Onze website gebruikt cookies om je surfervaring te verbeteren. Om deze website optimaal te gebruiken vragen we je om akkoord te gaan met ons gebruik van cookies.

Ik ga akkoord liever niet.
Uitgelicht

Overtuigen in de eigen taal. De Feuillets Détachés van het LVV

Sinds 1913 overkoepelt en coördineert het Liberaal Vlaams Verbond (LVV) liberale verenigingen die een sociaal-progressief en Vlaams-liberaal programma binnen de Liberale Partij verdedigen. Om ook Franstalige partijgenoten te bereiken, publiceert het tussen 1922 en 1924 een Franstalige bijlage bij zijn Maandblad, de Feuillets Détachés.

Kim Descheemaeker & Sébastien Baudart
8 december 2022

Voor niet-Vlaamslezende liberalen

De Feuillets Détachés staan op zichzelf, beslaan meestal vier pagina’s en verschijnen vanaf september 1922 ongeveer tweemaandelijks in LVV, Maandblad van het Liberaal Vlaamsch Verbond. Ze zijn een reactie op het feit dat het LVV zich in de Liberale Partij onterecht buitengesloten en aangevallen voelt. Auteur van dienst is meestal Victor Heymans, algemeen secretaris van het LVV. In zijn artikels probeert hij de LVV-standpunten uit te leggen aan een Franstalig liberaal publiek om zo aan te tonen dat de LVV’ers onrechtvaardig behandeld worden en hun plaats hebben binnen de Liberale Partij.

‘[…] dans ce premier numéro de nos « Feuillets détachés » nous avons simplement pour but de prouver au lecteur que c’est à tort que l’on nous traite comme des brebis galeuses, que nous pouvons au contraire continuer à nous réclamer, intégralement et avec fierté, du parti libéral belge.’1

De Franstalige pagina’s zijn nodig omdat het LVV zijn verhaal naar eigen zeggen niet kwijt kan in de Franstalige liberale pers. Om het doelpubliek van de Feuillets te bereiken, wordt aan de Vlaamse lezers van het LVV-maandblad gevraagd om de Feuillets los te maken en aan een Franstalige liberaal te bezorgen:

‘Deze vier Fransche bladzijden zijn bestemd, om door hem die het blad ontvangt hetzij als een gevolg op zijn toetreding, hetzij als propagandanummer, te worden losgemaakt, in een open briefomslag gestoken en, met een zegel van twee en een halven cent, naar een niet-Vlaamschlezend liberaal te worden gezonden, liefst alle maanden aan denzelfde. Om te beletten, dat er twee eendere exemplaren naar denzelfden persoon gezonden worden, laat ieder ons het adres kennen, dat hij uitkiest.’2

Vlag van het LVV, 1913-1960.

Het LVV en de Liberale Partij

Van bij de stichting in 1913 is het LVV een overkoepelend en coördinerend orgaan voor Vlaamse liberale kies- en andere verenigingen. Naast de stimulering van het liberalisme in Vlaanderen is het  doel te wegen op de werking en het programma van de Liberale Partij – in Vlaamse en sociaal-progressieve zin – en de stem van de progressieve Vlaamsgezinde liberalen luider te laten horen. De vereniging probeert op die manier een tegenwicht te vormen voor het ook in Vlaanderen nog sterk aanwezige – eerder conservatieve – Franstalig-burgerlijk liberalisme. De eerste concrete aandachtspunten van het LVV zijn onder andere het algemeen stemrecht, sociale verzekeringen en de vernederlandsing van de Gentse universiteit. De Eerste Wereldoorlog breekt de prille LVV-werking af en vormt een breekpunt: de collaboratie van een deel van de Vlaamse beweging binnen het activisme, met ook LVV’ers als de Antwerpse volksvertegenwoordiger Leo Augusteyns, levert na de oorlog aan anti-Vlaamsgezinden een geschikte stok om de hele Vlaamse beweging, en dus ook de Vlaamsgezinde liberalen van het LVV, te slaan. Het feit dat de naoorlogse Liberale Partij op nationaal niveau nog niet zo sterk georganiseerd is, laat toe dat sterke lokale afdelingen en arrondissementsfederaties samen met ministers en andere prominente figuren de toon zetten. Uit antiflamingantische overtuiging, uit gebrek aan empathie met de Vlaamse kwestie of uit electorale overwegingen (de Franstalige Vlamingen zijn een belangrijk kiespubliek voor de liberalen), en gesteund door de naoorlogse sfeer van Franstalig belgicistisch patriottisme, gaan bepaalde stemmen binnen de partij in deze context de Vlaamsgezinde liberalen wegzetten als onder andere ‘bezetenen, extremisten en heethoofden’3, zoals in de Feuillets détachés te lezen staat. De evolutie van de Liberale Partij richting meer Vlaamsgezindheid, die sinds de laatste decennia van de negentiende eeuw aan de gang was, valt na de oorlog voorlopig stil en zelfs terug.

Ook Vlaamsgezinde liberalen zijn échte liberalen

De LVV’ers willen de Franstalige lezers in de eerste plaats overtuigen dat ook zij échte liberalen zijn. Progressieve liberalen weliswaar, die zich beroepen op de principes van de vooruitstrevende fractie van het Belgische liberalisme, in het verleden vertegenwoordigd door bijvoorbeeld de Brusselse Association Libérale vanaf het begin van de jaren 1880 en de Progressistische Partij (°1877) van Paul Janson.

Maar, benadrukt Heymans, het LVV voldoet met zijn standpunten volledig aan het liberale programma zoals het bepaald werd door het congres van 1920. Met als doel de eenheid van de Belgische liberalen te realiseren (wat Heymans toejuicht), formuleerde dit congres een programma dat zeer nauwkeurig was voor alle thema’s waarover de aanwezigen het eens waren, maar liet het daarnaast - binnen bepaalde grenzen - voldoende ruimte voor persoonlijke interpretatie van de thema’s waarover geen eensgezindheid bestond.

Tot deze laatste categorie behoren de organisatie van het leger en de taalkwestie, net die thema’s waar het LVV het verschil wil maken. In tegenstelling tot andere liberalen streeft het LVV naar een sterk ingeperkte dienstplicht van zes maanden. Hoewel dit niet ingaat tegen het programma van 1920, levert dit standpunt de LVV’ers veel tegenkanting op:

‘[…] nous sommes excommuniés et traités de mauvais belges, chargés de tous les péchés d’Israël et déclarés capables de tous les crimes parce que nous sommes les partisans d’une formule précise d’un temps de service réduit.’4

Voor de taalkwestie gebruikt Heymans dezelfde redenering: het programma van 1920 verbiedt de liberalen niet om voorstander te zijn van de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Hij doet ook beroep op het autoriteitsargument: illustere voorgangers als Eugène Robert, Paul Janson, Charles Buls, Emile Féron, Georges Lorand en Jan Van Rijswijck onderschreven eveneens de taalgelijkheid, net als koning Albert I in zijn troonrede van november 1918.

Niet alleen zijn Vlaamsgezinde liberalen ook échte liberalen, bovendien is de Liberale Partij niet anti-Vlaams, stelt Victor Heymans. Deze foutieve beeldvorming wordt vooral gevoed door de Franstalige liberale pers, door sommige partijleiders en door bepaalde spilfiguren binnen de Gentse Liberale Associatie en Brusselse arrondissementsfederatie (de Fédération Libérale), terwijl er in alle sociale klassen een brede liberale basis is in Vlaanderen, waarvan de meerderheid bovendien de Vlaamse eisen onderschrijft. Toch worden de Vlaamsgezinde liberalen volgens het LVV voortdurend aangevallen en onder andere geassimileerd met het activisme en bij uitbreiding de collaboratie uit de Eerste Wereldoorlog. Heymans vreest dat dergelijke uitlatingen en de daaruit volgende verdeeldheid binnen de partij, kiezers naar de katholieken of socialisten kunnen drijven en dus de liberalen duur te staan kunnen komen bij de komende verkiezingen van 1925.

Daarom vraagt hij aan de Franstalige liberalen om objectief en rationeel de toestand binnen de Liberale Partij te onderzoeken. Heymans speelt in op het liberaal sentiment door te argumenteren dat de Liberale Partij, in tegenstelling tot de andere grote partijen van het land, steeds voor tolerantie en het vrij onderzoek is blijven staan, maar dat dit nu in het gedrang komt door vast te houden aan ongrijpbare dogma’s:

‘Le libre-examen et la tolérance firent jadis la grandeur du parti libéral ; ils en sont encore la gloire immortelle.’5

Een échte liberaal onderzoekt, wikt en weegt, leest, luistert, analyseert en denkt na vooraleer zich een mening te vormen. Het LVV meent dat een dergelijke houding in het voordeel van het land en de partij is. Want de Liberale Partij is niet sterk genoeg om zich te permitteren de helft van haar aanhangers/leden weg te jagen. Het LVV wil tegenover het extremisme een Liberale Partij plaatsen die een centrumpartij is en voor orde en vooruitgang staat, in het teken van het vaderland. Door de flaminganten uit te partij te weren, schiet de partij zichzelf echter in de voet. Om zijn punt te maken, geeft Heymans mee dat meer en meer liberale verkozenen uit Vlaanderen komen: in de Kamer zetelen bijvoorbeeld veertien liberale verkozenen uit Vlaamse arrondissementen, dertien uit Waalse en zes uit het arrondissement Brussel. Daarom eist het LVV zijn ‘plaats onder de liberale zon’ op.

Victor Heymans, foto in Het Laatste Nieuws van 28 oktober 1921, p. 1.

Victor Heymans

Als algemeen secretaris van het LVV kent Victor Heymans, in 1861 geboren in Mechelen, maar uitgeweken naar Brussel, de problematiek binnen de Liberale Partij maar al te goed. Bij de verkiezingen van 20 november 1921 trekt hij in het arrondissement Brussel de scheurlijst van de Liberale Volksbond, een reactie tegen de stugge houding van de door Franstaligen gedomineerde Brusselse arrondissementsfederatie. Ondanks constructief overleg tussen het LVV en de leiding van de Liberale Partij én bemiddeling van de partijvoorzitter, Antwerpenaar Edouard Pecher, slagen Volksbond en Fédération er zowel op inhoudelijk als op praktisch vlak niet in tot een vergelijk te komen. Tijdens de campagne verkondigt Heymans het verhaal dat we ook in de Feuillets détachés terugvinden: de Vlaamsgezinde progressieven van de Liberale Volksbond zijn echte liberalen, die vol optimisme blijven strijden om het Belgisch liberalisme van binnenuit te vernieuwen en de tegenstanders van vandaag te overtuigen tot betere gedachten. Ze nemen het op tegen de Fédération, maar zijn een volwaardig onderdeel van de Liberale Partij en zijn met hun standpunten de erfgenamen van grote Vlaamsgezinde/progressieve liberalen uit het verleden zoals Vuylsteke, Buls, Van Rijswijck, Janson en Lorand. Als medeoprichter van de Liberale Werkliedenpartij/Parti Ouvrier Libéral in 1897 is Heymans zelf ook een van deze progressistische oudgedienden.

De vernederlandsing van de Gentse universiteit

Na de verduidelijking dat de leden van het LVV echte liberalen zijn, gaat Heymans in de volgende nummers dieper in op enkele actuele heikele thema’s. De kwestie die in 1922-1923 het meest de gemoederen beroert, is de eerder aangehaalde vernederlandsing van de Gentse universiteit. In het vijfde nummer van de Feuillets Détachés, dat in mei 1923 verschijnt, komt dit onderwerp uitgebreid aan bod.

Het LVV ageert fel tegen het voorstel vanuit Franstalige hoek tot verdubbeling van de universiteit in een Franstalige en een Nederlandstalige afdeling. De Feuillets Détachés publiceren hierover integraal het standpunt van rector Eugène Eeman en professor Eugène Dauge; zij besluiten dat het praktisch niet haalbaar is om twee universiteiten te behouden. Opmerkelijk genoeg, en dat wordt niet vermeld door het LVV, is rector Eeman een felle tegenstander van de vernederlandsing van de universiteit. Uit het weergegeven standpunt trekt het LVV de tegenovergestelde conclusie, namelijk dat er één, Nederlandstalige, universiteit in Gent hoort te zijn.

Portret van minister Pierre Nolf op de voorpagina van Pourquoi Pas?, 24/08/1923.

Na verschillende voorstellen en demarches in de Kamer en Senaat wordt uiteindelijk voor de tweetalige ‘Nolfuniversiteit’ gekozen, naar een voorstel van de liberale minister Pierre Nolf. Een kleine helft van de liberale Kamerleden en senatoren keurt de wet goed die de Gentse universiteit omvormt tot een instelling met het Nederlands als bestuurstaal, maar waar studenten voor onderwijs kunnen kiezen tussen een Vlaamse en een Franstalige afdeling. Het stelsel gaat van kracht op 31 juli 1923. In een later nummer geeft het LVV toe dat de kwestie hiermee voorlopig opgelost lijkt, maar ze plaatst serieuze vraagtekens bij de praktische uitwerking.

Het taalbeleid in het lager onderwijs

Niet enkel het taalbeleid in het hoger onderwijs is een doorn in het oog van de LVV’ers, ook de praktijk in het lager onderwijs in Brussel stuit hen tegen de borst. Naar aanleiding van de publicatie van een rapport van de Vlaamsche Opvoedkundige Vereeniging doet het LVV zijn grieven uit de doeken in het tiende en laatste nummer van de Feuillets Détachés. Als liberale vereniging vindt het LVV onderwijs erg belangrijk voor de verheffing van het volk. Aangezien slechts weinig kinderen de wettelijk verplichte leerjaren afmaken, is het zaak om het onderwijs zo doelgericht mogelijk te laten verlopen, stelt de auteur (het artikel wordt ditmaal niet ondertekend door Heymans, maar met ‘CIVIS’). Het onderwijs moet met andere woorden verlopen in de taal die de kinderen het beste begrijpen, namelijk hun moedertaal. Deze visie werd opgenomen in de wet van 1914 en herhaald in de organieke wet van 1920. Volgens het LVV zijn er door politiek toedoen op dat moment echter geen lagere scholen meer in Brussel-stad die onderwijs in het Nederlands verstrekken. Nochtans blijkt uit de volkstelling van 1910 dat er in Brussel nog heel wat mensen wonen voor wie het Nederlands de enige of de meest gebruikte taal is. Het familiehoofd wordt door de stad gepusht om het kind les te laten volgen in het Frans, terwijl pedagogen het erover eens zijn dat onderwijs in de thuistaal de beste resultaten oplevert. Deze situatie veroorzaakt volgens het LVV dramatische onderwijsresultaten. De auteur schrijft dat het tijd wordt dat de politiek niet langer wegkijkt van de oorzaak van dit probleem en het heft in handen neemt door eenvoudigweg de wet de respecteren en onderwijs in de thuistaal te voorzien.

Voordracht in 1955 georganiseerd door het LVV over ‘’s Lands Financiële toestand’.

Méér dan Vlaamsgezind

Dat het Liberaal Vlaams Verbond méér is dan enkel Vlaamsgezind, en ook het sociaalliberalisme ondersteunt, verduidelijkt het onder meer door een heel nummer van de Feuillets Détachés aan de actuele discussies over het douanetarief en de handelsovereenkomst met Frankrijk te wijden. Het LVV zet er uiteen dat het achter een herziening van het toltarief staat, maar dat het huidige voorstel te protectionistisch is. Bovendien worden er vooral heffingen gedaan op basisgoederen en niet op luxegoederen zoals parfum, bier en zijde. De heffingen zullen dus vooral de modale mensen treffen. De handelsovereenkomst tussen Frankrijk en België zal tot slot vooral Frankrijk ten goede komen en de handelsbalans tussen beide landen verder in het voordeel van Frankrijk doen overhellen. Voor deze verzuchtingen vindt het LVV gemakkelijker medestanders in het parlement dan voor de Vlaamsgezinde kwesties.

Na de Feuillets

Hoewel het effect moeilijk in te schatten is, lijkt de poging om door middel van de Feuillets Détachés Franstalige liberalen in hun eigen taal aan te spreken en zo te overtuigen van de standpunten van het Liberaal Vlaams Verbond, weinig zoden aan de dijk te zetten. De publicatie stopt plots in maart 1924, na tien6 nummers. Ook het LVV Maandblad houdt er kort daarna mee op. Vanaf oktober 1925 zet Victor Heymans – wel enkel in het Nederlands – zijn pennenstrijd voort in het vanuit Antwerpen heropgerichte weekblad Het Volksbelang, dat de officieuze spreekbuis van het LVV wordt.

De invloed van het LVV op de Liberale Partij blijft echter nog even zeer beperkt. In de loop van het interbellum komt daar geleidelijk wel verandering in, met als hoogtepunten de ministerschappen van LVV’ers Julius Hoste jr. (1936-1938) en Arthur Vanderpoorten (1939-1940). Pas met de omvorming van de Liberale Partij tot de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang/Parti pour la Liberté et le Progrès (PVV/PLP)  in 1961 en de vleugelvorming en opsplitsing van de partij in 1971, kan het LVV echt een belangrijke rol spelen. Enkele vooraanstaande LVV-leden als Herman Vanderpoorten, Willy de Clercq en Frans Grootjans oefenen een rol van betekenis uit binnen de partij. Bij de officiële oprichting van de Vlaamse PVV zet het LVV zijn stempel, wat onder meer merkbaar is in het stichtingsmanifest van de Vlaamse PVV, dat veel programmapunten overneemt van het LVV.

Bronnen, noten en/of referenties

1. Victor Heymans, ‘Que sont ces feuillets ?’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 1 (september 1922): 3 (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 5 (september 1922)).

2. Victor Heymans, ‘Notre action au sein du Parti’ en ‘Ordre du Jour’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 3 (december 1922): 1 (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 8 (december 1922)).

3. ‘Il nous arrive souvent, à nous flamingants en général, et surtout à nous flamingants libéraux d’être traités d’énergumènes, d’extrémistes, d’exaltés […]’. Victor Heymans, ‘Une Erreur pédagogique’, in: Feuillets détachés, 3, nr. 10 (maart 1924): 2 (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 3, nr. 21 (maart 1924)).

4. Victor Heymans, ‘Que sont ces feuillets ?’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 1 (september 1922): 2 (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 5 (september 1922)).

5. Victor Heymans, ‘Que sont ces feuillets ?’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 1 (september 1922): 4 (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 5 (september 1922)).

6. Het vierde nummer, dat begin 1923 verschenen is, ontbreekt in de collectie van Liberas.

Victor Heymans, ‘Que sont ces feuillets?’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 1 (september 1922), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 5 (september 1922)).

Victor Heymans, ‘Le premier fascicule’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 2 (oktober-november 1922), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 6 (oktober 1922)).

Victor Heymans, ‘Notre action au sein du Parti’ en ‘Ordre du Jour’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 3 (december 1922), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 8 (december 1922)).

Victor Heymans, ‘A propos du dédoublement’, in: Feuillets détachés, 1, nr. 5 (mei 1923), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 1, nr. 12 (mei 1923)). 

Victor Heymans, ‘L’Avenir du parti libéral’, in: Feuillets détachés, 2, nr. 6 (juli-augustus 1923), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 2, nr. 13 (juli-augustus 1923)). 

Victor Heymans, ‘Quelques mots concernant la “Fédération libérale flamande” (L.V.V.)’, in: Feuillets détachés, 2, nr. 7 (oktober-november 1923), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 2, nr. 15-16 (oktober-november 1923)). 

Victor Heymans, ‘Le projet de nouveau tarif douanier’, in: Feuillets détachés, 2, nr. 8 (december 1923), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 2, nr. 18 (december (tweede helft) 1923)).

Victor Heymans, ‘Nos “Journées d’Etudes libérales”’, in: Feuillets détachés, 3, nr. 9 (januari 1924), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 3, nr. 19 (januari 1924)).

Victor Heymans, ‘Une Erreur pédagogique’, in: Feuillets détachés, 3, nr. 10 (maart 1924), 4 p. (in: LVV. Maandblad van het Liberaal Vlaams Verbond, 3, nr. 21 (maart 1924)). 

Het Volksbelang, 1, nr. 1 (3 oktober 1925): 1.

Sébastien Baudart, ‘”De Liberale Volksbond in het strijdperk"’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 25.11.2022.

Wouter Blomme en Piet Van Brabant, Als een vuurtoren. 85 jaar Liberaal Vlaams Verbond (Gent: Liberaal Vlaams Verbond/Liberaal Archief, 1998) 67-79.

Fien Danniau, ‘1923 Tweetalige Nolfuniversiteit’, in: UGentMemorie, geraadpleegd 21.11.2022.

Bart D'hondt, ‘De progressistische partij (1887-1900)’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 25.11.2022.

Marc D’hoore, ‘De Liberale Partij als organisatie van 1914 tot 1961’, in: Het Liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis, eds. Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin (Brussel/Gent: Paul Hymanscentrum/Uitgeverij Delta/Liberaal Archief, 1989) 83-90.

Geschiedenis van het sociaal liberalisme (Gent: Liberaal Archief, 2008) 10-19.

Emmanuel Gerard, De schaduw van het interbellum: België van euforie tot crisis 1918-1939 (Tielt: Lannoo, 2017) 59-66, 159-163.

Peter Laroy, ‘Liberalisme en Vlaamse Beweging’, in: Liberas Stories, geraadpleegd 25.11.2022.

Jozef Mertens, ‘Franck, Louis‘, in: NEVB online, geraadpleegd 25.11.2022.

Vincent Scheltiens, Met dank aan de overkant: een politieke geschiedenis van België (Kalmthout: Polis, 2017) 109-110.

Luc Sieben, ‘De politieke betrokkenheid van de Brusselse Vlamingen na de Eerste Wereldoorlog’, in: Taal en Sociale Integratie 8, ed. Els Witte (Brussel: VUB, 1986) 3-13.

Sam van Clemen, ‘Volksbelang, Het’, in: NEVB online, geraadpleegd 25.11.2022.

Harry Van Velthoven, Zwerver in niemandsland. Julius Hoste en zijn Londens oorlogsdagboek (Gent: Academia Press/Liberaal Archief, 2005) 12-14.

Adriaan Verhulst, ‘De Vlaamse Kwestie: 1914-1971’, in: Het Liberalisme in België. Tweehonderd jaar geschiedenis, eds. Adriaan Verhulst en Hervé Hasquin (Brussel/Gent: Paul Hymanscentrum/Uitgeverij Delta/Liberaal Archief, 1989) 219.

Nico Wouters, ‘Heymans, Victor’, in: NEVB online, geraadpleegd 25.11.2022.

Nico Wouters, ‘Liberaal Vlaams Verbond (LVV)’, in: NEVB online, geraadpleegd 21.11.2022.

Hoe verwijs je naar dit artikel?

Kim Descheemaeker & Sébastien Baudart, "Overtuigen in de eigen taal. De Feuillets Détachés van het LVV", Liberas Stories, laatst gewijzigd 08/12/2022.
copy url

Colofon

Liberas Stories is een realisatie van cultuurarchief Liberas. Het werd ontwikkeld door Josworld en Webdoos naar een concept van Ruben Mantels. Aan de hand van een ‘Atlas’ en een ‘Magazine’ vertelt Liberas Stories de geschiedenis van het liberalisme en worden de collecties van Liberas gepresenteerd. Deze website werd gelanceerd in juni 2021 en is sindsdien verder uitgebouwd.

De inhoud van dit portaal is bestemd voor Liberas’ erfgoedgemeenschap, maar ook voor studenten, onderzoekers en journalisten en voor iedereen die ons erfgoed wil ontdekken. Het is geen catalogus van onze collectie: die vind je op liberas.eu.

Alle teksten op deze website mogen hergebruikt worden mits het overnemen van de auteurs- en bronvermelding. Alle opmerkingen met betrekking tot Liberas Stories - vragen, aanvullingen, correcties, suggesties voor nieuwe bijdragen - zijn welkom op info@liberas.eu. 

Volg ons op