Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Vrouwen verenigen

Ten opzichte van mannen beschikken vrouwen tijdens een groot deel van de geschiedenis over minder rechten. Ook in de eenentwintigste eeuw is er op sommige vlakken nog sprake van een genderkloof. Hoe hebben liberale vrouwen in België zich in het verleden verenigd om hun stem te laten horen?

Marie Popelin, postzegel uit Het Internationaal Jaar van de Vrouw 1975.

1892: de eerste vrouwenliga

In de negentiende eeuw worden vrouwen sociaal, economisch, juridisch en politiek achtergesteld ten opzichte van mannen. Ze verdienen minder, hebben geen juridische zeggenschap, worden buitengesloten uit de publieke sfeer en hebben geen toegang tot middelbaar en hoger onderwijs. Enkele vrouwen proberen deze situatie te veranderen door onderwijs voor meisjes toegankelijker te maken. Ze richten een school voor arbeidersvrouwen en een school voor vrouwelijke leerkrachten op. Voor deze projecten vinden ze steun bij antiklerikale progressieve liberalen die hierin een middel zien om het katholieke monopolie op lager meisjesonderwijs te doorbreken. Zoë en Isabelle Gati de Gamond zijn hier de bekendste namen. Er wordt een netwerk van scholen en opgeleide vrouwen gevormd, dat aan de basis ligt van een georganiseerd feminisme in België. Die feministische beweging ontstaat in de periode 1890-1914 door de oprichting van talrijke vrouwenorganisaties die sociale hervormingen bepleiten.

In 1892 ziet de Ligue belge du droit des femmes (de Belgische Liga voor Vrouwenrechten) het licht. De initiatiefnemers zijn advocaat Louis Franck en juriste Marie Popelin. De aanleiding voor de oprichting van de Liga is de weigering van de balie om Popelin toegang te verlenen tot het beroep van advocaat omwille van haar vrouw-zijn.2 De Liga wordt gesteund door het Brusselse vrijzinnige milieu rond de Université Libre de Bruxelles, waar zowel progressieve liberalen als socialisten deel van uitmaken. Hoewel de Liga zich uitdrukkelijk als een politiek neutrale studie- en drukkingsgroep profileert, zijn er heel wat leden verbonden aan de liberale beweging. Onder anderen Jane Brigode, liberaal feministe van het eerste uur, is omstreeks 1900 een van de spilfiguren. In 1912 wordt ze verkozen tot ondervoorzitster, wat ze blijft tot 1927.3

De Liga stelt zich tot doel om vrouwen vrij te maken van de mannelijke autoriteit door hen toegang te verlenen tot alle beroepen en door hervormingen van het burgerrecht en het huwelijksrecht. Deze doelstellingen bereikt ze pas geleidelijk en na een decennialange strijd. Maar de Liga slaagt er wel in om op korte tijd vrouwen bewust te maken en te verenigen. In dezelfde periode worden ook andere vrouwenverenigingen opgericht met de bedoeling vrouwen juridische en economische onafhankelijkheid te verlenen.4

Lokale liberale vrouwenverenigingen

Na de Eerste Wereldoorlog wordt aan mannen algemeen enkelvoudig stemrecht toegekend. Vrouwen mogen zich voor alle politieke niveaus verkiesbaar stellen maar ze mogen enkel stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hoewel ze nog steeds grotendeels uit de publieke en politieke sfeer worden geweerd, zorgt dit voor een nieuwe dynamiek. Ze zijn niet langer beperkt tot vrouwenverenigingen om zich politiek te engageren. Politieke partijen richten zich voortaan ook tot de vrouwelijke bevolking.5

Op het partijcongres van oktober 1920 roept de Liberale Partij op om over het hele land vrouwenverenigingen op te richten, ofwel als autonome organisaties, ofwel als deel van bestaande politieke verenigingen. De vrouwen zullen mogen deelnemen aan de lijstvorming voor de gemeenteraadsverkiezingen.6 Liberale vrouwenverenigingen schieten vervolgens als paddenstoelen uit de grond: in 1921 worden de Liberale Dames- en Juffersbond Niel, de Liberale Damesbond Dendermonde en de Liberale Vrouwenbond Moerbeke-Waas opgericht; in 1925 verschijnt de Liberale Vrouwenbond Nieuwpoort op het toneel; in 1926 ontstaan de Liberale Vrouwenbond Sint-Gillis-Dendermonde - als damesafdeling van de Blauwe Wacht - en de Liberale Dames- en Juffersbond Zonder Naam, Niet Zonder Hart in Wetteren; en in 1929 volgt de Liberale Vrouwenbond Het Korenbloempje in Hamme.

Banket van de Liberale Vrouwenbond Antwerpen, met rechts bovenaan Georgette Ciselet.

Hoewel in de statuten vaak de nadruk wordt gelegd op het politieke aspect, lijkt het erop dat er binnen de lokale liberale vrouwenverenigingen zeker tot de jaren 1970 weinig politieke belangstelling is. Het sociale en caritatieve aspect staan in de praktijk op het voorplan. Voor verschillende vrouwen betekent het lidmaatschap van een liberale vrouwenvereniging wél een opstap om deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen en later ook de parlementsverkiezingen. In sommige gevallen, zoals bijvoorbeeld in Moerbeke-Waas, is de vrouwenbond een niet te onderschatten politieke factor die door zijn activiteiten talrijke leden weet te werven.7

Nationale Federatie der Liberale Vrouwen

Geleidelijk aan krijgen vrouwen een voetje binnen bij de Liberale Partij. Zo nemen Marthe Boël-de Kerchove de Denterghem en Jane Brigode deel aan de voorbereidingen van het partijcongres van 1919. Met hun inbreng wordt echter geen rekening gehouden. De dames laten het hier niet bij en organiseren in 1920 het eerste Liberaal Vrouwencongres. In 1921 richten ze de Union des Femmes Libérales de l’arrondissement de Bruxelles op.8

Maar ze dromen van meer. Brigode, Boël en Alice De Keyser-Buysse stichten in 1923 de Fédération Nationale des Femmes libérales/Nationale Federatie der Liberale Vrouwen. Boël wordt de eerste voorzitster. De liberale vrouwen zetten vijf doelstellingen voorop:

  1. de inspanningen van de liberale vrouwenverenigingen coördineren
  2. de interesse van vrouwen voor de liberale beweging opwekken
  3. de politiek toegankelijk maken voor vrouwen
  4. een sterk liberaal feministisch programma voorleggen aan de partij
  5. sociale activiteiten en liefdadigheid voor vrouwen ontplooien 

Voor de sociale activiteiten worden binnen de federatie twee afdelingen opgericht: het Secrétariat des Œuvres Sociales de la Fédération Nationale des Femmes Libérales en Solidarité/Solidariteit.9

De Kortrijkse liberale vrouwenvereniging op uitstap, vermoedelijk kort na de Tweede Wereldoorlog. 

Van 1944 tot 1963 is Georgette Ciselet voorzitster van de Nationale Federatie der Liberale Vrouwen. Algemeen vrouwenstemrecht en een hervorming van het burgerlijk wetboek zijn haar stokpaardjes. De politieke activiteiten van de federatie vinden in de jaren 1950 en 1960 vooral binnen de schoot van de Liberale Partij plaats. Ciselet is voorstander van een zo ruim mogelijke integratie van de vrouwen binnen de partij, wat ze de snelste weg naar vrouwelijke emancipatie vindt. Verder ondersteunt de federatie, en dan vooral haar juridische commissie, de liberale vrouwelijke politici intensief.10

Op 13 maart 1948 leidt Ciselet de algemene vergadering van de Nationale Federatie van Liberale Vrouwen:

'Mevr. de voorzitster laat opmerken aan alle leden dat de lokale vrouwelijke sectie zich vervolledigt in het breder kader der gemengde associatie, doch haar eigen activiteit behoudt. […] Het is niet mogelijk dat in 1948 op de vooravond van het vrouwenstemrecht, er nog mannelijke associëteiten bestaan, waar men de vrouwen weigert deel te nemen aan de poll. Zo het geval zich voordoet stelt de voorzitster voor er de heer Motz, voorzitter der Partij van te verwittigen.'11 

Van Nationale Vrouwenfederatie tot Open Vld-Vrouwen

Vanaf eind jaren vijftig verliest de vrouwenfederatie aan strijdvaardigheid. Net als de lokale liberale verenigingen wordt ze eerder een gezelligheids- en feestvereniging dan een politieke drukkingsgroep. In 1965 vraagt de ondervoorzitter van de Liberale Partij, Willy De Clercq, aan Lucienne Herman-Michielsens om de juridische commissie van de vrouwenfederatie voor te zitten. De Clercq hoopt dat de vereniging weer aan invloed zal winnen en opnieuw een politiek programma zal formuleren. Hij wil Herman-Michielsens ook de Vlaamse vleugel laten uitbouwen binnen de Federatie, die sinds haar ontstaan vooral onder invloed van Franstalige Brusselsen staat.

De Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen met Annemie Neyts-Uyttebroeck (links) en Rita Samain-Omwal (rechts).

Herman-Michielsens verwerft een sterke positie binnen de organisatie en wordt in 1970 op de algemene vergadering verkozen tot nationale voorzitster. Die functie oefent ze uit tot 1980. Daarnaast is ze lid van het partijbureau en - samen met Herman de Croo - ondervoorzitter tussen 1973 en 1977. In dat laatste jaar wordt ze verkozen in de Senaat, waar ze vanaf 1983 de liberale fractie leidt.12

De federalisering van de nationale vrouwenvereniging en de vorming van een Vlaamse vleugel is een apart verhaal. De vrouwenfederatie is nauw verbonden met de partij en wijzigt dan ook telkens samen met de partij van naam. Zo wordt ze in 1962 de Fédération Nationale des Femmes du PLP / Nationale Vrouwenfederatie van de PVV. De regionalistische tendensen die vanaf de jaren 1960 aan kracht winnen en die begin jaren 1970 tot de splitsing van de liberale partij leiden, hebben ook gevolgen voor de vrouwenvereniging. Maar voorzitster Herman-Michielsens wil het voorbeeld van de partij niet helemaal volgen. Er volgt geen splitsing, maar een interne hervorming: de gewesten krijgen een grotere beslissingsbevoegdheid en elk een eigen ondervoorzitster, maar blijven werkzaam onder de overkoepelende Nationale Federatie. Herman-Michielsens legt na deze hervormingen het ambt van nationaal voorzitster neer en wordt de nieuwe ondervoorzitster voor Vlaanderen. 

De PVV-vrouwen van de lokale afdeling Oostende in de jaren 1980.

Pas in 1978 - als de nieuwe organisatiestructuur onhoudbaar blijkt - richt Herman-Michielsens de Vlaamse PVV-Vrouwen op.13 In 1992 verandert deze vereniging haar naam naar VLD-Vrouwen en in 2007 naar Open Vld-Vrouwen.

Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen

In 1972 wordt de overkoepelende Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen door onder anderen Simone Claes-Van Waes opgericht, door de toekenning van culturele autonomie aan Vlaanderen. Zij stelt zich tot doel om socio-culturele activiteiten voor vrouwen te organiseren, te stimuleren en aan te moedigen, steeds vanuit een liberale visie. Deze nieuwe organisatie stelt de zaken op scherp voor de Nationale Vrouwenfederatie van de PVV, die zich over haar opdracht bezint. Hoe moet het in de praktijk? Sommige lokale vrouwenverenigingen zijn vooral politiek actief, andere voornamelijk socio-cultureel, nog andere combineren beide interesses. Op enkele plaatsen zijn de leden het niet eens over de te volgen richting en ontstaat een nieuwe liberale vrouwenvereniging, die haar opdracht hetzij zuiver politiek, hetzij zuiver socio-cultureel invult. Om een artificiële scheiding tussen de activiteiten te vermijden, wordt in 1984 het concept van plaatselijke liberale kernen uitgewerkt.14

Vrouwen vandaag

Ook in de eenentwintigste eeuw verenigen liberale vrouwen zich zowel rond culturele en sociale activiteiten, als voor politieke doeleinden. Sinds begin jaren 2000 heet de Socio-Culturele Vereniging van Vlaamse Liberale Vrouwen kortweg Liberale Vrouwen. Het overkoepelend bestuur en de lokale afdelingen organiseren onder meer culturele uitstappen, museum- en theaterbezoeken, voordrachten en workshops rond allerhande thema’s, en sociale acties.15

Open Vld-Vrouwen legt haar focus op het politieke veld en het maatschappelijke debat. Ze wil politiek geëngageerde vrouwen verenigen, politieke participatie van vrouwen bevorderen, liberale politica’s ondersteunen en inspireren, liberale standpunten over genderthema’s innemen en hierover beleidsaanbevelingen formuleren.16  

De laatste decennia is - naast Liberale Vrouwen en Open Vld-Vrouwen - binnen de liberale beweging ook de feministische denktank Vrouw & Vrijheid actief, die “ijvert voor 50/50 vrouwen. Altijd. Overal.” Bezielster is Antoinette Pecher, die in 1984 de ondervoorzitster van de toenmalige PVV-Vrouwen wordt.17

Hoewel verschillende vrouwen een belangrijke rol gespeeld hebben in de partij, is het pas vanaf 2012 dat ze ook geleid wordt door een vrouw: Gwendolyn Rutten wordt dan nationaal voorzitter van Open Vld, en blijft dit tot 2020. 

Kim Descheemaeker, Liberas, 2020.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Julie Carlier, Moving beyond boundaries. An entangled history of feminism in Belgium, 1890-1914 (doctoraatsverhandeling UGent, Gent: 2010) 2-5.

2. Carlier, Moving beyond boundaries, 43.

3. Bart D’hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten. Een portret van vijf liberale vrouwen (Gent: 1996) 58.

4. Carlier, Moving beyond boundaries, 53-55.

5. Carlier, Moving beyond boundaries, 6.

6. Karen Majelyne, De emancipatie en de discriminatie van de vrouw binnen de PVV (onuitgegeven licentiaatsverhandeling UGent, Gent: 1993) 6.

7. Kim Descheemaeker, ‘‘Pour favoriser les oeuvres libérales’ Liberale vrouwenorganisaties in het midden van de twintigste eeuw’, in: Vlaamse Stam (2021).

8. D’hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten, 14-17.

9. Liberas, Archief Nationale Federatie van Liberale Vrouwen, 1.1.1. Projet de statuts pour la Fédération Nationale des Femmes libérales / Statuts pour la Fédération Nationale des Femmes Libérales, 1923.

10. D’hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten, 100.

11. Liberas, Archief Nationale Federatie van Liberale Vrouwen, 2. Stukken betreffende de bestuurswerking, 2.1.3. Verslag van de AV, 13.3.1948.

12. D’hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten, 119.

13. D’hondt, Gelijke rechten, gelijke plichten, 124.

14. Majelyne, De emancipatie en de discriminatie van de vrouw binnen de PVV, 166.

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Kim Descheemaeker, "Vrouwen verenigen", Liberas Stories, laatst gewijzigd 03/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op