Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.

Rijmt liberalisme op kolonialisme?

‘Imperial liberalism’, is de omschrijving voor de ideologie waarmee Groot-Brittannië in de negentiende eeuw een wereldrijk verovert. De combinatie van de twee termen roept veel vragen op, omdat de woorden zowel verwijzen naar vrijheid en gelijkheid (liberalisme) als naar verovering en onderdrukking (imperialisme/kolonialisme). Is imperialisme, het streven naar hegemonie over andere volkeren, inherent aan de liberale ideologie of juist niet? 

Onafhankelijke Congostaat (1885-1908)

De Belgische casus verschilt van de Britse, omdat het kolonialisme er geen gevolg is van een regeringsideologie, maar wel van het handelen van een vorst. Zonder de persoonlijke ambitie van Leopold II was België nooit een koloniale mogendheid geworden. De imperialistische drang van Frankrijk of Groot-Brittannië is België vreemd. De heersende opinie in de liberale middens van de jaren 1860 en 1870 is zelfs antikoloniaal: zowel principieel, politiek als economisch kantte men zich tegen de expansionistische politiek van de Europese mogendheden.1

Als de koning op private wijze - op geniale wijze, volgens veel tijdgenoten - een reusachtig gebied in Centraal-Afrika verwerft, verandert de situatie. Er ontstaat een koloniale lobby en een politiek debat waarin ook de liberalen kleur moeten bekennen.2 Maar het debat is complex. Sommige liberalen zijn voorstander van de kolonisatie, maar gekant tegen het bewind van Leopold II, dat ze despotisch noemen. Anderen, zoals Walthère Frère-Orban, regeringsleider tussen 1878 en 1884, hebben minder problemen met de vorst, maar zien in het koloniseren geen politieke doelstelling.3 Nog anderen zien een verband tussen de sociale kwestie en de kolonisatie, tussen binnen- en buitenlandse politiek. Nieuwe afzetmarkten en uitwijkmogelijkheden zijn volgens hen nodig om de binnenlandse spanningen en democratische onrust te kunnen bezweren.

Typerend is het programma van de volksvoordrachten van het Willemsfonds Brugge. Op 2 september 1895 wordt er een betoog gehouden 'Tegen de colonisering van den Congo', een dag later kunnen de Willemsfondsers luisteren naar het tegenovergestelde standpunt, 'Voor de congocolonisering'.4

Na 1905 ontstaat er zware internationale kritiek op de wreedheden die plaatsvinden in de Onafhankelijke Congostaat. Dat leidt tot politieke hoogspanning over de kolonie. Aan liberale zijde komt de kritiek vooral van Georges Lorand, parlementslid, maar ook hoofdredacteur van La Réforme, het belangrijkste liberale antikoloniale orgaan, dat ongeveer vijfenzeventigduizend lezers bereikt. Interessant is dat Lorand zijn principiële, humanitaire kritiek koppelt aan twijfels rond de economische en politieke belangen van de kolonisatie. Hij is een van de liberalen die niet gelooft in ‘imperial liberalism’.5

Ondanks de campagne - die soms eerder anti-Leopoldiaans dan antikoloniaal is - halen de voorstanders van de kolonisatie geleidelijk de overhand. Een jongere generatie vindt het gemakkelijker om te geloven in koloniale grandeur. Een van die jongeren is Paul Hymans, de latere liberale partijleider en staatsman. In zijn Mémoires schrijft hij over zijn contacten met Leopold II en over hoe hij zijn partijgenoten in 1908 overtuigt om voor de ‘reprise’ te stemmen. Als de liberale partij toekomst wil hebben, vindt hij, moet ze voor de overname van Congo stemmen.6

Portret van Charles Buls, 1900.

Charles Buls in Congo, 1898

Charles Buls, de liberale burgemeester van Brussel, maakt in 1898 een lange reis naar Congo.7 Na de inhuldiging van de spoorweg Matadi-Leopoldstad vaart hij wekenlang over de Congostroom het binnenland in, tot aan Stanley Falls. Het is een reis die hij heeft aangevat zonder voorbereiding, schrijft hij achteraf in zijn Croquis Congolais (1899). Maar door de indrukken van zijn reis is hij een groot voorstander geworden van de kolonisatie. Hij richt het Oeuvre des bibliothèques congolaises op, bedoeld om de kolonialen lectuur en verstrooiing te verschaffen, en maakt propaganda met zijn Croquis. De liberaal ziet in de kolonie grote economische mogelijkheden en roemt het genie van Leopold II. De voordelen die de kolonisatie van Congo aan België verschaft, zijn er gekomen door ‘le despotisme intelligent du souverain de l’Etat indépendant’ zegt Buls. 

Belgisch-Congo (1908-1960)

In 1908 verandert de Onafhankelijke Congostaat in Belgisch-Congo. Op 15 november wordt het Koloniaal Charter goedgekeurd in het parlement, met de stemmen van de helft van de liberalen en de meerderheid van de katholieken. Van een vorstelijke onderneming wordt de kolonie een staatsaangelegenheid, maar zonder dat het ooit een werkelijk nationaal project wordt.8

Congo wordt bijvoorbeeld nooit een bevolkingskolonie. Voor de Tweede Wereldoorlog zijn er nooit meer dan twintigduizend landgenoten in de kolonie, op het hoogtepunt in de jaren 1950 zijn het er net geen honderdduizend. Behalve in de periode van de overname in 1908 en de dekolonisatie in 1958-1960 staat de kolonie niet in het middelpunt van de belangstelling, integendeel. Een zekere gelatenheid kenmerkt de houding van de Belgen ten opzichte van hun kolonie.

Dat geldt ook voor de Liberale Partij. Zeker voor de Tweede Wereldoorlog is de kolonie geen hoofdthema. Dat blijkt ook uit het liberale aandeel in de koloniale regeringsposten en topfuncties. De Liberale Partij heeft slechts drie ministers van Koloniën gehad (Louis Franck, Robert Godding en Auguste Buisseret) en twee gouverneurs-generaal (Felix Fuchs en Maurice Lippens).

Foto’s gemaakt door volksvertegenwoordiger Lahaye gemaakt tijdens een rondreis in de kolonie in juli 1956 (Usumbura).

Aan het eind van de jaren 1950 intensifieert de belangstelling wel. Liberale toppolitici als Hilaire Lahaye, Adolphe Van Glabbeke, Paul Kronacker en Albert Lilar bezoeken de kolonie en leggen contacten. De onafhankelijkheidsplechtigheid in 1960 wordt bijgewoond door Omer Vanaudenhove, die kort daarna partijvoorzitter wordt.

‘Onze partij mag fier zijn over de verwezenlijkingen der laatste jaren in de Kolonie.'

Hilaire Lahaye, 1958

Op dit menu van een banket ter ere van koning Leopold II staat de vlag van Belgisch-Congo afgebeeld.

Naast een partijpolitieke, is er ook een sociale en culturele werking in Congo. In de jaren 1950 ontwikkelt zich het syndicalisme en komt er een liberale vakbond in Belgisch-Congo. Er is een vrijzinnige cultuur, onder andere in de vrijmetselarij en de werking van het Willemsfonds in Leopoldstad.9 Aan de officiële universiteit in Elisabethstad, opgericht in 1956, waait een vrijzinnige en soms ook Vlaamsgezinde wind.10 En is het officiële embleem van Belgisch-Congo geen blauwe vlag? Die vrijzinnige cultuur leidt, zowel tijdens het ministerschap van Godding als van Buisseret, tot een clash met de missiecongregaties en zelfs een ‘mini-schoolstrijd’. Maar met uitzondering daarvan ligt het liberale kolonialisme in lijn met het nationale standpunt. Er zijn weinig andere regeringsgeschillen over koloniale dossiers.

Op economisch vlak is er een nauwe verwevenheid tussen de liberale beweging en het koloniale zakenleven. Emile Francqui, gedelegeerd bestuurder van de Union Minière du Haut Katanga en gouverneur van de Generale Maatschappij van België, is het bekendste voorbeeld. Hij heeft liberale sympathieën en is korte tijd minister. Dichter bij de partij zijn Godding en Kronacker actieve zakenlui.

Robert Godding

Voor 1945 voeren de liberalen vooral interne discussies over hun koloniale doctrine. Na 1945 verandert het kader, en moet - dat geldt niet alleen voor de liberalen - België zijn koloniale beleid verdedigen in een gewijzigde internationale context. De periode van de hoogdagen van het imperialisme is voorbij. Na de Tweede Wereldoorlog komt het koloniale project onder vuur te liggen. Op internationaal vlak wakkert de dekolonisatiebeweging aan. In sommige milieus ontstaat een ‘blank activisme’ dat ijvert voor meer rechten voor de Congolezen, onder meer als ereschuld voor het oorlogsleed.

Robert Godding is na het overlijden van Louis Franck in 1937 de belangrijkste ‘koloniaal’ van de Liberale Partij. De periode van de Tweede Wereldoorlog brengt hij door in Belgisch-Congo. In 1945 wordt Godding minister van Koloniën, tot 1947. Al van voor zijn politieke carrière speelt hij een rol in het koloniale zakenleven en pendelt hij tussen Antwerpen en de kolonie.

Tegenover het opkomende antikolonialisme plaatst Godding de voordelen die de kolonisatie gebracht heeft.

  1. De materiële beschaving, in de vorm van onderwijs, ziekenzorg, infrastructuur en stedenbouw.
  2. De economische ontwikkeling en valorisatie van Belgisch-Congo, die ook de autochtone bevolking ten goede is gekomen.
  3. De sociale ontvoogding van de ‘zwarten’.

Over dit laatste punt wijdt Godding uit in zijn Aspects de la politique économique et sociale du Congo belge (Antwerpen [1946]). De Belgen hebben volgens hem ten opzichte van hun Congolese broeders een bevoogdende, opvoedende rol te spelen. De minister spreekt over een houding van vaderlijke standvastigheid (‘une attitude de fermeté paternelle’) en maakt een vergelijking: de houding van kolonisator tot gekoloniseerde moet die zijn zoals tot een winkelbediende of buschauffeur. De koloniale verhoudingen blijken voor Godding een weerspiegeling van de sociale verschillen die hij vaststelde in het thuisland.

Conclusie

In de negentiende eeuw debatteren denkers als John Stuart Mill, Jeremy Bentham en Alexis de Tocqueville over de schijnbare onverzoenbaarheid van liberalisme en kolonialisme.11 In hun complexe redenaties halen de pragmatische overwegingen en het praktische politieke denken het uiteindelijk op de principiële antithese tussen vrijheid en (koloniale) onderdrukking. In de Belgische politieke realiteit is het niet anders. Met uitzondering van het radicale, linkse liberalisme, dat in de twintigste eeuw uitmondt in het socialisme, wijst het Belgische liberalisme het kolonialisme niet af.
Maar in tegenstelling tot Groot-Brittannië is het liberalisme in België géén drijvende imperialistische kracht geweest. Eens de kolonie verworven, en na het verdwijnen van Leopold II, heeft het Belgische liberalisme wel eensgezind het koloniale project verdedigd en uitgedragen. Daarom rijmt in de case van Congo liberalisme wel op kolonialisme.

Ruben Mantels, Liberas, 2020.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Jean Stengers, L'anticolonialisme libéral du XIXe siècle et son influence en Belgique (Brussel: Koninklijke Academie voor Overzeese Wetenschappen, 1965).


2. Vincent Viaene, ‘King Leopold’s Imperialism and the Origins of the Belgian Colonial Party, 1860-1905’, in: The Journal of Modern History, 80 (december 2008): 741-790.

3. Guy Vanthemsche, Congo. De impact van de kolonie op België (Tielt: Lannoo, 2007) 46, 56-57.

4. Bart D'hondt, 'Een afdeling "in den vreemde". Spagaat in Congo', in: Rechtuit, (september 2020): 20-21.

5. Nathan Lauwers, Georges Lorand. Een transnationale progressieve liberaal (1860-1918) (Brussel: ASP, 2018).

6. Paul Hymans, Mémoires (Brussel: Institut de sociologie Solvay, 1958) I: 6-27.

7. Émile Vandewoude, 'Karel Buls en Congo', in: Africa-Tervuren, VIII (1962): 13-25. 

8. Vanthemsche, Congo, 60-65.

9. D'hondt, 'Een afdeling "in den vreemde"', 20-21.

10. Bert Govaerts, 'De Universiteit van Elisabethstad (1956-1960). Arena van het laatste Vlaamse gevecht in Belgisch-Congo', in: WT. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging, 69 (2010): 107-146.

11. Jennifer Pitts, A Turn to Empire. The Rise of Imperial Liberalism in Britain and France (Princeton: Princeton University Press, 2005); Helena Rosenblatt, The Lost History of Liberalism. From ancient Rome to Twenty-First Century (Princeton: Princeton University Press, 2018) 115-118.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Ruben Mantels, "Rijmt liberalisme op kolonialisme?", Liberas Stories, laatst gewijzigd 03/06/2021.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op