolph Dubois overlijdt in 1900 op 73-jarige leeftijd en wordt burgerlijk begraven op de stedelijke Westerbegraafplaats.

De volledige collectie van de Journal de Gand kwam in 2023 in het bezit van Liberas, werd gedigitaliseerd en is intussen via de website beschikbaar.

Bronnen, noten en/of referenties

Bibliotheek UGent: Paul Voituron, Journal 1855-1887, 33 dln (HS.3574), notities 2.4.1861.

‘Affaire Dubois: Fabrication de faux Mandement’, in: Le Bien Publique, 20 maart 1861, p. 1.

‘Affaire Dubois: Fabrication de faux Mandement’, in: Le Bien Publique, 21 maart 1861, p. 1.

‘Après dix jours de silence’, in: Journal de Gand, 26 oktober 1859, p. 1.

‘Chronique parlementaire’, in: Le Bien Publique, 21 maart 1861, p. 3.

‘Curieuze revélation’, in: Le Bien Public, 18 maart 1861, p. 1.

Oswald de Kerchove de Denterghem, ‘Histoire d’une lettre pastorale’, in: Adolphe Dubois, Essais et notices. Tome premier (Gent: Ad. Hoste, 1902) 418-433.

Oswald de Kerchove de Denterghem, ‘Notice biographique’, in: Adolphe Dubois, Essais et notices. Tome premier (Gent: Ad. Hoste, 1902) 1-113.

Alphonse Delbeque, Code pénal. Édition collationnée sur le Bulletin des Lois, contenant en caractères italiques, les articles abrogés et en note les modifications introduites en Belgique de 1814 au 1er octobre 1850 (Brussel: Decq, 1850) 49-50.

Napoleon Destanberg, Al de liberale liedjes en gedichten van Nap. Destanberg, 1846-1866 (Gent: Aug. Van de Weghe, 1866) 5, 94-95.

Kathleen Devolder, ‘Gij die door ‘t volk gekozen zijt ... De Gentse gemeenteraad en haar leden 1830-1914’, in: Verhandelingen der Maatschappij voor Ge­schiedenis en Oudheidkunde te Gent, 20 (1994): 323-324.

Bart D’hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat. Gids door 150 jaar liberaal leven in Gent (Gent: Uitgeverij Snoeck / Liberaal Archief, 2014) 39-40, 215-217.

[Adolphe Dubois], ‘Aux méfaits de Forges de Jemappes, d’Alost’, in: Journal de Gand, 15 oktober 1859.

Paul Fredericq, ‘Dood van den heer Adolf Du Bois’, in: Volksbelang, 34, nr. 39 (29 september 1900): 2-3.

Louis Hymans, Histoire parlementaire de la Belgique de 1831 à 1880. Tome IV. 1861-1870 (Brussel: Bruylant-Christope & co., 1880) (H2) 47-48 en 52-53.

Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting van 19 maart 1861, in: Parlementaire Handelingen-Plenaire Vergadering, 871-874.

Willem Rogghé, ‘De redevoering van den heer Du Bois’ en ‘Open brief aan den heer Adolf Du Bois, gemeenteraadsheer’, in: Volksbelang, 30, nr. 6 (8 februari 1896): 1-2.

Willem Rogghé, ‘Onze taal in de gemeenteraad’, in: Volksbelang, 30, nr. 5 (1 februari 1896) 1-2.

Senaat, zitting van 20 maart 1861, in: Parlementaire Handelingen-Plenaire Vergadering, 105. 

Albert Verbessem, Le Barreau de Gand (Gent, 1912) 33-37.

Peter Wezenbeek, ‘Biografie Adolphe Du Bois 1827-1900’ (onuitgegeven seminariewerk (sectie Nieuwste Geschiedenis), RUG, 1980).

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Bart D’hondt, "Met kardinaal gezag bekleed ", Liberas Stories, laatst gewijzigd 17/06/2024.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Liberas heeft geprobeerd alle rechthebbenden op beeldmateriaal te contacteren. Personen of organisaties die zich alsnog in hun rechten voelen geschaad nemen contact op met Liberas vzw, Kramersplein 23, 9000 Gent.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op